ECLI:NL:OGEAC:2026:32

ECLI:NL:OGEAC:2026:32

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak 26-02-2026
Datum publicatie 18-03-2026
Zaaknummer CUR202505001 en CUR202503028
Rechtsgebied Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Procedure Bodemzaak

Samenvatting

Het bestreden besluit is niet zorgvuldig voorbereid omdat het bezwaar van klaagster tegen het aan haar kenbaar gemaakte ontslagvoornemen niet bij de beoordeling is betrokken. Het bezwaar is gegrond. Vernietiging van het bestreden ontslagbesluit. Het dienstverband van klaagster en daarmee ook haar recht op doorbetaling van loon herleeft al met de vernietiging van het ontslagbesluit. De Regering dient de salarisbetaling aan klaagster onmiddellijk te hervatten met terugwerkende kracht tot de stopzetting daarvan in januari 2026.

Uitspraak

GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN CURAÇAO

Uitspraak

in de zaak van:

[klaagster],

wonende te Curaçao,

klaagster,

gemachtigde: mr. A.C. Herrera, advocaat,

tegen:

de Regering van Curaçao,

hierna: de Regering,

verweerster,

gemachtigde: mr. J.G. Ricardo

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt het Gerecht:

a. Het bezwaar van klaagster tegen het besluit van de Regering van 22 oktober 2025 waarbij aan klaagster met ingang van 1 november 2025 eervol ontslag is verleend wegens blijvende medische ongeschiktheid voor de vervulling van haar ambt (het bestreden besluit). Dit betreft de zaak CUR202505001;

b. Een verzoek om een proceskostenveroordeling in de zaak CUR202503028.

Klaagster heeft tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt en heeft dat bezwaar aangevuld.

Op 12 januari 2026 en 9 februari 2026 zijn de zaken ter zitting behandeld. Klaagster is telkens verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. De Regering heeft zich telkens laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.

Ter zitting van 12 januari 2026 heeft klaagster haar bezwaar tegen het eerdere inmiddels ingetrokken ontslagbesluit van 1 april 2025 ingetrokken en in die zaak om een proceskostenveroordeling verzocht (CUR202503028).

Op verzoek van het Gerecht heeft de gemachtigde van de Regering per email van 16 januari 2026 bevestigd dat klaagster in november en december 2025 nog salaris heeft gekregen omdat het bestreden ontslagbesluit nog niet door de personeelsadministratie was ontvangen. Verder bericht de gemachtigde dat klaagster direct na ontvangst van het bestreden besluit van de payroll is afgevoerd en vanaf januari 2026 geen salaris zal ontvangen.

Op de zitting van 9 februari 2026 was aanvankelijk ook een verzoek van klaagster om een voorlopige voorziening aan de orde (CUR202600311), waarmee werd beoogd het ontslagbesluit te schorsen en de salarisbetaling te hervatten in afwachting van de uitspraak in de bodemzaak (CUR202505001). De gemachtigde heeft namens klaagster dit verzoek ter zitting ingetrokken, omdat het Gerecht versneld uitspraak zal doen in de bodemzaak en daarin de in het verzoek tot voorlopige voorziening genoemde belangen mee zal nemen.

Beoordeling door het Gerecht

2. Het Gerecht beoordeelt het bestreden besluit aan de hand van de door klaagster daartegen aangevoerde gronden. Het Gerecht komt tot het oordeel dat het bezwaar gegrond is. Het bestreden besluit is onvoldoende zorgvuldig voorbereid. Hierna legt het Gerecht uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Wat is relevant om te weten in deze zaak?

Klaagster was werkzaam als Behandelend Medewerker E bij de Shared Service Organisatie, afdeling Facilitair Bedrijf, bij het ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening (BPD). Op 30 januari 2023 heeft klaagster zich ziek gemeld en sindsdien heeft zij niet meer gewerkt.

Bij besluit van de Regering van 1 april 2025 werd aan klaagster met ingang van 1 juni 2025 eervol ontslag verleend wegens blijvende ongeschiktheid voor de vervulling van haar ambt op grond van artikel 103, eerste lid, onder e, van de Landsverordening Materieel Ambtenarenrecht (LMA). Dat besluit was gebaseerd op een medische keuring van de Geneeskundige Commissie van de Arbodienst van 8 augustus 2024 en een brief van het Algemeen Pensioenfonds van Curaçao (APC) van 15 oktober 2024 waarin klaagster van de keuring in kennis werd gesteld. In die brief van het APC werd klaagster in de gelegenheid gesteld een herkeuring aan te vragen, waarvan klaagster geen gebruik heeft gemaakt.

Op 16 september 2025 heeft de Regering voornoemd besluit van 1 april 2025 ingetrokken, omdat klaagster dat besluit op 11 juli 2025 heeft ontvangen, haar salaris zonder voorafgaande kennisgeving per eind juni 2025 werd stopgezet en zij de voornemensbrief van 16 december 2024 pas op 11 juli 2025 heeft ontvangen.

Op diezelfde dag, 16 september 2025, stelt de Regering een nieuwe voornemensbrief op waarin zij klaagster in de gelegenheid stelt om binnen zeven dagen over het voornemen tot ontslag eventuele op- en/of aanmerkingen kenbaar te maken.

Klaagster ontvangt zowel het intrekkingsbesluit als de nieuwe voornemensbrief op 13 oktober 2025.

De gemachtigde van klaagster stuurt op 20 oktober 2025 per email een reactiebrief op het nieuwe voornemen van de Regering aan de Secretaris-Generaal van het Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening. Aan die brief is bijgevoegd een verklaring van de huisarts van klaagster dat zij geopereerd en gerevalideerd is en haar werk weer kan hervatten onder een begeleidend opbouwend re-integratieproces.

Op 13 november 2025 ontvangt klaagster het bestreden ontslagbesluit van 22 oktober 2025. In dat besluit staat onder meer dat klaagster geen bezwaarschrift heeft ingediend en dat wordt overgegaan tot uitvoering van het voornemen tot ontslag. Achteraf is gebleken dat de reactiebrief van klaagster van 20 oktober 2025 pas nadat het ontslagbesluit al tot stand was gekomen is ontvangen door de afdeling belast met het opstellen daarvan. Daarom is in dat besluit ten onrechte vermeld dat klaagster geen reactie heeft ingediend op het ontslagvoornemen.

Wat heeft de Regering aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd?

4. De Regering heeft het bestreden besluit genomen op dezelfde gronden als die aan het eerdere ingetrokken ontslagbesluit van 1 april 2025 ten grondslag waren gelegd. Het Gerecht verwijst naar hetgeen hij hiervoor in 3.2 heeft opgenomen.

Wat voert klaagster aan en wat vindt het Gerecht daarvan?

5. Klaagster voert aan dat de Regering het bestreden besluit onzorgvuldig heeft voorbereid door de reactiebrief van klaagster niet te betrekken in de besluitvorming.

De Regering heeft ter zitting erkend dat de (voorbereiding van de) besluitvorming niet zorgvuldig is verlopen, omdat de reactiebrief van klaagster van 20 oktober 2025 daarin niet is meegenomen. Klaagster zal worden opgeroepen voor een nieuwe keuring door de Arbodienst, nu het gaat om een nieuwe medische situatie en de vorige keuring na een jaar zijn geldigheid heeft verloren. De Regering is al bezig met de voorbereidingen van een besluit om het bestreden ontslagbesluit in te trekken. Het kan nog wel even duren voordat het intrekkingsbesluit gereed is, aldus nog steeds de Regering. De gemachtigde heeft verder verklaard dat de procedure zo is, dat de salarisbetaling pas kan worden hervat op het moment dat de personeelsadministratie het intrekkingsbesluit ontvangt. De gemachtigde heeft toegezegd te onderzoeken of er een mogelijkheid is om de salarisbetaling te bespoedigen.

Het betoog van klaagster slaagt. Met klaagster en de Regering is het Gerecht van oordeel dat het bestreden besluit niet zorgvuldig is voorbereid omdat het bezwaar van klaagster tegen het aan haar kenbaar gemaakte ontslagvoornemen niet bij de beoordeling is betrokken. Het bestreden besluit zal daarom worden vernietigd.

Conclusie en gevolgen

6. De slotsom is dat het bezwaar gegrond is. Het bestreden ontslagbesluit is in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel tot stand gekomen en zal daarom worden vernietigd. Dat betekent dat het ontslagbesluit van 22 oktober 2025 vanaf de datum van deze uitspraak niet meer bestaat en dat de Regering daarmee geen titel meer heeft voor stopzetting van het salaris van klaagster. Ter zitting is naar voren gekomen dat het uitgangspunt van de Regering is dat ze het salaris van klaagster pas kan doorbetalen na de totstandkoming van een landsbesluit tot intrekking van het bestreden ontslagbesluit. Voor alle duidelijkheid wenst het Gerecht op te merken dat dat uitgangspunt geen steun vindt in het recht. Het dienstverband van klaagster en daarmee ook haar recht op doorbetaling van loon herleeft al met de vernietiging van het ontslagbesluit. De Regering dient dus na de ontvangst van deze uitspraak onmiddellijk tot doorbetaling van het loon van klaagster over te gaan. Dat zou alleen anders zijn als de Regering hoger beroep zou instellen tegen deze uitspraak. Immers, het hoger beroep heeft schorsende werking op grond van artikel 97, derde lid, van de Rar. Doordat de Regering in deze procedure zelf heeft erkend dat het bestreden ontslagbesluit in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel tot stand is gekomen, ligt een hoger beroep niet voor de hand. In het voorgaande ziet het Gerecht aanleiding om te voldoen aan het verzoek van klaagster om in het dictum uitdrukkelijk te vermelden dat de Regering het salaris van klaagster na de ontvangst van deze uitspraak met onmiddellijke ingang zal doorbetalen met terugwerkende kracht tot de datum van stopzetting daarvan in januari 2016.

7. In het voorgaande ziet het Gerecht aanleiding om, met overeenkomstige toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht, de Regering te veroordelen in de proceskosten van klaagster. Deze vergoeding wordt bepaald op Cg 1.400,- (1 punt voor het bezwaarschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, waarde per punt Cg 700,- en wegingsfactor 1).

Proceskosten na intrekking bezwaar genummerd CUR202503028

8. Het Gerecht stelt voorop dat de wet strikt genomen geen grondslag biedt voor het toekennen van een proceskostenvergoeding indien een bezwaar wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener is tegemoetgekomen. Vanuit het oogpunt van effectieve rechtsbescherming acht het Gerecht het echter onwenselijk dat de indiener in een dergelijk geval geen vergoeding kan krijgen voor de gemaakte kosten in verband met het aangewende rechtsmiddel. In de intrekking van dit bezwaar ter zitting wegens de intrekking van het ontslagbesluit ziet het Gerecht dan ook aanleiding om de door klaagster verzochte proceskostenvergoeding aan haar toe te kennen. Deze vergoeding wordt bepaald op Cg 1.400,- (1 punt voor het bezwaarschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, waarde per punt Cg 700,- en wegingsfactor 1).

Beslissing

Het Gerecht in Ambtenarenzaken:

CUR202505001:

CUR202503028:

- veroordeelt de Regering tot betaling aan klaagster van haar proceskosten tot een bedrag van Cg 1.400,-.

Aldus gedaan door mr. N.M. Martinez, rechter in ambtenarenzaken, en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier mr. C. Anselma-Bernsen.

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij de RvBAz van Beroep in ambtenarenzaken (RvBAz) Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen 30 dagen na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:

- het hoger beroepschrift indienen in tweevoud;

- een afschrift van deze uitspraak bijvoegen;

- vermelden waarom hij het niet eens is met de uitspraak (hoger beroepsgronden).

Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment kunnen worden ingediend.

Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?