ECLI:NL:OGEAC:2026:164

ECLI:NL:OGEAC:2026:164

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak 12-01-2026
Datum publicatie 01-09-2026
Zaaknummer CUR202502472
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Lening bank

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202502472

Vonnis van 12 januari 2026

in de zaak van

de naamloze vennootschap BANCO DI CARIBE N.V.,gevestigd in Curaçao, eiseres,gemachtigde: mr. D.J.F. Elisa,

tegen

[gedaagde],

wonend in [woonplaats], gedaagde, gemachtigde: mr. G.G. van Gils,

Partijen worden hierna de Bank en [gedaagde] genoemd.

1. Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit:

het verzoekschrift van 10 juli 2025,

de conclusie van antwoord,

de mondelinge behandeling van 11 december 2025, waarbij partijen zijn verschenen bijgestaan door hun gemachtigden en mevrouw [legal assistant], werkzaam bij de Bank als Legal Assistant,

de pleitnotitie van [gedaagde].

Vonnis is bepaald op vandaag.

2. De feiten

Op 17 mei 2021 hebben partijen een ‘personal loan agreement’ gesloten, waarbij de Bank als kredietgever een lening van in hoofdsom Cg 36.808,71 heeft verstrekt. De afgesproken looptijd is 359 maanden, met maandtermijnen van Cg 245,65 tegen een interest vergoeding van 7% per jaar met een APR van 14,25%. De laatste termijn (van Cg 234,24) diende betaald te worden op 22 mei 2051. Daarmee zou het totaal te betalen bedrag (aflossing en rente) uitkomen op Cg 88.422,59. De overeenkomst bevat verder een bepaling over een boeterente van 18% per jaar over achterstallige termijnbedragen ‘to be accrued on a daily basis’.

3. De vordering

De Bank vordert dat het gerecht, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt tot betaling van Cg 43.103,19 vermeerderd met 20% buitengerechtelijke incassokosten gerekend over het bedrag van Cg 43.103,19, aldus Cg 8.620,64, en vermeerderd met de boeterente van 18% per jaar over voormeld bedrag vanaf

15 december 2022 tot de dag der algehele voldoening en Cg 5,04 uit hoofde van de debetstand op de rekening courant faciliteit/credit card, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, waaronder beslagkosten en betaald griffierecht.

De Bank legt - kort samengevat - aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde]

tekort is geschoten in de nakoming van haar betalingsverplichting uit de tussen

partijen gesloten leenovereenkomst.

gedaagde] heeft de vordering erkend, maar voert aan dat zij als gevolg van een

bedrijfsongeval haar werk heeft verloren. Zij stelt voorts dat haar uitkeringen gedurende haar medische behandelingen zijn beëindigd, waardoor zij niet in staat was de schuld te voldoen. Tevens heeft zij verklaard bereid te zijn een betalingsregeling met de Bank te treffen.

4. De beoordeling

De vordering wordt toegewezen, omdat deze is erkend en het gerecht niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, behoudens ten aanzien van de ingangsdatum van de contractuele (boete)rente. Op grond van de door de Bank overgelegde producties moet worden vastgesteld dat in het bedrag van Cg 43.103,19 reeds (boete)rente is berekend tot 26 juni 2025. De rente die wordt gevorderd vanaf 15 december 2022 tot de datum van verzoekschrift over voormeld bedrag wordt daarom afgewezen.

De buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen, nu onvoldoende is onderbouwd dat de Bank die kosten heeft gemaakt.

Ter zake van de door [gedaagde] verzochte betalingsregeling, zal zij zich moeten wenden tot de Bank. Ter zitting heeft de gemachtigde van de Bank aangegeven bereid te zijn een betalingsregeling met [gedaagde] te treffen nadat het vonnis is gewezen. Op grond van artikel 6:29 van het Burgerlijk Wetboek is het gerecht niet bevoegd om een betalingsregeling te bepalen.

Gelet op het door [gedaagde] overgelegde bewijs van onvermogen, staat het gerecht haar toe om kosteloos te procederen.

Omdat [gedaagde] (grotendeels) in het ongelijk wordt gesteld, wordt zij veroordeeld in de proceskosten. De kosten van de Bank worden tot aan deze uitspraak begroot op Cg 750 aan griffierecht, Cg 350,42 aan oproepingskosten en Cg 1.844,04 aan beslagkosten. Aan de gemachtigde wordt gelet op artikel 136 van het Procesreglement 2023 geen salaris toegekend, omdat zij in dienst is van eiseres.

De veroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof.

5. De beslissing

Het gerecht:

verleent [gedaagde] toestemming om kosteloos te procederen;

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan de Bank van een bedrag van Cg 43.103,19, vermeerderd met de contractuele boeterente van 18% per jaar vanaf 26 juni 2025 tot aan de dag van betaling;

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan de Bank van een bedrag van Cg 5,04;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van de Bank van Cg 2.944,46;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af wat verder is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman, rechter, bijgestaan door mr. S.K.V. Jansen, griffier, en in het openbaar uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Woerdman

Griffier

  • mr. S.K.V. Jansen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand