GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202302033
Vonnis van 31 maart 2025
in de zaak van
STICHTING BELANGENBEHARTIGING GEDUPEERDEN
ONLINE KANSSPELEN,
gevestigd in Curaçao,
eiseres,
hierna: de stichting,
gemachtigde: mr. R.E.F.A. Bijkerk,
tegen
1. GAMING SERVICES PROVIDER N.V.,
gevestigd in Curaçao,
hierna: GSP,gemachtigden: mrs. E. Frins en A.C. van Hoof,
2. AK GLOBAL N.V.,
gevestigd in Curaçao,
gemachtigde: mr. S.N. Zahedi,
hierna: AK,
gedaagden, gezamenlijk ook GSP c.s. genoemd.
1. Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift van 4 juli 2023
de conclusie van antwoord van GSP
de conclusie van antwoord van AK
de conclusie van repliek
de conclusie van dupliek van AK
het pleidooi op 20 september 2024 met de pleitnota’s van de stichting en AK.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2. De feiten
GSP beschikt over een door het land Curaçao verleende vergunning tot het exploiteren van wat in de Landsverordening wordt genoemd buitengaatse hazardspelen en nu bekend staat als online casino’s. GSP heeft deze vergunning in gebruik (verder ook: sub-licentie) gegeven aan AK.
AK, de sub-licentiehouder, exploiteert op haar beurt onder de vergunning van GSP het online casino CBet.gg (verder ook: het casino).
speler 1] (verder ook: de speler) heeft in januari 2023 een account geopend bij het casino. Hij heeft verschillende stortingen in Bitcoin gedaan en opnames van zijn speelwinst. Toen hij op 2 maart 2023 een opname wilde doen, werd hem door het casino meegedeeld dat deze mogelijkheid tijdelijk was geblokkeerd en dat zijn speelgedrag werd geanalyseerd. Later werd ook het online contact geblokkeerd door het casino. Het saldo op zijn account bedroeg toen 4.5108572 Bitcoin, omgerekend US$ 135.000.
Een sommatiebrief van zijn gemachtigde van 21 april 2023 heeft niet tot betaling aan de speler geleid, wel tot een reactie van GSP. Daarin wordt een betalingsverplichting betwist en het blokkeren van de account van de speler gerechtvaardigd met een beroep op een intern onderzoek waaruit blijkt van frauduleus spel, met name arbitrage betting.
Bij onderhandse akte van 1 juli 2023 heeft de speler zijn vordering op het casino overgedragen aan de stichting.
3. De vordering en de verweren
De stichting vordert de hoofdelijke veroordeling van GSP c.s. om aan haar 4.5108572 Bitcoin althans de tegenwaarde daarvan in NAf te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 maart 2023. Aan de vordering ligt ten grondslag dat het casino krachtens de overeenkomst met de speler verplicht is het saldo van zijn account uit te betalen, voor die verplichting is GSP als vergunninghouder krachtens de Landsverordening buitengaatse hazardspelen hoofdelijk aansprakelijk.
GSP c.s. voeren als verweer, kort weergegeven (1) dat de stichting
niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat de cessie door de speler van zijn vordering op het casino in de algemene voorwaarden verboden is en overigens in strijd is met de wet of algemene regels en (2) dat het casino het recht had om de account van de speler te blokkeren en hem zijn saldo te onthouden omdat hij heeft gespeeld in strijd met wat in de algemene voorwaarden, en in het algemeen bij het spelen in casino’s, verboden is omdat het geldt als frauduleus.
GSP stelt verder dat er geen gronden aangevoerd zijn waarop zij als vergunninghouder aansprakelijk zou zijn voor een vordering van een speler op het casino.
4. De beoordeling
AK heeft bij antwoord en dupliek - herhaald bij pleidooi - uitvoerig uiteengezet dat en waardoor algemene voorwaarden deel uitmaken van de overeenkomst met de speler. Zij ziet er hiermee aan voorbij dat de stichting de toepasselijkheid van enige set algemene voorwaarden niet heeft betwist en dat het er in deze procedure om gaat welke set dat is, en of díe de bedingen bevat waarop GSP c.s. zich ter afwering van de vordering beroepen.
Voor een geslaagd beroep op – bijvoorbeeld - het vervallen van de betalingsverplichting van het casino, omdat de speler een beding in de algemene voorwaarden heeft overtreden waarop deze sanctie staat, is het noodzakelijk dat de bij het sluiten van de overeenkomsten toepasselijke algemene voorwaarden in rechte worden overgelegd, met specifieke verwijzing naar het beding waaraan het casino zijn recht ontleent. Voor de toetsing van het gedrag van de speler aan andere normen dan woordelijk deel uitmaken van de overeenkomst - zoals, bijvoorbeeld, een aan maatstaven van redelijkheid en billijkheid te ontlenen norm dat niet op een bepaalde manier mag worden ingezet - is geen plaats. Alleen al niet omdat GSP c.s. geen voor deze zaak kenmerkende (maar slechts algemeen geldende) omstandigheden hebben genoemd die meebrachten dat de speler zich aan zo’n norm moest houden, bij overtreding waarvan de contractuele norm dat het casino behaalde speelwinsten moet uitbetalen niet van toepassing zou zijn.
Binnen dit algemene beoordelingskader oordeelt het Gerecht over de verschillende bedingen die GSP c.s. hebben ingeroepen als volgt.
Volgens GSP c.s. bevatten de toepasselijke algemene voorwaarden de clausule: You shall not transfer in any way your rights under this agreement, without our prior written consent (…)
AK heeft als productie 1 bij antwoord algemene voorwaarden overgelegd, maar niet aangeduid waar tussen de honderden bedingen althans alinea’s die deze algemene voorwaarden bevatten zich dit beding, door haar artikel 6 genoemd, zou bevinden. GSP c.s. hebben ook tegenover de gemotiveerde betwisting door de stichting dat de overgelegde algemene voorwaarden door de speler zijn aanvaard, díe aanvaarding niet bewezen of aangeboden te bewijzen. Voor toetsing aan een algemene regel die spelers zou verbieden een vordering op het casino aan een derde over te dragen (omdat aan het casino daardoor mogelijkheid zou worden ontnomen haar algemene verplichting na te komen om witwassen te helpen voorkomen) bestaat in het licht van hetgeen hiervoor onder 2.1 is overwogen in deze zaak geen plaats. De stichting wordt in haar vordering ontvangen.
GSP c.s. beroepen zich erop dat het de speler verboden zou zijn geweest om te spelen volgens een systeem genoemd arbitrage betting, en om meer dan een bepaald maximum in te zetten op bepaalde weddenschappen. Ook op dit punt zijn GSP c.s. ermee in gebreke gebleven, met voldoende duidelijkheid te verwijzen naar bedingen in algemene voorwaarden waarvan het vaststaat dat de speler ze heeft aanvaard, waarin deze manieren van spelen verboden zouden zijn. Dat deze speelwijzen zich niet zouden verdragen met algemene normen van fair play die ook andere casino’s zouden hanteren, die de speler kende en waaraan de speler zich had moeten houden, hebben GSP c.s. gesteld maar niet aannemelijk gemaakt en evenmin bewezen of voldoende specifiek aangeboden te bewijzen. De verwijzing naar producties 4, 5 en 6, waaruit zou moeten blijken dat de speler zich schuldig zou hebben gemaakt aan arbitrage of het overtreden van de limieten voor de inzetgrootte (als dat al verboden zou zijn), bieden niet de duidelijkheid die van GSP c.s. mocht worden verwacht. Hun kwalificatie van de speelwijzen van de speler als frauduleus althans het vermoeden van fraude oproepend, hebben GSP c.s. niet toereikend gemotiveerd, alleen al omdat zij niet hebben uitgelegd wat ‘fraude’ volgens hen betekent. Van valsheid in geschrift is in elk geval niet gebleken. Voor zover de speelwijzen van de speler al als ontoelaatbaar (want in strijd met hem bekende regels waaraan hij zich moest houden) zouden zijn te kwalificeren, oordeelt het gerecht dat GSP c.s. niet met voldoende duidelijkheid hebben verwezen naar een beding in de (volgens hen) toepasselijke algemene voorwaarden dat aan deze speelwijzen het recht van het casino zou verbinden om elke uitbetaling achterwege te laten. Wat arbitrage betting precies is en waarom het zo verwerpelijk is dat het casino er (ook zonder toepasselijk beding) deze vérgaande sanctie aan mocht verbinden, hebben GSP c.s. ook niet duidelijk gemaakt.
De wetgever heeft met Landsverordening buitengaatse hazardspelen 1993 het gokken in online casino’s (destijds servicelijndiensten) gelegaliseerd, zelfs in het belang van de Curaçaose economie gestimuleerd. Daarmee is niet langer vol te houden dat gokken in online casino’s op zedelijke en maatschappelijke gronden afkeurenswaardig zou zijn, wat de grondslag is van het verbod op rechtsvorderingen ter zake een schuld uit spel of weddenschap in artikel 7A:1807 BW. Het verbod geldt dus in deze zaak niet, als de vordering al betrekking heeft op een schuld uit spel of weddenschap. GSP kan zich althans, mede in het licht van de door artikel 6 lid 1 EVRM gegarandeerde toegang tot de rechter met een civiele vordering, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet op dit verbod beroepen.
GSP is overeenkomstig het oordeel van het Hof in een vonnis van 14 maart 2023, aansprakelijk doordat zij AK heeft ingeschakeld als hulppersoon, die vervolgens jegens de speler is tekortgeschoten in de verplichting tot betaling van het gewonnen prijzengeld.
Inmiddels heeft de Hoge Raad op 20 december 2024 in een vergelijkbare zaak (van een andere vergunninghouder en sub-licentiehouders maar met een nagenoeg gelijkluidende vergunning) het beroep van de vergunninghouder tegen het vonnis van het Hof van 14 maart 2023 verworpen. Aldus heeft de Hoge Raad bevestigd dat de vergunninghouder hoofdelijk aansprakelijk is voor een vordering van een speler tot betaling, omdat zij een jegens de spelers in acht te nemen zorgvuldigheidsnorm schendt door niet te waarborgen dat de sub-licentiehouders zich houden aan de vergunningsvoorwaarden, met name het beschikbaar stellen van prijzengeld.
Op grond van de voorgaande overwegingen wordt de vordering in hoofdsom toegewezen. De wettelijke rente is verschuldigd vanaf het verzuim; uit overweging 2.4 volgt dat dit is ingetreden op 21 april 2023. GSP c.s. zijn de in het ongelijk gestelde partij, daarom worden zij hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten van de stichting, tot de datum van deze uitspraak begroot als volgt:
oproepingskosten NAf 1.081,86, griffierecht NAf 2.430 en salaris gemachtigde NAF 6.000 (3 punten/tarief 7).
5. De beslissing
Het gerecht:
veroordeelt GSP c.s. hoofdelijk om aan de stichting te betalen 4.5108572 Bitcoin althans de tegenwaarde daarvan in NAf, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 april 2023 tot de dag van voldoening;
veroordeelt GSP c.s. hoofdelijk tot betaling van de proceskosten van de stichting, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op NAf 9.511,86;
verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af wat meer of anders is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. I. Tubben, rechter, en in het openbaar uitgesproken.