GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202602919
Vonnis in kort geding van [22] oktober 2026
in de zaak van
[EISERES 1], [EISERES 2], beiden wonend in Curaçao,eiseressen,gemachtigde: mr. M.M. Bloem,
tegen
De stichting FUNDASHON CAS ABAU ZEEGENING,
gevestigd in Curaçao,gedaagde,gemachtigden: mrs. W.R. Flocker en R.M.A. Regina.
Partijen worden hierna eiseressen en de Stichting genoemd.
1. Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift van 26 augustus 2026 met producties 1 t/m 13,
de akte wijziging eis van eiseressen en aanvullende producties 14 t/m 18,
het verweerschrift,
de mondelinge behandeling van 7 oktober 2026, gelijktijdig met een vergelijkbaar ander kort geding (CUR202602921),
de pleitnotities van beide partijen,
de e-mail van de rechter aan de gemachtigden van 8 oktober 2026, waarin een bezichtiging ter plaatse werd aangekondigd en waarin de volgende suggestie werd gedaan:
“Afgezien van het voorgaande heb ik mijn gedachten laten gaan over hoe het verder moet met deze kwesties. Dit ongeacht de uitkomst van de kort gedingen. Hieronder doe ik een suggestie voor een minnelijke oplossing. U hoeft daar verder niets mee, maar misschien helpt het u verder:
Uitgangspunten:
De eiseressen wonen al lange tijd in hun woningen.
Het terrein waarop de woningen staan, staat op naam van de in 1928 overleden erflater.
Eiseressen kunnen, zolang 'hun' perceel niet op hun naam staat, niet tot overdracht overgaan;
Eiseressen stellen door verjaring eigenaar te zijn geworden; daarover zou geprocedeerd moeten worden;
Duidelijk lijkt dat eiseressen zouden kunnen worden aangemerkt als 'gebruiker' als bedoeld in artikel 3:200a en verder Burgerlijk Wetboek, wat aanspraak zou kunnen geven op toekenning in eigendom van (een deel van) de door hen gebruikte grond; daarover zou geprocedeerd moeten worden.
De Stichting moet (en wil) de rechten van eiseressen zoveel mogelijk respecteren.
Wat de rechten van de eiseressen precies zijn zou nog moeten worden vastgesteld, wat gepaard gaat met kosten, tijd en onzekerheid.
Mogelijke oplossing:
De Stichting werkt mee aan het op naam van [eiseressen] stellen van het perceel met daarop de woningen [huisnummers], groot 4.079 m2, zoals in september 2026 opgemeten.
Stichting werkt mee aan het op naam van [eiseres in de andere zaak] stellen van het perceel met daarop de woning [huisnummer], groot circa 2.000 m2.
De kosten van de overdracht/tenaamstelling en van de op te maken meetbrieven komen voor rekening van de eiseressen.
Na overdracht/tenaamstelling hebben de eiseressen niets meer van de Stichting te vorderen, ook niet in de hoedanigheid van erfgenaam, deelgenoot of gebruiker, ook niet wat betreft de door de Stichting aan het terrein en aan de omheiningen verrichte (sloop)werkzaamheden.
Er volgen geen bodemprocedures.”
de bezichtiging ter plaatse op 15 oktober 2026 in aanwezigheid van partijen en de gemachtigden;
de e-mail van heden van de griffier aan de gemachtigden met luchtfoto’s en de reacties daarop.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2. Inleiding
De procedure gaat over sloop- en schoonmaakwerkzaamheden door de Stichting op het terrein Zeegening. Eiseressen wonen op dat terrein en willen dat de Stichting verdere werkzaamheden rond hun woning staakt, de vernielde omheining herstelt en de puinresten verwijdert, totdat in een bodemprocedure over de eigendomsaanspraken met betrekking tot dit deel van Zeegening is beslist.
3. De feiten
Eiseressen wonen aan de [adres]. Op het door hen gebruikte perceel staan twee huizen.
De Stichting is bij beschikking van dit gerecht van 15 juni 2022 (ECLI:NL:OGEAC:2022:169) benoemt tot vereffenaar van de onbeheerde nalatenschap van […], ook genoemd […], ook genoemd […], geboren op […[ 1854 en overleden op […] 1928. Die nalatenschap bestaat uit het door de erflater in 1892 in eigendom verkregen perceel grond gelegen in het derde district van Curaçao, groot 330.000 m2, omschreven als ‘Kaas Abau of Zeegening te Cabo Verde, een kanoekje gelegen te Sero Fortuna tussen de plantage Sint Jacob en de plantage Steenen Coraal’. Dit terrein van 330.000 m2 wordt hierna aangeduid als ‘Zeegening’.
De Stichting heeft een verkavelingsplan voor Zeegening laten opstellen. Dat verkavelingsplan is door de overheid goedgekeurd.
De Stichting is overgegaan tot het kaalschrapen van een deel van Zeegening met loaders.
In juli 2026 heeft de Stichting onder protest van eiseressen de begroeiing en de omheining met poort en brievenbus rond de woningen van eiseressen verwijderd. De Stichting heeft daarbij een wal aangelegd op de plek waar volgens de Stichting de kavelgrens volgens haar verkavelingsplan zou moeten liggen. De toegang tot de woningen van eiseressen vanaf de [naam straat] is daarmee gewijzigd.
[…]
(Luchtfoto van oude situatie, met in het midden de twee woningen van eiseressen)
[…]
(Foto’s van huidige situatie gezien vanaf [straatnaam])
4. De vordering
Eiseressen vorderen, na akte eiswijziging:
I. eiseressen verlof te verlenen om kosteloos te mogen procederen;
II. de Stichting te bevelen met onmiddellijke ingang iedere bouw-, sloop-, graaf-, egalisatie-, ontginnings-, verkavelings-, uitgifte of andere feitelijke wijzigingshandeling te staken en gestaakt te houden binnen het op productie 17 in blauw omlijnde gebied, bestaande uit de twee aansluitende gedeelten van circa 2.451 m2 en 4.079 m2, tezamen circa 6.530 m2, totdat in de bodemprocedure in eerste aanleg over de aanspraken van partijen met betrekking tot dit gebied is beslist;
III. de Stichting te verbieden nog aanwezige funderingen, puinresten, erfafscheidingen, bomen, constructies, bodemsporen of andere restanten van de historische toestand op het litigieuze gedeelte te verwijderen, te verplaatsen, te bedekken of anderszins te wijzigen, behoudens voor zover dit noodzakelijk is ter uitvoering van het bevel onder IV en V of met toestemming van eiseressen dan wel rechterlijke machtiging;
IV. de Stichting te bevelen binnen 48 uur na vonnis alle door of namens haar voor de bestaande toegang tot [adres] gedeponeerde sloop- en puinresten te verwijderen en verwijderd te houden, zodat de door eiseressen gebruikte oorspronkelijke toegang tot hun perceel vrij, veilig en berijdbaar blijft;
V. de Stichting te bevelen binnen zeven dagen na betekening van het vonnis de door of namens haar verwijderde erfafscheiding langs de betreffende gedeelten van de buitenbegrenzing van het op productie 17 in blauw omlijnde gebied te herstellen, door aldaar opnieuw een natuurlijke erfafscheiding van cactussen en vergelijkbare gebiedseigen begroeiing aan te brengen en te herplanten, zoveel mogelijk overeenkomstig de vóór de werkzaamheden bestaande toestand, alsmede aan de voorzijde aanwezige draad-/gaasafscheiding (“waya”) te herstellen dan wel opnieuw te plaatsen, met behoud van de bestaande toegang tot [adres];
VI. subsidiair, voor zover volledig natuurlijk herstel niet binnen die termijn mogelijk is, de Stichting te bevelen binnen diezelfde termijn langs die gedeelten een deugdelijke tijdelijke draad-/gaasafrastering ("waya") te plaatsen en geplaatst te houden en het natuurlijke herstel vervolgens binnen een door het Gerecht te bepalen termijn te voltooien totdat in de bodemprocedure anders is beslist;
VII. de Stichting te verbieden het op productie 17 blauw omlijnde gebied litigieuze gedeelte te betreden of door derden te doen betreden met het doel daar werkzaamheden of feitelijke wijzigingen uit te voeren, behoudens voor de uitvoering van dit vonnis;
VIII. aan de bevelen en verboden onder b tot en met g een dwangsom te verbinden van Cg 10.000 voor iedere overtreding, alsmede Cg 2.500 voor iedere kalenderdag of gedeelte daarvan dat de overtreding voortduurt, tot een maximum van Cg 100.000;
IX. de Stichting te veroordelen in de kosten van dit geding en de nakosten advocaat, zulks vermeerderd met de wettelijke rente ingaande 14 dagen na het vonnis;
Eiseressen baseren hun vorderingen op het door hen gestelde langdurige bezit van het bij hen in gebruik zijnde deel van Zeegening (2.451 m2 en 4.079 m2), althans het bezit van hun rechtsvoorganger […]. Zij beroepen zich op verjaring. Daarnaast stellen zij dat de Stichting de bestaande feitelijke toestand onrechtmatig en onbevoegdelijk heeft gewijzigd door de erfafscheiding te verwijderen, opstallen te slopen en verdere werkzaamheden uit te voeren. De vorderingen strekken tot bescherming van het gestelde bezit en tot behoud van de feitelijke toestand totdat in de bodemprocedure over de rechten van partijen is beslist.
5. De beoordeling
Eiseressen beogen met hun vorderingen in dit kort geding in de eerste plaats te voorkomen dat de Stichting verdere sloop- en schoonmaakwerkzaamheden verricht aan het gedeelte van Zeegening waarvan eiseressen menen de eigenaar te zijn. Namens de Stichting is verzekerd dat de Stichting de woningen van eiseressen verder ongemoeid zal laten. Dit neemt echter niet weg dat eiseressen, gelet op wat aan dit kort geding voorafging en daarover hierna wordt overwogen, nog altijd een voldoende belang hebben bij het gevorderde verbod tot sloop.
De Stichting is overgegaan tot het kaalschrapen van een groot deel van Zeegening, dit ter voorbereiding op de uitvoering van haar verkavelingsplan en met het oog op de verkoop van kavels. In beginsel is de Stichting daartoe als vereffenaar van de nalatenschap waartoe Zeegening behoort bevoegd. Zij is als vereffenaar echter niet bevoegd om eigenmachtig en in weerwil van protest en eigendomsaanspraken een eind te maken aan door derden – eiseressen – uitgeoefend bezit van delen van het terrein en om tot sloop over te gaan van hetgeen daarop is aangebracht. Bij de Stichting is naar het zich laat aanzien de misvatting ontstaan dat haar vereffenaarschap en haar goedgekeurde verkavelingsplan de uitvoering van dat plan zonder meer legitimeren, ook waar de kavelgrenzen in dat plan de door eiseressen gepretendeerde (eigendoms)aanspraken doorkruisen. Het vereffenaarschap en het verkavelingsplan kunnen echter geen afbreuk doen aan eventueel verkregen eigendom en laten onverlet dat rekening moet worden gehouden met serieuze aanspraken op voortgezet gebruik.
In het licht van overweging 5.2 had de Stichting niet mogen overgaan tot de verwijdering van de omheining, poort en brievenbus van het gedeelte waarop de woningen van eiseressen staan. Onder de gegeven omstandigheden was die verwijdering onrechtmatig in de zin van artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek. De Stichting heeft, door eigenmachtig op te treden en feitelijke wijzigingen op het terrein aan te brengen, onvoldoende rekening gehouden met de mogelijke gebruiksrechten en overige aanspraken van eiseressen. Zolang over die aanspraken geen duidelijkheid bestond, had zij de bestaande feitelijke toestand moeten respecteren en zich van dergelijke wijzigingen moeten onthouden.
Hoewel die meting op zichzelf geen bijzondere status heeft, zal in dit kort geding worden uitgegaan van het gedeelte groot 4.079 m2 aangeduid op de door eiseressen als productie 17 overgelegde situatieschets. Dat gedeelte had de Stichting niet zonder instemming van eiseressen mogen kaalschrapen. Ten aanzien van het andere op die schets aangeduide deel van 2.451 m2 geldt dat daarvan in dit kort geding onvoldoende is gebleken dat sprake was van bezitsuitoefening door eiseressen. Voor zover de vorderingen van eiseressen ook op dat deel zijn gericht, zullen zij worden afgewezen.
Bij het voorgaande wordt benadrukt dat in dit kort geding niet kan worden vastgesteld en niet hoeft te worden vastgesteld of eiseressen, zoals zij stellen en de Stichting betwist, als gevolg van verjaring eigenaar zijn geworden. Wat wel al kan worden aangenomen is dat eiseressen na decennia bewoning aangemerkt zouden kunnen worden als ‘gebruiker’ in de zin van artikel 3:200a en verder BW en daarmee in een procedure op grond van die wettelijke regeling in aanmerking zouden kunnen komen voor toekenning van (een deel van) het door hen gebruikte gedeelte van Zeegening.
Het gerecht zal de vorderingen deels toewijzen als hierna omschreven, met een passend geachte beslissing over de termijn waarbinnen aan de veroordelingen moet zijn voldaan en over de dwangsommen. Voor toewijzing van het meer of anders gevorderde bestaat binnen het kader van deze spoedprocedure onvoldoende grond en belang. Een belangenafweging kan niet tot een ander oordeel leiden.
Omdat de Stichting (grotendeels) in het ongelijk worden gesteld, wordt de Stichting veroordeeld in de proceskosten. Gelet op het overgelegde bewijs van onvermogen zullen eiseressen worden toegelaten kosteloos te procederen.
6. De beslissing in kort geding
Het Gerecht:
verleent eiseressen verlof om kosteloos te procederen;
beveelt de Stichting om met onmiddellijke ingang alle bouw-, sloop-, graaf-, egalisatie-, verkavelings- of andere feitelijke wijzigingshandelingen te staken en gestaakt te houden op het gedeelte van circa 4.079 m2 waarop de woningen aan [adres] zijn gelegen, zoals aangeduid op de als productie 17 overgelegde situatieschets, dit op straffe van een dwangsom van Cg 5.000 voor iedere keer dat de Stichting in strijd handelt met dit bevel, met een maximum van Cg 50.000;
beveelt de Stichting om binnen een maand na de betekening van dit vonnis de vóór de woningen aan [adres] opgeworpen puinwal te verwijderen en verwijderd te houden, dit op straffe van een dwangsom van Cg 100 per dag dat de Stichting hiermee in gebreke blijft, met een maximum van Cg 10.000;
beveelt de Stichting om binnen drie maanden na de betekening van dit vonnis de afrastering en afscherming van het gedeelte van circa 4.079 m2 zover als redelijkerwijze mogelijk in een met de situatie vóór de verwijdering vergelijkbare staat te brengen, dit op straffe van een dwangsom van Cg 100 per dag dat de Stichting hiermee in gebreke blijft, met een maximum van Cg 10.000;
veroordeelt de Stichting in de proceskosten van eiseressen, tot aan deze uitspraak begroot op Cg 450 aan griffierecht, Cg 432,48 aan oproepingskosten en Cg 1.500 aan gemachtigdensalaris, te vermeerderen met Cg 250 aan nakosten zonder betekening, verhoogd met Cg 150 in geval van betekening, alle bedragen bij uitblijven van tijdige betaling te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de uitspraak van dit vonnis;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, bijgestaan door mr. H. Semerci, griffier, en in het openbaar uitgesproken.