ECLI:NL:OGEAC:2026:160

ECLI:NL:OGEAC:2026:160

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak 19-08-2026
Datum publicatie 26-08-2026
Zaaknummer CUR202601872
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Ontruiming

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202601872

Vonnis in kort geding van 19 augustus 2026

in de zaak van

[eiser] in de hoedanigheid van curator van [curator], wonende in [woonplaats], eiser, gemachtigde: mr. A.M. Faria,

tegen

1. [gedaagde 1],

zonder bekende woon- of verblijfplaats, gedaagde sub 1, gemachtigde: mr. S.C. Larmonie,

en

2. [gedaagde 2],

wonende in [woonplaats], gedaagde sub 2, die niet zijn verschenen.

Partijen worden hierna ‘[eiser]’, ‘[gedaagde 1]’ en ‘[gedaagde 2]’ genoemd. De curandus wordt hierna ‘[curator]’ genoemd.

1. Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit:

het verzoekschrift van 4 juni 2026, met producties;

de akte van [gedaagde 1] van 11 augustus 2026, met een eis in reconventie, met producties;

de mondelinge behandeling van 12 augustus 2026;

de pleitnotities.

gedaagde 2] zijn niet op de zitting verschenen. Tegen hen is verstek verleend.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2. De feiten

curator] was gehuwd met [overledene] (hierna: [overledene]). [curator] en [overledene] waren gezamenlijk eigenaar van de woning gelegen aan [adres] (hierna: de woning).

gedaagde 1] is een neef van [overledene]. Hij heeft gedurende zijn jeugd bij [curator] en [overledene] gewoond.

overledene] is op [overlijdens datum] 2018 overleden. Na het overlijden van [overledene] is [curator], bij gebreke van afstammelingen en een testament, als langstlevende echtgenoot gerechtigd tot de nalatenschap van [overledene]. [curator] is sindsdien enig eigenaar van de woning.

curator] is bij beschikking van dit gerecht van 27 februari 2025 onder curatele gesteld. Daarbij is [eiser] tot curator van [curator] benoemd.

curator] verblijft thans in een verzorgingstehuis.

3. De vorderingen en de standpunten van partijen

eiser] verzoekt het gerecht om bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] te bevelen om onmiddellijk, althans binnen 24 uur, althans binnen een door het gerecht in goede justitie te bepalen termijn, de woning aan [adres] met alle spullen en personen die zich daar vanwege hen bevinden, te ontruimen en geheel leeg en vrij aan [eiser] ter beschikking te stellen door onder meer alle sleutels, afstandsbedieningen en overige toegangsmiddelen van de woning te overhandigen, met verlening van toestemming aan [eiser] om, indien [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in gebreke mochten blijven met het ontruimen van de woning, zelf de ontruiming te bewerkstelligen middels een door hem in te schakelen deurwaarder die zich desnoods zal kunnen laten bijstaan door de sterke arm;

[gedaagde 1] te verbieden om zich nog langer tegenover derden te presenteren als eigenaar, verhuurder, beheerder, vertegenwoordiger of anderszins rechthebbende ten aanzien van de woning;

[gedaagde 1] te verbieden om de woning nog langer te verhuren of aan derden in gebruik te geven, huurpenningen te innen, beheershandelingen te verrichten of zich anderszins met het gebruik, beheer of de exploitatie van de woning te bemoeien;

[gedaagde 1] te bevelen om onmiddellijk, althans binnen 24 uur, althans binnen een door het gerecht in goede justitie te bepalen termijn, aan [eiser] af te geven alle documenten, huurovereenkomsten, betalingsbewijzen, kwitanties, bankafschriften, whatsapp-correspondentie en overige stukken die betrekking hebben op de verhuur, het gebruik, het beheer en/of de exploitatie van de woning;

[gedaagde 1] te bevelen om onmiddellijk, althans binnen 24 uur, althans binnen een door het gerecht in goede justitie te bepalen termijn, aan [eiser] schriftelijke opgave te doen van de namen, contactgegevens en identiteitsgegevens van alle personen aan wie hij de woning heeft verhuurd dan wel in gebruik heeft gegeven;

[gedaagde 1] te bevelen om onmiddellijk, althans binnen 24 uur, althans binnen een door het gerecht in goede justitie te bepalen termijn, rekening en verantwoording af te leggen over alle door hem ontvangen huurpenningen, waarborgsommen en overige betalingen die verband houden met de woning;

primair [gedaagde 1] te veroordelen om, bij wijze van voorschot op schadevergoeding, althans bij wijze van voorlopige voorziening, tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen alle door hem ontvangen huurpenningen en waarborgsommen met betrekking tot de woning, althans een door het gerecht in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van ontvangst van deze bedragen, althans vanaf de datum van indiening van dit verzoekschrift, en subsidiair [gedaagde 1] te bevelen om alle reeds ontvangen huurpenningen en waarborgsommen alsmede alle nog te ontvangen huurpenningen binnen 24 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis te storten op de derdengeldenrekening van de gemachtigde van [eiser], althans op een door het gerecht in goede justitie aan te wijzen rekening, totdat in een bodemprocedure of bij nadere rechterlijke beslissing over de gerechtigdheid tot deze bedragen is beslist;

te bepalen dat [gedaagde 1] een dwangsom verbeurt van Cg 1.000 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij nalaat om aan het onder 2 tot en met 7 gevorderde te voldoen, met een maximum van Cg 250.000, althans een door het gerecht in goede justitie te bepalen dwangsom;

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen in de proceskosten, alsmede de nakosten en de wettelijke rente.

eiser] legt aan zijn vorderingen het volgende ten grondslag. [eiser] stelt dat [gedaagde 1] zonder recht of titel de woning van [curator] gebruikt, beheert en aan [gedaagde 2] verhuurt. Volgens [eiser] weigert [gedaagde 1] tot op heden om hem toegang tot de woning te verlenen en het beheer van de woning aan hem over te dragen. [eiser] stelt dat [curator] op dit moment niet over voldoende liquide middelen beschikt om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien. [eiser] wenst dan ook op korte termijn weer over de woning, die het eigendom van [curator] is, te beschikken zodat hij deze ten behoeve van [curator] kan verhuren dan wel verkopen.

gedaagde 1] is het niet eens met de vorderingen van [eiser]. [gedaagde 1] stelt dat hij de enige erfgenaam is van [curator] en derhalve na diens overlijden recht heeft op het eigendom van de woning. Hij vreest dat wanneer [eiser] het beheer over de woning krijgt, hij tot verkoop van de woning zal overgaan. Daarbij betwist [gedaagde 1] dat er op dit moment onvoldoende liquide middelen zijn om in de kosten van het levensonderhoud van [curator] te voorzien en – in het verlengde daarvan – dat verkoop van de woning noodzakelijk is. [gedaagde 1] verzoekt daarom het gerecht – in reconventie – om bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

te bepalen c.q. bevelen dat het [eiser] verboden is, althans hem nadrukkelijk te verbieden, om de woning onder welke vorm, benaming of grond(en) te mogen verkopen of anderszins te vervreemden;

de proceskosten tussen partijen te compenseren.

4. De beoordeling

In conventie

[gedaagde 1] moet de woning ontruimen

De vraag die in deze procedure centraal staat, is of [gedaagde 1] het recht heeft om de woning van [curator] te gebruiken, beheren en/of verhuren. Het gerecht is voorlopig van oordeel dat dit niet het geval is. Niet gebleken is dat [gedaagde 1] over een titel beschikt op basis waarvan hij het recht heeft om de woning te gebruiken, beheren en/of verhuren. In het testament van [curator] dat [gedaagde 1] heeft overgelegd, is hij weliswaar aangewezen als enige erfgenaam, maar op grond van artikel 4:42 BW werkt een testament pas eerst na het overlijden van de erflater. Nu [curator] nog in leven is, kan [gedaagde 1] op dit moment dan ook nog geen rechten aan het testament van [curator] ontlenen. Dit betekent dat de woning het eigendom van [curator] is en dat [gedaagde 1] op onrechtmatige wijze inbreuk maakt op dit eigendomsrecht.

eiser] heeft sinds 27 februari 2025 tot taak de (financiële) belangen van [curator] te behartigen en behoort daartoe over het vermogen, waaronder de woning, van [curator] te kunnen beschikken. Hij heeft er derhalve belang bij dat er op korte termijn een einde wordt gemaakt aan de situatie waarbij [gedaagde 1] op onrechtmatige wijze de woning van [curator] gebruikt, beheert en verhuurt. Hiermee is naar het oordeel van het gerecht reeds de spoedeisendheid van de onderhavige procedure gegeven. Dat [eiser] geen stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat [curator] op dit moment liquide middelen behoeft om in zijn zorgkosten te kunnen voorzien doet hier naar het oordeel van het gerecht niet aan af.

Het voorgaande brengt het gerecht tot het oordeel dat [gedaagde 1] de woning moet ontruimen. Hij krijgt hiervoor op grond van redelijkheid en billijkheid een termijn van twee weken. Indien [gedaagde 1] nalaat de woning binnen die termijn te ontruimen, is de deurwaarder op grond van artikel 555 Rv bevoegd om een gedwongen ontruiming uit te voeren en daarbij de sterke arm van politie en justitie in te roepen. Daarbij geeft het gerecht bij voorbaat toestemming voor de vertegenwoordiging als bedoeld in artikel 557 en 444 lid 2 Rv.

gedaagde 1] zal verder worden verboden om zich nog langer tegenover derden te presenteren als eigenaar, verhuurder, beheerder, vertegenwoordiger of anderszins rechthebbende ten aanzien van de woning en om zich nog langer met het gebruik, beheer en/of de exploitatie van de woning te bemoeien.

Nu tijdens de zitting is gebleken dat de woning op dit moment niet wordt verhuurd of in gebruik is gegeven aan derden, wordt de vordering jegens [gedaagde 2] bij een gebrek aan belang afgewezen.

[gedaagde 1] moet de huurovereenkomsten en een overzicht van de huurinkomsten afgeven

gedaagde 1] heeft, zonder daartoe gerechtigd te zijn, de woning van [curator] verhuurd en daarmee inkomsten gegenereerd. Het gerecht begrijpt dat [eiser] op dit moment niet weet over welke periodes de woning verhuurd is (geweest) en welke inkomsten daaruit zijn voortgevloeid. [eiser] heeft er in zijn hoedanigheid van curator belang bij om hier inzicht in te krijgen. Het gerecht zal daarom [gedaagde 1] bevelen om, voor de periode vanaf 27 februari 2025 tot heden, alle huurovereenkomsten en een overzicht van alle huurinkomsten aan [eiser] af te geven. [eiser] heeft onvoldoende uitgelegd waarvoor hij de andere stukken en gegevens waarvan hij afgifte vordert nodig heeft. Dit deel van de vordering wordt daarom afgewezen.

eiser] vordert verder dat [gedaagde 1] wordt veroordeeld om aan hem alle ontvangen huurpenningen en waarborgsommen te betalen, althans dat [gedaagde 1] wordt veroordeeld om deze bedragen op een derdenrekening te storten. Zoals hiervoor is overwogen, is op dit moment niet duidelijk wat de omvang van de inkomsten is die [gedaagde 1] met de verhuur van de woning heeft gegenereerd. Volgens vaste jurisprudentie is voorts ten aanzien van geldvorderingen in kort geding terughoudendheid geboden. Dit maakt dat het gerecht zowel het primair als subsidiair gevorderde afwijst.

Dwangsom

Nu [gedaagde 1] tot op heden heeft nagelaten vrijwillig zijn medewerking te verlenen aan [eiser] en ook op de zitting onvoldoende is gebleken dat [gedaagde 1] zich bereidwillig zal opstellen, ziet het gerecht aanleiding om een dwangsom op te leggen, zoals hierna onder de beslissing wordt vermeld.

In reconventie

De vordering van [gedaagde 1] wordt afgewezen

gedaagde 1] eist – samengevat – dat het gerecht [eiser] verbiedt om de woning te verkopen of anderszins te vervreemden. Het gerecht merkt in dit verband op dat op grond van artikel 1:386 jo. 1:345 BW [eiser] enkel met toestemming van het gerecht de woning van [curator] mag verkopen of vervreemden. [eiser] heeft derhalve op dit moment niet de bevoegdheid om de woning te verkopen of te vervreemden. Onder deze omstandigheden heeft [gedaagde 1] dan ook geen belang bij een dergelijk verbod. Indien [eiser] in de toekomst tot verkoop van de woning wenst over te gaan en bij het gerecht een verzoek indient om daarvoor toestemming te krijgen, kan [gedaagde 1] in die procedure zijn bezwaren tegen het verkopen van de woning kenbaar maken.

In conventie en reconventie

Proceskosten

Gelet op de aard van de zaak, waarbij sprake is van familierechtelijke betrekkingen, ziet het gerecht aanleiding om de proceskosten te compenseren. Dit betekent dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Uitvoerbaarheid bij voorraad

De veroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof.

5. De beslissing in kort geding

Het gerecht:

In conventie

veroordeelt [gedaagde 1] om de woning binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege hem bevinden en de woning met alle sleutels, afstandsbedieningen en andere toegangsmiddelen ter beschikking van [eiser] te stellen;

verstaat dat de deurwaarder, door wie de gedwongen ontruiming zal dienen te geschieden als [gedaagde 1] in gebreke blijft met de ontruiming, op grond van de wet- en regelgeving (artikel 555 e.v. Rv) bevoegd is de sterke arm van politie en justitie in te roepen en verleent alvast toestemming voor de vertegenwoordiging als bedoeld in artikel 557 en 444 lid 2 Rv;

verbiedt [gedaagde 1] om zich nog langer tegenover derden te presenteren als eigenaar, verhuurder, beheerder, vertegenwoordiger of anderszins rechthebbende ten aanzien van de woning;

verbiedt [gedaagde 1] om de woning nog langer te verhuren, aan derden in gebruik te geven, huurpenningen te innen, beheershandelingen te verrichten of zich anderszins met het gebruik, beheer of de exploitatie van de woning te bemoeien;

beveelt [gedaagde 1] om binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis alle huurovereenkomsten en een overzicht van de huurinkomsten over de periode vanaf 27 februari 2025 tot heden aan [eiser] af te geven;

bepaalt dat, indien [gedaagde 1] niet voldoet aan de veroordelingen zoals verwoord onder 5.3 tot en met 5.5., hij een dwangsom verbeurt van Cg 250 per dag, met een maximum van Cg 15.000;

wijst af wat verder is gevorderd;

In reconventie

wijst de vordering van [gedaagde 1] af;

In conventie en reconventie

compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.W.J. Vinkes, rechter, bijgestaan door mr. D. Meijer, griffier, en in het openbaar uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. D.W.J. Vinkes

Griffier

  • mr. D. Meijer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand