ECLI:NL:OGEAC:2026:186

ECLI:NL:OGEAC:2026:186

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak 29-06-2026
Datum publicatie 07-10-2026
Zaaknummer CUR202503913
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Eiseres was als bestuurder van een personenauto betrokken bij een aanrijding waarvoor de bestuurder van een andere auto aansprakelijk was. Die auto was tegen wettelijke aansprakelijkheid verzekerd bij Citizens. Eiseres vordert van Citizens vergoeding van zowel materiële schade aan haar auto als letselschade.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202503913

Vonnis van 29 juni 2026 (bij vervroeging)

in de zaak van

[eiseres], wonende in [woonplaats], eiseres,

hierna: [eiseres], procederend in persoon,

tegen

CITIZENS INSURANCE N.V.,

gevestigd in Curaçao, gedaagde,

hierna: Citizens, gemachtigde: mr. M. Hammoud.

1. Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit:

het verzoekschrift van 23 september 2025, met producties,

de conclusie van antwoord van 9 februari 2026, met producties,

de mondelinge behandeling van 1 juni 2026, waarbij ter zitting door [eiseres], met instemming van mr. Hammoud, aanvullende stukken zijn overgelegd,

de pleitnotities.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2. Waar gaat de procedure over?

[eiseres] was als bestuurder van een personenauto betrokken bij een aanrijding waarvoor de bestuurder van een andere auto aansprakelijk was. Die auto was tegen wettelijke aansprakelijkheid verzekerd bij Citizens. [eiseres] vordert van Citizens vergoeding van zowel materiële schade aan haar auto als letselschade.

3. De feiten

Op 9 maart 2025 heeft er een ongeval plaatsgevonden op de Caracasbaaiweg ter hoogte van het C-Bay Center in Curaçao, waarbij de auto van [eiseres], een Ford Escape met kenteken [kentekennummer 1] (hierna: de auto) achterop werd aangereden door een bij Citizens verzekerd voertuig met kenteken [kentekennummer 2].

Citizens heeft in de hoedanigheid van LAM-verzekeraar namens haar verzekerde de aansprakelijkheid erkend.

Op 10 maart 2025 heeft [eiseres] de huisarts bezocht. De huisarts heeft [eiseres] doorverwezen naar de afdeling Neurologie van het Curacao Medical Center (CMC).

In een rapport van de afdeling neurologie van het CMC van 28 maart 2025 wordt geconcludeerd dat er geen posttraumatische afwijkingen gevonden op de CT- en MRI-scan van de nekwervelkolom.

Dr. Haile, medisch adviseur, heeft in opdracht van Citizens op 23 mei 2025 medisch advies uitgebracht. Daarin staat dat geen objectieve medische grond bestaat voor structurele afwijkingen of neurologische uitval. Volgens het advies berusten de klachten voornamelijk op subjectieve pijnbeleving en mogelijk psychische klachten. Langdurige arbeidsongeschiktheid is medisch niet onderbouwd. Wel kan arbeidsverzuim gedurende maximaal vier weken direct na het ongeval medisch worden gerechtvaardigd. Van blijvende functionele invaliditeit is volgens het advies geen sprake.

Neuroloog S.L.M. Bakker, werkzaam bij het CMC, heeft [eiseres] lichamelijk onderzocht. Daarbij constateerde hij een volledig normale spierkracht, symmetrische reflexen, normale sensibiliteit en een vlot looppatroon zonder steun. Op 14 juli 2025 concludeerde hij dat sprake was van chronische posttraumatische gegeneraliseerde myogene pijnklachten. Nader onderzoek achtte hij niet noodzakelijk. Hij adviseerde oefentherapie via de huisarts.

In een rapportage van de oefentherapeute van 4 mei 2026 wordt omschreven dat [eiseres] sinds het ongeval structurele lichamelijke klachten ervaart, die haar dagelijks functioneren beïnvloeden.

Citizens heeft ter zake de schade aan de auto Cg 3.950 vergoed en Cg 1.900 voor de eerste vier weken arbeidsongeschiktheid na het ongeval.

4. De vordering

[eiseres] vordert dat het gerecht Citizens bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelt om aan haar te betalen: Cg 30.024,20 vermeerderd met de wettelijke rente, Cg 1.900 per maand ingaande 30 september 2025 totdat ze arbeidsgeschikt is verklaard, met veroordeling van Citizens in de proceskosten.

5. De beoordeling

Inleiding

eiseres] spreekt de aansprakelijke verzekeraar aan tot vergoeding van haar schade. Op [eiseres] rust de stelplicht en bij gemotiveerde betwisting de bewijslast dat zij schade heeft geleden en dat die is veroorzaakt door de aanrijding.

Schade aan de auto

Met het herstel van de (verdere) schade aan de auto is volgens [eiseres] een bedrag van Cg 18.624,20 gemoeid. Ter onderbouwing van haar schade heeft zij een offerte van 31 juli 2025 van een automaterialenhandel overgelegd voor een achteras, een aandrijfas en een wiellagernaaf.

Citizens betwist dat de door [eiseres] gestelde verdere schade het gevolg is van de aanrijding. Curaçao Inspection Bureau heeft de schade aan de Ford Escape vastgesteld op Cg 3.950. Dat bedrag ziet op schade aan de achterbumper van Cg 500, schade aan de achterklep van Cg 1.800 en de daarmee samenhangende spuit- en arbeidskosten. Volgens Citizens heeft [eiseres] niet aangetoond dat de overige door haar opgevoerde schade in causaal verband staat met deze aanrijding. Citizens wijst erop dat sprake was van een lichte aanrijding in een filesituatie, met geringe impact. Verder acht Citizens van belang dat de auto van [eiseres] een uit Amerika geïmporteerde schadeauto betreft, die daar vijf keer bij een ongeval beschadigd is geraakt en in 2017 total loss is verklaard. Daarnaast staat het gevorderde bedrag volgens Citizens niet in verhouding tot de waarde van de auto. Een voertuig met een salvage title heeft een lagere waarde dan een vergelijkbaar voertuig zonder schadeverleden. Ook los van de causaliteitsvraag kan het gevorderde bedrag daarom niet als herstelkostenpost worden toegewezen, omdat dit zou leiden tot ongerechtvaardigde verrijking.

Gelet op de gemotiveerde betwisting door Citizens lag het op de weg van [eiseres] om voldoende concreet te stellen en te onderbouwen dat de door haar gestelde verdere schade aan de auto door de aanrijding is veroorzaakt. Dat heeft zij niet gedaan. De overgelegde offerte voor automaterialen maakt niet duidelijk dat [eiseres] deze schade daadwerkelijk heeft geleden. Evenmin blijkt daaruit dat de opgevoerde schade in causaal verband staat met de aanrijding. Dat klemt temeer omdat [eiseres] een forse schade stelt, terwijl sprake was van een low-impactaanrijding. Omdat [eiseres] niet aan haar stelplicht heeft voldaan, komt het gerecht niet toe aan bewijslevering. Daarbij komt dat [eiseres] ook geen bewijs heeft aangeboden. De vordering wordt daarom afgewezen voor zover die ziet op verdere schade aan de auto.

Letselschade

Citizens heeft Cg 1.900 aan [eiseres] vergoed terzake het verlies aan arbeidsinkomen de eerste vier weken na het ongeval. De vraag die beantwoord moet worden is of Citizens gehouden is nog verdere betalingen te doen ter zake van de door [eiseres] als gevolg van het ongeval geleden letselschade.

Bij de letselschade gaat het allereerst om de vraag of er causaal verband bestaat tussen de aanrijding en de door [eiseres] gestelde klachten en beperkingen en daaruit voortvloeiende arbeidsongeschiktheid. Daarnaast zijn partijen verdeeld over de vraag of [eiseres] heeft voldaan aan haar schadebeperkingsplicht en over de omvang van de schade.

Het causaal verband

eiseres] stelt dat zij door het ongeval nekklachten, met ernstige bewegingsbeperkingen van de nek, en rugklachten heeft gekregen, als gevolg waarvan zij nog steeds arbeidsongeschikt is. Zij baseert dit op de medische informatie die zich in het procesdossier bevindt.

Citizens bestrijdt dat tussen de aanrijding en de door [eiseres] gestelde klachten en beperkingen causaal verband bestaat. Daartoe voert zij aan dat de klachten van [eiseres] niet zijn terug te voeren op objectieve medische afwijkingen. In het rapport van de oefentherapeut worden conclusies getrokken die niet aan een oefentherapeut zijn. Verder is er onvoldoende bewijs dat [eiseres] door de gestelde klachten en beperkingen enige tijd arbeidsongeschikt was.

Het gerecht overweegt als volgt. Uit de onder de feiten weergegeven medische informatie van het CMC, Dr. Haile en de huisarts volgt dat [eiseres] na het ongeval stelselmatig heeft geklaagd over pijn aan nek, rug en schouder. Voor die klachten zijn echter geen objectiveerbare medische afwijkingen gevonden. Dat staat op zichzelf niet eraan in de weg om causaal verband tussen de aanrijding en de klachten aan te nemen. In dit geval volgt uit de medische rapportage echter dat de klachten geen lichamelijke oorzaak hebben, maar voortkomen uit psychologische factoren, zoals mentale spanningen. Niet is komen vast te staan dat die factoren verband houden met het ongeval of daardoor zijn uitgelokt. Daarbij komt dat sprake was van een lichte aanrijding in een filesituatie, met geringe impact, terwijl de CT-scans en de MRI geen afwijkingen laten zien. Alles afwegende kan de langdurige arbeidsongeschiktheid van [eiseres] daarom niet aan het ongeval worden toegerekend.

Verlies aan verdiencapaciteit

Hoewel de hiervoor gegeven overweging al meebrengt dat de vordering tot schadevergoeding niet kan worden toegewezen, overweegt het gerecht over de gestelde schade nog het volgende. [eiseres] heeft wisselend verklaard over haar inkomsten. In het schadeformulier heeft zij opgegeven dat zij als freelancer werkzaam was. In het verzoekschrift heeft zij vervolgens gesteld dat zij in het bedrijf van haar partner werkte tegen een salaris van Cg 1.900 per maand. Op basis daarvan heeft Citizens Cg 1.900 vergoed voor arbeidsongeschiktheid gedurende de eerste vier weken na het ongeval. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiseres] echter verklaard dat zij geen inkomen genoot, maar het pasje van de onderneming van haar partner gebruikte om betalingen te doen, en dat dit nog steeds zo is. Onder deze omstandigheden is niet aannemelijk geworden dat [eiseres] verlies aan verdiencapaciteit heeft geleden.

Proceskostenveroordeling

De vorderingen worden afgewezen. Omdat [eiseres] in het ongelijk wordt gesteld, wordt zij veroordeeld in de proceskosten. De kosten van Citizens worden tot aan deze uitspraak begroot op Cg 2.500 (2 punten/tarief 5) aan gemachtigdensalaris.

De veroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof.

6. De beslissing

Het gerecht:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van Citizens van Cg 2.500, te vermeerderen met Cg 250 aan nakosten zonder betekening, verhoogd met Cg 150 in geval van betekening;

bepaalt dat de proceskosten moeten worden betaald binnen veertien dagen en dat die kosten worden verhoogd met de wettelijke rente als niet op tijd wordt betaald;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af wat verder is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. I Tubben, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I Tubben

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand