ECLI:NL:OGEAC:2026:197

ECLI:NL:OGEAC:2026:197

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak 20-10-2026
Datum publicatie 26-10-2026
Zaaknummer CUR202603558
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Kort geding. Executiegeschil. Tenuitvoerlegging hypothecaire akte. Schuldenaar in in verzuim? Betekening van exploot tot aanzegging van executie.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202603558

Vonnis in kort geding van 20 oktober 2026

in de zaak van

[EISERES], wonende in Nederland, eiseres, gemachtigde: mr. A.C. Herrera,

tegen

BANCO DI CARIBE N.V.,

gevestigd in Curaçao, gedaagde, gemachtigde: mr. A. van Hoof.

Partijen worden hierna [eiseres] en de bank genoemd.

Inleiding

[eiseres] is eigenaar van een woning die zij heeft gefinancieerd met een lening van de bank. Tussen de bank en [eiseres] lopen al sinds 2024 gesprekken over achterblijvende betalingen door [eiseres]. Uiteindelijk heeft de bank in november 2025 de financiering opgezegd en de veiling aangekondigd. Daarna heeft [eiseres] niets meer betaald. De veiling is aangezegd voor morgen 21 oktober 2026. [eiseres] wil dat die veiling niet doorgaat. Het gerecht wijst die vordering af. Weliswaar was de opzegging door de bank in november 2025 voorbarig, maar omdat [eiseres] ook daarna niets meer heeft betaald is zij hiermee hoe dan ook alsnog in verzuim geraakt en mag de bank de woning veilen. Een belangenafweging leidt niet tot een ander oordeel, mede omdat [eiseres] niet permanent in de woning woont.

1. Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit:

het verzoekschrift van 19 oktober 2026, met producties;

de producties van de bank;

de mondelinge behandeling van 20 oktober 2026;

de pleitnotities van de bank.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2. De feiten

eiseres] is eigenaar van de woning aan het [adres] (de woning).

Tussen [eiseres] als geldlener en de bank als geldgever is in 2023 een leningsovereenkomst tot stand gekomen. Tot zekerheid voor de terugbetaling van het geleende bedrag en rente is bij notariële akte van 28 juli 2023 een recht van hypotheek gevestigd. Naast deze hypothecaire lening had [eiseres] bij de bank ook een lening voor een auto afgesloten en had zij een rekening-courant bij de bank.

Vanaf 2024 is [eiseres] in de problemen gekomen met de tijdige voldoening van haar betalingsverplichtingen. Hierover heeft de bank veelvuldig met [eiseres] gesproken en gemaild, waarbij afspraken zijn gemaakt om alsnog betalingen te doen om te voorkomen dat de leningen zouden worden opgeëist.

Bij mail van 3 april 2025 heeft de bank onder andere het volgende aan [eiseres] laten weten:

“De achterstand is heden XCG 14,029.53. De schuld is heden XCG 453,808,50.

De laatste taxatie gaf aan een markwaarde van ANG 335,000 dus u kunt zich wel voorstellen dat de bank geen uitstel meer zal verlenen. Wij adviseren u dus morgen uiterlijk de XCG 2.5k en daarna elke maand totdat u 6 maanden netjes heeft voldaan zodat we alsnog kunnen herstructureren anders zullen we voortzetten bovenaan aangegeven [dat wil zeggen het voorbereiden van de veiling; toevoeging gerecht].”

Bij mail van 16 mei 2025 heeft de bank het volgende aan [eiseres] laten weten:

“We verwachten de betalingen als volgt als een laatste work-out scenario voor het in aanmerking komen van een herstructurering.

Mei uiterlijk de 30e van de maand

Juni voor 10e van de maand

Juli voor 10e van de maand

Aug voor 10e van de maand

September voor 10e van de maand”

In de maanden daarna tot en met november 2025 heeft [eiseres] elke maand Cg 2.500 betaald. De betaalmomenten varieerden van de vierde van de maand (april) tot de twintigste (augustus, oktober en november). De termijn voor september is al op 20 augustus 2025 betaald.

Op 30 september 2025 is een nieuwe ‘credit facilities agreement’ overeengekomen. Hiermee is de aan [eiseres] verstrekte financiering geherstructureerd.

Bij mail van 14 november 2025 heeft een medewerker van de bank aan [eiseres] laten weten dat de bank helaas geen andere optie ziet dan de lening op te zeggen en uit te winnen. In de mail staat ook:

“U heeft met ons de overeenkomst uiterlijk de 10e van de maand te betalen. Dit heeft u voor de zoveelste maal nagelaten. Wij zijn dus voornemens de veiling op te starten.”

Na november 2025 heeft [eiseres] geen betalingen meer gedaan aan de bank.

De bank heeft de veiling van de woning aanvankelijk aangezegd tegen 17 juni 2026. In de aanloop naar die datum heeft opnieuw overleg plaatsgevonden tussen de bank en [eiseres]. De veiling is vervolgens vanwege dit overleg aangehouden. Bij mail van 10 juni 2026 heeft [eiseres] voorgesteld een bedrag van Cg 50.000 te betalen en verzocht de veiling tot eind juli 2026 aan te houden, zodat zij deze betaling kan doen. Hierop heeft de bank bij mail van 29 juni 2026 onder andere laten weten dat

“de veiling doorgang zal vinden gezien vanaf November geen betalingen zijn ontvangen een meerdere heroverwegingen tot uitstel van de veiling door onze credit commissie zijn afgewezen. Mocht u vóór de veilingdatum het door u genoemde bedrag hebben voldaan, dan zullen wij de situatie opnieuw beoordelen.”

[eiseres] heeft het bedrag van Cg 50.000 niet betaald.

Bij exploten van 14 september 2026 heeft de bank de veiling van de woning doen aanzeggen voor 21 oktober 2026. De exploten zijn openbaar betekend.

Op 15 september 2026 heeft de deurwaarder foto’s van het betekende exploot via whatsapp gestuurd aan [eiseres].

De veiling staat gepland op 21 oktober 2026.

3. Het geschil

eiseres] vordert – kort samengevat – dat het gerecht de bank verbiedt om de veiling van de woning door te laten gaan, met veroordeling van de bank in de proceskosten.

De bank is het hier niet mee eens en wil dat de vordering wordt afgewezen, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten.

4. De beoordeling

Met de voor morgen aangezegde veiling is het spoedeisend belang evident.

Tenuitvoerlegging door de bank moet worden vooraf gegaan door een aanzegging daarvan. Die aanzegging moet plaatsvinden bij exploot (artikel 544 Rv). In dit geval is het exploot waarmee de veiling is aangezegd openbaar betekend, omdat – volgens het exploot – [eiseres] geen bekende woon- of verblijfplaats heeft in Curaçao of daarbuiten (artikel 4 onder 7 Rv). [eiseres] meent dat deze betekening nietig is (artikel 92 Rv), onder andere omdat zij in de hypotheekakte voor de tenuitvoerlegging daarvan woonplaats heeft gekozen bij de notaris. Zij had dus wel degelijk een bekende woonplaats in Curaçao.

Met de gekozen woonplaats ten kantore van de notaris was inderdaad geen sprake van een situatie waarin de betekening openbaar moet geschieden. Met die vaststelling is [eiseres] echter niet geholpen. [eiseres] is door de onjuiste betekening namelijk in geen enkel belang geschaad, omdat vast staat dat zij een dag later van de inhoud van het exploot via whatsapp op de hoogte is geraakt. Waar geen reëel belang is gemoeid met de schending van een vormvoorschrift, bestaat geen aanleiding om op die grond de veiling te verbieden (vergelijk artikel 93 Rv).

De bank is als hypotheekhouder in beginsel bevoegd de hypotheekakte ten uitvoer te leggen door middel van de openbare verkoop van de woning (artikel 430 Rv in verbinding met artikel 3:268 BW). Daarvoor is wel vereist dat de hypotheekgever in verzuim is met de nakoming van zijn verbintenissen waarvoor de hypotheek tot waarborg strekt. Is van verzuim geen sprake, dan heeft de hypotheekhouder dus niet de bevoegdheid om de woning executoriaal te verkopen.

eiseres] meent dat zij op 14 november 2025 (het moment waarop de bank de opzegging van de lening en de veiling heeft aangekondigd) niet in verzuim was met de voldoening van haar verplichtingen. Zij bedoelt hiermee dat zij vanaf april 2025 maandelijks het tijdelijk afgesproken bedrag heeft betaald, reden waarom de bank nog in september 2025 bereid was de financiering te herstructureren. Daarom was de bank niet bevoegd om tot opzegging van de financiering over te gaan, zodat zij ook niet bevoegd is de woning executoriaal te verkopen.

Het is het gerecht niet duidelijk geworden waarom de bank op 14 november 2025 meende tot opzegging te moeten overgaan. Vanaf mei 2025 (toen tijdelijke afspraken werden gemaakt om betalingen te doen vooruitlopend op een mogelijke herstructurering van de financiering) tot en met september 2025 heeft [eiseres] op één maand na steeds overeenkomstig die tijdelijke afspraken betaald (zie 2.5 en 2.6). Slechts over de maand augustus heeft [eiseres] tien dagen te laat betaald. Kennelijk vond de bank die ene te late betaling geen beletsel om tot herstructurering over te gaan. Die overeenkomst is immers eind september 2026 tot stand gekomen.

In die overeenkomst heeft het gerecht geen uiterste betaaldag aangetroffen. Wel heeft [eiseres] gewezen op artikel 19 van de op die overeenkomst toepasselijke voorwaarden, dat luidt als volgt:

“Default of Borrower(s)

Amounts of any drawing(s) outstanding, the accrued interest and all other moneys and liabilities owed by Borrower(s) to the Bank under the Credit Facility Agreement shall be claimable [...] if one or more of the following events (an event of default) occurs:

1. Payment of any principal and/or interest and/or other amount has not been received by the Bank within 30 days after the due date thereof.”

Volgens [eiseres] heeft deze bepaling tot gevolg dat zij tot en met november niet in verzuim is geraakt met haar betalingsverplichtingen onder de herstructureringsovereenkomst. Zij heeft de termijnen over oktober en november namelijk op de twintigste van die maanden betaald. Zelfs als dit te laat is – omdat volgens de bank nog steeds de afspraak gold dat de termijnen voor de tiende moesten zijn betaald – dan nog is de termijn van dertig dagen daarna niet verstreken.

De bank heeft dit betoog ten aanzien van de betekenis van artikel 19 van de voorwaarden niet gemotiveerd weersproken. Mede gelet op de tekst ervan, volgt het gerecht daarom [eiseres] in de door haar bepleite uitleg. Dat betekent dat zij gelijk heeft in haar standpunt dat zij met haar betalingen onder de herstructureringsovereenkomst niet in verzuim is geraakt. Voor de daaraan voorafgaande periode geldt op zich weliswaar dat [eiseres] met de voldoening van één termijn te laat was, maar ook dat de bank daarna alsnog bereid was de financiering te herstructureren. Hiermee heeft zij ten minste de indruk gewekt (en [eiseres] mocht dat gerechtvaardigd aannemen) dat aan die ene te late betaling geen consequenties zouden worden verbonden.

Het gerecht is gelet op het voorgaande van oordeel dat de opzegging van de financiering door de bank op 14 november 2025 prematuur was. Het gerecht is het in zoverre met [eiseres] eens. Inmiddels is er sindsdien echter bijna een jaar verstreken. Gedurende dat jaar heeft [eiseres] niets meer aan de bank betaald. Daarvoor bestond geen gegronde reden. [eiseres] vond de opzegging (terecht) ongegrond. Het gevolg daarvan had moeten zijn dat zij was doorgegaan met de betaling van de maandelijkse termijnen, ook toen zij inmiddels bericht van de notaris had ontvangen dat de bank de woning zou gaan veilen en het gehele openstaande bedrag in één keer opeiste. De bank heeft [eiseres] eind juni 2026 ook nog gewezen op het feit dat zij na november niets meer had betaald. Ook daarna heeft [eiseres] echter niets betaald, niet het aanvankelijk aangekondigde bedrag van Cg 50.000 en ook niet de reguliere maandelijkse termijnen.

Naar het oordeel van het gerecht kan hieruit geen andere conclusie worden getrokken dan dat [eiseres] na november 2026 alsnog in verzuim is komen te verkeren, welk verzuim de bank een zelfstandige grond geeft om over te gaan tot parate executie. Zij is dus in beginsel bevoegd om de woning executoriaal te verkopen.

Een belangenafweging maakt dit niet anders. Van de bank kan niet worden gevergd verder te gaan met een cliënt die al elf maanden niets meer betaalt, terwijl er onbetwist een aanzienlijk bedrag is uitgeleend. Hierbij weegt het gerecht ook mee dat de bank al lang voordat werd gesproken over de herstructurering van de financiering veel moeite moest doen om voldoende betalingen van [eiseres] los te krijgen. Ook heeft de bank onbetwist gesteld dat het onderpand (de woning) in waarde daalt, zodat het risico van de bank navenant toeneemt. Hier tegenover staat het belang van [eiseres]. Zij raakt op korte termijn de woning kwijt. Dat is onvoldoende zwaarwegen, omdat [eiseres] niet (permanent) in de woning woont. Zij woont en is ingeschreven in Nederland, zodat aangenomen kan worden dat zij met de veiling niet dakloos raakt.

De conclusie is dat de vordering van [eiseres] wordt afgewezen. De bank mag de veiling laten doorgaan.

Omdat [eiseres] in het ongelijk wordt gesteld, wordt zij veroordeeld in de proceskosten. De kosten van de bank worden tot aan deze uitspraak begroot op Cg 1.000 aan gemachtigdensalaris.

5. De beslissing in kort geding

Het gerecht:

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van de bank van Cg 1.000, te vermeerderen met Cg 250 aan nakosten zonder betekening, verhoogd met Cg 150 in geval van betekening;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling, rechter, bijgestaan door S. Curiel, griffier, en in het openbaar uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Th. Veling

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand