ECLI:NL:OGEAC:2025:373

ECLI:NL:OGEAC:2025:373

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak 01-12-2025
Datum publicatie 07-09-2026
Zaaknummer CUR202404862
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Bedrijfsongeval- schade- verjaring

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202404862

Vonnis van 1 december 2025

in de zaak van

[eiser], wonende in [woonplaats], eiser, gemachtigde: mr. M.A. van der Hoeven en mr. M.T.C. Römer,

tegen

de naamloze vennootschap AQUALECTRA N.V.,

gevestigd in Curaçao, gedaagde, gemachtigde: mr. M.R. Hammoud,

Partijen worden hierna [eiser] en Aqualectra genoemd.

1. Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit:

het verzoekschrift van 30 december 2024 met producties,

de conclusie van antwoord van 26 mei 2025 met producties,

de mondelinge behandeling van 31 oktober 2025,

de pleitnotities.

Ter zitting is afgesproken dat partijen het gerecht uiterlijk op 6 november 2025 zouden laten weten of er een schikking tot stand is gekomen. Op 6 en 7 november 2025 heeft het gerecht respectievelijk van mr. Römer en mr. Hammoud bericht ontvangen, waaruit volgt dat dit niet het geval is. Op de verdere inhoud van de berichten van mr. Römer heeft het gerecht in verband met de beginsel van de goede procesorde geen acht geslagen.

Tijdens de mondelinge behandeling is door [eiser] het verzoek gedaan om re- en dupliek. Het gerecht ziet daarvoor geen aanleiding, nu partijen hun standpunten uitvoerig (zowel schriftelijk als mondeling) naar voren hebben gebracht.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2. De feiten

Op 1 juli 1999 is [eiser] in dienst getreden bij Aqualectra als Operator in de dieselcentrale.

Op 25 januari 2008 heeft een bedrijfsongeval bij Aqualectra plaatsgevonden. In een interne memo van de Section Chief Operations [SCO] van 28 januari 2008 staat daarover, voor zover relevant:

Op 25 januari 2008 omstreeks 00:17 uur was de heer [eiser] bezig met het bijvullen van smeerolie in Diesel Engine 4.

Op dat moment werd hij verrast door een explosie (…) die gepaard ging met een zeer hevige klap (…).

De heer [eiser] droeg zijn oorbeschermkap maar toch klaagde hij dat hij verschrikkelijk pijn aan zijn linker oor had. (…)

De huis arts (…) verwees hem naar een oorspecialist welke hij op maandag 28 januari 2008 bezocht.

Gedurende een gesprek met de heer [eiser] op maandag 28 januari 2008 verklaarde hij dat de oorspecialist hem een oorbeschermer voorgeschreven had en hem verzocht heeft een psycholoog te bezoeken.

De heer [eiser] gaf ook te kennen dat hij verschrikkelijk geschrokken was en dat de bij dit incident opgedane ervaring een trauma voor hem geworden is. (…)

Inverband met bovenvermeld verzoek ik u om de heer [eiser] een professionele hulp te bieden waarbij hij ondersteund en begeleid zal worden door de afdeling Bedrijfs Maatschappelijk Werkers.

In een ongevallen onderzoekrapport van 29 januari 2008 staat, onder meer, het bedrijfsongeval beschreven, alsmede het feit dat [eiser] na het ongeval klaagde van pijn aan één oor.

In een e-mail van 31 januari 2008 van de toenmalig waarnemend President Directeur aan [eiser] staat, voor zover relevant:

Wij vinden het uiteraard zeer erg dat U een dergelijk bedrijfsongeval heeft moeten meemaken en wij informeren U hierbij dat wij zeker alles op alles zullen zetten om U bij te staan. Het is voor mij hierbij belangrijk dat U weet dat wij met U meeleven. (…)

Verder volgt uit de e-mail dat [eiser] naar aanleiding van het bedrijfsongeval persoonlijke gesprekken heeft gehad met de President Directeur en de Directeur Productie en dat bedrijfsmaatschappelijk werk is ingeschakeld om [eiser] verder bij te staan.

Na een periode van volledige arbeidsongeschiktheid heeft [eiser] een aantal maanden administratieve werkzaamheden bij Aqualectra uitgevoerd.

In een interne memo van 9 juni 2009 van de bedrijfsmaatschappelijk werker aan de Manager HRM staat, voor zover relevant:

Conclusie

De heer [eiser] heeft op 25 januari 2008 een bedrijfsongeval gehad. Het ging om een explosie. Hij werd vrijwel direct door zijn huisarts onder psychiatrische begeleiding gesteld.

Nadat hij uitbehandeld was, gaf hij aan nog niet van zijn angsten af te zijn, waarna hij door de bedrijfsadviseurs naar de psycholoog drs. R. Stuart werd verwezen. In de tussentijd had diverse werkplek onderzoeken plaats gevonden waaruit bleek dat er geen sprake was van onveilige situaties. Desondanks werd betrokkene tijdelijk administratief werk aangeboden, als assistent van zijn chef. Het ging om een tijdelijke plaatsing.

Nu het zover is dat betrokkene door zijn specialisten genezen werd verklaard en de tijd aangebroken is om gere-integreerd te worden zegt hij niet mee te willen werken aan de door dokter Braam voorgestelde werkplekonderzoek.

Volgens dr. Braam is het niet acceptabel dat betrokkene zijn eigen re-integratie in de weg staat. Betrokkene heeft tijdens een gesprek op 1 juni 2009 verklaard niet meer geïnteresseerd te zijn in zijn oude werkzaamheden als Operator. Hij wenst een andere functie binnen de bedrijf te bekleden, iets in de administratieve richting daar hij naar zijn eigen zeggen diverse diploma’s waaronder ‘middle management’, heeft behaald. (…)

Concluderend kan worden gesteld dat de heer [eiser] niet meer als Operator wenst te werken, met als gevolg dat het begeleidingstraject met dit doel voor ogen te vergeefs is geweest en nu met dit rapport afgerond is.

Advies

Ik stel hierbij voor dat mevrouw [hr- medewerker] dit geval in behandeling neemt, om zodoende de mogelijkheid voor een passende functie in de richting die de heer

[eiser] wenst binnen Aqualectra te onderzoeken.

In een e-mail van 31 augustus 2009 van HR-medewerker, [HR- medewerker], aan de bedrijfsmaatschappelijk werker staat, voor zover relevant:

Naar aanleiding van jou rapport waar je het geval van de heer [eiser] doorverwijst naar HRM-consulent, hebben de heer [mederwerker 1] en ik samen met de heren [medewerker 2] en [medewerker 3]na een gesprek met hem gevoerd. Tijdens het gesprek hebben wij hem duidelijk uitgelegd dat wij geen passend werk en noch andere functies voor hem hebben. Op dit moment hebben wij alleen de Operator functie.

De heer [eiser] geeft aan dat hij nog niet klaar is om zijn functie van Operator uit te oefenen, hij is nog onder behandeling van psychiater Matroos, omdat hij nog angstaanvallen heeft. Daarnaast geeft hij aan dat hij nog steeds last heeft van een ruis in zijn oor. In de maand mei 2009 heeft hij een gehoortest ondergaan bij Dr. Maria met als resultaat dat zijn gehoor achteruit is gegaan.

In een memo van 29 september 2009 van bedrijfsarts, dr. E.D. Braam, staat, voor zover relevant:

Dat betrokkene fysiek in staat is om zijn werkzaamheden als Operator zonder beperkingen uit te kunnen voeren.

Dat betrokkenen mentaal in staat is om zijn werkzaamheden van Operator zonder beperkingen uit te kunnen voeren.

Dat betrokkenen derhalve zo snel mogelijk als Operator te werk dient te worden gesteld. Datum van tewerkstelling, dient na overleg met betrokkene te worden vastgesteld. Aanbevolen is om hem uiterlijk op vrijdag 2 oktober 2009 met zijn werkzaamheden te laten starten.

Op 2 oktober 2009 is [eiser] weer als Operator aan het werk gegaan.

In een e-mail van 28 oktober 2009 van de bedrijfsmaatschappelijk werker aan een aantal management en HR-leden van Aqualectra staat, voor zover relevant:

Op verzoek van de heer [eiser] heeft vandaag 28 oktober 2009, een gesprek te USBZ waaraan zowel dr. Braam, dr. Mourillon, de heer [eiser] en ik hebben deelgenomen, plaatsgevonden.

Dr. Braam heeft de heer [eiser] duidelijk ingelicht over zijn advies om hem in zijn oude functie re-integreren.

De heer [eiser] is volgens dr. Braam en dr. Mourillon zowel fysiek als psychisch in staat zijn werkzaamheden als Operator uit te voeren.

Het advies van dr. Braam bij rapport 29 september 2009 waarin hij duidelijk stelt dat de heer [eiser] zo snel mogelijk zijn functie van Operator dient te hervatten blijft gehandhaafd.

Op 1 oktober 2013 is [eiser] benoemd tot Plant Inspector op de afdeling Powerplants.

In 2022 heeft [eiser] Aqualectra aansprakelijk gesteld voor schade. Naar aanleiding daarvan heeft de bedrijfsjurist van Aqualectra aan de maatschappelijk werker op 16 mei 2022 een e-mail gestuurd waarin, voor zover relevant, staat:

Aan de hand van de door mij bestudeerde stukken (…) kan ik niet afleiden dat de heer [eiser] in aanmerking komt voor enige schadevergoeding.

Weliswaar was sprake van een arbeidsongeval, maar uit de stukken blijkt dat de heer [eiser] inmiddels volledig genezen is verklaard. (…)

Bij gebrek aan meer of andere informatie, kan ik niet anders dan concluderen dat aan de heer [eiser] geen schadevergoeding toekomt.

In een brief van 6 juni 2022 van KNO-arts, dr. L. Berenos-Riley, staat, voor zover relevant:

Anamnese

AD fluit, mogelijk ook L maar weet dat niet zeker. Begonnen na ongeluk in 2008 op het werk waarbij een machine is ontploft.

Diagnose

Tinnitus AD > AS bij normale gehoordrempels

In een brief van 15 juni 2022 van de huisarts staat, voor zover relevant:

Dhr. [eiser] heeft na een bedrijfsongeval dd 25-01-2008 door explosie van machines op zijn werkplek (Aqualectra) last van tinnitus of oorzuizen bdz, Tot de dag van vandaag dezelfde klachten.

In een brief van 10 november 2022 van KNO-arts, dr. Stoker, staat, voor zover relevant:

Anamnese

Sinds 25-1-2008 piep in het oor, ontstaan na tourboatcharter explosie. Bdz maar rechter erger dan links.

Houdt toch veel last, wil eens een second opinion.

Het klinkt als een continue piep. Enkele keer wat bonzend. Ligt er wakker van.

Aanvullend onderzoek

Tinnitus links en recht aanwezig op 30 db, 1800 Hz

Conclusie

Tinnitus met ernstig leiden

Op 8 augustus 2023 is [eiser] op [leeftijd]-jarige leeftijd met (vervroegd) pensioen gegaan conform de bij Aqualectra geldende (vroeg)pensioenregeling.

3. De vordering en de standpunten van partijen

eiser] vordert – samengevat – dat het gerecht:

1. verklaart voor recht dat Aqualectra jegens [eiser] aansprakelijk is voor de door Aqualectra geleden en nog te lijden schade als gevolg van het bedrijfsongeval;

2. verklaart voor recht dat Aqualectra jegens [eiser] aansprakelijk is voor de door Aqualectra geleden en nog te lijden schade als gevolg van de werkomstandigheden van [eiser] van Aqualectra;

3. verklaart voor recht dat Aqualectra jegens [eiser] aansprakelijk is voor de door Aqualectra geleden en nog te lijden schade als gevolg van het handelen en nalaten van Aqualectra na het bedrijfsongeval en aangaande de werkomstandigheden in de daaropvolgende jaren;

4. Aqualectra veroordeelt tot vergoeding van de door [eiser] geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen,

5. bepaalt dat de wettelijke rente over de onder 1., 2. en 3. bedoelde schade verschuldigd is vanaf de datum van indiening van he verzoekschrift tot aan de dat van volledige betaling; en

6. Aqualectra veroordeelt in de kosten van de procedure, inclusief nakosten en wettelijke rente.

Aqualectra heeft de vordering betwist. Op de stelling en verweren van partijen wordt hierna, voor zover relevant, ingegaan.

4. De beoordeling

Deze zaak gaat in de kern om de vraag of Aqualectra als voormalig werkgever aansprakelijk is voor schade die [eiser] stelt te hebben geleden (I) als gevolg van het bedrijfsongeval en (II) tijdens zijn werkzaamheden na het bedrijfsongeval.

I. Schade als gevolg van het bedrijfsongeval

Het meest verstrekkende verweer van Aqualectra is dat de vordering van [eiser] is verjaard, in ieder geval voor zover deze ziet op de schade die [eiser] stelt te hebben geleden als gevolg van het bedrijfsongeval.

Het gerecht overweegt met betrekking tot het beroep op verjaring als volgt.

Ingevolge artikel 3:310 lid 1 BW verjaart een vordering tot vergoeding van schade door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden.

Vast staat dat [eiser] op 25 januari 2008 betrokken is geweest bij een bedrijfsongeval. [eiser] heeft Aqualectra echter pas in 2022 aansprakelijk gesteld voor schade die hij stelt te hebben geleden als gevolg daarvan. Dit is ruim na de verjaringstermijn van vijf jaar van artikel 3:310 lid 1 BW.

Volgens [eiser] geldt echter een verjaringstermijn van 20 jaar, omdat hij in 2008 nog niet bekend was met de omvang en de permanente aard van de schade. Het gerecht overweegt hierover dat, voor het lopen van de verjaringstermijn, niet is vereist dat er bekendheid is van alle componenten of met de gehele omvang van de schade. Voldoende is dat de benadeelde bekend is geworden met de schade die hij heeft geleden of lijdt als gevolg daarvan. Die bekendheid stelt de benadeelde immers in staat om een vordering tot schadevergoeding in te dienen. Uit alle stukken (zowel die uit het verleden als meer recent) volgt dat direct na het bedrijfsongeval al sprake was van gehoorklachten en dat [eiser] daarmee bekend was. Zo is [eiser] eind januari 2008 al bij een oorspecialist geweest en heeft hij in mei 2009 een gehoortest ondergaan naar aanleiding van een ruis in zijn oor bij de KNO-arts, die constateerde dat zijn gehoor achteruit was gegaan. In recente medische stukken uit 2022 staat ook dat [eiser] al sinds het bedrijfsongeval last heeft van tinnitus of oorsuizen en ‘tot de dag van vandaag dezelfde klachten’ heeft. [eiser] was dus al in 2008 bekend met schade en in staat een vordering tot schadevergoeding in te stellen.

Dat het beroep van Aqualectra op de verjaringstermijn van vijf jaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, zoals [eiser] stelt, volgt het gerecht niet. De vergelijking met het asbest-arrest, waarnaar [eiser] verwijst (en waarbij de schade pas was ingetreden nadat de objectieve verjaringstermijn was verstreken), gaat niet op en er zijn geen andere bijzondere omstandigheden naar voren gebracht die het beroep op verjaring na vijf jaar onaanvaardbaar maken. Ook is niet gebleken van onderhandelingen of toezeggingen, zoals [eiser] stelt, waaruit hij mocht afleiden dat ‘het in orde’ zou komen of die de verjaring hebben gestuit. In tegendeel, uit de e-mail van 16 mei 2022 van de bedrijfsjurist (na de aansprakelijkheidsstelling door [eiser]) blijkt dat aansprakelijkheid wordt betwist en dat bij HR niet bekend was dat [eiser] (nog) klachten had.

Het voorgaande brengt mee dat de vordering tot schadevergoeding – hoe vervelend de herinnering aan het bedrijfsongeval en de gehoorklachten voor [eiser] ook zijn – als gevolg van het bedrijfsongeval is verjaard. Alle verwijten die [eiser] Aqualectra maakt ter zake het (ontstaan van het) bedrijfsgeval kunnen daarom onbesproken blijven.

II. Schade na het bedrijfsongeval

Met betrekking tot de aansprakelijkheid voor schade ontstaan na het bedrijfsongeval is het gerecht van oordeel dat [eiser] onvoldoende heeft onderbouwd dat hij, als gevolg van het handelen en nalaten van Aqualectra dan wel de werkomstandigheden na het bedrijfsongeval, schade heeft geleden. Het gerecht zal dit uitleggen.

Handelen en nalaten Aqualectra

Volgens [eiser] heeft Aqualectra niet als goed werkgever en onzorgvuldig gehandeld door geen blijk te geven van menselijke waardering en oprechte erkenning richting [eiser] na het bedrijfsongeval. Het gerecht volgt hierin niet. Voor zover al schade zou zijn ontstaan als gevolg van de verwijten die [eiser] Aqualectra hier maakt, zijn de verwijten niet komen vast te staan. Uit de correspondentie blijkt dat Aqualectra onderzoek heeft gedaan naar het bedrijfsongeval en begaan is geweest met de heer [eiser]. Zo heeft [eiser] meerdere persoonlijke gesprekken gevoerd met het (hogere) management en heeft hij een maatschappelijk werker toegewezen gekregen, die hem na het bedrijfsongeval heeft begeleid, net als de bedrijfsarts. Nadat hij eerst, na een periode van volledige arbeidsongeschiktheid, een aantal maanden administratieve werkzaamheden heeft verricht, kwam na een tweetal werkplekonderzoeken echter het advies van twee bedrijfsartsen (dr. Mourillon en dr. Braam) dat [eiser] (bijna twee jaar na het ongeval) zowel fysiek als mentaal weer in staat was zijn eigen functie als Operator te vervullen. Vervolgens is door HR op verzoek van [eiser] nog onderzocht of er toch niet een andere passende (kantoor)functie voor hem was, maar dat bleek niet het geval. Dat [eiser] vervolgens – tegen zijn zin – zijn werk als Operator heeft hervat, kan dan ook niet als onzorgvuldig worden aangemerkt. Het enkel niet meer willen uitvoeren van een functie (en in dit geval het ambiëren van een kantoorbaan) brengt geen verplichting voor de werkgever mee om een passende functie aan te bieden. Er ligt ook geen advies van een

(KNO-)arts, waaruit volgt dat het werken als Operator gelet op de klachten van [eiser] niet passend was.

Werkomstandigheden

Ook is niet komen vast te staan dat de werkomstandigheden na het bedrijfsongeval zodanig waren, dat [eiser] daardoor schade heeft geleden of dat de reeds bestaande schade groter is geworden. Volgens [eiser] is hij na het hervatten van zijn werkzaamheden als Operator jarenlang blootgesteld aan luide omgevingen, hetgeen gehoorschade heeft veroorzaakt of verergerd. Dat de geboden gehoorbescherming onvoldoende was, heeft [eiser] echter onvoldoende onderbouwd in het licht van de gemotiveerde betwisting van Aqualectra. Aqualectra heeft verwezen naar het memo van 28 januari 2008 waarin expliciet staat dat [eiser] zijn oorbeschermkap droeg ten tijde van het ongeval. In het memo staat ook dat [eiser] de oorspecialist had bezocht en deze een oorbeschermer had voorgeschreven. Meer in het algemeen heeft Aqualectra naar voren gebracht dat zij altijd gehoorbeschermers (oorkappen en oordopjes) aan het personeel in de machinekamers ter beschikking heeft gesteld. In 2003 werden op maat gemaakte oordopjes (otoplastieken) geïntroduceerd en sinds 2015 is er een project gestart met speciale gehoorbescherming en gehoortesten, welke testen ook [eiser] (laatstelijk in 2022) heeft ondergaan. Uit de stukken blijkt verder dat [eiser] in 2016 is uitgenodigd bij een speciaal bedrijf om een mal te laten maken van zijn oor voor het maken van oorfilters.

De conclusie is dat niet is komen vast te staan als gevolg van welk handelen en nalaten van Aqualectra, dan wel als gevolg van welke werkomstandigheden na het bedrijfsongeval [eiser] schade heeft geleden, zodat de vorderingen met betrekking tot de periode na het bedrijfsongeval ook voor afwijzing gereed liggen.

Aqualectra heeft in dit verband nog aangevoerd dat [eiser] na 2009 nooit heeft geklaagd. Niet over de werkomstandigheden en niet over zijn gehoorklachten of een verergerging daarvan. Hij heeft in 2013 promotie gemaakt en is vervolgens tot 2023 bij Aqualectra aan het werk gebleven. Door niet te klagen is Aqualectra de kans ontnomen eventuele maatregelen te nemen om de schade te beperken of een claim bij haar verzekeraar in te dienen, aldus Aqualectra.

Op de vraag ter zitting van de rechter aan [eiser] waarom hij na 2009 niet, al dan niet door tussenkomst van de vakbond of een advocaat, heeft geklaagd over (erger wordende) gehoorschade, heeft [eiser] verklaard dat hij een gezin had, inkomen nodig had en dat hij geen geld had voor een advocaat. Ook heeft hij aangegeven dat hij hoopte dat het vanzelf beter zou worden. [eiser] heeft verder naar voren gebracht dat hij niet durfde te klagen, omdat mensen die klaagden door de directie werden tegengewerkt. Dit volgt echter niet uit de documentatie over de contacten die [eiser] in de periode na het bedrijfsongeval met de directie heeft gehad. Zo heeft [eiser] kort na het bedrijfsongeval in 2008 persoonlijke gesprekken gevoerd met de Directeur Productie en de President Directeur. In november 2009 heeft hij wederom, na daar zelf om te hebben gevraagd, een persoonlijk gesprek gehad met de President Directeur, met het verzoek hem niet de functie van Operator te laten hervatten. Hierop heeft de President Directeur de HR-manager om een update van de situatie van [eiser] gevraagd. Ook heeft [eiser] gesprekken gevoerd met de voorzitter van de vakbond over de hervatting van zijn werkzaamheden als Operator, die weer contact heef opgenomen met de Senior Inspector HSE om in aanwezigheid van [eiser] een veiligheidsrondgang op de werkvloer te doen, alvorens werd besloten dat [eiser] zijn werk als Operator kon hervatten. Hieruit volgt dat [eiser] in de periode na het bedrijfsongeval niet schroomde contact te zoeken met de directie en de vakbond om zaken binnen Aqualectra, waar hij zich niet in kon vinden, aan te kaarten. Bovendien blijkt dat er naar aanleiding van die contacten ook daadwerkelijk actie werd ondernomen door Aqualectra. Dat die actie niet heeft geleid tot het door [eiser] gewenste resultaat (het niet langer hoeven werken als Operator), doet daar niet aan af.

De slotsom luidt dat de vorderingen van [eiser] zullen worden afgewezen.

Het gerecht zal de proceskosten tussen partijen – gelet op de aard van zaak – compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

5. De beslissing

Het gerecht:

wijst de vorderingen af;

bepaalt dat de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman, rechter, bijgestaan door O. Ospino, griffier, en in het openbaar uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Woerdman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand