ECLI:NL:OGEAC:2026:15

ECLI:NL:OGEAC:2026:15

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak 29-01-2026
Datum publicatie 10-02-2026
Zaaknummer CUR202500167, CUR202500168, CUR202500169, CUR202500170
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

In geschil is of belanghebbende ontvankelijk is in zijn bezwaar. Het Gerecht oordeelt dat de naheffingsaanslag en boetebeschikking op de voorgeschreven wijze bekend zijn gemaakt. Het Gerecht oordeelt dat de onjuiste adressering niet aan de Inspecteur is toe te rekenen, maar het gevolg is van het niet voldoen door belanghebbende aan zijn verplichting als bedoeld in artikel 4, lid 4 van de ALL (verstrekken informatie adreswijziging). Het bezwaarschrift is buiten de termijn van twee maanden ingediend en van verschoonbare termijnoverschrijding is geen sprake.

Uitspraak

Uitspraak van 29 januari 2026

BBZ nr. CUR202500167, CUR202500168, CUR202500169, CUR202500170

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:

[Belanghebbende] , wonende te Curaçao,

belanghebbende,

gericht tegen:

DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,

de Inspecteur.

1. PROCESVERLOOP

Aan belanghebbende zijn met dagtekening 20 december 2023 voor het jaar 2018 naheffingsaanslagen loonbelasting (LB), premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ (hierna tezamen: naheffingsaanslagen) tot de volgende bedragen opgelegd: LB: NAf 4.749, AOV/AWW: NAf 20.503, AVBZ: NAf 2.555 en BVZ: NAf 17.378. Gelijktijdig met de naheffingsaanslagen zijn vergrijpboetes van 25% voor de AOV/AWW (NAf 5.125) en 12,5% voor de LB (NAf 593), AVBZ (NAf 319) en BVZ (NAf 2.172) opgelegd.

Op 24 maart 2024 heeft belanghebbende, na ontvangst op 22 maart 2024 van de aanmaning van de ontvanger (gedagtekend 11 maart 2024), bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslagen en de boetes.

Op 17 januari 2025 heeft belanghebbende beroep ingesteld wegens het niet tijdig doen van uitspraken op bezwaar. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 50.

De Inspecteur heeft op 17 september 2025 een verweerschrift ingediend.

De zitting heeft plaatsgevonden op 19 september 2025 te Willemstad. Belanghebbende is verschenen, bijgestaan door [A] (vader). Namens de Inspecteur zijn verschenen mr. [B], [C], mr. [D], en mr. [E]. Belanghebbende heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen en een afschrift daarvan overhandigd aan de wederpartij en het Gerecht.

Belanghebbende heeft na de zitting nog een nader stuk overgelegd. Het Gerecht heeft dit stuk door gestuurd aan de Inspecteur. Deze heeft daarop niet gereageerd.

Tegelijkertijd met deze zaken zijn ter zitting behandeld de beroepszaken betreffende de aanslagen inkomstenbelasting en premies 2019, die vervolgens zijn aangehouden.

2. FEITEN

Belanghebbende drijft zijn onderneming (aannemersbedrijf) in de vorm van een eenmanszaak, onder de naam [X]. De eenmanszaak is gestart per 1 januari 2017. De onderneming is met terugwerkende kracht tot 1 januari 2020 ingebracht in een BV.

X] voert bouwopdrachten uit waarbij zij zich richt op het duurdere segment, zoals het bouwen en verbouwen van villa’s en appartementen op resorts.

Bij belanghebbende is door de Stichting [Y] (hierna: [Y]) een boekenonderzoek ingesteld voor de middelen inkomstenbelasting, omzetbelasting en loonbelasting over de periode 2017 t/m 2019. De [Y] heeft op 29 augustus 2023 een rapport uitgebracht en op 4 oktober 2023 aan belanghebbende toegezonden.

Naar aanleiding van het boekenonderzoek, zijn (o.m.) de naheffingsaanslagen en de boetes opgelegd.

3. GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN

In geschil is:

I. of belanghebbende ontvankelijk is in zijn bezwaar, en zo ja;

II. of de naheffingsaanslagen en boetes tijdig zijn opgelegd, en zo ja;

III. of de Inspecteur de naheffingsaanslagen 2018 en de boetes naar een juist bedrag heeft vastgesteld.

Belanghebbende stelt dat zijn bezwaar ontvankelijk is, omdat hij eerst op 22 maart 2024 kennis heeft genomen van de naheffingsaanslagen door ontvangst van een aanmaning van de ontvanger (dagtekening 11 maart 2024). Volgens belanghebbende zijn de naheffingsaanslagen niet (tijdig) op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt, zodat de bezwaartermijn eerst op 22 maart 2024 is aangevangen. Om dezelfde reden is belanghebbende van mening dat de naheffingsaanslagen en de boetes na de vijfjaarstermijn van artikel 17, lid 1 van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (hierna: ALL) en dus te laat zijn opgelegd, waardoor ze dienen te worden vernietigd. Voor het overige stelt belanghebbende zich op het standpunt dat de door de controlemedewerker aangebrachte correcties ten onrechte zijn toegepast. De door hem ingeschakelde personen kwalificeren volgens belanghebbende als onderaannemers en niet als werknemers, zodat hij geen inhoudingsplichtige is. Belanghebbende betwist voorts de opgelegde vergrijpboetes.

De Inspecteur is van mening dat het bezwaarschrift niet ontvankelijk is, aangezien belanghebbende buiten de wettelijke termijn bezwaar heeft gemaakt en er geen sprake is van verschoonbare gronden. Voorts stelt de Inspecteur dat de naheffingsaanslagen en boetes tijdig zijn opgelegd en handhaaft hij de aangebrachte correcties naar aanleiding van de bevindingen uit het controlerapport.

4. OVERWEGINGEN

I. Ontvankelijkheid beroep

Alvorens tot een beoordeling van de geschilpunten te kunnen overgaan, dient het Gerecht de ontvankelijkheid van belanghebbendes beroep te beoordelen.

Ingevolge artikel 30, lid 2, ALL dient de Inspecteur binnen negen maanden na ontvangst van het bezwaarschrift, dat is in dit geval uiterlijk 24 december 2024, uitspraak op bezwaar te doen. De Inspecteur heeft niet binnen deze termijn uitspraken op bezwaar gedaan

Voorts is er in artikel 31, lid 1, ALL bepaald dat beroep ingesteld kan worden wegens het niet tijdig doen van een uitspraak op een bezwaarschrift binnen twaalf maanden na verloop van de hiervoor vermelde periode van negen maanden, dus uiterlijk 24 december 2025.

Belanghebbende heeft op 17 januari 2025, dus tijdig beroep ingesteld tegen het niet tijdig doen van uitspraken op bezwaar. De Inspecteur heeft nog immer geen uitspraken op bezwaar gedaan. Dat betekent dat het beroep gegrond is. Uit proceseconomische overwegingen besluit het Gerecht evenwel om de zaak niet terug te wijzen en de Inspecteur op te dragen alsnog uitspraken op bezwaar te doen. De uitspraken op bezwaar kunnen immers tot niets anders leiden dan tot niet-ontvankelijkverklaring. Redengevend daarvoor is het volgende.

II. Ontvankelijkheid bezwaar

Ingevolge artikel 29, lid 1 van de ALL kan degene die bezwaar heeft tegen een belastingaanslag of tegen een voor bezwaar vatbare beschikking binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet of van de ter post bezorgde of uitgereikte beschikking een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Inspecteur.

De onderhavige naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen zijn gedagtekend op 20 december 2023. Het bezwaarschrift is op 24 maart 2024 ingediend. Dit bezwaarschrift is dus buiten de wettelijke termijn van twee maanden na dagtekening van de naheffingsaanslagen en boetes ingediend.

Belanghebbende heeft betoogd dat de naheffingsaanslagen niet op de juiste wijze zijn bekend gemaakt, zodat de bezwaartermijn later is aangevangen. Hij heeft ter zitting aangegeven dat hij de tijdige terpostbezorging niet betwist, maar volgens belanghebbende zijn de naheffingsaanslagen en de boetebeschikkingen ten onrechte verzonden naar het adres [adres 1], terwijl hij sinds januari 2018 woonachtig is aan de [adres 2]. Hij stelt dat hij de naheffingsaanslagen eerst op 22 maart 2024 heeft ontvangen door middel van een aanmaning van de ontvanger (gedagtekend 11 maart 2024).

Het Gerecht stelt voorop dat, indien een naheffingsaanslag de belanghebbende niet bereikt heeft als gevolg van een aan de Belastingdienst toe te rekenen fout, zoals een onjuiste adressering, van een rechtsgeldige bekendmaking geen sprake is en de bezwaartermijn eerst aanvangt op het moment waarop de naheffingsaanslag de belastingplichtige feitelijk bereikt (ECLI:NL:OGEAM:2019:122; ECLI:NL:OGEAC:2020:48; ECLI:NL:OGHACMB:2020:131).

Van een aan de Belastingdienst toe te rekenen fout is echter geen sprake indien de onjuiste adressering het gevolg is van het niet naleven van de verplichting van de belastingplichtige om zijn juiste woonadres tijdig aan de Inspecteur door te geven (ECLI:NL:OGEAC:2019:299; ECLI:NL:OGHACMB:2020:131).

Voor de beoordeling of de onderhavige naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen op de voorgeschreven wijze zijn bekendgemaakt, is het volgende van belang.

Artikel 4, lid 4 van de ALL stelt dat:

“Iedere belastingplichtige is verplicht de Inspecteur de gegevens omtrent diens woon- of vestigingsplaats schriftelijk te verstrekken. Bij wijziging van die plaats worden de gegevens binnen een maand na de wijziging verstrekt. Bij het niet nakomen van deze verplichting kan de belastingplichtige zich niet beroepen op een onjuiste bekendmaking van belastingaanslagen, beschikkingen danwel andere schriftelijke stukken van de functionarissen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdelen a, b, c en d.”

Vaststaat dat belanghebbende in 2017 het adres [adres 1] als woonadres heeft doorgegeven aan de Belastingdienst. Tevens staat vast dat belanghebbende in 2018 is verhuisd naar het adres [adres 2].

De Inspecteur heeft verklaard dat in het CRIB-systeem geen adreswijziging is geregistreerd vóór 24 maart 2024 en dat voor hem daarom het adres [adres 1] als het geldende adres gold.

Belanghebbende stelt dat hij zijn adreswijziging wel (meermalen) heeft doorgegeven, onder meer via zijn, bij de Belastingdienst werkzame, vader. Tegenover de betwisting door de Inspecteur heeft belanghebbende dit echter niet aannemelijk gemaakt. Hij heeft daarvoor geen enkel bewijs geleverd.

Het Gerecht oordeelt dat de onjuiste adressering niet aan de Inspecteur is toe te rekenen, maar het gevolg is van het niet voldoen door belanghebbende aan zijn verplichting als bedoeld in artikel 4, lid 4 van de ALL.

Belanghebbende heeft er nog op gewezen dat de aanslagen IB 2019 en 2022 naar respectievelijk de adressen [adres 3] en [adres 4] zijn verzonden en dat in het kader van het boekenonderzoek correspondentie is verzonden naar [adres 2], maar dat leidt het Gerecht niet tot een ander oordeel. Deze omstandigheden zijn onvoldoende om aannemelijk te achten dat belanghebbende zijn adreswijziging overeenkomstig artikel 4, lid 4, ALL aan de Belastingdienst heeft doorgegeven. Het Gerecht neemt daarbij in aanmerking dat belanghebbende een email van december 2024 van de bewoner van [adres 1] heeft overgelegd, waarin deze verklaart dat hij nog regelmatig post van de belastingdienst heeft gekregen die voor belanghebbende is bestemd. Dit ondersteunt veeleer het standpunt van de Inspecteur dat dit adres als woonadres in het CRIB geregistreerd stond.

De naheffingsaanslagen 2018 zijn derhalve op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt op 20 december 2023. Daaruit volgt dat de bezwaartermijn is aangevangen een dag na de dagtekening van het aanslagbiljet. Het bezwaarschrift van 24 maart 2024 is dan buiten de termijn van twee maanden ingediend. Van een verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn is geen sprake nu belanghebbende zelf heeft verzuimd om de juiste adresgegevens aan de Inspecteur te verstrekken. Het bezwaar is daarom niet-ontvankelijk.

Nu vraag I ontkennend dient te worden beantwoord, behoeven de vragen II en III geen beantwoording meer.

Slotsom

De slotsom is dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond is en dat het bezwaar niet ontvankelijk dient te worden verklaard.

5. PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT

Kosten beroepsfase

Ingevolge artikel 15, lid 1 van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken (LBB) worden de kosten vergoed die de belastingplichtige in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

In artikel 15, lid 2 LBB is bepaald dat de regels over de (hoogte van de) proceskostenvergoeding bij of krachtens landsbesluit worden vastgesteld. Dat is nog niet gebeurd. Het Gerecht zal daarom aansluiten bij het Besluit proceskosten bestuursrecht, PB 2001, no. 127 (vgl. GHvJ 21 juni 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:54).

In artikel 1 van dit Besluit is vermeld welke kosten voor vergoeding in aanmerking komen. Gesteld noch gebleken is dat belanghebbende daar vermelde kosten heeft gemaakt.

Griffierecht

De Inspecteur dient op grond van artikel 18, lid 5 LBB het betaalde griffierecht van NAf 50 aan belanghebbende te vergoeden.

6. DE BESLISSING

Het Gerecht:

Deze uitspraak is gegeven door mr. drs. M.M. de Werd, rechter, en uitgesproken op 29 januari 2026, in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.M. de Leeuw van Weenen.

De griffier, De rechter,

Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.

HOGER BEROEP

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)

Emancipatie Boulevard Dominico “Don” Martina 18

Willemstad

Curaçao

U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener,

b. de dagtekening,

c. waartegen u in beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:

belastinggriffie@caribjustitia.org.

Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:

- natuurlijke personen: Cg 200

- personenvennootschappen en rechtspersonen: Cg 500

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. drs. M.M. de Werd

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?