GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
2. [GEDAAGDE 2],
Zaaknrs: CUR202502201, CUR202502202, CUR202502248
Vonnis van 16 maart 2026
in de zaken van
de stichting FUNDASHON FIANSA POPULAR,
gevestigd in Curaçao,gemachtigde: mr. H.W. Braam,
eiseres,
tegen
in de zaak met nummer CUR202502201
1. [GEDAAGDE 1],
gemachtigde: mr. N. Themen– Cairo,
niet verschenen,
gedaagden,
in de zaak met nummer CUR202502202
[GEDAAGDE],
procederend in persoon,
gedaagde,
in de zaak met nummer CUR202502248
[GEDAAGDE],
procederend in persoon,
gedaagde.
Inleiding
FFP wil tot uitwinning overgaan van bepaalde aan haar tot zekerheid in fiduciaire eigendom overgedragen rechten en aanspraken van haar kredietnemers ten aanzien van door hen gekochte kavels met woningen. FFP wenst dat deze rechten en aanspraken aan haar verblijven als bedoeld in artikel 3:151 lid 1 BW, en wel tegen de getaxeerde executiewaarde van de kavels met woningen. Het gerecht overweegt welke procedure hiervoor aangewezen is (de AR-vorderingsprocedure) en beoordeelt in hoeverre de vorderingen van FFP toewijsbaar zijn.
1. Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit:
in alle zaken
het verzoekschrift van FFP;
het proces-verbaal van de mondelinge behandeling 1 oktober 2025;
de akte na comparitie van FFP, tevens akte vermeerdering van eis;
voorts in de zaak […] CUR202502201
het verweerschrift;
de antwoordakte van FFP;
voorts in de zaak […] CUR202502202
het verweerschrift;
de antwoordakte van FFP;
voorts in de zaak […] CUR202502248
- de vaststelling dat geen gebruik is gemaakt van de mogelijkheid een verweerschrift in te dienen.
Uitspraak in alle zaken is bepaald op vandaag.
2. De vorderingen
FFP vordert in alle zaken, na eiswijziging, samengevat:
- te bepalen dat de rechten en aanspraken van de gedaagde partij op het desbetreffende perceel met woning aan FFP zullen verblijven voor het bedrag van de getaxeerde executiewaarde van dat perceel met woning, althans voor een door het gerecht te bepalen bedrag;
- gedaagde partij te veroordelen de desbetreffende woning te ontruimen binnen twee weken na betekening van het te wijzen vonnis, uitvoerbaar bij voorraad.
Gedaagden hebben verweer gevoerd.
3. De beoordeling
In alle zaken
Verzoekprocedure (EJ) of vorderingsprocedure (AR)
FFP heeft de onderhavige zaken ingeleid met een verzoekschrift op grond van artikel 3:251 lid 1 BW, waarna de zaken in behandeling zijn genomen als verzoekzaken in de zin van titel 10 van Boek 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (artikel 429a Rv en verder), zaken waarin een beschikking wordt gegeven. De juiste rechtspleging is echter die van de vorderingsprocedure, waarin vonnis wordt gewezen. Voor verzoekzaken geldt immers artikel 429b lid 1 Rv, dat bepaalt dat een beschikking wordt gegeven in zaken ten aanzien waarvan dit uit de wet voortvloeit. De fiduciaire eigendom is niet in de wet geregeld en uit de wet vloeit dan ook niet voort dat aan een fiduciair eigenaar bij beschikking machtiging kan worden verleend tot toe-eigening/verblijven als hier aan de orde.
De fiduciair eigenaar dient dus in een vorderingszaak (of in spoedeisende gevallen in een kort geding) een beslissing te vorderen met de strekking dat toe-eigening/verblijven wordt toegestaan naar analogie van het voor pandrecht bepaalde in artikel 3:251 lid 1 BW. Het gerecht wijst in dit verband ook op de door FFP overgelegde uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van 15 december 2020, ECLI:NL:OGHACMB:2020:281, rechtsoverweging 2.14, waarin van ‘vordering’ wordt gesproken en niet van ‘verzoek’.
Hoewel de onderhavige zaken als verzoekzaken zijn begonnen, zullen zij als vorderingszaken worden voortgezet en beslist. Daarvoor bestaat aanleiding nu, zoals blijkt uit de door FFP overgelegde uitspraken, het gerecht tot dusver niet steeds consequent is geweest en op vergelijkbare verzoeken zowel bij beschikking als bij vonnis heeft beslist. Partijen worden door deze wissel bovendien niet in hun procesvoering geschaad.
Voor de door FFP na bij eiswijziging gevorderde ontruiming geldt onmiskenbaar dat die in een vorderingsprocedure thuishoort.
Voorts in de zaak […] CUR202502201
In de zaak CUR202502201 speelt de bijzonderheid dat dezelfde vordering van FFP al voorligt bij het Hof. Bij (verstek)vonnis van dit gerecht van 12 mei 2025 (CUR202500165) is de primaire vordering van FFP afgewezen, welke vordering mede strekte tot toe-eigening/verblijven en ontruiming. FFP is van dat vonnis in hoger beroep gegaan (CUR2025H00163), op welk beroep nog niet is beslist.
Het voorgaande brengt mee dat FFP geen belang heeft bij haar vordering in het onderhavige geding. Haar vordering zal dan ook worden afgewezen, met haar veroordeling in de proceskosten.
Voorts in de zaken […] CUR202502202, en […] CUR202502248
De geldleningsovereenkomsten en de koopovereenkomsten
Gedaagden zijn kredietnemers van FFP. Beide gedaagden zijn tekortgeschoten in hun betalingsverplichtingen, waarna FFP het krediet heeft opgezegd en het uitstaande bedrag heeft opgeëist.
In beide zaken is het krediet verstrekt in verband met een door de kredietnemer met Fundashon Kas Popular (FKP) gesloten koopovereenkomst. Bij die koopovereenkomsten verkocht FKP aan gedaagden ‘alle rechten en aanspraken van verkoopster met betrekking tot het woonhuis, hierna te noemen het “verkochte”, gebouwd op een perceel grond, bekend als [adres], hierna te noemen de “kavel” (...)’. De koopovereenkomsten bepalen dat FKP zich jegens de koper verplicht het Eilandgebied Curacao te verzoeken de kavel in erfpacht uit te geven aan de koper. Ook heeft FKP zich verplicht “het verkochte” aan de koper in de feitelijke macht en het bezit te stellen.
FKP was dus niet de eigenaar van de desbetreffende kavels en woningen, dat was het Eilandgebied Curaçao (en is thans het Land Curaçao). De koopovereenkomsten dateren uit 2008 tot 2010. Ten behoeve van geen van gedaagden is het recht van erfpacht gevestigd.
De fiduciaire eigendomsoverdracht
In de tussen partijen gesloten geldleningsovereenkomsten is onder meer het volgende bepaald:
Zekerheidstelling
Schuldenaren verklaarden tot zekerheid voor de terugbetaling van de hoofdsom groot [...] vermeerderd met de terzake daarvan verschuldigde renten en kosten tot een beloop van veertig procent (40%) van de hoofdsom:
a. aan schuldeiseres in fiduciaire eigendom te cederen en over te dragen: de hiervoor bedoelde rechten en aanspraken welke zij thans en in de toekomst bezitten ten aanzien van het woonhuis en de kavel (...).
De rechten en aanspraken waarop de fiduciaire eigendom ziet zijn de rechten en aanspraken bedoeld in de koopovereenkomsten (overweging 3.8). Scherp omlijnd zijn die rechten en aanspraken niet. In elk geval zal zijn gedoeld op de aanspraak van de koper jegens FKP tot nakoming van FKP’s verplichting om het Eilandgebied Curaçao te verzoeken de kavel in erfpacht uit te geven aan de koper. Bij de verdere beoordeling zal het gerecht tot uitgangspunt nemen dat het hier overdraagbare rechten betreft in de zin van artikel 3:83 BW, zoals, getuige de door FFP overgelegde uitspraken, kennelijk ook (stilzwijgend) is gedaan in eerdere vergelijkbare gevallen.
Fiduciaire eigendomsoverdracht is naar het recht van Curaçao (en Aruba, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba) mogelijk, anders dan sinds 1992 in Nederland, waar in artikel 3:84 BW een fiduciaverbod is opgenomen.
De wettelijke bepalingen over pandrecht worden in de rechtspraktijk zoveel mogelijk toegepast op fiduciaire zekerheidseigendom. Dit is ook uitdrukkelijk opgenomen in de geldleningsovereenkomsten.
De uitwinning
Ook wat betreft de uitwinning van fiduciaire eigendom door de crediteur worden de wettelijke bepalingen met betrekking tot pandrecht zoveel mogelijk naar analogie toegepast. Aan een crediteur kan met overeenkomstige toepassing van artikel 3:251 lid 1 BW (onder het oude recht was dat artikel 1182 BWNA) toestemming worden verleend tot het verblijven aan de crediteur van de tot zekerheid aan hem overgedragen goederen. Artikel 3:251 lid 1 BW luidt:
Tenzij anders is bedongen, kan de rechter in eerste aanleg op verzoek van de pandhouder of de pandgever bepalen dat het pand zal worden verkocht op een van artikel 250 afwijkende wijze, of op verzoek van de pandhouder bepalen dat het pand voor een door hem vast te stellen bedrag aan de pandhouder als koper zal verblijven.
De crediteur kan dus rechterlijke toestemming krijgen zich het goed toe te eigenen.
In beide zaken zijn gedaagden in gebreke met hun betalingsverplichtingen jegens FFP. Hetgeen zij in hun verweer hebben aangevoerd over de oorzaken daarvan, kan niet afdoen aan de vorderingen van FFP. FFP is jegens hen gerechtigd haar zekerheden uit te winnen, te meer nu niet is gebleken van voldoende concrete voorstellen van gedaagden om de achterstand in de betalingen weg te werken. FFP’s vordering om te bepalen dat de aan haar overgedragen rechten aan haar verblijven, tegen een vast te stellen vergoeding, is toewijsbaar.
Executiewaarde of marktwaarde
FFP heeft waardebepalingen overgelegd van de betrokken woningen, waarin steeds de executiewaarde en de (hogere) marktwaarde is vermeld. Anders dan FFP, ziet het gerecht geen aanleiding uit te gaan van de executiewaarde. De toe-eigening via de rechter komt neer op een waardeoverdracht. De schuldenaar heeft daarbij recht op een reële verrekening. Een verrekening van een te lage waarde zou ongerechtvaardigd voordeel opleveren voor de crediteur. Bepaald zal worden dat de aan FFP overgedragen rechten tegen de getaxeerde marktwaarde (zoals ook opgenomen in het proces-verbaal van de mondelinge behandeling) aan FFP zullen verblijven.
De redenering van FFP dat de door haar bij verkoop te maken winst moet worden gezien als een redelijke compensatie voor haar onverhaalbare restvordering, overtuigt niet. Er bestaat geen recht op een dergelijk douceurtje voor een executant. Afgezien daarvan geldt dat, als de restvorderingen inderdaad onverhaalbaar zijn, het FFP niet deert dat een wat hoger bedrag in mindering komt op haar vordering.
De ontruiming
Als uitvloeisel van de uitwinning en toe-eigening van de verleende zekerheid en van hetgeen in de geldleningsovereenkomst over ontruiming in geval van veiling is bepaald, dienen de gedaagden de woning te ontruimen. Een ontruimingstermijn van drie maanden komt het gerecht redelijk en passend voor.
Slotsom en kosten
Op grond van het voorgaande zal worden beslist als hierna omschreven, met daarbij passende beslissingen over de proceskosten. Het toe te wijzen gemachtigdensalaris zal worden geliquideerd op basis van 1 punt, tarief 5.
4. De beslissing
Het gerecht:
in de zaak […] CUR202502201
verleent [gedaagde 1] toestemming kosteloos te procederen;
wijst de vordering af;
veroordeelt FFP in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde 1] begroot op Cg 1.250 voor gemachtigdensalaris en aan de zijde van [gedaagde 2] op nihil;
in de zaak […] zaak CUR202502202
bepaalt dat de rechten en aanspraken van gedaagde op het perceel met woning [adres] aan FFP zullen verblijven voor het bedrag van de getaxeerde marktwaarde van dat perceel met woning van Cg 135.000;
veroordeelt gedaagde deze woning te ontruimen binnen drie maanden na betekening van dit vonnis en verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde;
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van FFP tot op heden begroot op Cg 450 aan griffierecht en Cg 1.250 voor gemachtigdensalaris;
in de zaak […] CUR202502248
bepaalt dat de rechten en aanspraken van gedaagde op het perceel met woning [adres] aan FFP zullen verblijven voor het bedrag van de getaxeerde marktwaarde van dat perceel met woning van Cg 235.000;
veroordeelt gedaagde deze woning te ontruimen binnen drie maanden na betekening van dit vonnis en verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde;
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van FFP tot op heden begroot op Cg 450 aan griffierecht en Cg 1.250 voor gemachtigdensalaris.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, en in het openbaar uitgesproken.