GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202502313
Vonnis van 29 juni 2026 (bij vervroeging)
in de zaak van
[eiser], wonende in [woonplaats], eiser in conventie,
verweerder in reconventie,
hierna: [eiser], gemachtigde: mr. N.B. Louisa,
tegen
1. AQUALECTRA N.V.,
hierna: Aqualectra,
2. BLUE AFFINITY B.V.,
hierna: Blue Affinity,
beide gevestigd in Curaçao, gedaagden in conventie,
eisers in reconventie,
gezamenlijk ook te noemen: Aqualectra c.s.,
gemachtigden: mrs. T.E. Matroos en H.M. Jansen.
1. Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit:- het verzoekschrift van 30 juni 2025, met producties,
de conclusie van antwoord, tevens van eis in reconventie, met producties,
productie 8 van de zijde van [eiser], ingekomen op 22 mei 2026,
de mondelinge behandeling van 25 mei 2026,
de pleitnotities.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2. Waar gaat de procedure over?
Deze procedure gaat over de vraag of Aqualectra haar vorderingen op [eiser] nog kan afdwingen. [eiser] beroept zich op verjaring en vraagt een verklaring voor recht dat Aqualectra en Blue Affinity die vorderingen niet meer geldend kunnen maken. Aqualectra betwist dit en vordert betaling van de openstaande bedragen.
3. De feiten
eiser] exploiteerde vanaf 9 september 2014 samen met zijn medevennoot een kapperszaak onder de naam [bedrijf 1]. De onderneming werd gedreven in de vorm van een openbare vennootschap en was gevestigd in gehuurde unit [unit nummer] in de [wijk] aan het [adres] in Willemstad.
Voor de levering van water en elektriciteit aan de kapperszaak is op naam van [eiser] een overeenkomst met Aqualectra gesloten. Aqualectra stuurde de facturen naar het adres van de onderneming.
In 2017 is de exploitatie van de kapsalon gestaakt. [eiser] heeft Aqualectra daarvan niet op de hoogte gebracht. Aqualectra is de facturen blijven sturen naar het adres van de onderneming en heeft de leveringen van water en elektriciteit voortgezet.
De laatste betaling van [eiser] aan Aqualectra heeft plaatsgevonden op
18 april 2017.
Op 15 april 2019 is de onderneming van [eiser] uitgeschreven uit het handelsregister.
Op 27 augustus 2019 heeft Aqualectra op verzoek van [eiser] de overeenkomst beëindigd, met ingang van 27 mei 2019.
Bij brief van 18 oktober 2022 heeft Blue Affinity, als incassobureau van Aqualectra, [eiser] aangemaand tot betaling en hem in gebreke gesteld. Volgens die brief bedroeg de openstaande schuld aan Aqualectra op dat moment Cg 37.863,43.
Bij brief van 30 oktober 2022 heeft Blue Affinity [eiser] opnieuw aangemaand tot betaling en hem in gebreke gesteld. Volgens die brief bedroeg de openstaande schuld aan Aqualectra op dat moment Cg 37.900,63.
Bij brief van 10 januari 2025 heeft Blue Affinity [eiser] bericht dat de hoofdsom is aangepast naar Cg 29.791,38.
4. De vorderingen in conventie en in reconventie
eiser] vordert in conventie bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
(i) voor recht te verklaren dat de vordering van Aqualectra en Blue Affinity c.s., althans van Aqualectra is verjaard,
(ii) iedere andere maatregel te treffen die het gerecht redelijk voorkomt,
(iii) Aqualectra en Blue Affinity afzonderlijk dan wel hoofdelijk te veroordelen in de kosten van de procedure.
Aqualectra en Blue Affinity hebben in reconventie gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
( a) [eiser] te veroordelen tot betaling aan Aqualectra van Cg 29.791,38, te vermeerderen met de wettelijke rente, telkens vanaf de opeisbaarheid van de respectievelijke facturen, althans vanaf 13 september 2019 tot aan de dag van algehele voldoening,
( b) [eiser] te veroordelen in de buitengerechtelijke kosten, vastgesteld op 1,5 punt van het toepasselijke liquidatietarief, kosten rechtens.
5. De beoordeling in conventie en in reconventie
Kosteloos procederen
eiser] heeft met een bewijs van onvermogen voldoende onderbouwd dat hij de proceskosten niet kan dragen. Het verzoek om kosteloos te procederen wordt daarom toegewezen.
Partijen
De overeenkomst tot levering van energie en water is gesloten tussen Aqualectra en [eiser]. [eiser] is daarom tegenover Aqualectra gehouden de verplichtingen uit die overeenkomst na te komen. Eventuele afspraken tussen [eiser] en zijn medevennoot doen daaraan niet af, omdat Aqualectra bij die afspraken geen partij is. Blue Affinity is incassogemachtigde van Aqualectra.
Verjaring
eiser] stelt dat de vordering van Aqualectra is verjaard. Volgens hem is de verjaring gaan lopen op 18 april 2017, het moment waarop de vordering opeisbaar zou zijn geworden. De eerste aanmaning van Blue Affinity dateert van 18 oktober 2022. Tussen die twee momenten is meer dan vijf jaar verstreken, zodat volgens [eiser] de vordering niet meer afdwingbaar is.
Aqualectra weerspreekt dat de vordering is verjaard. Volgens haar is de verjaring steeds tijdig gestuit, omdat Aqualectra ook na 18 april 2017 facturen is blijven sturen naar het adres van de voormalige onderneming. Op die facturen stond telkens het volledige openstaande bedrag vermeld, exclusief rente en kosten. Volgens Aqualectra heeft zij zich daarmee ondubbelzinnig haar recht op nakoming voorbehouden. Zij wijst er verder op dat de laatste factuur dateert van 30 augustus 2019 en dat de verjaring daarna opnieuw is gestuit door de hiervoor genoemde aanmaning van Blue Affinity.
Juridisch kader
Voor een vordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst geldt een verjaringstermijn van vijf jaar. Die termijn begint te lopen op de dag na de dag waarop de vordering opeisbaar is geworden. Dit volgt uit artikel 3:307 lid 1 BW. Ingevolge het eerste lid van art. 3:317 BW wordt de verjaring van een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis gestuit door een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig het recht op nakoming voorbehoudt. Deze omschrijving van de schriftelijke mededeling moet worden begrepen in het licht van de strekking van een stuitingshandeling van deze aard, welke neerkomt op een — voldoende duidelijke — waarschuwing aan de schuldenaar dat hij er, ook na het verstrijken van de verjaringstermijn, rekening mee moet houden dat hij de beschikking houdt over zijn gegevens en bewijsmateriaal, opdat hij zich tegen een dan mogelijkerwijs alsnog door de schuldeiser ingestelde vordering behoorlijk kan verweren
Tussen partijen staat vast dat [eiser] de aanmaning van Blue Affinity van
18 oktober 2022 heeft ontvangen en dat die aanmaning een eventueel nog lopende verjaring heeft gestuit.
Het gerecht stelt voorop dat de vorderingen van Aqualectra per verbruiksperiode opeisbaar zijn geworden op het moment waarop de desbetreffende factuur werd uitgebracht. Vanaf dat moment is voor iedere factuur afzonderlijk de verjaringstermijn van artikel 3:307 lid 1 BW gaan lopen. Dit betekent dat de vorderingen die betrekking hebben op facturen van vóór 18 oktober 2017 in beginsel zijn verjaard, tenzij Aqualectra de verjaring tijdig heeft gestuit.
Daarvoor moet worden beoordeeld of de door Aqualectra verzonden facturen als stuitingshandelingen kunnen gelden. Het gerecht beantwoordt die vraag bevestigend. Aqualectra heeft in iedere opvolgende factuur het volledige openstaande bedrag vermeld, waaronder ook de bedragen uit eerdere verbruiksperioden, en betaling daarvan verlangd. Daarmee heeft zij zich telkens voldoende duidelijk en ondubbelzinnig haar recht op nakoming jegens [eiser] voorbehouden. [eiser] heeft pas op 27 augustus 2019 verzocht om beëindiging van de levering. Hij is de tot op dat moment openstaande bedrag aan termijnbetalingen verschuldigd. Daarbij geldt dat de laatste termijnfactuur dateert van 26 augustus 2019.
Voor de werking van een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring geldt artikel 3:37 lid 3 BW. Daaruit volgt dat de verklaring de geadresseerde moet hebben bereikt. Bij een schriftelijke verklaring is daarvan in beginsel sprake wanneer de verklaring door de geadresseerde is ontvangen. De afzender moet daarom, indien nodig, stellen en bewijzen dat de verklaring is verzonden naar een adres waarvan hij redelijkerwijs mocht aannemen dat de geadresseerde daar kon worden bereikt, en dat de verklaring daar is aangekomen. In dit geval heeft Aqualectra de facturen steeds verzonden naar het door [eiser] opgegeven zakelijke adres. Die facturen zijn niet retour gekomen. [eiser] heeft Aqualectra bovendien niet geïnformeerd over de staking van de onderneming en evenmin een ander correspondentieadres opgegeven. Aqualectra mocht daarom blijven uitgaan van het haar bekende zakelijke adres. De facturen worden dan ook geacht [eiser] te hebben bereikt. Voor zover [eiser] niet daadwerkelijk kennis heeft genomen van de facturen, komt dat voor zijn rekening en risico. De facturen hebben daarmee hun werking als stuitingsmededelingen behouden. Het beroep op verjaring wordt verworpen.
In reconventie vordert Aqualectra betaling van Cg 29.791,38, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de opeisbaarheid van de afzonderlijke facturen. De hoofdsom is, gelet op het voorgaande, toewijsbaar. Voor de wettelijke rente geldt het volgende. Voor zover de rente ziet op facturen van vóór 18 oktober 2017, is die rente niet tijdig gestuit. Aqualectra heeft in de facturen immers niet steeds ook aanspraak gemaakt op betaling van rente. Voor de facturen van voor 18 oktober 2017 geldt daarom laatstgenoemde datum als ingangsdatum voor de wettelijke rente. Voor de facturen van 18 oktober 2017 en daarna geldt telkens de vervaldatum van de desbetreffende factuur als ingangsdatum voor de wettelijke rente.
Proceskosten
Omdat [eiser] (grotendeels) in het ongelijk wordt gesteld, wordt hij veroordeeld in de proceskosten in conventie en in reconventie. De kosten aan de zijde van Aqualectra en Blue Affinity worden gezamenlijk begroot. Zij hebben gezamenlijk geprocedeerd, samen één conclusie genomen en zijn ter zitting door dezelfde gemachtigde vertegenwoordigd. Tot aan deze uitspraak worden de proceskosten aan hun zijde in conventie begroot op Cg 2.500 en in reconventie op Cg 1.250 aan gemachtigdensalaris.
Buitengerechtelijke incassokosten
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten acht het gerecht conform het Procesreglement toewijsbaar tot 1,5 punt van het toepasselijke liquidatietarief. Dit komt neer op een bedrag van Cg 1.875.
De veroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof.
6. De beslissing
Het gerecht:
In conventie
wijst de vorderingen af,
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van Aqualectra c.s. van Cg 2.500,
In reconventie
veroordeelt [eiser] tot betaling aan Aqualectra van een bedrag van
Cg 29.791,38, vermeerderd met de wettelijke rente tot aan de dag van algehele voldoening met dien verstande dat voor de facturen van 18 oktober 2017 en daarna telkens de vervaldatum van de desbetreffende factuur als ingangsdatum voor de wettelijke rente geldt en dat voor de facturen daarvoor 18 oktober 2017 als ingangsdatum van de wettelijke rente geldt;
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van Aqualectra c.s. van Cg 1.250,
veroordeelt [eiser] om aan Aqualectra c.s. te voldoen Cg 1.875 aan buitengerechtelijke incassokosten;
In conventie en in reconventie
staat [eiser] toe kosteloos te procederen,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. I Tubben, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.