GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202402467
Vonnis van 10 november 2025
in de zaak van
RAGING RHINO N.V.,
eiseres,
hierna: Raging Rhino,
gemachtigden: mrs. R.F. van den Heuvel, N.G. Blokland en T.M. Narvaez-Gaffar,
tegen
[gedaagde],
wonende in [woonplaats],
gedaagde,
hierna: [gedaagde],
gemachtigde: mr. drs. E. Bokkes.
1. Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit:
- het verzoekschrift van 28 juni 2024, met producties,
- de conclusie van antwoord van 20 januari 2025, met producties,
- de conclusie van repliek van 14 april 2025, met producties,
- de conclusie van dupliek van 16 juni 2025.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2. Waar gaat deze procedure over?
Raging Rhino is in Duitsland veroordeeld tot terugbetaling aan [gedaagde] van het verlies dat [gedaagde] heeft geleden door te gokken bij een online-casino van Raging Rhino, omdat Raging Rhino in Duitsland niet over de voor het aanbieden van online-gokdiensten benodigde vergunning beschikt en de met de speler gesloten kansspelovereenkomsten daarom nietig zijn.
In deze zaak moet de vraag worden beantwoord of de Duitse vonnissen in Curaçao kunnen worden erkend. Geoordeeld wordt dat dat kan, omdat - anders dan Raging Rhino stelt - is voldaan aan de voorwaarden voor erkenning volgens het toepasselijke verdrag en in het bijzonder aan het vereiste dat de erkenning van de Duitse vonnissen niet in strijd is met de Curaçaose openbare orde. Het gerecht oordeelt daarmee gelijkluidend aan eerdere vonnissen in soortgelijke zaken.
3. De feiten
Raging Rhino exploiteert een online casino in Curaçao onder de licentie van een vergunninghouder in Curaçao.
gedaagde] heeft in Duitsland in een online casino van Raging Rhino gespeeld. Nadat haar is gebleken dat het casino in Duitsland niet over de voor het aanbieden van online-gokdiensten benodigde vergunning beschikt, is zij in Duitsland een procedure gestart tegen Raging Rhino om het geld dat zij heeft verloren terug te vorderen.
In een vonnis van het Landgericht Osnabrück van 12 december 2023 is de vordering van [gedaagde] toegewezen en is Raging Rhino veroordeeld om aan [gedaagde] haar verliezen te betalen van in totaal € 372.016,00 met rente en kosten. Het Landgericht heeft daartoe overwogen dat de met de speler gesloten kansspelovereenkomsten nietig zijn omdat Raging Rhino niet over de benodigde vergunning beschikt en de betalingen door de speler daarom aan de speler moeten worden terugbetaald.
Het Oberlandesgericht Oldenburg heeft het door Raging Rhino daartegen ingestelde hoger beroep op 21 juni 2024 verworpen en Raging Rhino veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde].
4. De vordering
Raging Rhino vordert dat het gerecht voor recht verklaart dat de genoemde vonnissen van het Landgericht Osnabrück van 12 december 2023 en het Oberlandesgericht Oldenburg van 21 juni 2024 zich hier te lande niet voor erkenning lenen, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.
gedaagde] voert gemotiveerd verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering.
5. De beoordeling
In deze zaak is aan de orde de vraag of de vorderingen uit de Duitse vonnissen al dan niet kunnen worden erkend in Curaçao. Dit is een procesrechtelijke vraag die naar Curaçaos recht wordt beoordeeld.
Anders dan Raging Rhino in haar verzoekschrift stelt, is in deze wel een verdrag van toepassing, namelijk het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke zaken (hierna: het executieverdrag).
Volgens artikel 1 van het executieverdrag is uitgangspunt dat vonnissen als de onderhavige worden erkend. In artikel 2 aanhef en sub a van het executieverdrag staat dat erkenning slechts mag worden geweigerd, indien zij in strijd is met de openbare orde van de Staat waar een beroep op de beslissing wordt gedaan.
Raging Rhino voert aan dat erkenning van de vonnissen in strijd is met de openbare van Curaçao. Zij voert daartoe aan dat de vordering van [gedaagde] onder het bereik van de artikelen 7A:1807 en 7A:1810 Burgerlijk Wetboek valt, dat dit regels van Curaçaose openbare orde zijn en dat erkenning van de Duitse vonnissen met die regels van openbare orde onverenigbaar is en dat de vonnissen daarom hier te lande niet kunnen worden erkend. Volgens Raging Rhino is de ratio achter de regeling dat het onwenselijk is dat de rechtsmacht wordt belast met rechtsvorderingen ter zake van een schuld die zijn voorgesproten uit spel of uit weddenschap.
Het gerecht volgt het betoog van Raging Rhino niet en overweegt daartoe als volgt.
Volgens vaste rechtspraak moet de rechter bij het beantwoorden van de vraag of het erkennen van een buitenlands vonnis in strijd is met de Curaçaose (materiële) openbare orde zeer terughoudend zijn. Niet snel zal sprake zijn van strijd met de openbare orde. Er moeten bijzondere omstandigheden zijn die de conclusie rechtvaardigen dat erkenning in het betreffende geval achterwege moet blijven. De openbare orde is alleen in het geding als de erkenning en tenuitvoerlegging in strijd komen met rechtsbeginselen die voor fundamenteel moeten worden gehouden in de Curaçaose rechtsorde. Fundamentele rechtsbeginselen zijn bijvoorbeeld beslissingen die in strijd zijn met het non-discriminatiebeginsel.
Dat de wetgever volgens Raging Rhino de rechtsmacht niet heeft willen belasten betreft naar het oordeel van het gerecht geen fundamenteel rechtsbeginsel. Voorts valt niet in te zien dat de artikelen 7A:1807-7A:1810 BW van (materieelrechtelijke) openbare orde zijn. Te meer niet nu door het Curaçaose Gemeenschappelijke Hof van Justitie naar Curaçaos recht is geoordeeld, en door de Hoge Raad is bevestigd, dat de regulering van gokdiensten door de Landsverordeningen Hazardspelen meebrengt dat de artikelen 7A:1807 en 7A:1810 BW buiten toepassing moeten worden gelaten, dat een spelovereenkomst ook naar het recht van Curaçao nietig is als de organisator geen vergunning heeft voor het aanbieden van de gokdiensten en dat de vordering uit onverschuldigde betaling van de speler, die van deze nietigheid het gevolg is, niet onder de artikelen 7A:1807- en 7A:1810 BW valt. De invoering door de wetgever van een nieuwe Landsverordening op kansspelen heeft hierin geen wijziging gebracht, omdat deze niet het openbare orde aspect van de betreffende artikelen raakt.
Verder is het voor de vraag of het Duitse vonnis in Curaçao kan worden erkend niet relevant dat een vordering zoals [gedaagde] die in Duitsland heeft ingesteld onder het Curaçaose recht (mogelijk) niet zo worden toegewezen omdat het recht hier te lande anders luidt. Erkenning van een buitenlandse beslissing wordt gelet op artikel 3 van het executieverdrag niet onthouden als de Curaçaose rechter op grond van Curaçaos recht anders zou hebben beslist. Wanneer naar Curaçaos recht zou moeten worden geoordeeld dat de artikelen 7A:1807-1810 BW dwingendrechtelijk van toepassing zijn en ambtshalve moeten worden toegepast door de rechter en, anders dan naar Duits recht, een kansspelovereenkomst niet nietig is als niet over de voor het aanbieden van gokdiensten benodigde vergunning wordt beschikt, staat dat dus niet aan erkenning van het vonnis in de weg.
Overigens mag hierbij niet uit het oog worden verloren dat Raging Rhino een gokverbod heeft overtreden door gokdiensten in Duitsland aan te bieden zonder in Duitsland over de daarvoor benodigde vergunning te beschikken. Het niet kunnen terugvorderen van de inzet bij een illegaal opererend casino zou in strijd zijn met het doel van het gokverbod. Eventuele verstrekkende gevolgen van de erkenning van de Duitse vonnissen in die zin dat spelers dan ‘gratis’ kunnen spelen, waarvoor Raging Rhino stelt bang te zijn, kan zij voorkomen door niet zonder een in het buitenland vereiste vergunning, en dus legaal, gokspelen aan te bieden.
Conclusie en proceskosten
De conclusie van het bovenstaande is dat het beroep van Raging Rhino op artikel 2 onder a van het executieverdrag niet slaagt. De vordering van Raging Rhino zal derhalve worden afgewezen.
Omdat Raging Rhino in het ongelijk wordt gesteld, wordt zij veroordeeld in de proceskosten. De kosten van [gedaagde] worden tot aan deze uitspraak begroot op Cg 2.500,- aan gemachtigdensalaris(twee punten x tarief 5 van Cg 1.250 per punt).
6. De beslissing
Het gerecht:
wijst de vordering af;
veroordeelt Raging Rhino in de proceskosten van [gedaagde] van Cg 2.500, te vermeerderen met Cg 250 aan nakosten zonder betekening, verhoogd met Cg 150 in geval van betekening.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.