GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202603215
Vonnis in kort geding van 13 oktober 2026
in de zaak van
[EISER],
te Curaçao,
eiser, hierna te noemen: de verhuurder,
gemachtigde: mr. S.C. Larmonie,
tegen
[GEDAAGDEN],
beiden te Curaçao,
gedaagden, hierna gezamenlijk te noemen: de huurder,
niet verschenen.
1. Het procesverloop
Op 23 september 2026 heeft verhuurder een verzoekschrift in kort geding ingediend. De mondelinge behandeling van het kort geding heeft plaatsgehad op 13 oktober 2026. Huurder is, hoewel goed opgeroepen, niet verschenen. Tegen huurder is verstek verleend. De rechter heeft ter zitting gezegd meteen uitspraak te doen.
2. De beoordeling
Huurder huurt van verhuurder de woning [adres] voor een huurprijs van Cg 1.350 per maand. De huurprijs is bij vooruitbetaling verschuldigd.
Verhuurder heeft op de in het verzoekschrift aangevoerde gronden - samengevat - de ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand plus de tot aan de ontruiming verschuldigde termijnen gevorderd, vermeerderd met rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.
Verhuurder heeft verklaard dat de huurachterstand berekend tot en met oktober 2026 Cg 12.150 bedraagt.
Nadat de rechter te kennen heeft gegeven in hoeverre de rechter de vorderingen en de nevenvorderingen toewijsbaar acht, verklaart verhuurder het meer of anders gevorderde in te trekken.
Huurder heeft de vorderingen van verhuurder, zoals ter zitting verminderd, niet betwist. De onweersproken huurachterstand rechtvaardigt de gevorderde ontruiming.
De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen zoals hierna in de beslissing vermeld. De gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen worden toegewezen conform het Procesreglement voor Civiele Zaken.
Huurder wordt (grotendeels) in het ongelijk gesteld. Daarom wordt huurder veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten van verhuurder worden tot aan deze uitspraak begroot op Cg 450 aan griffierecht, Cg 719 aan oproepingskosten en Cg 1.000 aan gemachtigdensalaris.
3. De beslissing in kort geding
Het gerecht:
veroordeelt huurder het gehuurde uiterlijk op 30 oktober 2026 te ontruimen met alle personen en zaken die zich van de kant van huurder in en om het gehuurde bevinden, en om de sleutels aan verhuurder af te geven;
verstaat dat de deurwaarder, door wie de gedwongen ontruiming zal dienen te geschieden als huurder in gebreke blijft met de ontruiming, op grond van de wet- en regelgeving (artikel 555 e.v. Rv) bevoegd is de sterke arm van politie en justitie in te roepen, en verleent alvast toestemming voor de vertegenwoordiging als bedoeld in artikel 557 en 444 lid 2 Rv;
veroordeelt huurder tot betaling aan verhuurder van Cg 12.150 ter zake de huurachterstand tot en met oktober 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2026 tot de dag van algehele voldoening;
veroordeelt huurder tot betaling aan verhuurder van Cg 1.350 per maand voor iedere ingegane maand vanaf november 2026 tot het tijdstip van ontruiming;
veroordeelt huurder tot betaling aan verhuurder van Cg 1.500 ter zake van buitengerechtelijke kosten;
veroordeelt huurder in de proceskosten van verhuurder van Cg 2.169, bij niet tijdige betaling te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de uitspraak van dit vonnis;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, bijgestaan door S. Curiel, griffier, en in het openbaar uitgesproken.