ECLI:NL:OGEAC:2025:367

ECLI:NL:OGEAC:2025:367

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak 13-10-2025
Datum publicatie 01-09-2026
Zaaknummer CUR202502318 en CUR202502319
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Huurachterstand- verrekenen borg

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202502318 en CUR202502319

Vonnis van 13 oktober 2025

in de zaak van

[eiser], wonende in [woonplaats], eiser, gemachtigde: mr. Bloem,

tegen

1. [gedaagde 1],

2. [gedaagde 2]

wonende in [woonplaats], gedaagden,

procederend in persoon, Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagden] genoemd.

Inleiding

1. Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit:

De verzoeken tot uitvaardiging van een rechterlijk bevel tot betaling van 9 april 2025 met producties,

de schriftelijke reactie van [gedaagden],

de mondelinge behandeling van 16 september 2025.

Zoals besproken tijdens de zitting zal het gerecht de – naar de gewone (rol)zitting verwezen zaken – als één zaak afdoen en één vonnis wijzen ten aanzien van beide gedaagden.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2. De feiten

Op 1 maart 2021 is tussen partijen een huurovereenkomst tot stand gekomen met betrekking tot de woning aan [adres] (hierna: de woning) voor Cg. 1.500,00 per maand, waarbij een eenmalige borgsom van Cg. 2.500,00 (hierna: de borgsom) is overeengekomen en betaald. De woning stond zowel te huur als te koop.

Bij aanvang van de huurovereenkomst hebben [gedaagden] aangegeven de woning te willen kopen, zodra zij de financiering daarvoor rond hadden. Hierover hebben partijen meerdere gesprekken gevoerd, maar in 2024 was het [gedaagden] nog altijd niet gelukt de financiering rond te krijgen. [eiser] is toen op zoek gegaan naar een andere koper voor de woning.

gedaagden] hebben de huur van augustus en september 2024 niet betaald.

Op 27 september 2024 is de woning in verhuurde staat verkocht en is de borgsom overgedragen aan de nieuwe eigenaar.

gedaagden] hebben de woning medio oktober 2024 verlaten. Zij hebben voor de (halve) maand oktober geen huur aan de nieuwe eigenaar van de woning betaald, maar hebben deze in overleg met hem verrekend met achtergebleven spullen, zoals een airconditioning.

Op 23 januari en 17 maart 2025 heeft [eiser] [gedaagden] gesommeerd en in gebreke gesteld voor de huurachterstand van Cg. 3.000.

Op 17 maart 2025 hebben [gedaagden] in een e-mail aan [eiser] laten weten dat zij geen toestemming hebben gegeven de borgsom over te dragen aan de nieuwe eigenaar en dat zij slechts bereid zijn (het restant van de huurachterstand na aftrek van de borgsom) Cg. 500,00 te betalen.

3. De vordering en de standpunten van partijen

eiser] vordert – samengevat – dat het gerecht [gedaagden], voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, hoofdelijk veroordeeld tot betaling van

Cg. 3.000,00, zijnde de huurachterstand over augustus en september 2024, te vermeerderen met de wettelijke rente, de buitengerechtelijke incassokosten ten bedragen van Cg. 450 en de proceskosten.

Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

De kern van het geschil is of [gedaagden] de huur(achterstand) mochten verrekenen met de borgsom. Volgens [gedaagden] mochten zij dit, omdat [eiser] de borgsom ten onrechte (zonder hun toestemming) heeft overgedragen aan de nieuwe eigenaar van de woning. Het gerecht overweegt hierover als volgt.

Artikel 7:226 BW lid 1 bepaalt voor zover van belang als volgt:

Overdracht van de zaak waarop de huurovereenkomst betrekking heeft (…) door de verhuurder, doen de rechten en verplichtingen van de verhuurder uit de huurovereenkomst, die daarna opeisbaar worden, overgaan op de verkrijger.

Dit artikel (ook wel bekend als: ‘koop breekt geen huur’) heeft tot gevolg dat de rechten en plichten van een verhuurder uit de huurovereenkomst, die opeisbaar worden na het moment van overdracht, van rechtswege overgaan op de verkrijger. De huurder behoudt dus zijn huurovereenkomst met alle rechten en plichten die daarbij horen.

In deze zaak betekent dit dat de borgsom dus op 27 september 2024 (van rechtswege) is overgegaan op de nieuwe eigenaar van de woning. De huurovereenkomst bestond immers nog ten tijde van verkoop van de woning, aangezien [gedaagden] de woning pas medio oktober 2024 hebben verlaten. Dat [gedaagden] voor die periode de huur hebben verrekend met spullen, doet daar niet aan af. [eiser] heeft de borgsom dus terecht overgedragen aan de nieuwe eigenaar. Toestemming van de huurder is daarvoor niet nodig.

Ten aanzien van de huurachterstand van twee maanden geldt dat deze al opeisbaar was vòòr het moment van overdracht van de woning op 27 september 2024. [gedaagden] moet de huurachterstand dus (nog) betalen aan [eiser]. Verrekening van de huurachterstand met de borgsom kan niet, omdat [eiser] de borgsom niet (meer) heeft. De borgsom is immers van rechtswege overgegaan naar de nieuwe verkoper. Ook voor verrekening in de periode augustus en september 2024 bestaat geen rechtsgrond. Een borgsom is bedoeld om eventuele schade aan de woning na afloop van de huur van te vergoeden en niet om huur mee te verrekenen.

Ter zitting hebben [gedaagden] verklaard dat de nieuwe eigenaar de borgsom nooit aan hen heeft terugbetaald na afloop van de huur. Zij hebben hier wel om gevraagd, maar tevergeefs. Volgens [gedaagden] was er ook geen reden de borg in te houden, aangezien er geen schade aan de woning was. Wat hier ook van zij, het is aan [gedaagden] om deze vordering (om de borg terug te betalen) neer te leggen bij de nieuwe verkoper. Een mogelijkheid tot verrekening van de borgsom met [eiser] bestaat in ieder geval juridisch niet.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten acht het gerecht conform het Procesreglement toewijsbaar tot 1,5 punt van het toepasselijke liquidatietarief. Dit komt neer op een bedrag van Cg. 375,00.

Omdat [gedaagden] in het ongelijk wordt gesteld, worden zij veroordeeld in de proceskosten. De kosten worden tot aan deze uitspraak begroot op Cg. 100,00 aan griffierecht en Cg. 500,00 aan gemachtigdensalaris.

De gevorderde wettelijke rente en de nakosten worden toegewezen zoals hierna onder de beslissing vermeld.

De veroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof.

5. De beslissing

Het gerecht:

veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk tot betaling aan [eiser] van een bedrag van Cg. 3.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente over Cg. 1.500,00 vanaf 28 juli 2024 tot aan de dag van betaling en de wettelijke rente over Cg. 1.500,00 vanaf 28 augustus tot aan de dag van betaling;

veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om aan [eiser] te voldoen Cg. 375,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;

veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de proceskosten van [eiser] van

Cg. 600,00, te vermeerderen met Cg. 250,00 aan nakosten zonder betekening, verhoogd met Cg. 150,00 in geval van betekening;

bepaalt dat de proceskosten moeten worden betaald binnen veertien dagen en dat die kosten worden verhoogd met de wettelijke rente als niet op tijd wordt betaald;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af wat verder is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman, rechter en in het openbaar uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Woerdman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand