ECLI:NL:OGEAC:2026:191

ECLI:NL:OGEAC:2026:191

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak 13-10-2026
Datum publicatie 15-10-2026
Zaaknummer CUR202602373/2539/2590/2595/2665/2667/2669/2837/2864/3010/3011/3012/3021/3196
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding

Samenvatting

Vorderingen van ambtenaren tegen het Land om in kort geding dwangsommen te verbinden aan uitspraken van de ambtenarenrechter. Tussenvonnis. Termijn voor Land om beslissingen op de verzoeken van de ambtenaren over te leggen.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummers: CUR202602373 - CUR202602539 - CUR202602590 - CUR202602595 - CUR202602665 - CUR202602667 - CUR202602669 - CUR202602837 - CUR202602864 - CUR202603010 - CUR202603011 - CUR202603012 - CUR202603021- CUR20263196

Vonnis in kort geding van 13 oktober 2026

in de zaak van

in de zaken van:

[EISERS 1 T/M 17],

allen wonend in Curaçao,

eisers in kort geding, hierna ook ' de ambtenaren',

eisers 1, 2 en 11 procederend in persoon, eisers 3, 4, 5, 6, 7 met als gemachtigde de advocaat mr. B.L. Lie Atjam, eisers 8, 9, 10, 12 met als gemachtigde dhr. […], eiser 13, 14, 15, 16 met als gemachtigde de advocaat mr. N.B. Louisa, eiser 17 met als gemachtigde de advocaat mr. A.C. Herrera,

tegen

DE OPENBARE RECHTSPERSOON HET LAND CURAÇAO,

gevestigd in Curaçao,

gedaagde in kort geding, hierna: 'het Land',

in de zaken 1, 3 t/m 12 met als gemachtigden de advocaten mrs. S.I. Da Costa Gomez, A.M. Faria en C.A. Peterson, in de zaken 2 en 17 met als gemachtigde de advocaat mr. L. Sluiter en in de zaken 13, 14, 15, 16 met als gemachtigde mw. mr. G. Hollander.

1. Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit:

het tussenvonnis van 30 september 2026;

de akte uitlating na tussenvonnis van het Land;

de gezamenlijke mondelinge behandeling van 6 oktober 2026, waar eisers zijn verschenen, alsmede, behoudens mr. Faria, alle gemachtigden;

de ter zitting overgelegde pleitnotitie van eiser 1 en stukken van eisers 7;

de afzonderlijke voortzetting van de mondelinge behandeling van de zaak van eiseres 2.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2. Overwegingen uit het tussenvonnis van 30 september 2026

De overwegingen uit het voorafgaand aan de mondelinge behandeling gewezen tussenvonnis van 30 september 2026 worden hier ingelast:

“- Eisers zijn allen ambtenaren of gewezen ambtenaren. De vorderingen van alle eisers strekken ertoe dat een dwangsom wordt opgelegd aan het Land als stimulans voor de nakoming van een beslissing van het Gerecht in Ambtenarenzaken waarin aan het desbetreffende bestuursorgaan (het Ministerie; de Regering) is opgedragen om te beslissen op een verzoek van de desbetreffende eiser. In de meeste gevallen gaat het om een verzoek met betrekking tot de rechtspositie van de eiser.

- De eisers stellen dat de regering of het desbetreffende ministerie niet heeft voldaan aan de uitspraak van de ambtenarenrechter. Omdat de ambtenarenrechter geen dwangsommen kan opleggen, vorderen de eisers in deze kort gedingen dat de burgerlijke rechter een door het Land te verbeuren dwangsom verbindt aan de beslissing van de ambtenarenrechter. De grondslag daarvoor is dat het Land onrechtmatig handelt doordat zijn organen geen gevolg te geven aan de uitspraak van de rechter. De dwangsom beoogt het Land ertoe te bewegen dat alsnog uitvoering wordt gegeven aan die rechterlijke beslissingen. Volgens vaste rechtspraak kan de burgerlijke rechter uitspraken van de ambtenarenrechter met een dwangsom versterken. Dat gebeurt ook geregeld. In civiele zaken kunnen in beginsel alleen natuurlijke personen en rechtspersonen als partij optreden. Om die reden is in dit soort zaken het Land procespartij, niet een bestuursorgaan.

- In alle zaken gaat het erom dát het bestuursorgaan moet beslissen, en niet om wát het bestuursorgaan moet beslissen. Het is dus niet bij voorbaat gezegd dat de beslissing van de ambtenarenrechter - de vernietiging van een besluit of van een fictieve weigering - voor de ambtenaar uiteindelijk in het door hem/haar gewenste resultaat zal resulteren.

- Kort gedingen als hier aan de orde komen met enige regelmaat voor. De laatste maanden is de frequentie toegenomen. Met het oog op de rechtseenheid en uit overwegingen van doelmatigheid is ervoor gekozen om de kort gedingen die sinds juli 2026 zijn ingediend op te sparen en gezamenlijk te behandelen. Dit laat onverlet dat elke zaak op de eigen merites zal worden beoordeeld.

- Bij het hier aan de orde zijnde fenomeen van het niet-nakomen door de uitvoerende macht van rechterlijke uitspraken zijn niet alleen de belangen van de betrokken ambtenaren gemoeid, die een gerechtvaardigd belang hebben bij een beslissing op hun verzoeken. Ook de rechtsstatelijkheid van Curaçao komt hierbij in het geding, en daarmee het algemeen belang. Door eiser 1 is in dit verband verwezen naar het rapport van de Ombudsman Curaçao van 20 juli 2026 getiteld 'Onderzoek naar de wijze waarop de overheid uitvoering geeft aan uitspraken van de Ambtenarenrechter’. Volgens dat rapport kent het niet-tijdig en onvolledig naleven van (onherroepelijke) rechterlijke uitspraken door de overheid een structureel karakter. Bezien vanuit het algemeen belang is het bovendien onwenselijk dat uit gemeenschapsgelden dwangsommen worden verbeurd.

- De eisers hebben in hun verzoekschriften hun vorderingen toegelicht, met overlegging van stukken. Het Land heeft naar aanleiding van het tussenvonnis een akte uitlating na tussenvonnis ingediend. Voorts heeft het Land ter zitting een nadere toelichting gegeven op de standpunten ten aanzien van de vorderingen tot het opleggen van een dwangsom. Het Land is daarbij ingegaan op de in het tussenvonnis aan de orde gestelde vragen. Het gaat om de volgende vragen:

Wat is de reden dat door het Land, dat wil zeggen de diverse bestuursorganen, niet steeds gehoor wordt gegeven aan opdrachten van het Gerecht in Ambtenarenzaken en/of, in hoger beroep, van de Raad van Beroep?

Zijn de bij eerdere vonnissen in kort geding aan het Land opgelegde dwangsommen (zie het schema hierna) daadwerkelijk verbeurd en zo ja, aan de desbetreffende eisers betaald?

Acht het Land het verbinden van een dwangsom aan rechterlijke beslissingen een passende en afdoende prikkel voor het Land of het desbetreffende bestuursorgaan tot nakoming van rechterlijke beslissingen, en zo nee, welke effectieve alternatieven zijn er volgens het Land denkbaar?

In hoeverre zijn deze kort gedingen representatief voor de wijze waarop met uitspraken van de ambtenarenrechter wordt omgegaan en op welke wijze wordt toegezien op de nakoming van die uitspraken?”

Overzicht zaken:

Eiser

Naam

Ministerie

Uitspraak Gerecht in Ambtenarenzaken

Bijzonderheden

1

[…]

Justitie

(KPC)

6/11/23:

Binnen vier maanden beslissen op verzoek van 20/1/23 tot herziening rechtspositie

Eerder vonnis in kort geding 3/11/25: dwangsom met maximum Cg 20.000

2

[…]

Algemene Zaken

(Wetgeving)

7/8/19:

Binnen drie maanden beslissen op verzoek van 13/7/17 tot herziening rechtspositie

3

[…]

Justitie

(SDKK)

12/12/25:

Binnen een maand beslissen op verzoek van 30/9/24 tot herziening rechtspositie

4

[…]

Justitie

(Brandweer)

18/3/26:

Binnen drie maanden beslissen op verzoek van 15/10/24 tot verhoging pensioengrondslag

5

[…]

Justitie

(Brandweer)

18/3/26:

Binnen drie maanden beslissen op verzoek van 15/10/24 tot verhoging pensioengrondslag

6

[…]

Justitie

(Brandweer)

18/3/26:

Binnen drie maanden beslissen op verzoek van 15/10/24 tot verhoging pensioengrondslag

7

[…]

Justitie

(Brandweer)

18/3/26:

Binnen drie maanden beslissen op verzoek van 15/10/24 tot verhoging pensioengrondslag

De namen van de erven ontbreken en moeten alsnog opgegeven worden.

8

[…]

Justitie

(SDKK)

30/3/26:

Binnen vier maanden beslissen op verzoek van 19/8/24 tot herziening rechtspositie

9

[…]

Justitie

(SDKK)

1/6/26:

Binnen twee maanden beslissen op verzoek van 26/9/24 tot herziening rechtspositie

10

[…]

Justitie

(SDKK)

24/8/20:

Nietigverklaring besluit op verzoek 13/5/13 tot herziening rechtspositie

11

[…]

Justitie

(KPC/LBD)

6/11/23:

Binnen drie maanden beslissen op verzoek van 26/2/19 tot herziening rechtspositie

Eerder vonnis in kort geding 13/3/26: dwangsom per 1/1/27 met maximum Cg 25.000

12

[…]

Justitie

(SDKK)

30/3/26:

Binnen vier maanden beslissen op verzoek van 29/8/24 tot herziening rechtspositie

13

[…]

VVRP

2/4/25:

Vernietiging beschikking 23/11/23 en besluit 17/11/23 met opdracht binnen drie maanden opnieuw te beslissen.

Eerder vonnis in kort geding 3/11/25: dwangsom met maximum Cg 20.000

14

[…]

VVRP

2/4/25:

Vernietiging beschikking 29/11/23 en besluit 14/11/23 met opdracht binnen drie maanden opnieuw te beslissen.

Eerder vonnis in kort geding 3/11/25: dwangsom met maximum Cg 20.000

15

[…]

VVRP

2/4/25:

Vernietiging beschikking 23/11/23 en besluit 17/11/23 met opdracht binnen drie maanden opnieuw te beslissen.

Eerder vonnis in kort geding 3/11/25: dwangsom met maximum Cg 20.000

16

[…]

VVRP

2/4/25:

Vernietiging beschikking 29/11/23 en besluit 14/11/23 met opdracht binnen drie maanden opnieuw te beslissen.

Eerder vonnis in kort geding 3/11/25: dwangsom met maximum Cg 20.000

17

[…]

BPD

27/5/26:

Binnen drie maanden beslissen op verzoek van 1/12/23 tot bevordering.

3. De reactie van het Land op de vragen in het tussenvonnis

Bij zijn akte heeft het Land als volgt op de vragen in het tussenvonnis geantwoord:

Ad A. “In diens rapport van 20 juli 2026 heeft de Ombudsman verschillende van de redenen/oorzaken waarom door het Land, dat wil zeggen de diverse bestuursorganen, niet steeds gehoor wordt gegeven aan opdrachten van het Gerecht in Ambtenarenzaken en/of, in hoger beroep, van de Raad van Beroep. Deze redenen/oorzaken zijn ook gereflecteerd in de door de Ombudsman aangedragen aanbevelingen, die het Land ook, zo veel als mogelijk is, op zo kort mogelijke termijn, wil implementeren.

Ad B. De gegevens om deze vraag te beantwoorden heeft het Land nog niet in het korte tijdsbestek sedert het tussenvonnis kunnen verzamelen. Daartoe is het apparaat te groot en de gegunde tijd om dit na te gaan, te kort. Wel bestaat de indruk dat weleens verbeurde dwangsommen zijn uitbetaald en zelfs zonder dat daar enige betekening van het vonnis, waarmede de dwangsommen zijn toegewezen, aan het Land werd uitgebracht.

Ad C. Het Land is, getuige dat op momenten dwangsommen worden verbeurd en soms zelfs ook uitbetaald worden en weleens zelfs ook gevolgd worden door nieuwe verzoeken om wederom ook hogere dwangsommen op te leggen, van oordeel dat het verbinden van een dwangsom aan rechterlijke beslissingen geen passende en zeker geen afdoende prikkel voor het Land of het desbetreffende bestuursorgaan tot nakoming van rechterlijke beslissingen.

Het Land merkt voorts op dat het opleggen van een dwangsom ook niet in alle gevallen een geschikt middel is om nakoming te bevorderen. Dit geldt in het bijzonder wanneer de uitvoering van een beslissing mede afhankelijk is van organisatorische en formatieve omstandigheden die niet uitsluitend door het enkele handelen van het Land kunnen worden gewijzigd.

Deze situatie deed zich bijvoorbeeld voor bij de staatkundige herstructurering na de ontmanteling van de Nederlandse Antillen. Door het vervallen en opnieuw inrichten van verschillende bestuursorganen, waaronder de Centrale Politiedienst, konden niet alle betrokken ambtenaren zonder meer worden ingepast in een rechtstreeks overeenkomende functie binnen de nieuwe organisatiestructuur van het Korps Politie Curaçao. In die gevallen is voorzien in een praktische invulling van de werkzaamheden door middel van een passend takenpakket, rekening houdend met de beschikbare formatieve ruimte en de rechtspositie van de betrokken ambtenaar.

Onder dergelijke omstandigheden leidt het verbinden van een dwangsom aan de uitvoering niet noodzakelijkerwijs tot het daarmee beoogde resultaat, nu daarmee de onderliggende organisatorische en formatieve beperkingen niet worden weggenomen.

Dit voorbeeld van LBD-ers met een takenpakket illustreert goed dat dwangsommen niet altijd een passende prikkel is om het Land te bewegen tot nakoming van rechterlijke beslissingen.

Het Land meent, daarentegen, dat de door de Ombudsman gedane aanbevelingen, bij implementatie daarvan, een waarborg bieden dat de desbetreffende bestuursorganen, die met de uitvoering van rechterlijke beslissingen aangaande ambtenaren, tot nakoming van die rechterlijke beslissingen worden gedreven.

Juist daarom is het Land reeds doende om enkele van die aanbevelingen ten uitvoer te brengen, getuige het hierna besproken besluit van de Raad van Ministers van 20 september 2026.

Ad D. Het Land is van oordeel dat de onderhavige kort gedingen (17 stuks) niet representatief zijn voor de wijze waarop met uitspraken van de ambtenarenrechter wordt omgegaan. Vooreerst zeggen deze kort gedingen niets over de vele uitspraken van de

ambtenarenrechters die wel, weliswaar soms met enige vertraging, worden uitgevoerd door het land.

(…)

Verwezen zij naar het besluit van de Raad van Ministers van 23 september 2026, krachtens welke de Secretarissen-Generaal van de ministeries zijn geïnstrueerd om de uitspraken van de ambtenarenrechter, die nog niet zijn uitgevoerd, alsnog uit te voeren en zich daarbij, indien nodig, te laten bijstaan door een advocatenkantoor, met bepaling dat de hieruit voortvloeiende kosten ten laste van het desbetreffende ministerie komen en dat door de Secretaris-Generaal van het Ministerie van BPD, indien nodig met bijstand van de Stichting Overheidsaccountantsbureau (SOAB), de uitvoering als hiervoor bedoeld, centraal wordt toegezien op de vorderingen hierin en dat de resultaten van dit toezien ieder kwartaal worden besproken in het SG-beraad en aan de Raad van Ministers worden gepresenteerd.

Voorts is ook relevant te vermelden dat, omdat vele van de kort gedingen politieambtenaren betreffen, de minister van Justitie een onder leiding van de Korpschef staande commissie heeft ingesteld om al het mogelijke te doen, opdat alle uitstaande beslissingen op korte termijn genomen zullen zijn, zodat ook de daarmede samenhangende kort gedingen zinloos zullen worden.”

4. De beoordeling

De hiervoor opgenomen overwegingen uit het tussenvonnis gelden als hier herhaald en ingelast.

Het Land heeft verweer gevoerd. Het Land heeft bevestigd dat het gehouden is te voldoen aan de uitspraken van de ambtenarenrechter. Volgens het Land hebben de eisers echter onvoldoende belang bij de gevorderde dwangsommen, nu uit het overgelegde besluit van de Raad van Ministers van 23 september 2026 volgt dat op korte termijn op de desbetreffende uitspraken van de ambtenarenrechter zal worden beslist. Het Land heeft daarnaast in de meeste zaken het standpunt ingenomen dat dwangsommen geen passend en geen effectief middel zijn om de Land tot nakoming te bewegen: Vertrouwen moet er zijn, en nog enig geduld.

Ter zitting is vastgesteld dat de eerder aan het Land opgelegde dwangsommen in de hier aan de orde zijnde zaken geen effect hebben gesorteerd. In alle zes zaken waarin in een eerder kort geding een dwangsom was verbonden aan het langer uitblijven van een beslissing op de verzoeken van de eisers, is door het Land het maximum aan dwangsommen uitbetaald. Dat geldt ook in zaak 11, hoewel die dwangsom ingevolge de beslissing van de kortgedingrechter pas zou worden verbeurd per 1 januari 2027. Eiser 11 heeft ter zitting gezegd dat dit al de derde keer was dat aan hem het maximum aan dwangsommen is betaald voor dezelfde kwestie, het uitblijven van een beslissing op zijn verzoek uit 2019 tot herziening van zijn rechtspositie.

Het Land heeft met verwijzing naar het Besluit van de Raad van Ministers van 23 september 2026 gesteld dat er nu daadwerkelijk werk zal worden gemaakt met de voldoening aan de uitspraken van de ambtenarenrechter, onder meer door de inschakeling van advocaten om de bestuursorganen te adviseren bij het beslissen op de verzoeken van de ambtenaren. Het gerecht ziet daarin aanleiding het Land een termijn te geven waarbinnen de beslissingen op de verzoeken in dit kort geding kunnen worden overgelegd. Die termijn zal worden gesteld op ruim een maand. Niet duidelijk is hoeveel uren aandacht het vergt om een dossier ter hand te nemen en een antwoord op het verzoek te formuleren. Er zijn echter geen aanwijzingen dat het binnen een maand niet mogelijk zou zijn alsnog te beslissen, te meer nu er inmiddels ook aan de kant van het Land diverse advocaten bij de zaken van eisers zijn betrokken. Het ijzer lijkt heet om gesmeed te worden.

Eisers hebben onverkort recht op naleving van de uitspraken van de ambtenarenrechter. Vertrouwen in een vlotte afdoening zou mooi zijn, maar kan aan hen niet worden opgelegd. Als de beslissingen niet binnen de gestelde termijn worden overgelegd, zullen bij het eindvonnis wederom dwangsommen aan het Land moeten worden opgelegd. Een ander dwangmiddel tegen het Land heeft de civiele kortgedingrechter niet.

Bij het eindvonnis zal ook worden beslist over de proceskosten die ten laste van het Land moeten komen. Het gaat om Cg 350 (afgerond) aan oproepingskosten per oproepingsexploot, Cg 450 aan griffierecht per eiser en Cg 1.500 aan gemachtigdensalaris voor ieder van de voor de eisers optredende advocaten.

5. De beslissing in kort geding

Het gerecht:

stelt het Land in de gelegenheid om uiterlijk op 20 november 2026 de besluiten naar aanleiding van de verzoeken van eisers in het geding te brengen, per e-mail aan de rechter […] en aan (de gemachtigden van) eisers;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, bijgestaan door mr. S.K.V. Jansen, griffier, en in het openbaar uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. P.E. de Kort

Griffier

  • mr. S.K.V. Jansen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand