GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202500319
Vonnis in kort geding van 21 februari 2025
in de zaak van
1.[eiser 1],
2. [eiser 2],
beiden wonende in Curaçao,
eisers,
hierna: [eiser c.s.],
tegen
1. MADURO & CURIEL’S BANK N.V.,
2. NOTARISKANTOOR NAALDIJK,
3. CARMEN VILLANUEVA,
hierna: MCB,
gemachtigden: mrs. R.F. Van den Heuvel en mr. T.M. Narvaez-Gaffar,
hierna: Naaldijk,
procederend bij mr. I.W.R. Naaldijk,
hierna: deurwaarder Villanueva,
procederend in persoon,
alle gevestigd, respectievelijk wonend in Curaçao, gedaagden.
1. Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift in kort geding van 30 januari 2025, met producties,
de akte overlegging producties van MCB van 17 februari 2025,
de mondelinge behandeling van 18 februari 2025, waarbij [eiser c.s.] niet zijn verschenen,
de door MCB overgelegde pleitnotities.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2. Waar gaat de zaak over?
[eiser c.s.] verzetten zich tegen de ontruiming van hun in opdracht van geveilde woning.
3. De feiten
eiser c.s.] en hun vennootschappen Royal Cam N.V., Camcur (Freezone) B.V. en/of Cambrasa N.V. zijn verschillende leningen aangegaan bij MCB waarvoor zij meerdere zekerheden hebben verstrekt, onder meer het recht van eerste, tweede en derde hypotheek op een perceel grond gelegen in het tweede district van Curaçao te “[wijk]” bekend als kavel nummer [nummer], ter grootte van 1.240 m2 , nader omschreven in meetbrief nummer [meetbrief nr] van 17 november 1987 met het daarop gebouwde plaatselijk bekend als [adres] (hierna: de woning).
In 2015 zijn betalingsproblemen ontstaan de hebben geleid tot de uitwinning door MCB in 2017 van een van de verstrekte zekerheden (toenmalig woonhuis van [eiser c.s.] in [wijk]).
Ondanks de herstructurering van de verschillende leningen en verlaging van de maandelijkse aflossingsverplichting en rentebetalingen zijn er opnieuw achterstanden ontstaan en is aan [eiser c.s.] en hun vennootschappen de lening opgezegd en aangezegd dat bij uitblijven van betaling over zou worden gegaan tot openbare veiling van de woning.
Op 27 maart 2024 heeft Naaldijk aan [eiser c.s.] geschreven dat hij van MCB opdracht heeft gekregen om tot veiling van de woning over te gaan.
Op 12 december 2024 bedroeg de openstaande schuld van [eiser c.s.] en hun vennootschappen aan MCB NAf 468.874,73.
In een openbare verkoop op 13 december 2024 is ten overstaan van Naaldwijk de woning verkocht aan [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]). De woning is voor NAf 497.000 verkocht bij een getaxeerde vrije verkoopwaarde van NAf 485.000.
Op 23 januari 2025 is aan [eiser c.s.] een notariële akte betekend waarin staat dat de woning aan [betrokkene 1] is verkocht en is aan [eiser c.s.] de ontruiming aangezegd, waarbij een termijn van vijf dagen (tot 30 januari 2025) is gegeven om tot ontruiming over te gaan.
De woning is op 30 en 31 januari 2025 ontruimd.
4. De vordering
[eiser c.s.] verzoeken de verkoop van de woning nietig te verklaren danwel te vernietigen.
5. De beoordeling
MCB heeft terecht aangevoerd dat in kort geding geen declaratoir (een vonnis waarbij een rechtsverhouding definitief wordt vastgesteld) of constitutief vonnis (een vonnis waarbij een bepaalde rechtstoestand wordt gewijzigd) kan worden gegeven. Het gerecht zal de vordering voornamelijk lezen in de zin dat [eiser c.s.] zich verzetten tegen de aangezegde ontruiming.
eiser c.s.] hebben aangevoerd dat de verkoop van de woning in strijd is met de wet, omdat alle hypotheken zijn vervallen op 1 oktober 2010 toen Curaçao onafhankelijk werd. Daarnaast hebben ze aangevoerd dat in strijd wordt gehandeld met de grondwet en het strafrecht, omdat er dwang op hen wordt uitgeoefend om tot ontruiming over te gaan.
MCB is in beginsel gerechtigd tot uitwinning van haar zekerheden, waaronder haar hypotheekrecht op de woning. Dat hypotheekrecht is niet komen te vervallen toen Curaçao in 2010 onafhankelijk werd.
MCB heeft het recht van parate executie en is in dat kader overgegaan tot een openbare veiling van de woning. De openbare veiling heeft inmiddels onder leiding van Naaldwijk plaatsgevonden en de woning is gegund aan [betrokkene 1]. Er is niet gesteld of gebleken dat de voorgeschreven formaliteiten niet in acht zijn genomen. Nu de woning aan een derde is verkocht verblijven [eiser c.s.] daar zonder recht of titel en moeten zij de woning ontruimen. De termijn die hen is gegund is niet onredelijk nu zij al gedurende langere tijd op de hoogte waren dat zij de woning moesten verlaten.
Ter zitting is gebleken dat die ontruiming inmiddels heeft plaatsgevonden. Ten aanzien van de ontruiming die heeft plaatsgevonden met medewerking van deurwaarder Villanueva hebben [eiser c.s.] niet anders naar voren gebracht dan dat alle gerechtsdeurwaarders fraudeurs zijn, maar dit is door hen niet nader onderbouwd. Dat dwang is uitgeoefend om de woning te verlaten, zoals door [eiser c.s.] is gesteld, is geen dwang in de strafrechtelijke zin, omdat er daarbij wederrechtelijk (in strijd met het recht) moet zijn gehandeld en daarvan is geen sprake, omdat er in overeenstemming met de desbetreffende wetgeving is gehandeld.
De vorderingen van [eiser c.s.] worden afgewezen. Omdat [eiser c.s.] in het ongelijk worden gesteld, worden zij veroordeeld in de proceskosten, zoals vermeld in het dictum.
De proceskostenveroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als partijen in beroep gaan tegen deze beslissing.
6. De beslissing
Het gerecht, in kort geding:
wijst de vorderingen af,
veroordeelt [eiser c.s.] in de proceskosten van MCB, Naaldijk en deurwaarder Villanueva. De proceskosten van MCB worden vastgesteld op NAf 1.000 voor gemachtigdensalaris en vermeerderd met NAf 250 aan nakosten zonder betekening, verhoogd met NAf 150 in geval van betekening. De proceskosten van Naaldijk en deurwaarder Villanueva worden vastgesteld op nihil,
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. I. Tubben, rechter, bijgestaan door
mr. H. Akbuz, griffier, en in het openbaar uitgesproken.