ECLI:NL:OGEAC:2026:35

ECLI:NL:OGEAC:2026:35

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak 20-02-2026
Datum publicatie 19-03-2026
Zaaknummer 500.00234/24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Sky, inv cocaine, vrijspraak deelneming aan een criminele organisatie, verbeurdverklaring van GPS apparaten en portofoons

Uitspraak

Parketnummer: 500.00234/24

Uitspraak : 20 februari 2026 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1989 op ,

wonende in [woonplaats], [adres 1] (volgens eigen opgave),

thans gedetineerd in het huis van bewaring in Curaçao.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 24, 25, 26 en 27 november 2025. De verdachte is telkens verschenen, bijgestaan door zijn raadslieden, mrs. E.F. Sulvaran en A.N. Sulvaran, advocaten in Curaçao.

De officier van justitie, mr. R. Steen, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht de verdachte zal vrijspreken van het onder 2 ten laste gelegde feit, en dat het Gerecht de onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde feiten bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van voorarrest.

Zijn vordering behelst voorts:

De raadslieden hebben primair bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de strafvervolging van de verdachte, subsidiair dat de verdachte zal worden vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten en meer subsidiair een strafmaatverweer gevoerd.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging – ten laste gelegd dat:

FEIT 1:

DEELNEMING AAN EEN CRIMINELE ORGANISATIE

hij in of omstreeks de periode van 24 november 2019 tot en met 9 maart 2021 te Curaçao, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten (onder meer):

(artikel 2:79 lid 1-3 Wetboek van Strafrecht)

FEIT 2:

MEDEPLEGEN VOORBEREIDINGSHANDELINGEN

[ONDERZOEK NASHIRA]

hij op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 10 maart 2020 tot en met 15 maart 2020 te Curaçao en/of elders ter wereld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, telkens om een feit bedoeld in

artikel 3 eerste lid onderdeel A van de Opiumlandsverordening 1960, te weten:

van verdovende middelen zoals genoemd in artikel 3 eerste lid voor te bereiden en/of te bevorderen

en/of

artikel 4 eerste lid onderdeel A van de Opiumlandsverordening 1960, te weten

- het opzettelijk in-, uit- of doorvoeren van verdovende middelen zoals genoemd in artikel 4 eerste lid voor te bereiden en/of te bevorderen,

een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of

zich en/of een of meer ander(en) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feiten(en) heeft getracht te verschaffen, en/of (een) voorwerp(en) voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat het/zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

(artikel 3 en 4 juncto 11a van de Opiumlandsverordening 1960)

FEIT 3:

MEDEPLEGEN INVOER/UITVOER VERDOVENDE MIDDELEN OP

15/20 OKTOBER 2020

[ONDERZOEK ASCELLA]

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 oktober 2020 tot en met 20 oktober 2020 te Curaçao en/of elders ter wereld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft uitgevoerd in de zin van artikel 1 lid 3 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft ingevoerd in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval in zijn bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend,

- een hoeveelheid van ongeveer 300 kilogram waarop het Indianenlogo staat en/of 56 kilogram zonder logo en/of 23 kilogram met GTR logo en/of 17 kilogram met een goud logo, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, althans enige bereiding van cocaïne, zijnde cocaïne (een) middel(en) als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening 1960 en/of in de Beschikking van de Minister van Volksgezondheid van 6 januari 2005 (P.B. 2005 no. 13);

(artikel 3 de Opiumlandsverordening 1960 jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

subsidiair

hij op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 15 oktober 2020 tot en met 20 oktober te Curaçao en/of elders ter wereld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, telkens om een feit bedoeld in

artikel 3 eerste lid onderdeel A van de Opiumlandsverordening 1960, te weten:

van verdovende middelen zoals genoemd in artikel 3 eerste lid voor te bereiden en/of te bevorderen

een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of

zich en/of een of meer ander(en) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feiten(en) heeft getracht te verschaffen, en/of (een) voorwerp(en) voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat het/zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

(artikel 3 juncto 11a van de Opiumlandsverordening 1960)

FEIT 4:

MEDEPLEGEN INVOER/UITVOER VERDOVENDE MIDDELEN

IN 29 DEC 2020/ 1 JAN 2021

[ONDERZOEK MAIA]

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 december 2020 tot en met 1 januari 2021 te Curaçao en/of elders ter wereld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft uitgevoerd in de zin van artikel 1 lid 3 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft ingevoerd in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval in zijn bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend,

- een hoeveelheid van ongeveer 50 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, althans enige bereiding van cocaïne, zijnde cocaïne (een) middel(en) als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening 1960 en/of in de Beschikking van de Minister van Volksgezondheid van 6 januari 2005 (P.B. 2005 no. 13);

(artikel 3 Opiumlandsverordening 1960 jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair

hij op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 29 december 2020 tot en met 1 januari 2021 te Curaçao en/of elders ter wereld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, telkens om een feit bedoeld in

artikel 3 eerste lid onderdeel A van de Opiumlandsverordening 1960, te weten:

van verdovende middelen zoals genoemd in artikel 3 eerste lid voor te bereiden en/of te bevorderen

een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of

zich en/of een of meer ander(en) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feiten(en) heeft getracht te verschaffen, en/of (een) voorwerp(en) voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat het/zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

(artikel 3 juncto 11a van de Opiumlandsverordening 1960)

1. Een proces-verbaal van identificatie van het Sky ECC-account [account 2], in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Geheim Priemdossier tussen het openbaar ministerie en het Gerecht

De raadslieden hebben bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de strafvervolging van de verdachte. Daartoe hebben zij – kort samengevat – aangevoerd dat het gebruik van het zogeheten Priemdossier leidt tot een onherstelbare inbreuk op het recht van de verdachte op een eerlijk proces, welke niet is of kan worden gecompenseerd op een wijze die voldoet aan de eisen van een behoorlijke en effectieve verdediging.

Nu de verdediging geen toegang heeft tot het digitale Priemdossier, terwijl die toegang wel bestaat voor het openbaar ministerie en het Gerecht, lijkt het allemaal op een heimelijk gebeuren tussen het openbaar ministerie en de rechter. Schoorvoetend krijgt de verdediging tegenwoordig alleen een overzicht in de vorm van zogenoemde screenshots, hetgeen geen inzicht biedt in de daadwerkelijke inhoud van het Priemdossier en effectieve controle daarop onmogelijk maakt. Dit roept volgens de raadslieden de vraag op of de rechter beschikt over méér informatie dan de verdediging. Deze gang van zaken levert een schending op van het beginsel van equality of arms en van het in artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces, zodat niet kan worden beoordeeld dat de procedure als geheel eerlijk is verlopen, aldus nog steeds de raadslieden.

De officier van justitie heeft bij repliek – in de kern – aangevoerd dat geen sprake is van een geheim dossier en dat aan de raadslieden de mogelijkheid is geboden tot inzage teneinde te controleren of zij over dezelfde stukken beschikken. Voorts staat het in deze zaak vast dat alle procespartijen over hetzelfde dossier beschikken. De officier van justitie komt aldus tot het oordeel dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging.

Het Gerecht overweegt als volgt.

Het Gerecht stelt voorop dat geen sprake is van een geheim Priemdossier, zoals door de raadslieden is geïnsinueerd. Priem betreft een digitaal systeem waarin het gescande papieren zaaksdossier van een verdachte wordt geüpload. Het Gerecht kan van dat dossier pas kennisnemen nadat het openbaar ministerie het Gerecht toegang tot die gegevens heeft verleend. In zoverre bestaat geen verschil tussen de aan het Gerecht en aan de verdediging ter beschikking gestelde processtukken.

Het Gerecht onderschrijft het uitgangspunt dat het openbaar ministerie, de verdediging en het Gerecht in beginsel gelijke toegang dienen te hebben tot het procesdossier. Het enkele feit dat daar (nog) geen sprake van is, leidt evenwel niet zonder meer tot het verbinden van rechtsgevolgen.

In het onderhavige geval heeft het Gerecht ter openbare terechtzitting onderzocht uit welke stukken het zaaksdossier bestond. Daarbij heeft het Gerecht alle zaaksdossiers in hardkopie ontvangen en uitsluitend van deze stukken kennisgenomen. De digitale omgeving Priem is slechts geraadpleegd voor gegevens betreffende de voorlopige hechtenis en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Zoals in het proces-verbaal van de zittingen van 12 en 27 juni 2025 is opgenomen is aan zowel de verdediging als aan de officier van justitie een uitdraai van screenshots van de inhoud van het Priemdossier in de strafzaak van de onderhavige verdachte verstrekt. Dit zodat de verdediging kon controleren of zij over dezelfde stukken in hardkopie beschikt. Vastgesteld is dat de verdediging (uiteindelijk) beschikt over dezelfde (Priem)stukken als het Gerecht. Nadien is gesteld noch gebleken dat het dossier van het Gerecht stukken bevat die in het aan de verdediging verstrekte dossier ontbraken. Het Gerecht concludeert dan ook dat de verdachte door het ontbreken van toegang tot het digitale Priemdossier niet is geschaad in enig rechtens te respecteren belang.

Gelet op het voorgaande is het Gerecht van oordeel dat er geen sprake is van een normschending als bedoeld in artikel 413 Sv dat het rechtsgevolg van niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie rechtvaardigt. Van een zodanig ernstige en onherstelbare inbreuk op het recht van de verdachte op een eerlijke behandeling van zijn zaak, dat niet langer kan worden gesproken van een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM, is geen sprake. Het verweer wordt derhalve verworpen.

Gissingen, meningen, veronderstellingen en conclusies van verbalisanten in processen-verbaal

Voorts hebben de raadslieden ter onderbouwing van hun verzoek tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar-ministerie betoogd dat grote delen van het proces-verbaal bestaan uit gissingen, meningen, veronderstellingen en conclusies van verbalisanten, waardoor volgens de verdediging onvoldoende onderscheid kan worden gemaakt tussen fictie en werkelijkheid waardoor geen sprake is van een eerlijk proces.

Het Gerecht overweegt als volgt.

Het Gerecht stelt vast dat sommige processen-verbaal mede zijn voorzien van vermoedens, aannames en conclusies van de verbalisanten. Een proces-verbaal dient, gelet op de daaraan toegekende bewijskracht, zo zakelijk en neutraal mogelijk te zijn en vrij te blijven van persoonlijke opvattingen van de verbalisant. In beginsel behoren aannames en conclusies daarin dan ook geen plaats te hebben.

Het is aan de rechter om uit de geverbaliseerde verklaringen, feiten en omstandigheden de gevolgtrekkingen te maken die hij geraden acht. Het Gerecht zal geen gebruik maken van (gedeelten van) processen-verbaal voor zover daarin conclusies, meningen of onjuistheden zijn opgenomen. Daarmee is voldoende gewaarborgd dat de bewijswaardering plaatsvindt op basis van objectieve en verifieerbare gegevens, zodat geen sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces. Ook dit verweer wordt derhalve in zoverre verworpen.

Het verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie wordt aldus verworpen.

Het Gerecht komt tot de conclusie dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak van feiten 1, 2 en 4

Feit 2 – onderzoek Nashira

Het Gerecht is met de officier van justitie en de raadslieden van oordeel dat voor het onder 2 ten laste gelegde feit onvoldoende wettig bewijs voorhanden is.

De verdachte zal daarom daarvan zonder nadere motivering worden vrijgesproken.

Feit 4 – onderzoek Maia

Op 29 december 2020 heeft de medeverdachte [medeverdachte 4] (Sky ECC-account [account 1]) met de verdachte (geïdentificeerde gebruiker van het Sky ECC-account [account 2]) gesproken over een voorgenomen transport/invoer van verdovende middelen direct vanuit Venezuela naar Curaçao. Daarbij zijn prijsafspraken gemaakt, zijn vaarroutes, coördinaten en tijdstippen afgestemd en heeft [medeverdachte 4] een foto van tien stapels van vijf pakketten van ene ‘[persoon 1]’ ontvangen en aan de verdachte doorgestuurd. De invoer heeft in de nacht van 31 december 2020 op 1 januari 2021 plaatsgevonden.

Het dossier bevat echter onvoldoende concrete en verifieerbare aanwijzingen dat het bij dat transport specifiek om cocaïne ging. Op de vraag van de verdachte of het om ‘wit’ ging, is door [medeverdachte 4] geen bevestigend antwoord gegeven. Integendeel, in een door hem aan de verdachte doorgestuurde screenshot van een gesprek met een Spaanssprekende gebruiker onder het profiel ‘California’ wordt vermeld: “Het is madera geen wit”. Het is feit van algemene bekendheid dat cocaïne witachtig c.q. crèmekleurig is dan wel in het spraakgebruik wordt aangeduid als ‘wit poeder’. In het bericht “Het is madera geen wit” ziet het Gerecht een contra-indicatie dat het in het als feit 4 tenlastegelegde verdovend middel cocaïne zou betreffen.

Gelet hierop kan niet met de vereiste mate van zekerheid worden vastgesteld dat het ingevoerde middel cocaïne betrof. Nu dit bestanddeel onderdeel uitmaakt van de tenlastelegging, kan het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend worden bewezen.

De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het onder 4 tenlastegelegde medeplegen van de invoer van 50 kilo cocaïne, dan wel het treffen van voorbereidingshandelingen daartoe, in de periode van 29 december 2020 tot en met 1 januari 2021.

Feit 1 - Deelneming aan een criminele organisatie

Deelneming aan een criminele organisatie is strafbaar gesteld in artikel 2:79 van het Wetboek van Strafrecht. Deze strafbaarstelling dient ter bescherming van de samenleving tegen het gevaar dat uitgaat van criminele organisaties. Het gaat hier om een zelfstandig strafbaar feit. Voor deelneming is voldoende dat de verdachte tot deze organisatie behoort en een aandeel heeft in gedragingen die strekken tot, of rechtstreeks verband houden met, de verwezenlijking van het oogmerk van die organisatie. Niet is vereist dat een persoon, om als deelnemer aan die organisatie te

kunnen worden aangemerkt, moet hebben samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met, alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds hetzelfde is.

Ook niet van belang is of de misdrijven, waarop het oogmerk van de organisatie is gericht, zijn gepleegd, dan wel pogingen daartoe zijn ondernomen of zelfs maar strafbare voorbereidingen daartoe zijn getroffen. Evenmin is van belang of een deelnemer aan de organisatie heeft meegedaan aan misdrijven die door andere deelnemers daaraan zijn gepleegd (of zijn gepoogd te plegen of zijn voorbereid). Niet is vereist dat een deelnemer aan de organisatie enige vorm van opzet heeft gehad op de door de organisatie beoogde concrete misdrijven of van enig concreet misdrijf wetenschap heeft gehad. Voldoende is dat de betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van voorwaardelijk opzet) dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft.

Een persoon is strafbaar louter vanwege zijn (opzettelijke) deelneming aan die organisatie. Die organisatie kan zijn iedere feitelijke samenwerking van twee of meer personen met een zekere structuur en duurzaamheid. Daaraan worden geen hoge eisen gesteld. Aanwijzingen voor het bestaan van een dergelijk samenwerkingsverband kunnen bijvoorbeeld zijn gemeenschappelijke regels, het veelvuldig voeren van overleg, gezamenlijke besluitvorming, een taakverdeling en het bestaan van een bepaalde hiërarchie en/of geledingen.

De verdachte zal van de onder 2 en 4 tenlastegelegde feiten worden vrijgesproken. Slechts feit 3 primair zal als gronddelict worden bewezen verklaard.

Uit de bewijsmiddelen volgt weliswaar dat de verdachte betrokken is geweest bij het onder 3 primair bewezenverklaarde feit, maar daaruit kan niet worden afgeleid dat de verdachte heeft deelgenomen aan een samenwerkingsverband met de vereiste duurzaamheid en structuur. Evenmin kan worden vastgesteld dat de verdachte heeft deelgenomen aan een organisatie met het oogmerk tot het plegen van meerdere misdrijven.

Gelet hierop acht het Gerecht evenmin de als feit 1 tenlastegelegde deelneming aan een criminele organisatie wettig en overtuigend bewezen. De verdachte zal derhalve ook daarvan worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 oktober 2020 tot en met 20 oktober 2020 te Curaçao en/of elders ter wereld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft uitgevoerd in de zin van artikel 1 lid 3 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft ingevoerd in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval in zijn bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend,

- een hoeveelheid van ongeveer 300 kilogram waarop het Indianenlogo staat en/of 56 kilogram zonder logo en/of 23 kilogram met GTR logo en/of 17 kilogram met een gouden logo, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, althans enige bereiding van cocaïne, zijnde cocaïne (een) middel(en) als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening 1960 en/of in de Beschikking van de Minister van Volksgezondheid van 6 januari 2005 (P.B. 2005 no. 13).

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.

Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Curaçao.

Identificatie van het Sky ECC-account [account 2]

“(…) 3. Identificatie

De berichten uit de dataset van het Sky-account [account 2] die beschikbaar zijn, vallen binnen de periode van 10 augustus 2020, 23:38:35 uur UTC+0 tot 2 maart 2021, 22:05:06 uur UTC+0. (…)

verdachte]

Op 17 oktober 2020 zag ik dat de gebruiker van het account [account 3] om de code vroeg aan de gebruiker van het account [account 2]. Vervolgens stuurde [account 2] [email verdachte] en een foto van een andere telefoon of een screenshot van een afbeelding waarop de locatie (…) zichtbaar was. De locatie werd aangeduid met een blauw driehoekje met de naam [verdachte]. (…)

Tijd UTC+0

Verzender

Bericht

Vertaling

(…)

2020-10-17 23:27:03

[account 3]

Manda bo code pami drenta

Stuur jouw code zodat ik erin kan

2020-10-17 23:28:29

Nami wak

Laat me kijken

2020-10-17 23:32:32

[account 2]

[email verdachte]

[email verdachte]

2020-10-17 23:44:25

Covid2020

Covid2020

2020-10-17 23:44:44

IMG-1602978282883

Uitvergroting afbeelding

(…)

2020-10-18 00:45:19

[account 2]

IMG-1602981828613

Uitvergroting

(…)

(…)

Border Management Systeem (BMS)

Uit het border managementsysteem komt onder de naam [verdachte] één persoon naar voren genaamd: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1989 te Curaçao. (…)

Audiofiles/voice-berichten

In de dataset van het account [account 2] werden verschillende audio/spraakberichten verzonden door [account 2], die door mij, [verbalisant 2] werden beluisterd. Ik ben ambtshalve bekend met de stem van [verdachte] en herken de stem van de gebruiker van het account [account 2] als zijnde de stem van [verdachte]. Vervolgens vergeleek ik, [verbalisant 2], de stem van de gebruiker van het account [account 2] met de stem van [verbalisant 2] bij opgenomen audio bij geregistreerde incidenten door Forensys. Naar aanleiding hiervan verklaar ik, [verbalisant 2], dat de stemmen met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, van dezelfde persoon is, namelijk [verdachte].

Tattoo

Op 17 oktober 2020 werd door de gebruiker van het account [account 2] de onderstaande foto verstuurd naar het account van [account 1]. (…) Ook is een tatoeage

zichtbaar op drie vingers (wijs-, middel- en ringvinger) aan zijn rechterhand.

Op 30 januari 2024 deed ik onderzoek op het internet naar een persoon genaamd [verdachte]. Via een ander facebookprofiel kwam ik terecht op het facebookprofiel genaam ‘[verdachte]’. Op dit profiel zag ik een foto die op 7 mei 2017 was gepost. (…) ik zag dat hij op drie vingers aan zijn rechterhand een tatoegae had. Deze tatoeage had overeenkomsten met de tatoegae van de gebruiker van het Sky-account [account 2]. (…)

(…)”

2. Eigen waarneming van de rechter ter terechtzitting van 24 november 2025, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

“(…) Desgevraagd toont de verdachte zijn rechterhand aan de rechter. De rechter heeft daarbij gezien dat zich op de drie vingers van die rechterhand tatoeages bevinden, overeenkomend met de tatoeages zoals zichtbaar op de in het dossier opgenomen foto’s van de rechterhand van de verdachte. (…)”

3. Een proces-verbaal van analyse van de tijdens de huiszoeking aan de [adres 1] (woning van de verdachte) inbeslaggenomen geheugenkaart, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

“(…) Van de foto’s van de verdachte [verbalisant 2] vielen twee foto’s op. Een foto die eveneens op het Facebookprofiel ‘[verdachte]’ staat. (…) Opvallend is dat in de bestandsnaam van de foto aangetroffen op de harde schijf de datum van de foto staat. Dit is dezelfde datum als die op de foto op het Facebookprofiel van [verdachte] (…). Het betreft de volgende foto.

IMG-20170507-WA0014

Tevens valt nog een foto op. Dit betreft een foto, een zogeheten selfie, in een spiegel welke is bevestigd aan een deur. Dit heeft sterke overeenkomsten met de deur van de slaapkamer van de verdachte [verbalisant 2] aan de [adres 1]. Dit is eveneens sterk gelijkend op een foto aangetroffen in de dataset van het Sky-account [account 2]. Dit betrof eveneens een (…) selfie in een spiegel gemaakt (…).

4. Een fotobijlage, behorende bij de I.B.N.-lijst [adres 1], inhoudende een foto van de slaapkamer van de verdachte, waarop een aan een deur bevestigde spiegel zichtbaar is:

“(…)

(…)”

Ten aanzien van feit 3 – onderzoek Ascella

5. Een proces-verbaal van relevante Sky ECC-berichten, afkomstig uit de verschillende Sky ECC-datasets van [ACCOUNT 3] ([medeverdachte 1]) en [account 1] ([medeverdachte 4]), die betrekking hebben op de invoer van 396 kilo cocaïne, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

“(…)

Op donderdag 15 oktober 2020 om 22:31 uur UTC+0 stuurde de gebruiker van het account [account 2] onderstaande foto naar [account 1]. (…)

(…)

UTC+0

Chat

Verzender

Content

Vertaling

16-10-2020 22:45

[account 4], [account 1]

[account 1]

Majan nos a spreek af

We hebben morgen afgesproken

17 okt pa 18 okt

17 okt pa 18 okt

(…)

16-10-2020 22:47

[account 4], [account 1]

[account 1]

Kon a bulto nn ta?

Hoe zijn de (het Gerecht begrijpt: bulten c.q. balen)?

(…)

16-10-2020 22:48

[account 4], [account 1]

[account 4]

Manera bo gusta mi ruman

Zoals je ze goed vindt, mijn broer

16-10-2020 22:49

396 ta bini

Er komen 396

(…)

16-10-2020 22:51

[account 4], [account 1]

[account 4]

Manda un tokan 10 fl algu

Stuur een token van 10 fl, iets

Pa kos bai profeshonal

Zodat de dingen professioneel gaan

Flash 3 bia jega serka

3 keer knipperen en dichterbij komen

Code indio

Code indio

16-10-2020 22:52

Controla e tokan nr pasa sen

Controleer het tokennummer en maak het geld over

(…)

17-10-2020 03:59

[account 4], [account 1]

[account 1]

Se 3 pa 11 mi tin hende ariba so

Ja, 3 tot 11 heb ik mensen alleen boven

(…)

17-10-2020 03:59

[account 4], [account 1]

[account 1]

Anto 11 pa 7 marduga ariba plus abou

En 11 tot 7 in de vroege ochtend, boven plus beneden

(…)

17-10-2020 04:00

[account 4], [account 1]

[account 4]

Mayan ta gool ora ei

Morgen is het een doelpunt dan

(…)

17-10-2020 14:33

[account 4], [account 1]

[account 1]

Foto van een bankbiljet van de Nederlandse Antillen van 10 gulden.

Nummer: [nummer]

(…)

17-10-2020 14:37

[account 4], [account 1]

[account 4]

Mes kapitan mes bultunan ta bin mes ora nan ta sali

Dezelfde kapitein, dezelfde bundels komen, op dezelfde tijd vetrekken ze

(…)

17-10-2020 22:39

[account 1], [account 2]

[account 2]

(…) Gaar naar dat punt, en daarna naar [locatie].

En vertel de mannen die komen dat ze moeten gaan naar [locatie] en als ze daar aankomen, moeten ze rijden naar het punt waar ik jou naartoe stuurde (…)

(…)

18-10-2024 09:04

[account 1], [account 3]

[account 3]

Audiofile

Ian heeft gebeld om te vragen of hij recht naar binnen moet komen of dat hij langs de kant moet rijden/varen (…)

(…)

18-10-2024 09:30

[account 1], [account 3]

[account 1]

Bise jega na st cruz

Zeg hem om bij Santa Cruz te komen

(…)

18-10-2024 10:36

[account 1], 8H148O

[account 1]

Kla kb ki

Het is al klaar hier

(…)

18-10-2020 10:59

[account 4], [account 1]

[account 4]

[persoon 2] a kai den sonjo mita kere

Ik denk dat [persoon 2] in slaap is gevallen

(…)

18-10-2020 11:07

[account 4], [account 1]

[account 4]

Su tata ta drumi pafo bota hanje sigur

Zijn vader slaapt buiten, je treft hem zeker aan

(…)

18-10-2024 11:07:18

[account 5], [account 6]

[account 5]

Mi teiiii bloedddd

Ik ben er bloed

(…)

18-10-2024 11:08:09

[account 5], [account 6]

[account 5]

Mi ta wak ee

Ik zie het/ik regel het (…)

(…)

18-10-2024 11:25:49

[account 5], [account 6]

[account 5]

Afbeelding

(…)

18-10-2020 11:35:10

[account 5], [account 6]

[account 5]

Min habri ahinda

Ik heb nog niet opengemaakt

18-10-2020 11:35:15

Mi ta habri nan awero

Ik open ze straks

(…)

18-10-2020 15:23

[account 4], [account 1]

[account 1]

Kwantu pieda atrobe?

Hoeveel stenen ook alweer?

[account 4]

396

396

(…)

18-10-2020 15:24

[account 4], [account 1]

[account 4]

Dus 217.800

Dus 217.800

(…)

18-10-2020 15:24

[account 4], [account 1]

[account 4]

Mi tinku pagabu

(het Gerecht begrijpt:) Moet ik jou betalen

(…)

18-10-2020 18:25

[account 1], [account 2]

[account 2]

Audiofile

De verdeling is wel een dingetje, ik weet het heel goed. Er moesten wat dingen gebeuren, opdat het zou lukken. Begrijp je? Kijk, ze hebben allemaal goed gewerkt. [persoon 3] heeft niet veel gedaan. Maar er moet rekening mee worden gehouden dat [persoon 3] zo meteen boven gaat werken, dus we kunnen niet gemeen zijn met [persoon 3]. Wat betreft GGD moet jij weten wat je met hem doet. We hebben gebruik gemaakt van de kerels van GNG, ik weet niet of hij veel zal gaan doen.

18-10-2020 18:26

[account 1]

Pa nan tur

Voor hen allemaal

(…)

18-10-2020 18:41

[account 1], [account 2]

[account 1]

G&G 75, toren [persoon 3] ggd 52.5, nel 10

G&G 75, Toren [persoon 3] GGD 52.5, Nel 10

Huntu ta 137.500

Samen 137.500

18-10-2020 18:42

80.500 ta sobra

Over: 80.500

Kon nos ta verdeel e

Hoe verdelen we het

Nos 3

Wij drieën

(…)

19-10-2020 01:42:31

[account 5], [account 6]

[account 5]

Un bekii mas rustig mi ta habrii tur

Zo direct is het wat rustiger zal ik alles open maken

(…)

Hieronder zijn de verzonden foto’s weergegeven. De tweede rij bevat uitvergrotingen van de foto’s van de eerste rij.

(…)

Op dinsdag 20 oktober 2020 verstuurde [account 5] berichten naar [account 6] waarin hij sprak over het aantal blokken, de verkoop van de blokken en de prijzen van de blokken. (…) Ook stuurde hij een lijst met wat hij in bezit had namelijk:

300 blokken met indianen logo

56 blokken zonder logo

23 blokken met GTR logo

17 blokken met een gouden logo

Ook stuurde [account 5] de onderstaande foto’s. (…)

(…)”

Bewijsoverwegingen

De raadslieden hebben bepleit dat de verdachte van het onder 3 ten laste gelegde feit zal worden vrijgesproken. Zij hebben daartoe – samengevat en zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd.

I. Uitsluiting van Sky ECC-berichten als bewijsmiddel (Algemeen verweer)

De Sky ECC-berichten dienen om de volgende redenen van het bewijs te worden uitgesloten:

Het dossier is nagenoeg uitsluitend gebaseerd op Sky ECC-berichten, die veelal eenzijdig en gebrekkig zijn en afkomstig uit één en dezelfde bron. Bij gebrek aan enig steunbewijs wordt niet voldaan aan het wettelijke bewijsminimum.

Het dossier is vertroebeld door eigen conclusies, meningen, gissingen en veronderstellingen van verbalisanten. Daarnaast zijn vele Sky ECC-berichten onjuist vertaald. Er ontbreken waarborgen, waaronder een wettelijke voorziening ter bescherming van grondrechten en een effectieve rechterlijke toetsing achteraf.

In het dossier van de verdachte ontbreekt een proces-verbaal waaruit blijkt dat toestemming is verleend voor het gebruik van de ontsleutelde crypto-communicatie in de onderhavige zaak. Evenmin bevindt zich in het dossier een oplegnotitie of andere schriftelijke vastlegging waarin dat gebruik is verantwoord of geformaliseerd. Voorts bevindt zich in het dossier geen machtiging van de rechter-commissaris voor de verwerking van de verkregen data, terwijl evenmin een wettelijke grondslag bestaat voor het uitvoeren van analyses en de verdere verwerking van de Sky ECC-berichten.

Er zijn geen verdovende middelen aangetroffen en er zijn ook geen andere bewijsmiddelen voorhanden waaruit kan volgen dat daadwerkelijk cocaïne is ingevoerd. Daarbij geldt dat de wijze van verpakken van verdovende middelen bij zowel cocaïne als hennep/hasj in vrijwel alle gevallen identiek is. Desondanks wordt stellig en ongevraagd aangegeven dat het om cocaïne gaat.

II. Onderzoek Ascella (ten aanzien van feit 3)

Het proces-verbaal van dit deelonderzoek bestaat uit onjuiste aannames, conclusies van de verbalisanten en slechte vertalingen die niet te vertrouwen zijn. Zo vult de verbalisant zelf in dat het cocaïnepakketten betroffen. Tijdens het requisitoir is dit standpunt herhaald onder verwijzing naar het uiterlijk van de pakketten en de wijze van vacuüm verpakken en persen, terwijl deze verpakkingswijze evenzeer gebruikelijk is bij hennep. Het bewijs steunt uitsluitend op één bron: Sky ECC-berichten. Daarbij komt dat sprake is van onjuiste vertalingen en het weglaten van belangrijke teksten, waardoor waarheid en fictie niet van elkaar te scheiden is.

Subsidiair wordt verzocht om strafvermindering toe te passen wegens structurele onrechtmatig handelen door de verbalisanten, ondanks waarschuwingen van de Hoge Raad alsook de lokale gerechten.

Het Gerecht overweegt als volgt.

Ad I Uitsluiting van Sky ECC-berichten als bewijsmiddel

Ten aanzien van het onder Ad I gevoerde verweer, strekkende tot uitsluiting van Sky ECC-berichten van het bewijs, overweegt het Gerecht als volgt.

Het Gerecht stelt voorop dat een Sky ECC-bericht op zichzelf kan worden aangemerkt als een ‘ander geschrift’ in de zin van artikel 387, eerste lid, onder e, van het Wetboek van Strafvordering. Een dergelijk bewijsmiddel kan slechts voor het bewijs worden gebezigd in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen. Naar vaste jurisprudentie kan dat ook een ander ‘ander geschrift’ zijn. Indien en voor zover de inhoud van een als bewijs gebezigd Sky ECC- bericht steun vindt in andere Sky ECC-berichten, is voldaan aan het wettelijk bewijsminimum.

In de onderhavige zaak is bovendien niet slechts sprake van Sky ECC-berichten afkomstig van één account, maar van een groepsgesprek tussen verschillende deelnemers, verzonden afbeeldingen en processen-verbaal die de inhoud van de tekstberichten ondersteunen. Reeds hierom is geen sprake van een dossier dat berust op één enkele bron of één wettig bewijsmiddel.

Dit neemt niet weg dat het Gerecht aanleiding ziet tot een behoedzame benadering bij het gebruik van Sky ECC-berichten voor het bewijs. In dergelijke berichten wordt veelal gebruikgemaakt van versluierde taal en zij vinden plaats binnen een context die voor de gesprekspartners duidelijk kan zijn, maar voor derden niet zonder meer kenbaar is. Daarbij komt dat het Gerecht in deze zaak niet beschikt over het volledige berichtenverkeer, maar uitsluitend kennis heeft kunnen nemen van een deel daarvan. Dit brengt mee dat interpretatie noodzakelijk is. Het Gerecht is zich daarvan bewust en acht om die reden voorzichtigheid geboden. Aan Sky ECC-berichten wordt slechts dán een belastende betekenis toegekend indien de inhoud daarvan, bezien in onderling verband en in samenhang met overige bewijsmiddelen, daarvoor voldoende steun biedt. In zoverre dient het verweer te worden verworpen.

Voor zover de verdediging heeft aangevoerd dat de processen-verbaal waarin de Sky ECC-berichten zijn opgenomen, zijn aangevuld met vermoedens, aannames en conclusies van de verbalisanten, geldt dat het Gerecht overeenkomstig hetgeen hiervoor reeds is overwogen onder het kopje ‘Gissingen, meningen, veronderstellingen en conclusies van verbalisanten in processen-verbaal’ (pagina 9 van dit vonnis) en blijkens de gebezigde bewijsmiddelen geen gebruik heeft gemaakt van (gedeelten van) processen-verbaal voor zover daarin gissingen, meningen, veronderstellingen en conclusies van verbalisanten zijn opgenomen. Ook in zoverre dient het verweer derhalve te worden verworpen.

Ten aanzien van het betoog dat bepaalde Sky ECC-berichten onjuist zijn vertaald, overweegt het Gerecht dat ook het Gerecht heeft vastgesteld dat niet alle vertalingen correct zijn. Het Gerecht is hier behoedzaam mee omgegaan en heeft er bij de bewijswaardering rekening mee gehouden.

Ten aanzien van het verweer dat een wettelijke grondslag ontbreekt voor het uitvoeren van analyses en het verwerken van Sky ECC-berichten, overweegt het Gerecht als volgt.

In mei 2021 respectievelijk oktober 2021 hebben de Curaçaose autoriteiten in het onderzoek Themis een rechtshulpverzoek en een aanvullend rechtshulpverzoek gericht aan de Franse autoriteiten, strekkende tot het verkrijgen van gegevens van de daarin genoemde Sky ECC-accounts. Op 5 augustus 2021 respectievelijk 24 januari 2022 hebben de Franse autoriteiten toestemming verleend tot uitvoering van deze rechtshulpverzoeken, waarbij gegevens uit het zogenoemde A- en B-kader zijn verstrekt.

De officier van justitie heeft tijdens repliek aangevoerd dat hij als zaaksofficier in de onderzoeken Mission, Borealis en Themis reeds beschikte over de betreffende datasets, en dat voor het gebruik daarvan in het onderzoek Heelal geen afzonderlijke, aanvullende toestemming was vereist. De officier van justitie heeft bij repliek alsnog een schriftelijke toestemming ex artikel 177 kc Sv overgelegd. Met de nadien overgelegde schriftelijke toestemming moet de reeds verleende mondelinge toestemming worden aangemerkt als een schriftelijke vastlegging en bevestiging van die beslissing.

Door de verdediging wordt de rechtmatigheid van de verkrijging van de Sky ECC-data door de Franse autoriteiten niet betwist. Het Gerecht stelt vast dat deze gegevens rechtmatig zijn verkregen. Van beperkende voorwaarden ten aanzien van het gebruik van de uit Frankrijk verkregen dataset is niet gebleken. De Curaçaose wet stelt niet als vereiste dat voor het gebruik in een Curaçaose strafzaak van resultaten van een opsporingsonderzoek dat op initiatief en onder verantwoordelijkheid van een buitenlandse autoriteit is verricht, een machtiging van de Curaçaose rechter-commissaris is afgegeven. Het Gerecht ziet dan ook niet in waarom voor het verwerken en analyseren van dergelijke rechtmatig verkregen gegevens een afzonderlijke wettelijke grondslag zou zijn vereist. Dit verweer wordt derhalve verworpen.

Voorts kan het Gerecht de raadslieden niet volgen in hun betoog dat niet kan worden vastgesteld dat cocaïne is ingevoerd, enkel omdat met betrekking tot het als feit 3 primair bewezenverklaarde feit geen verdovende middelen zijn aangetroffen.

Voor de beantwoording van de vraag of sprake is geweest van cocaïne is beslissend of dit, gelet op de inhoud en context van de bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld. Daarbij is niet vereist dat verdovende middelen daadwerkelijk zijn onderschept.

Uit de Sky ECC-berichten volgt dat door de verdachte en diens medeverdachten consequent wordt gesproken over ‘stenen’, ‘bulto nn’, ‘bultunan’ (het Gerecht begrijpt: balen), termen die, gelet op de context van hun communicatie en in het licht van feiten van algemene bekendheid omtrent het taalgebruik binnen het drugsmilieu, kunnen worden aangemerkt als versluierde aanduiding voor blokken/1 kilo cocaïne c.q. balen inhoudende drugs, i.c. cocaïne. Deze duiding vindt steun in andere objectieve omstandigheden waaronder de:

uiterlijke kenmerken van de op de foto’s zichtbaar witte stof en de wijze van verpakken; en

gebruikte aanlandingslocaties, die naar hun aard en ligging kenmerkend zijn voor cocaïnetransporten naar Curaçao.

In onderling verband en samenhang bezien leveren deze omstandigheden voldoende wettig en overtuigend bewijs op dat de ingevoerde verdovende middelen cocaïne betroffen. Dat de verpakkingswijze op zichzelf ook bij andere verdovende middelen kan voorkomen, doet hieraan niet af, nu het Gerecht zijn oordeel niet baseert op één enkel kenmerk, maar op het geheel van bewijsmiddelen.

Ad II Onderzoek Ascella (ten aanzien van feit 3)

Uit de communicatie tussen de medeverdachte [medeverdachte 4] en de medeverdachte zijnde de gebruiker van het Sky ECC-account 4R4IRM blijkt dat wordt gesproken over 396 ‘stenen’, over balen en over de prijs die daarvoor betaald moest worden. Kort daarna heeft de medeverdachte [medeverdachte 1] foto’s verzonden waarop verschillende pakketten te zien zijn, voorzien van onder meer een afbeelding van een indiaan, een geelkleurig patroon dat werd aangeduid als “Gold”, een opdruk “GTR”, alsmede enkele pakketten zonder stempel. Daarnaast heeft de medeverdachte [medeverdachte 1] een foto gestuurd waarop een blok wit poeder zichtbaar is. Deze berichten en afbeeldingen sluiten in tijd en inhoud naadloos op elkaar aan en vinden onderlinge bevestiging. Nu de inhoud van een als bewijs gebezigd Sky ECC- bericht steun vindt in andere Sky ECC-berichten, is voldaan aan het wettelijk bewijsminimum. Gelet op de eerdere overweging op pagina’s 26 en 27 van dit vonnis, waarin de duiding van de termen ‘stenen’ en ‘balen’ zijn besproken, stelt het Gerecht vast dat in de onderhavige communicatie met die term cocaïne wordt aangeduid.

Voorts verwijst het Gerecht naar hetgeen reeds is overwogen onder het kopje ‘Gissingen, meningen, veronderstellingen en conclusies van verbalisanten in processen-verbaal’, en herhaalt het Gerecht hier dat het aan de rechter is om op basis van die geverbaliseerde verklaringen, feiten en omstandigheden de gevolgtrekkingen te maken die hij geraden acht. Het Gerecht heeft bij zijn bewijswaardering geen gebruik gemaakt van (gedeelten van) processen-verbaal voor zover daarin conclusies, meningen of onjuistheden zijn opgenomen, en heeft uitsluitend acht geslagen op objectieve en verifieerbare gegevens.

Daarmee is voldoende gewaarborgd dat de bewijswaardering heeft plaatsgevonden op een wijze die verenigbaar is met het recht op een eerlijk proces. Het verweer wordt derhalve verworpen.

Nu het Gerecht bij zijn bewijswaardering geen gebruik heeft gemaakt van (gedeelten van) processen-verbaal voor zover daarin conclusies, meningen of onjuistheden van verbalisanten zijn opgenomen, en uitsluitend acht heeft geslagen op objectieve en verifieerbare gegevens, is geen sprake van een normschending dat tot strafvermindering noopt. Voor de subsidiair verzochte strafvermindering bestaat derhalve geen grond.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het onder 3 primair bewezen verklaarde is voorzien bij artikel 3, eerste lid, onder A van de Opiumlandsverordening 1960 en strafbaar gesteld in artikel 11, eerste lid, aanhef onder a, van die verordening juncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, van de Opiumlandsverordening 1960.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

In dat verband kan aansluiting worden gezocht bij de oriëntatiepunten straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid van het Hof en de Gerechten in eerste aanleg zijn neerslag heeft gevonden. Daarin wordt voor een “in- en uitvoer van 10 kg – 25 kg cocaïne”, waarbij er sprake is van een first offender, als indicatie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden jaren gegeven.

Het Gerecht neemt met betrekking tot de ernst van het bewezen verklaarde het volgende in beschouwing.

De verdachte is in nauwe samenwerking met anderen opzettelijk betrokken geweest bij de invoer van ruim 396 kilo cocaïne. Gelet op de omvang van deze hoeveelheid cocaïne kan niet anders zijn dat deze bestemd was voor verdere verspreiding en handel in het kader van een georganiseerd circuit. De verdachte heeft ten aanzien van de bewezenverklaarde hiermee een belangrijke bijdrage geleverd aan de instandhouding van het internationale drugscircuit dat gepaard pleegt te gaan met ernstige vormen van geweld en criminaliteit en waarvan een ondermijnend en corrumperend effect uitgaat, waartegen krachtig moet worden opgetreden. Het gebruik van harddrugs is bovendien verslavend en zeer schadelijk voor de volksgezondheid en daar heeft de verdachte aan bijgedragen. Het Gerecht acht voorts aannemelijk geworden dat met de drugshandel grote geldbedragen gemoeid zijn geweest, hetgeen eveneens een ondermijnend effect heeft op de Curaçaose samenleving. Het Gerecht weegt al deze omstandigheden in strafverzwarende zin mee.

Het Gerecht heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 9 september 2024. Daaruit volgt dat de verdachte niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld.

Het Gerecht heeft voorts acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals deze blijken uit het vroeghulpbericht van 17 oktober 2024.

De raadslieden hebben gewezen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, in het bijzonder dat hij vader is van een minderjarig kind. Het Gerecht onderkent dat de op te leggen straf ook indirect gevolgen kan hebben voor het kind van de verdachte. Die omstandigheid kan de verdachte echter niet baten, nu het zijn eigen handelen is geweest dat tot deze situatie heeft geleid. Voorts stelt het Gerecht vast dat de verdachte geen blijk heeft gegeven van inzicht in het laakbare karakter van zijn handelen of van verantwoordelijkheid voor de maatschappelijke gevolgen daarvan. Hoewel het de verdachte vrijstond zich op zijn zwijgrecht te beroepen, is daardoor geen enkele aanwijzing naar voren gekomen van reflectie.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

In beslag genomen voorwerpen

Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.

De officier van justitie heeft gevorderd:

de verbeurdverklaring van de in beslag genomen GPS apparaten en portofoons;

het handhaven van het beslag van de sieraden, geld, auto’s (en de bijbehorende autosleutels) ter fine van ontneming;

de teruggave van de in beslag genomen simkaarten, DSD-kaarten en USB-sticks aan de verdachte.

Ten aanzien van het GPS-apparaat en de portofoons

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte betrokken was bij de invoer van verdovende middelen in Curaçao, waarbij de overdracht op zee plaatsvond en waarbij gedurende het transport intensief contact werd onderhouden met de betrokkenen.

Het Gerecht stelt vast dat een GPS-apparaat en een portofoon naar hun aard geschikt zijn om de verplaatsing van vaartuigen of personen op afstand te volgen en communicatie tijdens een transport te faciliteren, en aldus controle en coördinatie mogelijk te maken.

Gelet op de aard van het bewezenverklaarde feit – te weten de georganiseerde invoer van verdovende middelen via zee – en de rol van de verdachte daarin, acht het Gerecht aannemelijk dat het inbeslaggenomen GPS-apparaat ([GPS-apparaat]) en de portofoons zijn gebruikt dan wel bestemd waren tot het begaan of de voorbereiding van het bewezenverklaarde feit.

Nu deze voorwerpen aan de verdachte toebehoren, zijn zij vatbaar voor verbeurdverklaring. Het Gerecht zal daarom de verbeurdverklaring daarvan gelasten. Daarbij heeft het Gerecht rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.

Ten aanzien van de sieraden, geld, auto’s

De officier van justitie heeft bij requisitoir aangekondigd een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tegen de verdachte aanhangig te zullen maken, welke niet gelijktijdig met de onderhavige strafzaak zal worden behandeld.

Het Gerecht stelt voorop dat beslag kan worden gehandhaafd indien het belang van strafvordering dit vordert, waaronder begrepen het veiligstellen van verhaalsmogelijkheden ter zake van een op te leggen ontnemingsmaatregel. Gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de aankondiging van een ontnemingsvordering, verzet het belang van strafvordering zich tegen teruggave van de inbeslaggenomen sieraden, geldbedragen, auto’s en de bijbehorende autosleutels.

Het beslag op deze voorwerpen zal derhalve worden gehandhaafd ter verzekering van verhaal van een eventueel op te leggen ontnemingsmaatregel.

Ten aanzien van de simkaarten, DSD-kaarten en USB-sticks

Uit het dossier is niet gebleken dat de inbeslaggenomen simkaarten, DSD-kaarten en USB-sticks geheel of grotendeels door middel van of uit baten van het bewezenverklaarde zijn verkregen. Evenmin is gebleken dat deze voorwerpen zijn gebruikt of zijn bestemd tot het begaan of voorbereiden van het bewezenverklaarde feit.

Nu zich ook overigens geen strafvorderlijk belang tegen teruggave verzet, zal de teruggave van voormelde voorwerpen aan de verdachte worden gelast.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:67 en 1:68 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1, 2 en 4 ten laste zijn gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 primair ten laste gelegde feit heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 4 (vier) jaren;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

verklaart verbeurd de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: een GPS-apparaat ([GPS-apparaat]) en een viertal portofoons ([portofoons]);

gelast de teruggave van de inbeslaggenomen simkaarten, DSD-kaarten en USB-sticks aan de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. S.A. Carmelia, bijgestaan door mr. O.H.M. Leito (zittingsgriffier), en op 20 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?