Zaaknummer: CUR202500430
Vonnis in kort geding van 28 maart 2025
in de zaak van
[eiseres]
wonende in [woonplaats] ([land 1]),
eiseres,
hierna: [eiseres],gemachtigden: mrs. S.H. Barten en mr. A.M. van Spaandonk,
tegen
1. THE SOLID FUND PRIVATE FOUNDATION,
2. SOLID HOLDING N.V.,
3. PRIVATE EQUITY SERVICES (CURACAO) N.V.,
hierna: SFPF,
hierna: Solid,
hierna: PES,
alle gevestigd te Curaçao,
gedaagden,
hierna 1. en 2. gezamenlijk ook te noemen: Solid c.s.
gemachtigden voor gedaagden 1 en 2: mr. W. Princée en mr. J.M.K.P. Cornegoor,
PES is niet verschenen.
1. Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift van 6 februari 2025, met producties,
het verweerschrift van Solid c.s. van 21 februari 2025, met producties,
de nagekomen producties 44 tot en met 55 van [eiseres] van 21 februari 2025,
de nagekomen productie 56 van de zijde van [eiseres] van 21 februari 2025,
de nagekomen productie 57 van [eiseres] van 24 februari 2025,
de akte wijziging van eis van [eiseres] van 24 februari 2025,
de producties 12 en 13 van Solid c.s. van 24 februari 2025,
de mondelinge behandeling van 24 februari 2025,
de pleitnotities.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2. Waar gaat de zaak over?
[eiseres] wil een verbod voor Solid en SFPF om te beschikken over hun bankrekeningen bij Banque Pictet & Cie (hierna: Pictet accounts). Daarnaast dient zij een exibitie-vordering in ter zake van bescheiden waaruit kort gezegd verplichtingen voortvloeien om betalingen te verrichten vanuit de Pictet accounts.
3. De feiten
Op [datum] 2015 overleed [erflater 1] (hierna: de erflater). De erflater was gehuwd met [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]) met wie hij twee dochters had: [betrokkene 2] en [eiseres]. [betrokkene 2] heeft uit een inmiddels ontbonden huwelijk vier kinderen.
De erflater heeft zijn vermogen van ongeveer USD 1 miljard ondergebracht in trusts.
De Lake Cauma Trust (LCT) staat aan het hoofd van een groep vennootschappen: zij is 100% aandeelhouder in Britannia holdings 2006 Limited (BH06) dat op haar beurt enig aandeelhouder is van Britannia National Company Insurance Company Ltd (BGNIC, inmiddels Britannia National Company Ltd. genaamd: BNC), een verzekeringsmaatschappij die net als haar moeder is gevestigd op de Kaaiman Eilanden. BGNIC/BNC hield tot 24 mei 2017 alle aandelen – 6.000 in totaal – in Solid.
Bestuurders van Solid zijn [bestuurder 1] en [bestuurder 2]. [bestuurder 2] was tot
3 december 2018 ook een bestuurder van BGNIC. PES was tot 11 december 2024 de lokale vertegenwoordiger van Solid in Curaçao.
De aandelen van Solid vertegenwoordigden een waarde van ongeveer USD 260 miljoen, (in belangrijke mate) bestaande in de waarde van de verkoopopbrengst van de aandelen Mobileye N.V. die Solid in maart 2017 heeft verkocht voor eerdergenoemd bedrag.
In de “Letter of Wishes” (LoW), van de erflater zijn bepalingen opgenomen ter zake van de wijze waarop de opbrengst van deze aandelen onder de beneficiaries moet worden verdeeld, waarna de trust diende te worden opgeheven.
De erflater beoogde dat:
- [ betrokkene 2] USD 80 miljoen zou krijgen, waarvan 10 miljoen USD in contanten en USD 70 miljoen via een trust die alleen [betrokkene 2] als begunstigde zou hebben,
- [ betrokkene 1] USD 60 miljoen zou krijgen, waarvan 10 miljoen USD in contanten en USD 50 miljoen via een trust die alleen [betrokkene 1] als begunstigde zou hebben,
- [ eiseres] USD 50 miljoen zou krijgen, waarvan 10 miljoen USD in contanten en USD 40 miljoen via een trust die alleen [eiseres] als begunstigde zou hebben (de Ypresto Trust),
- elk van de vier kinderen van [betrokkene 2] USD 10 miljoen zou krijgen, via vier trusts die alleen het desbetreffende kind als begunstigde zouden hebben,
Op 24 mei 2017 is SFPF opgericht door PES met PES en [bestuurder 2] als bestuurders en [bestuurder 1] als Protector. In haar oprichtingsakte staat als doel van het fonds:
To implement the letter of wishes concerning the estate of the late [erflater 1] date on or about 5 March 2017 […], and to do all that is connected therewith or may be conducive thereto, including:
(a) Acquiring, holding and disposing of shares in the Holding Company and exercising the voting rights and other rights attached to those shares and collecting dividends and other distributions on those shares;
(b) Making distributions to beneficiaries and entitles beneficiary owned and controlled by beneficiaries.
Aanvankelijk waren als beneficiaries van SFPF genoemd:
the lineal descendants of the late [erflater 1] […] who are alive on the date of incorporation of the Foundation, to wit […] the persons named or described in the Annex hereto.
Die Annex noemde de namen van [betrokkene 2], haar vier kinderen en [eiseres]. Bij statutenwijziging van 28 juni 2017 zijn de beneficiaries omschreven als:
The descendants of the grandparents of the late [erflater 1] and their relatives, together with the Museums
en zijn [betrokkene 1], [eiseres], [betrokkene 2] en haar vier kinderen aangesteld als “Monitoring Beneficiaries” met de nodige bevoegdheden.
Op 24 mei 2017 heeft het bestuur van Solid 600.000 aandelen in Solid uitgegeven aan SFPF; daarmee verwaterde het 100% belang van BGNIC tot minder dan 1% (de emissie).
Op 22 juni 2017 heeft Solid een lening van 15 miljoen euro verstrekt aan [betrokkene 2] (de [betrokkene 2]lening).
Op 20 juli 2017 heeft Solid 100 miljoen euro aan interim-dividend uitgekeerd, waarvan 99 miljoen euro aan SFPF en 1 miljoen aan BGNIC.
De emissie is voor BGNIC aanleiding geweest voor een enquêteverzoek, dat bij beschikking van het Gemeenschappelijk Hof van 21 januari 2022 is toegewezen. Het hof heeft voor zover hier van belang Solid op 25 januari 2022 verboden om zonder toestemming van BGNIC (i) uitkeringen te doen aan haar aandeelhouders en (ii) rechtshandelingen van enig belang te verrichten.
De statuten van SFPF zijn op 30 maart 2023 gewijzigd met als doel de vaststellingsovereenkomst tussen de beneficiaries ([betrokkene 1], [betrokkene 2], de kinderen van [betrokkene 2] en [eiseres]) van 21 februari 2023 omtrent de verdeling van de Pictet-Accounts niet alleen contractueel maar ook statutair vast te leggen.
In een beschikking van het Gemeenschappelijk Hof van 20 november 2023 heeft het hof de verzoeken van Solid tot – kort gezegd - toestemming van uitkering van het vermogen van de saldi van SFPF en Solid afgewezen.
Op 26 maart 2024 heeft de onderzoeker in voornoemde procedure bij het hof zijn onderzoeksverslag ingediend
Op 24 mei 2024 is door BGNIC een verzoek ingediend tot vaststelling van wanbeleid van Solid en bepaalde eindvoorzieningen te treffen, waaronder de vernietiging van de emissie, waarop op 29 augustus 2024 een verweerschrift is binnengekomen.
PES heeft zich op 11 december 2024 laten uitschrijven als bestuurder van SFPF.
Op 31 december 2024 is tussen Solid en SFPF enerzijds en BGNIC anderzijds een vaststellingsovereenkomst gesloten (de BGNIC settlement) waarbij onder meer de aandelen die SFPF houdt in Solid worden overgedragen aan BGNIC.
De zaak bij het hof staat op de rol van 24 maart 2025 voor akte uitlating over een bereikte regeling of verder procederen.
Het belangrijkste vermogensbestanddeel van Solid bestaat uit een Pictet account met een saldo van USD 144.000.000 in januari 2025. Het belangrijkste actief van SFPF bestaat uit een account bij Pictet met een saldo van ongeveer USD 99.000.000.
Tussen [betrokkene 1], [betrokkene 2] enerzijds en de trustees anderzijds is een vaststellingsovereenkomst gesloten met betrekking tot de in de Kaaiman-eilanden gevoerde procedure (De Kaaiman-VSO).
4. De vordering
eiseres] verzoekt na wijziging van eis om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
1. ieder van gedaagden te veroordelen tot het binnen 7 kalenderdagen na het wijzen van vonnis overleggen van de volgende bescheiden (de Bescheiden):
a. kopieën van overeenkomsten (inclusief bijlagen), gesloten tussen 1 september 2024 en de datum van het te dezen wijzen vonnis, die betrekking hebben op (i) het verplaatsen van vermogen vanuit SFPF en/of Solid en/of vanuit of binnen de truststructuur, waar LCT of haar rechtsopvolgers onderdeel van uitmaken (de Truststructuur), en (ii) overige wijzigingen van de Truststructuur, waaronder:
(*) het verrichten van betalingen of het doen van andere overboekingen vanuit de Pictet Accounts;
(**) overdracht van aandelen, eigendommen en andere vermogensrechten;
(***) benoeming, ontslag, vervanging of aftreden van functionarissen (waaronder trustees of protectors) van de Truststructuur of van nieuw op te richten persoonlijke of algemene trusts of soortgelijke entiteiten;
b. concepten van sub 1a) van deze eis genoemde overeenkomsten (inclusief bijlagen);
c. kopieën van andere documenten, waaronder overeenkomsten, correspondentie, notulen, andere aantekeningen, gespreksverslagen van (al dan niet telefonische) gesprekken, waarbij één of meer van de volgende partijen bij betrokken zijn: Solid, SFPF, BGNIC, BH06, LCT, Lopag, Admin, Cato, een of meerdere van de beneficiaries van LCT en SFPF, Burford Capital LLC, [bedrijf 1], Ypresto Trust, Scheirscher, Banque Pictet & Cie en aan deze partijen gelieerde (rechts)personen of trusts, die betrekking hebben op of verband houden met de sub 1a) van deze eis genoemde overeenkomsten (inclusief bijlagen), op (voorgenomen) verplaatsing van vermogen zoals beschreven sub 1a) van deze eis of op overige wijzigingen van de Truststructuur zoals beschreven sub 1a) van deze eis;
d. alle bestuursbesluiten van SFPF en Solid en aandeelhoudersbesluiten van Solid tussen 1 juli 2024 en de datum van het te dezen wijzen vonnis;
e. jaarrekeningen en overige documenten over de schuldenpositie van SFPF en Solid;
f. alle correspondentie die SFPF en Solid hebben gevoerd met een of meerdere begunstigde(n) van SFPF (anders dan [eiseres]) en hun vertegenwoordigers en hulppersonen,, tussen 1 juli 2024 en de datum van het te dezen wijzen vonnis, waaronder de mededeling aan [betrokkene 2] zoals beschreven in Article 3.2 van de BGNIC Settlement;
2. aan de sub 1) van deze eis gevorderde veroordeling een dwangsom te verbinden van NAf 100.000 per dag of dagdeel dat een gedaagde niet voldoet aan deze veroordeling met een maximum van NAf 5.000.000, althans een in goede justitie te bepalen dwangsom;
3. Solid en SFPF te verbieden om rechtshandelingen te verrichten en op welke wijze dan ook medewerking te verlenen aan het verplaatsen van vermogen vanuit of binnen de Truststructuur, waaronder:
a. het verrichten van betalingen of het doen van andere overboekingen vanuit een van de of beide Pictet Accounts inclusief overboekingen tussen de Pictet Accounts;
b. overdracht van aandelen, eigendommen en andere vermogensrechten; tenzij daarover unanieme overeenstemming bestaat tussen [eiseres] en de andere Beneficiaries, behoudens uitkeringen conform (de voorwaarden van) artikel 3.2 van de statuten van SFPF en behoudens advocaatkosten voor het voeren van verweer in gerechtelijke procedures met een maximum van NAf 100.000;
4. aan de veroordeling sub 3) van deze eis een dwangsom te verbinden van
NAf 40.000.000 (met een maximum van NAf 80.000.000) te verbeuren voor iedere overtreding van een gedaagde, althans een in goede justitie te bepalen dwangsom; en
5. ieder van gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de kosten van het geding, te vermeerderen met de nakosten, en deze (na)kosten te vermeerderen met de wettelijke rente.”
5. De beoordeling
Inleiding
eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat SFPF, Solid, [betrokkene 2] en [betrokkene 1] met verschillende (voormalige) trustees van door de erflater ingestelde trust een schikking hebben getroffen, die de belangen van [eiseres] als begunstigde van SFPF dreigen te schaden. Zij wil daarom enerzijds de bevriezing van het vermogen van Solid en SFPF en anderzijds informatie over de deals die zijn getroffen.
De ‘bevriezingsvordering’
SFPF en Solid hebben een vaststellingsovereenkomst gesloten met BGNIC in het kader van de bij het Gemeenschappelijk hof aanhangige enquêteprocedure (BGNIC Settlement). In die vaststellingsovereenkomst is opgenomen dat SFPF de aandelen in het kapitaal van Solid die zij met de emissie heeft verkregen voor EUR 1 terugverkoopt aan BGNIC en dat SFPF van de ontvangen dividenduitkering USD 63 miljoen restitueert aan Solid. Daarnaast is SFPF gehouden de schulden van Solid voor haar rekening te nemen. Daarmee worden de maatregelen die destijds zijn getroffen om het vermogen van Solid te beschermen: de emissie (verwatering) van aandelen van Solid en de dividenduitkering aan SFPF, grotendeels ongedaan gemaakt.
Het bestuur van Solid, respectievelijk van SFPF, is in beginsel het bevoegde orgaan tot het aangaan van een dergelijke vaststellingsovereenkomst. Met betrekking tot SFPF geldt dat volgens de statuten het bestuur alle bevoegdheden heeft die niet zijn voorbehouden aan de beneficiaries of de protector. Artikel 7.2 van de statuten van SFPF voorziet erin dat bepaalde besluiten de unanieme goedkeuring van de beneficiaries vereisen. [eiseres] heeft gesteld dat de betalingen aan Solid door SFPF en de overdracht van de aandelen aan BGNIC vallen onder ‘distributions” en daarmee onder het goedkeuringsvereiste van de beneficiaries. De beneficiaries zijn volgens [eiseres] op grond van de statuten van SFPF betrokkenen in de zin van artikel 2:7 BW, daarnaast was het bestuur van Solid c.s. op grond van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid gehouden tot het informeren van de beneficiaries over de voorgenomen vaststellingsovereenkomst en daarvoor goedkeuring te vragen.
De SFPF statuten zijn tot stand gekomen naar aanleiding van een vaststellingsovereenkomst tussen [betrokkene 2], [eiseres], SFPF en Solid. De bedoeling van die nieuwe statuten van SFPF was om te bewerkstelligen dat de LoW zou worden uitgevoerd en zij hun uitkeringen zouden ontvangen en dat de Pictet account niet in handen zouden komen van BGNIC, die de gelden zou gaan gebruiken om de litigation funder te betalen. De bepalingen moeten dan ook worden uitgelegd in het licht hiervan, aldus [eiseres].
Volgens Solid c.s. heeft artikel 7.2 het oog op betalingen die belangeloos en met begunstigingsoogmerk worden gedaan. De strekking van de bepaling is volgens Solid c.s. dat de identiteit van de beneficiaries van SFPF en de verhouding tussen de aan hen verrichten uitkeringen alleen met unanieme instemming kan worden gewijzigd, maar niet dat het bestuur goedkeuring van elke begunstigde nodig zou hebben om een vaststellingsovereenkomst aan te gaan.
Ook Solid c.s. verwijzen naar de totstandkoming van de statuten van SFPF, die het gevolg zijn van onderhandelingen tussen [betrokkene 2] en [eiseres]. Volgens Solid c.s. bestaat er geen overeenkomst die erin voorziet dat de fondsen van Solid c.s. worden aangewend om een vordering van de trustees op [betrokkene 2] en [betrokkene 1] te schikken (Cross Undertaking vordering) en heeft dit niets te maken met de Litigation Funding Agreement.
De uitleg van Solid c.s. lijkt gelet op de aanleiding voor het sluiten van de [betrokkene 2]-[eiseres] VSO en de verwerking daarvan in de statuten van SFPF aannemelijk. Daarmee is in het kader van de beperkingen van een kort geding procedure, waarmee er geen ruimte is voor uitgebreid feitenonderzoek, niet aannemelijk geworden dat het sluiten van een vaststellingsovereenkomst de goedkeuring vereist van alle beneficiaries. Dan geldt dat het aan het bestuur van Solid, respectievelijk SFPF is om de strategie te bepalen. Het bestuur heeft een inschatting gemaakt van haar kansen in genoemde procedure. Zij heeft uiteengezet welke aspecten zij daarbij heeft betrokken. Kort gezegd: verlies van de procedure bij het hof, waarbij SFPF als zodanig geen partij is maar wel betrokkene, zou ertoe kunnen leiden dat de aandelen in Solid terug moeten worden geleverd en het volledig ontvangen bedrag aan dividend (met rente) terug moet worden gestort. Onweersproken is gebleven dat dit het faillissement van SFPF zou inhouden. Daarnaast zijn de maatregelen die destijds de reden vormden tot oprichting van SFPF: de emissie van aandelen Solid aan haar en het veilig stellen van het vermogen van Solid door een dividenduitkering te doen, in haar visie niet meer goed houdbaar onder meer nu de toenmalige trustees, waartegen de beschermingsmaatregelen waren gericht, inmiddels zijn vervangen. Bovendien ontbreekt het Solid c.s. aan fondsen. Ze kan daardoor haar advocaten niet betalen om nog langer verweer te voeren in de procedure bij het hof. Last but not least, door de emissie en de dividenduitkering is feitelijk de band tussen de dochtervennootschap en de moedervennootschap grotendeels doorgesneden op initiatief van en zonder instemming van de moeder. Dat is moeilijk houdbaar.
Gelet op het vorenstaande kan op voorhand niet worden gezegd dat het bestuur in redelijkheid niet de vaststellingsovereenkomst heeft kunnen aangaan. Dat er mogelijk een en ander af te dingen valt op de inschatting door Solid van haar kansen in de enquêteprocedure, of dat er wegen zijn voor Solid en SFPF om fondsen te verwerven, zoals door [eiseres] is betoogd, mag zo zijn, maar het is niet aan de (kort geding) rechter om op de stoel van het bestuur van de betrokken rechtspersonen te gaan zitten en daarin een afweging te maken.
eiseres] heeft verder nog gesteld dat ook op grond van het feit dat de vaststellingsovereenkomst feitelijk de opheffing van SFPF met zich brengt dat haar goedkeuring diende te worden gevraagd voor de vaststellingsovereenkomst.
Volgens Solid c.s. heeft het bestuur van Solid c.s. rekening gehouden met de achterliggende belangen van de beneficiaries door onder meer door in de vaststellingsovereenkomst op te nemen dat de trustees die BH06 besturen worden vervangen, maar ook andere maatregelen te implementeren die ertoe moeten leiden dat de zorgen die hebben geleid tot de ”beschermingsmaatregelen’ worden weggenomen. Het belang van Solid en haar oorspronkelijk enig aandeelhouder BGNIC weegt in dit verband zwaarder.
Het Hof heeft in de enquêteprocedure – kort weergegeven - Solid verboden om zonder BGNIC rechtshandelingen van enig belang te verrichten, maar daarmee handelt Solid niet in strijd. De overeenkomst wordt immers met BGNIC aangegaan.
Gelet op het voorgaande zullen de vorderingen onder 3. en 4., die erop neerkomen dat [eiseres] op straffe van verbeurte van dwangsommen het vetorecht krijgt niet alleen met betrekking tot de betalingen vanaf de Pictet accounts, maar ook met betrekking tot alle rechtshandelingen van Solid c.s., worden afgewezen.
De exhibitievordering
eiseres] heeft een exhibitievordering ingesteld en deze gegrond op artikel 3:137 lid 3 BW, artikel 2:7 BW en artikel 843a RV.
Verschoningsrecht
Solid c.s. hebben een beroep gedaan op het verschoningsrecht voor zover het gaat om correspondentie die met een advocaat is gewisseld.
Voor zover de exhibitievordering ziet op dergelijke informatie geldt dat Solid c.s. zich op de vertrouwelijkheid van de met de advocaat of notaris uitgewisselde informatie kan beroepen. Ook notulen en schriftelijk vastgelegde bestuursbesluiten kunnen met de advocaat of notaris in zijn hoedanigheid uitgewisselde informatie bevatten, waarvan de raadpleging of verstrekking niet kan geschieden zonder dat geopenbaard wordt wat, gelet op de vertrouwenssfeer tussen de rechtspersoon en zijn advocaat of notaris, verborgen dient te blijven.
Als er al een veroordeling wordt uitgesproken met betrekking tot de exihibitievordering geldt dat de bescheiden die onder het (afgeleid) verschoningsrecht vallen, zijn uitgezonderd.
Artikel 3:137 BW
Artikel 3:137 BW ziet onder meer op het afleggen van het rekening en verantwoording door de trustee over zijn bestuur van het trustvermogen aan de beneficiaries. Dit artikel is niet van toepassing op de rechtspersoon stichting particulier fonds. Bovendien is rekening en verantwoording afleggen van een andere orde dan het overleggen van allerlei bescheiden, zoals thans wordt gevorderd. Dit artikel kan niet als grondslag dienen voor toewijzing.
Artikel 2:7 BW
Zo er al een informatierecht voor [eiseres] zou bestaan onder de gestelde omstandigheden geldt dat [eiseres] op een redelijke wijze van haar toekomende bevoegdheden gebruik dient te maken. Dat vloeit ook voort uit het bepaalde in artikel 2:8 BW. Het tot in detail uitvragen van informatie valt daar, zonder nadere onderbouwing van een concreet belang, niet onder. Zie hierna ook rov. 5.16 e.v.
Artikel 843a RV
Artikel 843a Rv kent vier cumulatieve vereisten voor toewijzing:
( i) de partij van wie bescheiden gevorderd wordt moet over die bescheiden kunnen beschikken;
(ii) de eisende partij moet een rechtmatig belang hebben bij de bescheiden;
(iii) de bescheiden moeten een rechtsbetrekking betreffen die de eisende partij aangaat, en
(iv) de bescheiden moeten voldoende bepaald zijn.
Ook als aan deze vereisten is voldaan kan de vordering worden afgewezen indien:
( v) een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd; of
(vi) gewichtige redenen bestaan om de gevraagde gegevens niet te verschaffen.
Artikel 843a Rv biedt niet de mogelijkheid voor het opvragen van documenten waarvan de eisende partij slechts vermoedt dat zij wel eens steun zouden kunnen geven aan haar stellingen (een "fishing expedition").
Uit rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat de partij die de exhibitievordering instelt voldoende aannemelijk moet maken dat de gestelde rechtsbetrekking bestaat. Daarbij moet een evenwicht worden gevonden tussen het belang van eiser om zijn bewijspositie te versterken en het belang van verweerder om geen vertrouwelijke informatie prijs te hoeven geven en verschoond te blijven van een ingrijpende maatregel. Rekening moet worden gehouden met de aard van het geschil en de overige omstandigheden van het geval, waaronder de omvang van de gevorderde exhibitie en mogelijkheid om het bestaan van de gestelde vordering met andere bewijsmiddelen te onderbouwen.
eiseres] heeft zich aanvankelijk op het standpunt gesteld dat het vermogen van SFPF en Solid zouden worden aangewend om een vordering van de Trustees op [betrokkene 2] en [betrokkene 1] en privé te schikken en zij daarvoor over de gevraagde bescheiden wilde beschikken. De vaststellingsovereenkomst waarbij Solid en SFPF partij zijn is inmiddels verstrekt. Voor zover het gaat om een vaststellingsovereenkomst waarbij [betrokkene 2] en [betrokkene 1] partij zijn is dat geen vordering die tegen Solid c.s. kan worden gericht, nu zij geen partij zijn bij die overeenkomst. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiseres] aangevoerd dat zij overweegt onder meer tegen BGNIC, Solid en SFPF een vordering in te stellen uit hoofde van onrechtmatige daad en een vordering tot vernietiging van het besluit van de BGNIC Settlement en ontslag van functionarissen van SFPF en Solid.
Het gerecht constateert dat [eiseres] veel wantrouwen heeft tegenover haar mede beneficiaries. Zij vermoedt dat zij door hen buiten spel wordt gezet en in haar belangen worden geschaad. Zij koppelt dat aan een vermeend onvoldoende behartiging door het bestuur van Solid respectievelijk SFPF van haar belangen. Het gerecht is van oordeel dat daarvan in het kader van dit kort geding onvoldoende is gebleken. Zij er verder niet in geslaagd daar handen en voeten te geven in haar rechtsbetrekking tot Solid c.s. Zij stelt dat zij haar rechtspositie niet kan bepalen, dat zij vrees heeft, dat zij overweegt vorderingen tegen SFPF, Solid en BIGNIC uit onrechtmatige daad en tot vernietiging van de BGNIC Settlement aan te gaan, alsmede een vordering tot ontslag van de functionarissen, maar dit is onvoldoende. De van [eiseres] te verwachten redelijkheid bij het doen van verzoeken om informatie is in dit geval ver te zoeken. Er wordt informatie opgevraagd bij partijen waarvan wordt gesteld ‘waarover zij beschikken of die zij op gemakkelijke wijze kunnen verkrijgen’. Er worden meer dan vijftien (rechts)personen genoemd waar de gevraagde informatie op ziet. Dit alles leidt ertoe dat ook de vordering op grond van art. 843a Rv niet wordt toegewezen
De beoordeling ten aanzien van de verschenen gedaagden staat ook in de weg aan de toewijzing van de vorderingen tegen de niet-verschenen PES.
Omdat [eiseres] in het ongelijk wordt gesteld, wordt zij veroordeeld in de proceskosten.
De proceskostenveroordeling in deze uitspraak gaan meteen in en kan ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof.
Dit vonnis wordt tegen alle gedaagden als op tegenspraak gewezen beschouwd.
6. De beslissing in kort geding
Het gerecht:
wijst de vorderingen af,
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van Solid c.s. van NAf 1.500 aan gemachtigdensalaris, voor PES op nihil,
verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. I. Tubben, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.