ECLI:NL:OGEAC:2026:185

ECLI:NL:OGEAC:2026:185

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak 25-05-2026
Datum publicatie 07-10-2026
Zaaknummer CUR202403173 (hoofdzaak) en CUR2025I00006 (vrijwaringszaak)
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Gokzaken. Cessie. Vrijwaring. Onrechtmatig handelen. Schade.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202403173 (hoofdzaak) en CUR2025I00006 (vrijwaringszaak)

Vonnis van 25 mei 2026

in de hoofdzaak van

1. de stichting BELANGENBEHARTIGING GEDUPEERDEN ONLINE KANSSPELEN,

gevestigd in Curaçao,

hierna: SBGOK,

gemachtigde: mr. R.E.F.A. Bijkerk,

2. [eiser 1], wonend in [woonplaats], [land],

hierna: [eiser 1],

voorheen bijgestaan door mr. R.E.F.A. Bijkerk, thans procederend in persoon,

eisers in de hoofdzaak, verweerders in vrijwaring,

tegen

1. LFG GAMING N.V.,

zonder bekende vestigingsplaats of vertegenwoordiging in Curaçao,

gedaagde in de hoofdzaak,

hierna: LFG,

niet verschenen,

2. GAMING SERVICE PROVIDER N.V.,

gevestigd in Curaçao, hierna: GSP, gedaagde LFP in de hoofdzaak, eiseres in vrijwaring, gemachtigden: mrs. A.C. van Hoof en E. Frins,

in de vrijwaringszaak van

GAMING SERVICE PROVIDER N.V.,

gevestigd in Curaçao,

gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in vrijwaring, gemachtigden: mrs. A.C. van Hoof en E. Frins,

tegen

1. LFG GAMING N.V.,

In de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak

zonder bekende vestigingsplaats of vertegenwoordiging in Curaçao,

2. [gedaagde 1], wonend in [woonplaats], [land],

hierna: [gedaagde 1],

gedaagden in vrijwaring,

niet verschenen.

1. Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit:

het verzoekschrift van 19 augustus 2024 met producties,

de incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring tevens conclusie van antwoord in de hoofdzaak van 10 februari 2025 met producties van GSP,

het antwoord in het incident van 28 april 2025 van SBGOK en [eiser 1],

het vonnis in het incident van 26 mei 2025 waarbij de incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring is toegewezen,

de rolbeschikking van 20 oktober 2025,

de mondelinge behandeling van 10 april 2026 waarbij zijn verschenen: namens SBGOK, de gemachtigde mr. Bijkerk, [eiser 1] is via een videoverbinding verschenen die tijdens de zitting uitviel, en namens GSP, de gemachtigden mrs. Van Hoof en Frins,

de pleitnotities.

De akte houdende nadere toelichting van [eiser 1] van 2 april 2026 is tijdens de mondelinge behandeling geweigerd en is niet aan de stukken toegevoegd, omdat het gerecht geen toestemming heeft gegeven voor het indienen van een nadere akte.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2. De feiten

casino 1] is een Curaçaos online casino dat wordt geëxploiteerd door LFG en actief is onder de vergunning van GSP.

Op 6 juli 2023 opende [eiser 1] een account bij casino [casino 1] (hierna: het casino) en gaf daarbij zijn Filipijnse adres en telefoonnummer op.

eiser 1] speelde van 6 juli 2023 tot 8 maart 2024 bij het casino en verloor in die periode in totaal een bedrag van USD 162.226 aan het casino.

Op 10 april 2024 heeft [eiser 1] zijn vordering op het casino gecedeerd aan SBGOK.

Op 2 mei 2024 heeft de gemachtigde van eisers LFG en GSP hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor een bedrag van USD 143.958.

LFG is op 27 september 2024 uitgeschreven uit het handelsregister.

3. De vordering en de standpunten van partijen

In de hoofdzaak

SBGOK vordert dat het gerecht LFG en GSP, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelt tot betaling aan haar, subsidiair aan [eiser 1] voor het geval de overdracht van de onderhavige vordering aan SBGOK niet rechtsgeldig is, van een bedrag van USD 143.958, te vermeerderen met de buitengerechtelijke kosten conform het liquidatietarief en de wettelijke rente vanaf 12 juli 2023 tot de dag van de algehele voldoening, kosten rechtens.

SBGOK legt aan haar vordering ten grondslag, samengevat, dat het casino op haar website vermeldt dat zij proactief stappen neemt om problematisch gokken te voorkomen. Zij negeerde echter het verzoek van [eiser 1] om zijn account te sluiten en bood hem zelfs lokkertjes aan zoals freebies en bonussen om door te spelen. Gemiddeld verloor [eiser 1] een bedrag van USD 20.000 per maand. Het had het casino duidelijk moeten zijn dat [eiser 1] zwaar verslaafd is. Het casino heeft geen vergunning om in de Filipijnen te opereren maar accepteert wel spelers uit de Filipijnen waaronder [eiser 1] en omzeilt daarmee wettelijke vereisten. Zij maakt op grove wijze misbruik van de verslaving en kwetsbaarheid van [eiser 1]. De clausule in de algemene voorwaarden waarin is opgenomen dat het een speler niet is toegestaan zijn vordering over te dragen, was ten tijde van het openen van het account van [eiser 1] niet van toepassing. Mochten de algemene voorwaarden wel van toepassing zijn, dan wordt deze clausule vernietigd ex artikel 6:233 sub b van het Burgerlijk Wetboek van Curaçao (BW). [eiser 1] was niet op de hoogte van de clausule, het casino heeft de algemene voorwaarden nooit naar hem gestuurd, deze waren evenmin op eenvoudige wijze te downloaden en de authenticiteit daarvan was niet gegarandeerd.

GSP voert tegen de vordering aan, samengevat, dat als juist is dat LFG over een door de Curaçaose overheid verstrekte vergunning beschikt, bij de Curaçaose Gaming Control Board (CGCB), de toezichthouder van LFG, beklag kan worden gedaan. De masterlicentie van GSP is in augustus 2024 verlopen. Alle voormalige sub licenties zijn vervallen. In het geval van [eiser 1] heeft LFG geen gehoor gegeven aan verzoeken van GSP nadat zij kennis had gekregen van de klachten. LFG handelt in strijd met de met GSP gesloten overeenkomst. Op grond daarvan is LFG onder meer verplicht om alle relevante data met GSP te delen. Verder dient LFG op grond van artikel 5.30 van de sub licentieovereenkomst GSP te vrijwaren als zij in deze procedure wordt veroordeeld tot betaling van een geldbedrag aan [eiser 1]. GSP acht tevens het handelen van [gedaagde 1], de UBO van LFG, onrechtmatig. Hem treft persoonlijk een ernstig verwijt. Hij heeft nagelaten om ervoor te zorgen dat LFG verantwoordelijkheid nam.

In de vrijwaringszaak

GSP verzoekt het gerecht om LFG en [gedaagde 1] hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan GSP, van al hetgeen waartoe GSP in de hoofdzaak wordt veroordeeld.

GSP legt aan haar vordering ten grondslag hetgeen zij hiervoor zoals weergegeven in rov. 3.3. heeft aangevoerd.

SBGOK en [eiser 1] voeren verweer tegen de vordering in vrijwaring. Zij stellen dat de vrijwaring enkel een interne regresverhouding betreft. De door GSP overgelegde sub licentieovereenkomst tussen haar en LFG is niet compleet, zodat de rechtsgeldigheid, doorlopendheid en authenticiteit van de overeenkomst niet kunnen worden geverifieerd. Daarnaast is een buitengaatse online gokvergunning een persoonlijk recht en is de overdracht van een buitengaatse online gokvergunning in de overeenkomst op grond van artikel 3 lid 1 Landsverordening Buitengaatse Hazardspelen (LBH) juncto de artikelen 3:40 en 3:83 lid 3 BW nietig. [eiser 1] was niet bekend met de inhoud van de overeenkomst waarop de kansspelovereenkomst tussen hem en LFG en GSP berustte en zodoende hebben zij [eiser 1] bedrogen en misleid ten aanzien van de nietigheid. LFG en GSP zijn hoofdelijk verplicht de schade te vergoeden die [eiser 1] lijdt op grond van onrechtmatige daad. Bovendien speelde [eiser 1] van 6 juli 2023 tot 8 maart 2024 bij LFG en GSP. Aangezien GSP niet de volledige sub licentieovereenkomst uit die periode heeft overgelegd, mag worden aangenomen dat GSP niet beschikte over een rechtsgeldige buitengaatse online kansspel vergunning (master license) waarop de sub licentie is gebaseerd. Zonder vergunning staat een kansspelaanbieder niet onder toezicht en is een eerlijk spelaanbod niet gegarandeerd. Dit levert een onrechtmatige daad op, op grond waarvan GSP de schade die [eiser 1] daardoor lijdt moeten vergoeden

4. De beoordeling

In de hoofdzaak

Algemene voorwaarden en cessie

GSP beroept zich op de toepasselijkheid van algemene voorwaarden. Het gerecht stelt evenwel vast dat niet, althans onvoldoende, is geconcretiseerd op welke specifieke algemene voorwaarden GSP doelt. Deze voorwaarden zijn niet in het geding gebracht. Reeds hierom kan niet worden vastgesteld wat de inhoud van deze voorwaarden is en of, en zo ja op welke wijze, deze van toepassing zijn op de rechtsverhouding tussen partijen. Het beroep van GSP op de algemene voorwaarden wordt dan ook gepasseerd. GSP kan zich daarom niet met succes beroepen op een daarin opgenomen clausule die overdracht van de vordering door [eiser 1] aan een derde uitsluit.

Nu verder geen verweer is gevoerd tegen de cessie van de vordering door [eiser 1] aan SBGOK, neemt het gerecht als vaststaand aan dat er sprake is van een rechtsgeldige cessie van de vorderingen van [eiser 1] op LFP en GSP aan SBGOK, dat betekent dat uitsluitend SBGOK rechthebbende is van deze vorderingen.

Onrechtmatig handelen

In geschil is of LFG en GSP onrechtmatig hebben gehandeld jegens [eiser 1]. SBGOK stelt dat [eiser 1] een problematische gokker is en dat het casino zijn verzoeken om zijn account te sluiten negeerden en hem bleef lokken om te spelen door hem onder meer freebies en bonussen aan te bieden.

Het gerecht overweegt dat GSP als master licentiehouder en LFG als sub licentiehouder een eigen verantwoordelijkheid dragen voor een zorgvuldige en rechtmatige exploitatie van gokspelen, in het bijzonder waar het betreft de bescherming van spelers tegen de risico’s van problematisch gokgedrag. Deze verantwoordelijkheid vloeit tevens voort uit de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm als bedoeld in artikel 6:162 BW. Ten aanzien van GSP als master licentiehouder geldt daarbij dat op haar een zelfstandige zorgplicht rust, aangezien zij als vergunninghouder optreedt en bevoegd is sub licenties te verlenen. Deze positie brengt mee dat zij toezicht dient te houden op de wijze waarop de sub licentiehouder de gokspelen exploiteert, en erop dient toe te zien dat adequate maatregelen worden getroffen ter voorkoming van gokverslaving en andere vormen van problematisch speelgedrag. Van de master licentiehouder mag worden verwacht dat zij actief controle uitoefent en waar nodig ingrijpt bij tekortkomingen. Indien en voor zover de master licentiehouder dit toezicht nalaat, dan wel onvoldoende invulling geeft aan haar toezichthoudende taak, en zij wist dan wel behoorde te weten dat de sub licentiehouder spelers blootstelt aan een verhoogd risico op problematisch gokgedrag, kan dit GSP als master licentiehouder evenzeer worden aangerekend als LFG als sub licentiehouder. Het standpunt van GSP dat [eiser 1] zich tot haar had moeten wenden, wordt, gelet op het voorgaande, dan ook niet gevolgd en voor dat standpunt is ook geen rechtsgrond aanwezig.

Dat zowel GSP als master licentiehouder en LFG als sub licentiehouder onvoldoende hebben gedaan ter bescherming van [eiser 1] tegen problematisch gokgedrag, vindt steun in de door SBGOK/[eiser 1] overgelegde zeer uitgebreide weergave van de berichtenuitwisseling tussen [eiser 1] en het casino. Uit deze stukken blijkt dat signalen van risicovol dan wel problematisch speelgedrag kenbaar waren, althans hadden moeten zijn, terwijl desondanks onvoldoende passende maatregelen zijn genomen door GSP dan wel LFG. Zo heeft [eiser 1] het casino meermaals tevergeefs verzocht zijn account permanent te sluiten. Met free bets en bonussen werd [eiser 1] telkens verleid om (verder) te spelen. Het gerecht leidt hieruit af dat beide partijen hebben nagelaten tijdig en adequaat in te grijpen, terwijl dit gelet op hun zorgplicht wel van hen mocht worden verwacht. De stelling van GSP dat [eiser 1] al jaren gokt en zelf voor een online casino werkzaam was, doet hieraan niet af.

Aangezien voldoende is komen vast te staan dat in het geval van [eiser 1] onvoldoende maatregelen zijn genomen om problematisch gokgedrag te voorkomen, en zowel GSP als master licentiehouder en LFG als sub licentiehouder in strijd hebben gehandeld met de op hen rustende zorgplicht, moet dit handelen en nalaten jegens [eiser 1] worden aangemerkt als onrechtmatig in de zin van artikel 6:162 BW. Dat de feitelijke exploitatie door LFG als sub licentiehouder plaatsvindt, doet aan de eigen aansprakelijkheid van GSP als master licentiehouder, gelet op haar toezichthoudende rol, niet af. Beide partijen kunnen daarom hoofdelijk aansprakelijk worden gehouden voor de schade die [eiser 1] als gevolg daarvan heeft geleden.

Hoogte schade

Het gerecht stelt vast dat GSP de hoogte van de door SBGOK gevorderde schade in een eerder stadium van de procedure niet heeft weersproken. Eerst ter zitting heeft GSP de omvang van de schade ter discussie gesteld. Dit verweer wordt als tardief aangemerkt en zal daarom buiten beschouwing worden gelaten. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het op de weg van GSP lag om haar verweer tijdig en gemotiveerd naar voren te brengen, zodat SBGOK daarop had kunnen reageren.

Conclusie

Nu de hoogte van de schade derhalve als onvoldoende gemotiveerd weersproken heeft te gelden, zal het gerecht uitgaan van de door SBGOK gestelde (en onderbouwde) schade van USD 143.958 en dit bedrag aan haar toewijzen.

De vorderingen van [eiser 1] zullen worden afgewezen, nu hij zijn vorderingen aan SBGOK heeft gecedeerd en niet langer rechthebbende van die vorderingen is.

Buitengerechtelijke incassokosten

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten komen nu zij niet zijn weersproken voor toewijzing in aanmerking (1,5 punt/tarief 7). Voldoende is gesteld en onderbouwd dat werkzaamheden zijn verricht die meer omvatten dan de gebruikelijke (proces)handelingen ter voorbereiding van de procedure. Voorts is gebleken dat is voldaan aan de vereisten van artikel 6:96 BW.

Proceskostenveroordeling

Nu zij in het ongelijk worden gesteld zullen LFP en GSP hoofdelijk worden veroordeeld in de proceskosten van SBGOK in de hoofdzaak, die worden begroot op Cg 2.570 aan griffierecht, Cg 583,82 aan oproepingskosten en Cg 6.000 aan gemachtigdensalaris (3 punten/tarief 7).

In de vrijwaringszaak

Tegen LFG en [gedaagde 1] is verstek verleend. De tegen hen gerichte vordering komt niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen in dezelfde zin als de vordering tegen GSP wordt toegewezen.

Als de in het ongelijk gestelde partij zullen LFG en [gedaagde 1] worden veroordeeld in de proceskosten in de vrijwaring. Deze worden begroot op Cg 672,90 aan oproepingskosten en Cg 2.000 aan gemachtigdensalaris (1 punt/tarief 7).

In de hoofzaak en in de vrijwaringszaak

Uitvoerbaar bij voorraad

De veroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof.

5. De beslissing

Het gerecht:

In de hoofdzaak

veroordeelt GSP en LFG hoofdelijk tot betaling aan SBGOK van USD 143.958 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juli 2023 tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt GSP en LFG hoofdelijk tot betaling aan SBGOK van Cg 3.000 ter zake van buitengerechtelijke incassokosten;

veroordeelt GSP en LFG hoofdelijk in de proceskosten van SBGOK tot op heden begroot op Cg 2.570 aan griffierecht, Cg 583,82 aan oproepingskosten en

Cg 6.000 aan gemachtigdensalaris;

In de vrijwaringszaak

veroordeelt LFG en [gedaagde 1] om aan GSP te betalen al datgene waartoe GSP in de hoofdzaak is veroordeeld;

veroordeelt LFG en [gedaagde 1] in de proceskosten van GSP tot op heden begroot op Cg 672,90 aan oproepingskosten en Cg 2.000 aan gemachtigdensalaris;

In de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak

bepaalt dat de proceskosten moeten worden betaald binnen veertien dagen en dat die kosten worden verhoogd met de wettelijke rente als niet op tijd wordt betaald;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af wat verder is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. I. Tubben, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I. Tubben

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand