ECLI:NL:OGEAC:2026:182

ECLI:NL:OGEAC:2026:182

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak 04-05-2026
Datum publicatie 05-10-2026
Zaaknummer CUR202504633
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Afwikkeling nalatenschap

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202504633

Vonnis van 4 mei 2026

in de zaak van

[eiseres], wonende in [woonplaats], eiseres,

hierna: [eiseres], gemachtigde: [gemachtigde 1] (zoon),

tegen

[gedaagde],

wonende in [woonplaats], gedaagde,

hierna: [gedaagde].

1. Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit:

het verzoekschrift van 17 november 2025, met producties,

de akte overlegging producties van 2 februari 2026 van de zijde van [eiseres],

de conclusie van antwoord van 9 februari 2026, met producties,

de akte van repliek van 13 april 2026, met producties.

de mondelinge behandeling van 20 april 2026, waarbij de akte van repliek is geweigerd en niet is toegevoegd aan de processtukken. De aan de akte gehechte producties zijn wel toegelaten,

de pleitnotities.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2. Waar gaat de procedure over?

Volgens [eiseres] heeft [gedaagde] in de afwikkeling van een nalatenschap ten onrechte een bedrag van Cg 1.100 voor gemaakte kosten via de notaris uitgekeerd gekregen, terwijl [eiseres]’s echtgenoot deze kosten heeft gemaakt. [eiseres] wil dit bedrag van [gedaagde] terug ontvangen.

Het gerecht zal de vorderingen van [eiseres] afwijzen en hierna uitleggen hoe het tot dit oordeel komt na eerst de feiten te hebben vermeld.

3. De feiten

eiseres] was in gemeenschap van goederen gehuwd met [man 1] (hierna: [man 1]).

man 1] was executeur testamentair van de nalatenschap van zijn broer [erflater 1] (hierna: [erflater 1]), die is overleden in 2010.

gedaagde] is de dochter van [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2]). [betrokkene 2] is in 2017 overleden. [betrokkene 2] en [man 1] zijn broer en zus. [man 1] is de oom van [gedaagde].

De notariële afwikkeling van de nalatenschap van [erflater 1] is in 2023 beëindigd in een boedelverdeling.

man 1] is overleden op [datum] 2024.

4. De vordering

[eiseres] verzoekt het gerecht, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen om aan [eiseres] te betalen:

1. Cg 1.100 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 november 2024,

2. Cg 2.396,93 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 november 2024,

3. Cg 165,

met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

5. De beoordeling

eiseres] procedeert in de hoedanigheid van erfgenaam van [man 1]. [eiseres] is als langstlevende echtgenote bij uitsluiting bevoegd over de nalatenschap te beschikken. [eiseres] stelt dat [gedaagde] in het kader van de afwikkeling van de nalatenschap van [erflater 1], waarin [man 1] vereffenaar en erfgenaam was ten onrechte een bedrag van Cg 1.100 via de notaris betaald heeft gekregen. Volgens [eiseres] heeft [man 1] deze kosten gemaakt in de nalatenschap van [erflater 1] en hoort zij als zijn erfgename dit bedrag terug te krijgen. Zij beschikt over een kwitantie van het kadaster en over een bankafschrift waaruit blijkt dat [man 1] die dag een bedrag van Cg 1.100 van zijn rekening heeft opgenomen.

gedaagde] betwist dat [man 1] deze kosten heeft gemaakt. Zij voert hiertoe aan dat [man 1] in het kader van de afwikkeling van de nalatenschap van [erflater 1] in 2011 kosten moest maken ter zake het kadaster. Haar moeder [betrokkene 2] heeft het daarvoor benodigde bedrag van Cg 1.100 aan [man 1] voorgeschoten. [man 1] heeft hiermee het kadaster betaald. Een en ander is geadministreerd. In 2023 is de nalatenschap van [erflater 1] afgewikkeld. De notaris was van de voorgeschoten bedragen op de hoogte en heeft hiermee rekening gehouden bij de vaststelling van de verdeling van de nalatenschap. Via de notaris zijn de voorgeschoten bedragen (ook [man 1] heeft bedragen voorgeschoten), waaronder deze Cg 1.100 terugbetaald. Aangezien [betrokkene 2] inmiddels was overleden is dit bedrag naar [gedaagde] als haar erfgename gegaan.

Nu [eiseres] zich beroept op de rechtsgevolgen van de door haar gestelde feiten, draagt zij de bewijslast hiervan. Het gerecht is van oordeel dat voldoende vast is komen te staan dat [betrokkene 2] Cg 1.100 aan [man 1] heeft voorgeschoten voor kosten kadaster in de afwikkeling van de nalatenschap van [erflater 1] en aan [eiseres] geen vordering ter zake toekomt. Er is een overzicht overgelegd van de kosten die door [man 1] dan wel [betrokkene 2] zijn gemaakt in het kader van de afwikkeling van die nalatenschap. De post kadaster van Cg 1.100 is opgenomen bij ‘Totaal overzicht van de gemaakte kosten door [betrokkene 2]’. De totaaltellingen van de kosten die gemaakt zijn door [man 1] dan wel [betrokkene 2] zijn vervolgens meegenomen in de notariële boedelverdeling. Onweersproken is gebleven dat [man 1] als executeur als enige gegevens aan de notaris verstrekte om tot de verdeling van de nalatenschap te komen. [man 1] was dus op de hoogte van de aard en omvang van de opgevoerde aftrekposten. Hij heeft hiermee ingestemd en de kosten zijn door hem ingediend. Hij heeft vervolgens ingestemd met de notariële verdeling waarin die kosten op dezelfde wijze bij hem en [betrokkene 2], althans haar erfgename [gedaagde], zijn meegenomen. In het licht van die feiten en omstandigheden is het gegeven dat na het overlijden van [man 1] in 2023 door [eiseres] een kwitantie van het kadaster is ontdekt uit 2011 en uit een bankafschrift blijkt van een kasopname van Cg 1.100 onvoldoende om het vorenstaande te weerleggen. Het is immers zeer wel mogelijk dat [man 1] het bedrag contant of op zijn bankrekening gestort heeft gekregen van [betrokkene 2] en een en ander vervolgens via zijn bankrekening is afgewikkeld. De vordering van [eiseres] is dus niet vast komen te staan en zal worden afgewezen. Dat lot treft dus ook haar overige vorderingen, die gebaseerd zijn op de veronderstelling dat zij een vordering heeft op [gedaagde].

Omdat [eiseres] in het ongelijk wordt gesteld, wordt zij veroordeeld in de proceskosten. De kosten van [gedaagde] worden tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

6. De beslissing

Het gerecht:

wijst de vorderingen af,

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van [gedaagde], vastgesteld op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. I Tubben, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I Tubben

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand