ECLI:NL:OGEAC:2026:169

ECLI:NL:OGEAC:2026:169

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak 20-04-2026
Datum publicatie 03-09-2026
Zaaknummer CUR202500399
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Perceelgrens- erfdienstbaarheid

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202500399

Vonnis van 20 april 2026

in de zaak van

STICHTING PARTICULIER FONDS LAYRINE, gevestigd in Curaçao, eiseres, gemachtigde: mr. A.K.E. Henriquez,

tegen

[gedaagde],

wonende in [woonplaats], gedaagde, gemachtigde: mr. B.J. Rollings,

Partijen worden hierna de SPF en [gedaagde] genoemd.

1. Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit:

het verzoekschrift van 4 februari 2025 met producties,

de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van 30 juni 2025 met producties,

de akte wijziging eis in reconventie en de aanvullende producties, ingediend op 9 januari 2025,

de aanvullende producties van [gedaagde] ingediend op 5 maart 2026,

de mondelinge behandeling van 9 maart 2026, waarbij aanwezig waren de gemachtigde van de SPF en [gedaagde] en haar gemachtigde.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2. De feiten

De SPF is sinds 2010 eigenaar van een perceel grond in het verkavelingsplan

[verkavelingsplan]’, plaatselijk bekend als[adres] (kadastraal omschreven in meetbrief 144/1997). Daarop staat een woning die wordt verhuurd.

In de woning op het aangrenzende perceel, plaatselijk bekend als [verkavelingsplan]

37 (kadastraal omschreven in meetbrief 145/1997), woont [gedaagde]. Zij is sinds 2020 eigenaar van dit perceel.

Tussen de percelen [perceel a] en [perceel b] staat sinds 2001 een in beton opgetrokken scheidingsmuur (hierna: de scheidingsmuur) en tussen de woningen een verharde oprit (hierna: de oprit).

Op de afbeelding ligt perceel[perceel a] aan de linkerkant en perceel [perceel b] aan de rechterkant.

Op 1 augustus 2023 heeft het Kadaster op verzoek van [gedaagde] een plot

grensuitzetting voor perceel[perceel a] afgegeven.

Rondom die datum heeft [gedaagde] op de oprit plantenbakken neergezet en daarna een wit metalen hekwerk (hierna: het hek), waardoor de oprit feitelijk in twee delen werd opgesplitst en niet meer bruikbaar was als parkeerplaats voor de bewoners van perceel[perceel b].

Op 31 januari 2025 heeft de SPF een kort geding aangespannen tegen [gedaagde]. De kortgedingrechter heeft – onder andere – geoordeeld dat het hek moest worden verwijderd.

3. De vordering en de standpunten van partijen

De SPF vordert dat het gerecht, uitvoerbaar bij voorraad:

A. de grens tussen de percelen nrs[a] en[b] in het verkavelingsplan [verkavelingsplan]vol vaststelt;

B. indien blijkt dat er een grensoverschrijding is en de SPF grond gebruikt die aan [gedaagde] toebehoort:

Primair [gedaagde] beveelt de vierkante meters die de SPF in gebruik heeft als tuin en oprijlaan/parkeerplaats en aan [gedaagde] toebehoren, aan de SPF over te dragen tegen een door uw Gerecht in goede justitie te bepalen prijs;

Subsidiair voor recht verklaart dat door tijdsverloop een erfdienstbaarheid is ontstaan van de vierkante meters die de SPF in gebruik heeft als tuin of als oprijlaan/parkeerplaats, maar die aan [gedaagde] toebehoren, en dat [gedaagde] dient mee te werken aan de formele inschrijving van die erfdienstbaarheid in de openbare registers, waarbij een notariële akte vereist is en dat indien [gedaagde] daaraan niet meewerkt, het vonnis in de plaats zal treden van die medewerking;

C. [gedaagde] beveelt om alle hekken en andere voorwerpen die het gebruik van de oprijlaan/parkeerplaats door de SPF belemmeren of bemoeilijken, te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van een dwangsom;

D. voor recht verklaart dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld door het gebruik van de oprijlaan/parkeerplaats eerder te belemmeren of bemoeilijken en dat zij de schade die door de SPF is geleden dient te vergoeden;

E. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van schadevergoeding aan de SPF, bestaande uit in ieder geval (niet limitatief) de lagere huuropbrengsten en de reële advocaatkosten.

gedaagde] heeft de vordering in conventie betwist en heeft in reconventie – na wijziging eis – gevorderd dat het gerecht, uitvoerbaar bij voorraad:

primair

1. voor recht verklaart dat de SPF geen recht van eigendom, erfdienstbaarheid of ander zakelijk recht met betrekking tot de linkerzijde van de oprit, zoals kadastraal omschreven in meetbrief nummer 145/1997 heeft;

2. de SPF beveelt om binnen een redelijke termijn het hekwerk op de oprit tussen de percelen op eigen kosten terug te plaatsen, zulks onder verbeurte van een dwangsom;

3. de SPF veroordeelt in de proceskosten;

subsidiair

1. de SPF beveelt om zich te onthouden van het parkeren van auto’s, boten en andere zaken aan de linkerzijde van de oprit, zoals kadastraal omschreven in meetbrief nummer 145/1997, zulks onder verbeurte van een dwangsom;

2. de SPF veroordeelt in de proceskosten;

Op de stellingen van partijen wordt, voor zover relevant voor de beslissing, hierna nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie en reconventie

In dit geschil gaat het in de kern over het gebruik van de oprit door partijen. Beide partijen willen twee auto’s achter elkaar op de oprit kunnen parkeren, maar dit is (alhoewel feitelijk wellicht mogelijk) niet reëel. De auto’s aan de achterkant van de oprit zouden dan zo dicht op elkaar staan dat de autodeuren niet open kunnen. Wel is het mogelijk als beide partijen een auto aan de voorkant van de oprit (aan de straatzijde) parkeren en één van beide partijen een auto aan de achterkant van de oprit.

De SPF heeft het gerecht in het kader van deze discussie verzocht de perceelgrens vast te stellen en, als sprake zou zijn van een overschrijding, te bepalen dat zij vierkante meters mag overkopen van [gedaagde], danwel voor recht te verklaren dat er een erfdienstbaarheid is met betrekking tot het gebruik van de oprit door perceel [perceel b], ontstaan door verjaring. [gedaagde] heeft aangegeven geen vierkante te willen verkopen en heeft betwist dat sprake is van een erfdienstbaarheid.

Waar loopt de perceelgrens?

Niet in geschil is dat in 2001 in opdracht van de toenmalige eigenaren van de percelen [a] en [b] een scheidingsmuur tussen de percelen is opgetrokken. Zoals op de foto is te zien, liep die muur tot halverwege de beide huizen. De kosten daarvan en de kosten voor de verharding van de oprit, zijn toen gedeeld.

Vervolgens hebben de bewoners van de percelen [a] en [b] de oprit jarenlang gescheiden gebruikt in het verlengde van de opgetrokken scheidingsmuur. Dat betekende dat alleen aan de kant van perceel [b] één of twee auto’s tegelijkertijd op de oprit geparkeerd stonden. Dit kon ook, omdat er – bij het visueel doortrekken van de scheidingsmuur – voldoende ruimte is om twee auto’s achter elkaar direct naast de woning van perceel[b] te parkeren. Op die manier bleef er voldoende ruimte over voor de bewoners van perceel [a] om een auto aan de voorkant van de oprit (aan de straatzijde) aan de kant van woning van perceel [a] te parkeren. Daarnaast werd door de bewoner van perceel [a] gebruikgemaakt van de parkeergelegenheid aan de achterzijde van het perceel. Voor perceel [b] bestond die mogelijkheid niet. Uit de stukken in het dossier (zoals het taxatierapport uit 2005 en de verklaringen van oud-bewoners en een buurvrouw) blijkt dat dit jaren zonder problemen zo is gegaan.

Op enig moment is onenigheid ontstaan over het gebruik van de oprit. In 2022 plaatsten de toenmalige huurders van perceel [b] twee auto’s en een boot op de oprit, omdat zij hadden begrepen dat de hele oprit bij perceel [b] hoorde. [gedaagde] heeft toen laten weten het hier niet mee eens te zijn. Sindsdien is er veel contact geweest tussen [gedaagde] en de SPF over het gebruik van de oprit en om een oplossing te vinden voor het geschil dat was ontstaan.

Omdat partijen er niet samen uitkwamen, heeft [gedaagde] in augustus 2023 het Kadaster opdracht gegeven een plot grensuitzetting van haar perceel uit te voeren. Gebleken is toen dat de perceelgrens volgens de uitzetting anders loopt dan de scheidingsmuur. De plot grensuitzetting is in het voordeel van perceel [a], in die zin dat de scheidingsmuur te ver op het perceel van [a] is geplaats. Hierdoor mist perceel [a] een strook tuin en is de oprit van perceel [b] te smal om twee auto’s achter elkaar te parkeren. Als de muur op de erfgrens was geplaatst, was dat voor perceel[a] wel mogelijk geweest (en voor perceel [b] niet).

De SPF heeft zelf geen plot grensuitzetting laten verrichten, althans zij heeft deze niet overgelegd, zodat het gerecht uitgaat van de plot grensuitzetting van 1 augustus 2023 en de perceelgrens tussen de percelen [a]en [b] conform deze grensuitzetting zal vaststellen.

De primaire vordering van de SPF om [gedaagde] – bij grensoverschrijdend gebruik – te bevelen de vierkante meters van de oprit te verkopen die SPF in gebruik heeft c.q. wenst te hebben, zal worden afgewezen, omdat daarvoor een wettelijke grondslag ontbreekt.

Is er een erfdienstbaarheid ontstaan?

Om de subsidiaire vordering van SPF te beoordelen, moet de vraag worden beantwoord of een erfdienstbaarheid is ontstaan voor het gebruik van de oprit. De eigenaren van beide percelen hebben immers jarenlang verondersteld dat de erfgrens anders liep, en hebben daar ook naar gehandeld.

In artikel 3:306 BW staat dat een rechtsvordering verjaart door verloop van 20 jaren. Artikel 3:105 lid 1 BW geeft een regeling voor verjaring van de rechtsvordering van de eigenaar die strekt tot beëindiging van bezit door een ander: als die ander het goed bezit op het tijdstip waarop deze verjaring wordt voltooid, verkrijgt hij dat goed, ook al was zijn bezit niet te goeder trouw.

Volgens de SPF is al meer dan 20 jaar sprake van een bestendig gebruik (bezit) van de oprit door de bewoners van perceel [b]. Dat wil zeggen, conform de erfscheiding die met de scheidingsmuur is gegeven en een rechte lijn in de richting van de weg in het verlengde daarvan. Het gerecht volgt deze stelling en zal dit uitleggen. Uit de stukken in het dossier volgt dat de bewoners van perceel [b] ruim 20 jaar één of twee auto’s achter elkaar op de oprit parkeerden en dus handelden alsof de erfgrens over de oprit liep in het verlengde van de scheidingsmuur. De bewoners van [a] hebben daar eerder nooit een probleem van gemaakt. Deze situatie heeft voortgeduurd totdat in 2022 discussie is ontstaan en in 2023 bloembakken en een hek op de oprit werden geplaatst, zodat parkeren voor de bewoners van perceel [b] op de gebruikelijke manier niet meer mogelijk was.

Dat de situatie ruim 20 jaar heeft geduurd, volgt volgens het gerecht uit de volgende stukken.

In de verklaring van de heer [belanghebbende 1], de eerste bewoner van [perceel b], staat onder andere:

‘ik ben de eerste bewoner van [perceel b] sinds 1997 tot en met 2004. (…) In de jaren 2001 heb ik samen met de voormalige eigenaar van [perceel a] toen ter tijd de scheidingsmuur opgezet. De parkeerplaats werd altijd gebruikt door ons, de bewoners van [perceel b]. Dit was algemeen bekend in de buurt en niemand maakte er ooit een probleem van. De muur diende als duidelijke grens en hoewel er nooit officiële afspraken op papier stonden over het gebruik. Was het een logische oplossing gezien de beperkte ruimte die we hadden.

De bewoners van [perceel a] hadden veel parkeerruimte aan de achterkant van hun huis, wat waarschijnlijk een van de redenen was waarom het nooit een probleem was. De parkeerplaats was dus als vanzelfsprekend onderdeel van [perceel b].’

In de verklaring van mevrouw [belanghebbende 2], die bijna 29 jaar tegenover de percelen [a] en [b] woont, staat onder andere:

‘[belanghebbende 1] heeft van ongeveer 2000 tot 2006 op het resort gewoond. Ze hadden twee auto’s die zij achter elkaar op de oprit parkeerden. (…)

[belanghebbende 3] begon de oprit te gebruiken in 2006 toen ze op [b] kwam wonen. Zij heeft tot ongeveer 2011 op het resort gewoond. (…) [belanghebbende 3] had maar één auto, die ze op de oprit parkeerde. (…)

De heer [belanghebbende 4] pareerde vaak aan de achterkant van[a], maar ik heb gezien dat hij ook weleens de oprit gebruikte. (…)

Ik ging er altijd vanuit dat [a] gewoon eigenaar/eigenaresse is van zijn/haar deel van de oprit en [b] eigenaresse van haar deel van de oprit.’

Op de voorkant van het taxatierapport van perceel [b] uit 2005 staat een foto van de woning met twee achter elkaar geparkeerde auto’s op de oprit aan de rechterzijde (grenzend aan de woning bij kavel [b]).

Bovendien heeft [gedaagde] zelf over het gebruik van de oprit naar voren gebracht dat de heer [belanghebbende 4] (de vorige eigenaar van perceel [a]) zijn auto meestal aan de achterzijde van de woning parkeerde en zijzelf (haar enige auto) gedurende haar zwangerschap en de periode erna eveneens. In de periode daarna maakte de huurder van [b]steeds vaker gebruik van haar kant van de oprit, waarna het geschil is ontstaan. [gedaagde] betwist dus niet dat de bewoners van [b] hun auto’s op de oprit aan de rechterzijde parkeerden.

Volgens [gedaagde] kan geen erfdienstbaarheid zijn ontstaan, omdat geen sprake is van bezit, maar van houderschap. Aan het gebruik van de oprit door de bewoners van [b] ligt immers een afspraak ten grondslag. Zij heeft in dit kader verwezen naar een bericht van de heer [belanghebbende 1], waarin hij uitlegt dat de scheidingsmuur tot stand is gekomen na het uitzetten van de grenzen door het Kadaster en dat er een afspraak was over het gebruik van de parkeerplaats. Die afspraak, wat daar ook van zij, kan echter nooit een toestemming van perceel [a] aan perceel [b] hebben ingehouden, aangezien de scheidingsmuur op dat moment voor de eigenaren de perceelgrens aangaf en de oprit in het verlengde daarvan voor perceel [b] ruim genoeg was om daarop twee auto’s achter elkaar te parkeren. Ook heeft [gedaagde] nog naar voren gebracht dat niet is aangetoond dat sprake is van onafgebroken bezit, maar voor bevrijdende verjaring is dit niet vereist.

De vordering van de SPF met betrekking tot de vierkante meters die de SPF in gebruik heeft als tuin (de strook grond van de perceelgrens van[b] tot de scheidingsmuur) zal ook worden toegewezen, aangezien de erfdienstbaarheid voor dat stuk tuin niet wordt betwist. [gedaagde] heeft aangegeven geen probleem te hebben met de (feitelijk opgetrokken) scheidingsmuur. De eigendom van de strook tuin blijft bij [gedaagde]. Dit geldt ook voor het deel van de oprit aan de rechterzijde dat volgens de plot gronduitzetting bij het perceel van [gedaagde] hoort.

Uit het voorgaande volgt dat zowel ten aanzien van de tuin (de strook grond van de perceelgrens van [b] tot de scheidingsmuur) als van de oprit (in het verlengde van de scheidingsmuur) de verjaringstermijn in 2021 is volgelopen.

De verklaring voor recht dat een erfdienstbaarheid is ontstaan en de vordering te bevelen de oprit te verwijderen en verwijderd te houden van belemmerende voorwerpen zullen dus worden toegewezen. Concreet betekent dit dat de bewoners van perceel [b] twee auto’s achter elkaar mogen parkeren aan de rechterzijde van de oprit (grenzend aan de woning van perceel [b]) en dat de bewoners van perceel [a] één auto mogen parkeren aan de linkerzijde van de oprit aan de voorkant (de straatzijde).

De vordering onder D zal worden afgewezen. Niet is komen vast te staan dat [gedaagde] toerekenbaar onrechtmatig heeft gehandeld. Zij heeft het hek immers te goeder trouw laten plaatsen naar aanleiding van een grens plotuitzetting door het Kadaster en met toestemming van de Vereniging van Eigenaren van [verkavelingsplan].

De overwegingen en conclusies in conventie brengen mee dat de primaire vorderingen van [gedaagde] in reconventie als ongegrond dan wel bij gebreke van belang worden afgewezen.Uit hetgeen in conventie is toegewezen, volgt immers al welk perceel het eigendomsrecht en het recht van erfdienstbaarheid heeft voor welk deel van de oprit.

Proceskosten

Omdat [gedaagde] grotendeels in het ongelijk wordt gesteld, wordt zij veroordeeld in de proceskosten in conventie. De kosten van de SPF worden tot aan deze uitspraak begroot op Cg 450,- aan griffierecht, Cg 426,64 aan oproepingskosten en Cg 2.500,- aan gemachtigdensalaris. De proceskosten in reconventie worden gecompenseerd, omdat de reconventionele vordering op dezelfde stellingen is gebaseerd als het verweer in conventie.

De veroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof.

5. De beslissing

Het gerecht:

in conventie

stelt de perceelgrens tussen de percelen [a] en [b] vast conform de plot grensuitzetting van het Kadaster van 1 augustus 2023;

verklaart voor recht dat er door tijdsverloop een erfdienstbaarheid is ontstaan die zodanig is dat vierkante meters die de SPF in gebruik heeft als tuin of als de oprijlaan/parkeerplaats (in het verlengde van de scheidingsmuur), maar die aan [gedaagde] toebehoren, door de SPF ongestoord mogen worden gebruikt en dat [gedaagde] en haar rechtsopvolgers dit dienen te dulden;

bepaalt dat [gedaagde] dient mee te werken aan de formele inschrijving van die erfdienstbaarheid in de openbare registers, waarbij een notariële akte vereist is en dat, indien [gedaagde] niet binnen twee maanden daaraan meewerkt, dit vonnis in de plaats treedt van die medewerking;

beveelt [gedaagde] om, indien nog aanwezig, alle hekken en andere voorwerpen, die het gebruik van de oprijlaan/parkeerplaats door de SPF belemmeren of bemoeilijken, te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van een dwangsom van Cg 250,- per dag met een maximum van

Cg 25.000,-;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van de SPF tot op heden begroot op Cg 3.376,64;

bepaalt dat de proceskosten moeten worden betaald binnen veertien dagen en dat die kosten worden verhoogd met de wettelijke rente als niet op tijd wordt betaald;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af wat verder is gevorderd;

in reconventie

wijst de vorderingen af;

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Woerdman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand