ECLI:NL:OGEAC:2025:347

ECLI:NL:OGEAC:2025:347

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak 03-11-2025
Datum publicatie 08-06-2026
Zaaknummer CUR202503944
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Dwangsom verbonden aan de nakoming van een ambtenarenuitspraak door het Land.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202503944

Vonnis in kort geding van 3 november 2025

in de zaak van

[eiser], wonend in [woonplaats], eiser, procederend in persoon,

tegen

de openbare rechtspersoon HET LAND CURAÇAO,

zetelend in Curaçao, gedaagde, gemachtigde: mr. A. Faria.

Partijen worden hierna [eiser] en het Land genoemd.

1. Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit:

het verzoekschrift van 26 september 2025,

de mondelinge behandeling van 20 oktober 2025.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2. De feiten

eiser] was tot zijn pensioen per 1 juli 2024 werkzaam bij het Korps Politie Curaçao (KPC).

eiser] heeft bij brief van 20 januari 2023 de minister van Justitie verzocht hem te benoemen in de functie van hoofd Wijkbureau of in een gelijkwaardige functie in schaal 13p (hierna: het verzoek). Omdat een beschikking op het verzoek van [eiser] uitbleef, heeft hij op 23 mei 2023 daartegen bezwaar gemaakt. Het Gerecht in Ambtenarenzaken heeft de regering bij uitspraak van 6 november 2023 opgedragen om binnen 4 maanden alsnog een beslissing te nemen.

eiser] heeft op 26 maart 2024 opnieuw bezwaar ingediend, nadat de minister had nagelaten een beslissing te nemen op zijn verzoek. Bij uitspraak van 19 augustus 2024 heeft het Gerecht in Ambtenarenzaken bepaald dat het Gerecht reeds in de uitspraak van 6 november 2023 een beslissing had genomen met betrekking tot de fictieve weigering, en dat het niet opnieuw een beslissing kan nemen.

Op 17 september 2024 heeft [eiser] een beroepschrift ingediend bij de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken.

Bij uitspraak van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van 23 april 2025 met zaaknummer CUR2024H00222 heeft de Raad de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken met zaaknummer CUR202401050 bevestigd en het Land veroordeeld tot vergoeding van schade aan [eiser] van een bedrag van Cg 1.500. Aan deze uitspraak is geen gevolg gegeven.

3. De vordering

eiser] vordert dat het Gerecht het Land beveelt binnen twee weken na betekening van dit vonnis te beslissen op zijn verzoek, op straffe van verbeurte van een dwangsom van Cg 7.500 per dag of gedeelte daarvan, indien het Land in gebreke blijft dit bevel na te komen, met een maximum van Cg 75.000, te betalen binnen 48 uur na betekening van dit vonnis, en met veroordeling van het Land in de proceskosten.

4. De beoordeling

Het spoedeisend belang van [eiser] volgt uit de aard van de vordering.

Het Gerecht overweegt dat [eiser] in zijn vordering het Land te bevelen inhoudelijk te beschikken op zijn verzoek niet kan worden ontvangen. Dat bevel is immers al gegeven in de uitspraak van 6 november 2023 van het Gerecht in Ambtenarenzaken en geldt onverkort. In zoverre zal [eiser] in zijn vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.

Wel kan de burgerlijke rechter een uitspraak van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken kracht bijzetten door daaraan een dwangsom te verbinden. Zie onder meer het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van 1 maart 2016 (AR 73963/2015 – H 318/15, ECLI:NL:OGHACMB:2016:8).

Het Land heeft, bij monde van haar gemachtigde gemotiveerd verweer gevoerd tegen de hoogte van de dwangsom en het maximum bedrag daarvan.

Het Gerecht overweegt dat [eiser] belang heeft bij zijn vordering een dwangsom te stellen op het binnen een bepaalde termijn inhoudelijk beschikken op zijn verzoek. Dit onderdeel van de vordering van [eiser] zal worden toegewezen als na te melden.

Omdat het Land (grotendeels) in het ongelijk wordt gesteld, wordt het Land veroordeeld in de proceskosten. De kosten van [eiser] worden tot aan deze uitspraak begroot op Cg 450 aan griffierecht en Cg 392,50 aan oproepingskosten.

5. De beslissing in kort geding

Het gerecht:

verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vordering het Land te bevelen binnen vier weken na vonnis datum inhoudelijk te beschikken op zijn verzoek;

bepaalt dat het Land, indien het Land niet binnen vier weken na betekening van dit vonnis een beslissing neemt op het verzoek van [eiser] zoals omschreven in rechtsoverweging 2.2. van dit vonnis, een dwangsom verbeurt van Cg 250 voor iedere dag dat de beschikking uitblijft, met een maximum van Cg 20.000;

veroordeelt het Land in de proceskosten van [eiser] van Cg 842,50;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af wat verder is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door mr. S.K.V. Jansen, griffier, en in het openbaar uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.E.B. de Haseth

Griffier

  • mr. S.K.V. Jansen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand