GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202600875
Vonnis van 1 juni 2026
in de zaak van
[eiseres], wonende in [woonplaats], oorspronkelijk gedaagde, thans eiseres in het verzet,
hierna: [eiseres], procederend in persoon,
tegen
[gedaagde],
wonend in [woonplaats], oorspronkelijk eiser, gedaagde in het verzet,
hierna: [gedaagde], gemachtigde: mr. B.J. Rollings,
1. Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit:
het oorspronkelijke ‘small claim’ verzoekschrift van 18 juni 2025,
het bevel tot betaling van 10 november 2025,
- het verzoekschrift van 13 maart 2026 waarbij [eiseres] verzet heeft gedaan tegen het bevel tot betaling van 10 november 2025,
- de aanvullende producties van mr. Rollings van 21 mei 2026,
- de mondelinge behandeling van 22 mei 2026, waarbij door mr. Rollings pleitnotities zijn overgelegd.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2. De beoordeling
Ontvankelijkheid
eiseres] heeft bij verzetschrift van 13 maart 2026 verzet ingesteld tegen het bevel tot betaling van 10 november 2025. Het bevel tot betaling is vervolgens bij deurwaardersexploot op 12 februari 2026 - niet in persoon - aan [eiseres] betekend. [eiseres] heeft gesteld dat zij eerst op 6 maart 2026 van het bevel tot betaling kennis heeft genomen en heeft op 13 maart 2026 verzet gedaan.
Verzet moet worden gedaan binnen twee weken na de aanzegging van het vonnis of van enige uit kracht daarvan opgemaakte of ter uitvoering daarvan strekkende akte aan de veroordeelde in persoon of na het plegen door deze van enige daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging hem bekend is. Deze maatstaf houdt in dat de veroordeelde zelf een handeling moet hebben verricht waaruit ondubbelzinnig valt op te maken dat hij over voldoende gegevens met betrekking tot (de inhoud van) zijn veroordeling beschikt om zich daartegen tijdig en adequaat te kunnen verzetten.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat de gemachtigde van [gedaagde] op 13 november 2025 een whatsapp bericht naar [eiseres] heeft gestuurd, waarin zij [eiseres] op de hoogte brengt van het bevel tot betaling en vraagt of zij vrijwillig gaat betalen. Waarop [eiseres] reageert met de woorden: ‘bevel tot betaling?’. In het bericht is weliswaar melding gemaakt van het bevel tot betaling en van de daarin jegens [eiseres] uitgesproken veroordeling, maar het enkele feit dat [eiseres] op het bericht heeft gereageerd levert geen daad van bekendheid op waaruit noodzakelijkerwijs voortvloeit dat zij voldoende bekend is met de inhoud van het bevel tot betaling om zich daadwerkelijk tegen het verstekvonnis te verzetten. Diezelfde dag mailt mr. Rollings het bevel tot betaling naar [eiseres], waarop zij niet heeft gereageerd en waardoor er niet vanuit kan worden gegaan dat zij het bevel tot betaling heeft ontvangen. [eiseres] wordt dan ook ontvankelijk verklaard in haar verzet.
gedaagde] vorderde in het oorspronkelijk verzoekschrift – samengevat – veroordeling van [eiseres] tot betaling van Cg 4.129 vermeerderd met rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. [gedaagde] heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat [eiseres] op 20 november 2023 een kettingbotsing ter hoogte van [plaats incident] heeft veroorzaakt. Als gevolg van het ongeval is schade ontstaan aan de auto van [gedaagde], een motorrijtuig met kenteken [kentekennummer]. De door [eiseres] bestuurde auto was ten tijde van het ongeval onverzekerd. Volgens [gedaagde] dient [eiseres] als aansprakelijke partij de kosten van de reparatie aan zijn auto te vergoeden. Deze feiten zijn door [eiseres] niet weersproken.
Voor wat betreft de omvang van de schade heeft [gedaagde] gesteld dat de kosten verbonden aan de reparatie van de auto Cg 5.929 bedragen. Tot op heden heeft [eiseres] Cg 1.800 aan [gedaagde] betaald. Dit bedrag is reeds in mindering gebracht op de gevorderde hoofdsom. [gedaagde] heeft ter onderbouwing van zijn schade twee offertes overgelegd.
eiseres] heeft uitsluitend de hoogte van de schade weersproken. Volgens haar zijn de opgevoerde reparatiekosten overdreven en staan zij niet in verhouding tot de werkelijke schade aan de auto. Vergelijkbare auto’s worden tweedehands aangeboden voor bedragen die rond of onder het bedrag van de gevorderde schade liggen, aldus [eiseres].
eiseres] heeft het gevorderde schadebedrag steeds ongemotiveerd weersproken. Zij heeft meermalen de gelegenheid gehad om zelf (met een monteur) de schade te laten vaststellen of zelf de benodigde onderdelen in te kopen. Zij heeft van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt. Ook nu, ruim twee jaar na het ongeval volstaat zij met een blote ontkenning. Gelet hierop is de schade onvoldoende weersproken en is daarmee voldoende vast komen te staan.
Gelet op het voorgaande wordt het bij verstek gewezen bevel tot betaling in stand gelaten.
Proceskostenveroordeling
Omdat [eiseres] in het ongelijk wordt gesteld, wordt [eiseres] tot betaling van de proceskosten van de verzetprocedure veroordeeld. De kosten van [gedaagde] in verzet worden tot aan deze uitspraak begroot op Cg 250 aan gemachtigdensalaris.
De gevorderde nakosten en wettelijke rente worden toegewezen zoals hierna onder de beslissing vermeld.
De (proceskosten)veroordeling in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof.
3. De beslissing
Het gerecht:
bekrachtigt het bevel tot betaling waarvan verzet;
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van [gedaagde] van Cg 250, te vermeerderen met Cg 250 aan nakosten zonder betekening, verhoogd met Cg 150 in geval van betekening;
bepaalt dat de proceskosten moeten worden betaald binnen veertien dagen en dat die kosten worden verhoogd met de wettelijke rente als niet op tijd wordt betaald;
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. I Tubben, rechter, bijgestaan door L.R.J.A Lourens, en in het openbaar uitgesproken.