ECLI:NL:OGEAC:2025:364

ECLI:NL:OGEAC:2025:364

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak 12-11-2025
Datum publicatie 01-09-2026
Zaaknummer CUR202503772, CUR202504160
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Oosv stembiljetten-niet onverwijld-ontbinding.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummers: CUR202503772 en CUR202504160

Beschikking van 12 november 2025

in de zaak van

[verzoeker], wonende in [woonplaats], verzoeker in de zaak van het verzoek,

verweerder in de zaak van het tegenverzoek,gemachtigde: mr. B.L. Lie Atjam,

tegen

Cpost International N.V.,

gevestigd in Curaçao,verweerder in de zaak van het verzoek,

verzoeker in de zaak van het tegenverzoek,gemachtigde: mr. A.C. Small.

Partijen worden hierna [verzoeker] en Cpost genoemd.

1. Het procesverloop

inzake het verzoek van [verzoeker] en het zelfstandig tegenverzoek van Cpost

Het procesverloop blijkt uit:

het verzoekschrift (CUR202503772) ingediend op 12 september 2025;

het verweerschrift van 22 oktober 2025;

het voorwaardelijk tegenverzoek (CUR202504160) ingediend op 14 oktober 2025;

de mondelinge behandeling van 28 oktober 2025, waar [verzoeker] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en Cpost is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde.

Het verzoek en het separaat aangebrachte voorwaardelijke tegenverzoek zijn tegelijkertijd ter zitting behandeld. Tijdens de mondelinge behandeling is besproken dat er één beschikking in beide zaken zal volgen.

De uitspraak is bepaald op vandaag.

2. De feiten

inzake het verzoek van [verzoeker] en het voorwaardelijk tegenverzoek van Cpost

[verzoeker] is op 15 maart 2013 in dienst getreden bij Cpost als brievenbesteller tegen een laatstverdiende loon van Cg 2.035 bruto.

Op 3 maart 2025 zijn er onregelmatigheden geconstateerd ter zake de bezorging van stembiljetten in de bezorgwijken van [verzoeker], waarbij buurtbewoners een aantal stembiljetten voor het adres [adres 1] op de grond hebben aangetroffen en een drietal brieven in de tuin van het adres [adres 2].

Op 4 maart 2025 is [verzoeker] in een gesprek met de heer [algemeen directeur 1], Algemeen Directeur bij Cpost, en [director operations 1], Director Operations bij Cpost, geconfronteerd met de onregelmatigheden in zijn wijken. Diezelfde dag is [verzoeker] met onmiddellijke ingang op non-actief gesteld met behoud van loon, zodat nader onderzoek kon worden verricht naar aanleiding van de verklaringen van [verzoeker].

In een brief van 5 maart 2025 van Cpost aan [verzoeker] staat hierover, voor zover van belang:

Op d.d. 03 maart jl. zijn er onregelmatigheden geconstateerd met betrekking tot de aflevering van stembiljetten in de wijken [wijk 1] en [wijk 2]. Buurtbewoners van de wijk [wijk 1] hebben een aantal stembiljetten, bestemd voor het adres [adres 1] op de grond aangetroffen. Op het adres [adres 2] zijn een drietal brieven in de tuin van dat adres aangetroffen. U bent belast met de postbezorging in beide wijken.

Naar aanleiding van deze constateringen is er op dinsdag 04 maart door de leden van het MT, de heer [algemeen directeur 1] en Mevrouw [director operations 1] een gesprek met U gevoerd om duidelijkheid te verkrijgen van hetgeen zich heeft voorgedaan. Uw verklaringen tijdens dat gesprek zijn echter van dien aard dat nader onderzoek hoogst noodzakelijk is.

In verband met dit onderzoek wordt U met onmiddellijke ingang met behoud van inkomen op non-actief gezet. Tevens wordt U voor de duur van het onderzoek de toegang tot alle dienstlokalen van Cpost International ontzegd. U wordt verzocht zich gedurende het onderzoek beschikbaar te houden. De directie streeft ernaar om het onderzoek op de kortst mogelijke termijn of te ronden en U van de resultaten hiervan op de hoogte te stellen.

Op 11 maart 2025 heeft wederom een gesprek plaatsgevonden tussen [verzoeker] en Cpost. Vervolgens is [verzoeker] op 13 maart 2025 op staande voet ontslagen, nadat hij de ontslagbrief gedateerd 12 maart 2025 (hierna: de ontslagbrief) uitgereikt heeft gekregen.

In de ontslagbrief staat, voor zover van belang:

Met referentie aan ons schrijven dd. 05 maart 2025, waarbij u in verband met een nader onderzoek op non-actief werd gezet en tevens de toegang tot de dienstlokalen van Cpost International werd ontzegd, berichten wij U als volgt.

Het in bovengenoemd schrijven aangehaald onderzoek is inmiddels op 11 maart 2025 afgerond. Op dinsdag 11 maart jongstleden werd U dan ook direct uitgenodigd voor een gesprek met Mevrouw [director operations] en [belanghebbende 1], beide leden van het Management Team van Cpost en de heer[manager security], Manager Security. Tijdens het gesprek werd door Mevrouw [director operations] herhaald hetgeen in een eerder gesprek op Dinsdag 04 maart 2025 tussen de heer [algemeen directeur] CEO en Mevrouw [director operations] met U is besproken terzake onregelmatigheden met betrekking tot de aflevering van stembiljetten in de wijken [wijk 1] en [wijk 2]. Deze onregelmatigheden zijn via de sociale media wereldkundig gemaakt door middel van een rapportage met een foto's van een aantal stembiljetten, bestemd voor een adres aan [adres 1], die elders in de wijk op de grond aangetroffen zijn.

U heeft diverse malen tijdens dat gesprek op 04 Maart nadrukkelijk aangegeven dat U de bewuste stembiljetten voor bovengenoemd adres in de brievenbus van het perceel [adres 3] te hebben gedaan aangezien [adres 1] geen brievenbus had. U volharde stellig in Uw verklaring ook nadat de directie u heeft geïnformeerd dat bij visitatie ter plekke door uw direct leidinggevende, de heer [leidinggevende] op het adres [adres 3] er evenmin een brievenbus aanwezig was. U heeft aangeven dat er wel degelijk een brievenbus op dat adres aanwezig was en dat u daar de brieven in heeft gelegd. U heeft verklaard dat de brievenbus ondertussen mogelijk is weggehaald en dat u wel degelijk de stembiljetten in de brievenbus op het adres [adres 3] heeft gedaan en dat u geen verklaring heeft voor het feit dat de brieven op een aantal meters van genoemde adressen op de grond aangetroffen zijn.

Tijdens het gesprek op dinsdag 11 maart jl. werd u geïnformeerd over de resultaten van het aanvullend onderzoek, uitgevoerd door de heren [leidinggevende] en de heer [manager security]. U werd hierbij geconfronteerd met een aantal andere gevallen van stembiljetten die op straat gevonden zijn en die derhalve niet konform de expliciet gegeven instructies in de brievenbussen van de geadresseerden zijn bezorgd. U bleef bij uw eerdere verklaring dat de brieven in brievenbussen gedaan zijn, dit zou ook gelden voor de andere gevallen die tijdens deze vergadering aan u voorgelegd zijn. Uw verklaring terzake werd door de directieleden en de heer [manager security] nadrukkelijk in twijfel getrokken. Pas na herhaaldelijk verzoek voor een gedegen verklaring hiervoor heeft u toegegeven dat de stembiljetten inderdaad niet in brievenbussen waren bezorgd, ook niet voor het adres te [adres 3]. U heeft derhalve de instructies voor de bezorging van stembiljetten dus duidelijk niet opgevolgd. Voorafgaand aan maar ook tijdens de distributie van de stembiljetten zijn alle collega bestellers waaronder ook Uw persoon op het hart gedrukt uiterst zorgvuldig te werk te gaan met een correcte distributie van de stembiljetten in het belang van de gemeenschap. Uw nalaten in deze heeft zeer negatieve gevolgen gehad voor het bedrijf en diens imago. Cpost is gedurende een aantal dagen het doelwit geweest van felle kritiek vanuit de gemeenschap waarbij het voorval zelfs geleid heeft tot het stellen van vragen van parlementariërs en andere politici aan verantwoordelijke Minister over de gang van zaken rondom de distributie van stembiljetten door Cpost. Tijdens het gesprek heeft u uitlatingen gedaan die duiden dat u zich weinig tot niets aantrekt van de gevolgen van uw handelen met betrekking tot de distributie van de stembiljetten. Uitspraken als "ik volg nieuwsberichten via de media niet en weet dus niets van enig kritiek" en "ik ben niet de eerste en ook niet de laatste die stembiljetten niet in brievenbussen stopt" zijn sterke indicaties dat U zich onvoldoende verantwoordelijk voelt voor de kwaliteit van uw eigen werk en zich ook niet realiseert welke schade veroorzaakt wordt door uw handelen en/of nalaten in deze.

Het feit dat U ondanks herhaald verzoek daartoe geen afdoende verklaring voor uw handelen geeft en zelfs zover gaat om de waarheid jegens de directie verborgen te houden, maakt dat er geen vertrouwens relatie meer mogelijk tussen werkgever en U als werknemer van Cpost N.V.

Op basis van het voorgaande wordt U ernstige plichtsverzuim verweten.

(…)

De resultaten van het onderzoek zoals aan uw meegedeeld tijdens meergenoemde vergadering van dinsdag 11 maart jl. en uw verklaringen naar aanleiding van het geconstateerd plichtsverzuim zijn vervolgens aan de directie van Cpost gerapporteerd.

De directie van Cpost concludeert dat de resultaten van het onderzoek zoals aan uw meegedeeld tijdens meergenoemde vergadering van dinsdag 11 maart jl. en uw verklaringen naar aanleiding van het geconstateerd plichtsverzuim de spreekwoordelijke druppel vormen die de emmer doet overlopen.

Bovenstaande opsomming van feiten en uw handelingen rondom het niet opvolgen van werkinstructies als mede de imagoschade die dit laatste voor de organisatie als geheel heeft gehad, maken dat van C-Post als uw werkgever in redelijkheid niet gevergd kan worden de dienstbetrekking met u langer te laten voortduren. Het voorgaande vormt aldus dringende reden om u per direct te ontslaan (ontslag op staande voet). We betreuren dat dit zover diende te komen, maar u kunt zich wel voorstellen dat wij uw gedragingen op geen enkele wijze kunnen tolereren. (…)

In een brief van 26 maart 2025 aan Cpost heeft de gemachtigde van [verzoeker] de nietigheid van het ontslag ingeroepen en Cpost gesommeerd [verzoeker] zijn werkzaamheden te laten hervatten.

Per e-mail van 8 april 2025 heeft Cpost [verzoeker] via zijn gemachtigde meegedeeld te volharden in het ontslag.

3. Het geschil

inzake het verzoek van [verzoeker]

[verzoeker] heeft het gerecht verzocht om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

de nietigheid van het ontslag uit te spreken;

Cpost te bevelen [verzoeker] tot zijn werkplek toe te laten om zijn werkzaamheden te hervatten;

Cpost te veroordelen tot het salaris met emolumenten met terugwerkende kracht uit en door te betalen aan [verzoeker], vermeerderd met de wettelijke verhoging en wettelijk rente;

Cpost te veroordelen in de kosten van dit geding.

[verzoeker] legt - kort weergegeven - aan zijn verzoek ten grondslag dat geen sprake is van een dringende reden voor het gegeven ontslag op staande voet en dat het ontslag niet onverwijld is gegeven.

Cpost heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

inzake het voorwaardelijk tegenverzoek van Cpost

Cpost verzoekt thans om de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] zo spoedig mogelijk te ontbinden zonder toekenning van een vergoeding, voor zover in rechte komt vast te staan dat de arbeidsovereenkomst nog bestaat.

Cpost baseert het verzoek op gewichtige redenen.

[verzoeker] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

ten aanzien van het verzoek van [verzoeker]

Op grond van artikel 7A:1615o lid 1 BW kan ieder der partijen de dienstbetrekking zonder opzegging of zonder inachtneming van de voor opzegging geldende bepalingen doen eindigen, maar de partij die dit doet zonder dat de wederpartij daarin toestemt, is schadeplichtig, tenzij zij de dienstbetrekking aldus doet eindigen om een dringende, aan de wederpartij onverwijld medegedeelde reden (ontslag op staande voet).

Onverwijld

Het gerecht zal moeten beoordeelden of er een dringende reden voor ontslag was en of die dringende reden onverwijld aan hem is meegedeeld. Voor het antwoord op die laatste vraag, is beslissend het tijdstip waarop de dringende reden tot dat ontslag ter kennis is gekomen van degene die bevoegd was het ontslag te verlenen. Indien bij een werkgever het vermoeden is gerezen dat zich een dringende reden tot ontslag van een werknemer voordoet, en hij zich, alvorens tot ontslagverlening op staande voet over te gaan, van de juistheid van dat vermoeden wil vergewissen, is de daarbij van hem te vergen mate van voortvarendheid afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij onder meer valt te denken aan de aard en omvang van eventueel noodzakelijk onderzoek, de behoedzaamheid die bij het instellen van zo’n onderzoek geboden kan zijn, de eventuele noodzaak tot het inwinnen van rechtskundig advies en tot het verzamelen van bewijsmateriaal, en de door de werkgever in acht te nemen zorg om te vermijden dat, bij ongegrondbevinding van het vermoeden, de werknemer in zijn gerechtvaardigde belangen zou worden geschaad. Wel dient steeds met de nodige voortvarendheid te worden gehandeld.

In deze zaak is Cpost op 3 maart 2025 bekend geworden met het feit dat een aantal stembiljetten niet in de brievenbus zijn gedaan. Op 4 maart 2025 is [verzoeker] hier voor het eerst door Cpost mee geconfronteerd. Vervolgens is [verzoeker] op 13 maart 2025 ontslagen. Op vragen van de rechter ter zitting welk onderzoek er precies in de tussenliggende dagen heeft plaatsgevonden, heeft de heer [manager security], Manager Security bij Cpost, verklaard dat hij en de heer [leidinggevende], de leidinggevende van [verzoeker], op 4 maart 2025 naar [wijk 1] zijn gegaan om ter plekke onderzoek te doen. Daar hebben zij gesproken met een buurtbewoonster, die verklaarde dat er stembiljetten van [adres 1] op de grond waren gevonden. [manager security] en [leidinggevende] hebben vervolgens gekeken of er brievenbussen aanwezig waren. Dat bleek bij [adres 1] en [adres 3]niet het geval te zijn. Die dag is ook gebleken dat er in [wijk 2], eveneens een bezorgwijk van [verzoeker], brieven in een tuin waren aangetroffen. [manager security] verklaarde verder dat hij van de bevindingen een rapport (dat overigens niet in het dossier zit) heeft opgemaakt, die hij ongeveer twee dagen later, aan de directie heeft gestuurd. [manager security] kon niet verklaren over enig andere onderzoek.

Vaststaat dat [verzoeker] al op 4 maart 2025 (die op 3 maart 2025 aan het licht zijn gekomen) is geconfronteerde met de onregelmatigheden in [wijk 1] en [wijk 2] in een gesprek met twee leden van het Managementteam, waarna [verzoeker] op non actief is gesteld. In een brief op 5 maart 2025 is dit gesprek bevestigd en staat dat de verklaringen van [verzoeker] van dien aard zijn dat nader onderzoek hoogst noodzakelijk is. Het is echter niet duidelijk geworden – ondanks de betwisting van de onverwijldheid door [verzoeker] en de expliciete vragen van de rechter ter zitting aan Cpost – wat dit nadere onderzoek precies inhield en wat er tussen het gesprek met [verzoeker] van 4 en 11 maart 2025 precies aan onderzoek is verricht. Het feit dat er in de bezorgwijken van [verzoeker] stembiljetten op de grond waren aangetroffen, was tijdens het gesprek op 4 maart 2025 reeds bekend, evenals het feit dat [verzoeker] volhield dat hij de stembiljetten in een brievenbus had gedaan, terwijl uit onderzoek die dag al was gebleken dat die daar niet aanwezig was. De bevindingen over de aangetroffen stembiljetten en de verklaring van [verzoeker] over de aanwezigheid van de brievenbus op 4 maart 2025 in strijd met de waarheid in aanwezigheid van de Algemeen Directeur en Director Operations, zou voldoende moeten zijn geweest kort daarna (na het eventueel inwinnen van juridisch advies) een beslissing over het ontslag op staande voet te nemen. Er is aan feiten immers niets bijgekomen en onderzocht, zodat de dringendheid van de ontslagreden voor Cpost toen al bekend was. Cpost heeft – ondanks het expliciete standpunt van [verzoeker] dat het ontslag niet onverwijld is gegeven en de vragen van de rechter ter zitting – niet kunnen uitleggen welk aanvullend onderzoek nog gedaan is na 4 maart 2025 en met welke resultaten van dat onderzoek [verzoeker] op 11 maart 2025 nog geconfronteerd is (dan wel moest worden) om een beslissing over het ontslag te kunnen nemen. Cpost heeft in de gegeven omstandigheden dan ook onvoldoende voortvarend gehandeld door te wachten met het ontslag tot 13 maart 2025. Van een onverwijld meegedeelde reden voor het ontslag is daarom naar het oordeel van het gerecht dan ook geen sprake.

Dit brengt mee dat het ontslag nietig is en dat Cpost [verzoeker] vanaf 13 maart 2025 loon is verschuldigd tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtmatig is geëindigd. Gelet op de grond van de opzegging die aan [verzoeker] te wijten zijn (zoals hierna zal worden uitgelegd), zal geen wettelijke verhoging worden toegekend.

Ontbinding

Cpost heeft verzocht de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden, voor het geval deze niet rechtsgeldig is geëindigd per 13 maart 2025, op grond van de redenen die dezelfde gronden bevatten als waarvoor het ontslag op 13 maart 2025 werd gegeven.

Het verzoek is gebaseerd op artikel 7A:1615w lid 1 1e volzin BW. Op grond van artikel 7A:1615 lid 2 BW worden als gewichtige redenen beschouwd omstandigheden die een dringende reden als bedoeld in art. 7A:1615o BW zouden hebben opgeleverd indien de dienstbetrekking deswege onverwijld beëindigd ware. Ook in dit kader moet dus de aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegde dringende reden worden beoordeeld. Daarvan is op grond van artikel 7A:1615p lid 1 BW sprake bij gedragingen of eigenschappen van [verzoeker] die ten gevolg hebben dat van Cpost redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Het gerecht overweegt hieromtrent als volgt.

Cpost heeft aangevoerd dat [verzoeker] tegen de werkinstructie in stembiljetten niet in de brievenbus heeft gedaan. Volgens [verzoeker] was echter geen sprake van een duidelijke werkinstructie. Ter zitting heeft Cpost onderbouwd dat er met het oog op de verkiezingen en de bezorging van stembiljetten bijeenkomsten met alle postbestellers hebben plaatsgevonden (zowel met de Directie als met leidinggevenden), waarin het (voor de hand liggende) belang is benadrukt dat stembiljetten (net als gewone post overigens) altijd en alleen in de brievenbus bezorgd moeten worden. Als dat niet mogelijk is, bijvoorbeeld als er geen brievenbus aanwezig is, moeten de stembiljetten mee terug worden gebracht, zodat deze terug kunnen naar de Kiesraad. [verzoeker] heeft ter zitting aangegeven deze instructie niet gehoord te hebben. Het gerecht volgt [verzoeker] hierin niet. Gelet op de onderbouwing van Cpost had deze instructie [verzoeker] duidelijk moeten zijn geweest. Hierbij speelt mee dat [verzoeker] al meerdere verkiezingen als postbesteller bij Cpost heeft meegemaakt en de instructie niet alleen voor stembiljetten, maar ook voor ‘ gewone’ post geldt. Hij had dus beter moeten weten. Zeker nu het gaat om stukken, waarbij het belang zeer groot is dat deze bij de juiste persoon terechtkomen. Niet voor niets is Cpost negatief in de publiciteit gekomen vanwege dit voorval en is er in de maatschappij verontwaardigd gereageerd. Dat [verzoeker] het die dag te druk had, zoals hij betoogt, kan ook geen doel treffen. Zonder nadere uitleg valt immers niet in te zien dat het mee terug nemen van stembiljetten, die niet bezorgd kunnen worden in een brievenbus, extra tijd in beslag neemt en dat dat redelijkerwijs niet van hem verlangd kon worden. Bovendien heeft Cpost uitgelegd dat het niet drukker was dan normaal voor de postbestellers, omdat er geen normale post bezorgd wordt op de dagen dat de stembiljetten bezorgd moeten worden. Overigens heeft [verzoeker] op geen enkel moment geklaagd over de werkdruk. Wel is [verzoeker], toen hij geconfronteerd werd met de bevindingen, in strijd met de waarheid in aanwezigheid van de Directie blijven volhouden dat hij de stembiljetten in een brievenbus heeft gedaan. Zelfs toen al uit onderzoek was gebleken dat er ter plekke helemaal geen brievenbussen aanwezig waren. Pas na lang aandringen heeft hij toegegeven dat hij de stembiljetten in het gaas van het hek heeft gedaan. Ook heeft hij uitlatingen gedaan die erop duiden dat hij geen inzicht heeft in de ernst van zijn handelen. Hij heeft tot op heden geen blijk gegeven enige verantwoordelijkheid voor zijn gedrag te nemen en heeft daarmee het in hem gestelde vertrouwen van Cpost ernstig geschonden.

De conclusie is dan ook dan het gerecht van oordeel is dat sprake is van gedragingen van [verzoeker] die ten gevolg hebben dat van Cpost redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Het gerecht zal de arbeidsovereenkomst tussen partijen dan ook per direct ontbinden zonder toekenning van een vergoeding, nu in het voorgaande ligt besloten dat de gewichtige redenen volledig aan [verzoeker] te wijten zijn. Voor een cessantia-uitkering bestaat overigens ook geen aanleiding, aangezien de dienstbetrekking eindigt door een aan [verzoeker] toerekenbare omstandigheid.

Het gerecht ziet aanleiding om de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

Het gerecht:

ten aanzien van het verzoek van [verzoeker]

verklaart het ontslag nietig;

veroordeelt Cpost het salaris van [verzoeker] met emolumenten met terugwerkende kracht vanaf 13 maart 2025 uit te betalen en door te betalen aan [verzoeker] tot heden, een en ander verhoogd met de wettelijke rente;

ten aanzien van het voorwaardelijk verzoek van Cpost

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van heden,

zonder toekenning van een vergoeding;

ten aanzien van beide verzoeken

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten

draagt.

wijst wat meer of anders is verzocht af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Woerdman, rechter, bijgestaan door mr. M.D.M. Connor, griffier, en in het openbaar uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Woerdman

Griffier

  • mr. M.D.M. Connor

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand