GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202600699
Vonnis in kort geding van 12 maart 2026
in de zaak van
[EISER 1], [EISER 2], beiden wonend in Nederland,eisers,gemachtigde: mr. A.C. van Hoof,
tegen
[GEDAAGDE],
wonend in Curaçao,gedaagde,gemachtigde: mr. U. van Bemmelen.
1. Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift van 2 maart 2026,
de nadere producties van gedaagde van 6 maart 2026,
de mondelinge behandeling van 9 maart 2026 waarbij eiser sub 2, gedaagde en de gemachtigden zijn verschenen, alsmede enige tientallen toehoorders,
de pleitnotities.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2. De feiten
Eisers zijn respectievelijk voorzitter en bestuurslid in het bestuur van de Vereniging van Eigenaren Coral Estate (de VvE). Naast eisers heeft de VvE nog twee bestuursleden. In het bestuur is een patstelling ontstaan, waarbij eisers tegenover de andere twee bestuurders zijn komen te staan. Het vijfde bestuurslid heeft zich onlangs teruggetrokken.
Gedaagde is lid van de VvE.
In de statuten van de VvE is in artikel 14 lid 6 en 7 het volgende bepaald:
6. Het bestuur is verplicht tot het bijeenroepen van een buitengewone algemene vergadering op een termijn van niet langer dan zes (6) weken, indien tenminste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van een/tiende (1/10) gedeelte van het totaal aantal uit te brengen stemmen, het bestuur daar schriftelijk om verzoekt. Indien aan het verzoek bedoeld in de vorige zin door het bestuur binnen veertien (14) dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de in die zin bedoelde verzoekers overgaan tot het bijeenroepen van een buitengewone algemene vergadering op de wijze waarop het bestuur een algemene vergadering bijeenroept.
Op 14 januari 2026 is door gedaagde namens leden van de VvE een verzoek gedaan aan het bestuur/secretariaat van de VvE om een buitengewone algemene ledenvergadering (hierna: BAV) bijeen te roepen conform de artikelen 14.6 en 14.7 van de statuten. Bij dit verzoek zijn verzoeken van individuele leden gevoegd tot bijeenroeping van een BAV, waarbij gebruik is gemaakt van een door gedaagde opgesteld formulier.
Aangezien het bestuur niet binnen 14 dagen op dit verzoek reageerde, hebben leden van de VvE zelf een BAV bijeengeroepen conform artikel 14 lid 6 van de statuten. Bij e-mail van 13 februari 2026 heeft gedaagde aan leden van de VvE een agenda doen toekomen voor een BAV op 15 maart 2026.
De agendapunten voor de BAV zijn het ontslag van eisers als bestuurders en de benoeming van nieuwe bestuurders.
3. De vordering
Eisers vorderen dat het gerecht bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde veroordeelt om binnen 24 uur via e-mail en Facebook de in het verzoekschrift onder 2.6 voorgestelde mededeling aan de leden van de VvE te doen, houdende een erkenning dat oproep nietig is en een rectificatie van uitlatingen over eisers, althans een door het gerecht te bepalen mededeling waarbij de leden van de VvE worden geïnformeerd dat de buitengewone algemene vergadering van 15 maart 2026 geen doorgang kan vinden, omdat daartoe onbevoegdelijk is opgeroepen en daarin geen rechtsgeldige besluiten kunnen worden genomen, zulks op straffe van een dwangsom.
Eisers leggen aan de vordering ten grondslag dat is niet voldaan aan het quorumvereiste van 10% van artikel 14 lid 6 van de statuten. Gedaagde handelt onrechtmatig door desondanks de oproep aan de leden tot de BAV op 15 maart 2026 te handhaven.
Gedaagde voert gemotiveerd verweer tegen de vordering.
4. De beoordeling
Eisers vorderen dat gedaagde, samengevat, zijn oproep tot het houden van een BAV op 15 maart 2026 herroept, zodat deze geen doorgang kan vinden. Op de agenda voor de opgeroepen vergadering staan het ontslag van eisers en de benoeming van nieuwe bestuurders. Volgens eisers is de oproep niet geldig, omdat het quorum van 10% van artikel 14.6 van de statuten van de VvE niet is gehaald. Daardoor zullen volgens hen de door de vergadering te nemen besluiten blootstaan aan vernietiging, wat voor de VvE onduidelijkheid, onzekerheid en onrust zal veroorzaken. Zij verwachten bovendien dat op de BAV, anders dan op een reguliere algemene vergadering met een reguliere oproeping, overwegend 'activistische' leden zullen komen, die met gedaagde voor hun ontslag zullen stemmen.
Voor een voorziening in kort geding als door eisers gevorderd, is onder meer vereist dat aangenomen kan worden dat in een eventuele bodemprocedure zal worden geoordeeld dat de oproep voor de vergadering niet rechtsgeldig is.
In dit kort geding baseren eisers hun vordering tegen gedaagde op de stelling dat hij ten onrechte schermt met (minstens) 52 verzoeken van leden, waarmee aan het quorumvereiste zou zijn voldaan. De bewijslast van die stelling berust ingevolge artikel 129 Rv op eisers. In dit kort geding, waarbinnen geen plaats is voor nader onderzoek of bewijslevering, is die stelling van eisers onvoldoende aannemelijk geworden. Door eisers zijn in dit kort geding vraagtekens geplaatst bij een aantal van de individuele formulieren, maar ter zitting is gebleken dat door eisers zelf geen navraag is gedaan (of laten doen) naar de vraag of de door hen in dit kort geding genoemde leden instemden met de door gedaagde gepresenteerde formulieren. Dat zou een kleine moeite zijn geweest, gelet op het gegeven dat het bestuur (het secretariaat) van de VvE beschikt over de e-mailadressen van de leden. Waar eisers bijvoorbeeld stellen dat bij sommige SPF's de verklaring niet is getekend door een statutair bestuurder maar door de UBO of bewoner, is goed denkbaar dat, bij navraag, de statutair bestuurder de verklaring zou hebben bekrachtigd en zal bekrachtigen. Niet zonder meer kan worden geoordeeld dat bekrachtiging (dus achteraf) in dit verband niet mogelijk is. Naar voorlopig oordeel in dit kort geding, kan niet gezegd worden dat gedaagde, gelet op de door hem bij zijn verzoek aan het bestuur van de VvE van 14 februari 2026 overgelegde 55 verklaringen, niet in redelijkheid kon besluiten om op grond van artikel 14.6 van de statuten van de VvE een BAV te verzoeken en om, toen het bestuur niet antwoordde op zijn verzoek en geen vergadering opriep, zelf een vergadering op te roepen. Het gerecht betrekt hierbij mede dat de statuten van de VvE geen vorm voorschrijven voor een verzoek op grond van artikel 14.6, behalve dat dit verzoek ‘schriftelijk’ moet worden gedaan. Blijkens artikel 1 van de statuten wordt onder ‘schriftelijk’ tevens verstaan ‘langs elektronische weg toegezonden leesbare en reproduceerbare berichten’, en artikel 26 van de statuten bepaalt onder meer dat kennisgevingen door leden per e-mail kunnen worden gedaan.
Hoewel ook in dit kort geding niet onomstotelijk is aangetoond dat het verzoek om een BAV daadwerkelijk namens minimaal 10% van de leden is gedaan, bestaat, gelet op het voorgaande, onvoldoende grond voor een afgelasting van de door gedaagde uitgeroepen BAV.
Het gerecht ziet echter wel aanleiding om de BAV uit te stellen. Uitstel van de BAV kan worden gezien als een afgezwakte variant van de door eisers gevorderde afgelasting, en is daarom een voorziening die in dit kort geding kan worden getroffen. De BAV zal worden uitgesteld tot 19 april 2026. Dit is, zoals ter zitting bleek, de datum waartegen eisers bij bestuursbesluit een reguliere algemene vergadering willen oproepen (zo nodig, om binnen het bestuur bij meerderheid te kunnen besluiten, na schorsing door hen van een ander bestuurslid).
Uitstel van de BAV moet niet alleen in het belang van de partijen in dit kort geding worden geacht, maar ook in het belang van de overige leden van de VvE en de VvE zelf. Uit de stellingen van beide partijen blijkt dat de oproep door gedaagde voor de BAV op 15 maart 2026 niet alle leden heeft bereikt, waarbij zal hebben meegespeeld dat gedaagde niet over het complete adressenbestand beschikte. Een BAV waaraan een gebrekkige oproep is voorafgegaan en waarvoor niet alle leden zijn opgeroepen, is een bron voor onzekerheid en conflict, ook over de geldigheid van de op de BAV te nemen besluiten. Door uitstel kan alsnog worden bewerkstelligd dat alle leden tijdig worden opgeroepen. Met de hierna te nemen beslissingen wordt beoogd dat te bewerkstelligen.
Voor zover de vordering van eisers mede ziet op rectificatie, gelet op hun verwijzing naar 2.6 van hun verzoekschrift, bestaat daarbij onvoldoende belang.
Op grond van het voorgaande zal worden beslist als hierna omschreven. In de mate waarin partijen over en weer in het gelijk en het ongelijk zijn gesteld en gelet op de uitkomst van het geding, zullen de proceskosten worden gecompenseerd.
5. De beslissing in kort geding
het gerecht:
stelt de door gedaagde voor 15 maart 2026 opgeroepen BAV van de VvE Coral Estate uit tot 19 april 2026, 10.00 uur, met bepaling dat gedaagde de eerder door hem opgeroepen leden uiterlijk morgen van dit uitstel in kennis dient te stellen en met bepaling dat eisers het secretariaat van de VvE opdracht geven om uiterlijk overmorgen alle (overige) leden in kennis te stellen van de uitgestelde BAV en hen daarvoor uit te nodigen;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde;
compenseert de proceskosten in die zin dat partijen de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, bijgestaan doormr. J.H. Sulsters, griffier, en in het openbaar uitgesproken.