GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummers: CUR202602373 - CUR202602539 - CUR202602590 - CUR202602595 - - CUR202602665 - CUR202602667 - CUR202602669 - CUR202602837 - CUR202602864 - CUR202603010 - CUR202603011 - CUR202603012 - CUR202603021 – CUR202603196
vonnis in kort geding van 30 september 2026
in de zaken van:
[EISERS 1 TOT EN MET 17]
allen wonend in Curaçao,
eisers in kort geding, hierna ook ‘de ambtenaren’,
eisers 4, 5, 6, 7 met als gemachtigde de advocaat mr. B.L. Lie Atjam, eisers 8, 9, 10, 12 met als gemachtigde dhr. […], eiser 13, 14, 15, 16 met als gemachtigde de advocaat mr. N.B. Louisa, eiser 17 met als gemachtigde de advocaat mr. A.C. Herrera, de overige eisers procederend in persoon,
tegen
DE OPENBARE RECHTSPERSOON HET LAND CURAÇAO,
gevestigd in Curaçao,gedaagde in kort geding, hierna: ‘het Land’,met als gemachtigden in de zaken van eisers 1 en 3 mrs. S.I. Da Costa Gomez en A. Faria.
1. Het procesverloop
Eisers hebben verzoekschriften in kort geding ingediend. In alle zaken is het Land bij deurwaardersexploot opgeroepen voor de mondelinge behandeling. De mondelinge behandeling zal plaatsvinden op 6 oktober 2016, 10.15 uur. De al eerder aangevangen behandeling van de zaken van eisers 1, 2 en 3 is tot die datum aangehouden.
2. Overwegingen
Eisers zijn allen ambtenaren of gewezen ambtenaren. De vorderingen van alle eisers strekken ertoe dat een dwangsom wordt opgelegd aan het Land als stimulans voor de nakoming van een beslissing van het Gerecht in Ambtenarenzaken waarin aan het desbetreffende bestuursorgaan (het Ministerie; de Regering) is opgedragen om te beslissen op een verzoek van de desbetreffende eiser. In de meeste gevallen gaat het om een verzoek met betrekking tot de rechtspositie van de eiser.
De eisers stellen dat de regering of het desbetreffende ministerie niet heeft voldaan aan de uitspraak van de ambtenarenrechter. Omdat de ambtenarenrechter geen dwangsommen kan opleggen, vorderen de eisers in deze kort gedingen dat de burgerlijke rechter een door het Land te verbeuren dwangsom verbindt aan de beslissing van de ambtenarenrechter. De grondslag daarvoor is dat het Land onrechtmatig handelt doordat zijn organen geen gevolg te geven aan de uitspraak van de rechter. De dwangsom beoogt het Land ertoe te bewegen dat alsnog uitvoering wordt gegeven aan die rechterlijke beslissingen. Volgens vaste rechtspraak kan de burgerlijke rechter uitspraken van de ambtenarenrechter met een dwangsom versterken. Dat gebeurt ook geregeld. In civiele zaken kunnen in beginsel alleen natuurlijke personen en rechtspersonen als partij optreden. Om die reden is in dit soort zaken het Land procespartij, niet een bestuursorgaan.
In alle zaken gaat het erom dát het bestuursorgaan moet beslissen, en niet om wát het bestuursorgaan moet beslissen. Het is dus niet bij voorbaat gezegd dat de beslissing van de ambtenarenrechter – de vernietiging van een besluit of van een fictieve weigering – voor de ambtenaar uiteindelijk in het door hem/haar gewenste resultaat zal resulteren.
Kort gedingen als hier aan de orde komen met enige regelmaat voor. De laatste maanden is de frequentie toegenomen. Met het oog op de rechtseenheid en uit overwegingen van doelmatigheid is ervoor gekozen om de kort gedingen die sinds juli 2026 zijn ingediend op te sparen en gezamenlijk te behandelen. Dit laat onverlet dat elke zaak op de eigen merites zal worden beoordeeld.
Bij het hier aan de orde zijnde fenomeen van het niet-nakomen door de uitvoerende macht van rechterlijke uitspraken zijn niet alleen de belangen van de betrokken ambtenaren gemoeid, die een gerechtvaardigd belang hebben bij een beslissing op hun verzoeken. Ook de rechtsstatelijkheid van Curaçao komt hierbij in het geding, en daarmee het algemeen belang. Door eiser 1 is in dit verband verwezen naar het rapport van de Ombudsman Curaçao van 20 juli 2026 getiteld ‘Onderzoek naar de wijze waarop de overheid uitvoering geeft aan uitspraken van de ambtenarenrechter’. Volgens dat rapport kent het niet-tijdig en onvolledig naleven van (onherroepelijke) rechterlijke uitspraken door de overheid een structureel karakter. Bezien vanuit het algemeen belang is het bovendien onwenselijk dat uit gemeenschapsgelden dwangsommen worden verbeurd.
De eisers hebben in hun verzoekschriften hun vorderingen toegelicht, met overlegging van stukken. Het Land zal ter zitting kunnen reageren op de vorderingen. Het geniet daarbij de voorkeur dat het Land, ook als de onderscheiden ministeries ieder een eigen advocaat afvaardigen, in eerste instantie in het algemeen reageert op de vorderingen tot het opleggen van een dwangsom. Daarbij wordt het Land in elk geval verzocht in te gaan op de volgende vragen:
– Wat is de reden dat door het Land, dat wil zeggen de diverse bestuursorganen, niet steeds gehoor wordt gegeven aan opdrachten van het Gerecht in Ambtenarenzaken en/of, in hoger beroep, van de Raad van Beroep?
– Zijn de bij eerdere vonnissen in kort geding aan het Land opgelegde dwangsommen (zie het schema hierna) daadwerkelijk verbeurd en zo ja, aan de desbetreffende eisers betaald?
– Acht het Land het verbinden van een dwangsom aan rechterlijke beslissingen een passende en afdoende prikkel voor het Land of het desbetreffende bestuursorgaan tot nakoming van rechterlijke beslissingen, en zo nee, welke effectieve alternatieven zijn er volgens het Land denkbaar?
– In hoeverre zijn deze kort gedingen representatief voor de wijze waarop met uitspraken van de ambtenarenrechter wordt omgegaan en op welke wijze wordt toegezien op de nakoming van die uitspraken?
Overzicht zaken:
Eiser
Naam
Ministerie
Uitspraak Gerecht in Ambtenarenzaken
Bijzonderheden
1
[…]
Justitie
(KPC)
6/11/23:
Binnen vier maanden beslissen op verzoek van 20/1/23 tot herziening rechtspositie
Eerder vonnis in kort geding 3/11/25: dwangsom met maximum Cg 20.000
2
[…]
Algemene Zaken
(Wetgeving)
7/8/19:
Binnen drie maanden beslissen op verzoek van 13/7/17 tot herziening rechtspositie
3
[…]
Justitie
(SDKK)
12/12/25:
Binnen een maand beslissen op verzoek van 30/9/24 tot herziening rechtspositie
4
[…]
Justitie
(Brandweer)
18/3/26:
Binnen drie maanden beslissen op verzoek van 15/10/24 tot verhoging pensioengrondslag
5
[…]
Justitie
(Brandweer)
18/3/26:
Binnen drie maanden beslissen op verzoek van 15/10/24 tot verhoging pensioengrondslag
6
[…]
Justitie
(Brandweer)
18/3/26:
Binnen drie maanden beslissen op verzoek van 15/10/24 tot verhoging pensioengrondslag
7
De erven van
[…]
Justitie
(Brandweer)
18/3/26:
Binnen drie maanden beslissen op verzoek van 15/10/24 tot verhoging pensioengrondslag
De namen van de erven ontbreken en moeten alsnog opgegeven worden.
8
[…]
Justitie
(SDKK)
30/3/26:
Binnen vier maanden beslissen op verzoek van 19/8/24 tot herziening rechtspositie
9
[…]
Justitie
(SDKK)
1/6/26:
Binnen twee maanden beslissen op verzoek van 26/9/24 tot herziening rechtspositie
10
[…]
Justitie
(SDKK)
24/8/20:
Nietigverklaring besluit op verzoek 13/5/13 tot herziening rechtspositie
11
[…]
Justitie
(KPC/LBD)
6/11/23:
Binnen drie maanden beslissen op verzoek van 26/2/19 tot herziening rechtspositie
Eerder vonnis in kort geding 13/3/26: dwangsom per 1/1/27 met maximum Cg 25.000
12
[…]
Justitie
(SDKK)
30/3/26:
Binnen vier maanden beslissen op verzoek van 29/8/24 tot herziening rechtspositie
13
[…]
VVRP
2/4/25:
Vernietiging beschikking 23/11/23 en besluit 17/11/23 met opdracht binnen drie maanden opnieuw te beslissen.
Eerder vonnis in kort geding 3/11/25: dwangsom met maximum Cg 20.000
14
[…]
VVRP
2/4/25:
Vernietiging beschikking 29/11/23 en besluit 14/11/23 met opdracht binnen drie maanden opnieuw te beslissen.
Eerder vonnis in kort geding 3/11/25: dwangsom met maximum Cg 20.000
15
[…]
2/4/25:
Vernietiging beschikking 23/11/23 en besluit 17/11/23 met opdracht binnen drie maanden opnieuw te beslissen.
Eerder vonnis in kort geding 3/11/25: dwangsom met maximum Cg 20.000
16
[…]
2/4/25:
Vernietiging beschikking 29/11/23 en besluit 14/11/23 met opdracht binnen drie maanden opnieuw te beslissen.
Eerder vonnis in kort geding 3/11/25: dwangsom met maximum Cg 20.000
17
[…]
BPD
27/5/26:
Binnen drie maanden beslissen op verzoek van 1/12/23 tot bevordering.
3. De beslissing in kort geding
Het gerecht:
bepaalt dat alle zaken (nader) gezamenlijk zullen worden behandeld ter zitting van dinsdag 6 oktober 2026, 10.15 uur, met de mogelijkheid tot voortzetting, indien nodig, van individuele zaken later die dag;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, en in het openbaar uitgesproken.