GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202600264
Beschikking van 27 maart 2026
in de zaak van:
[VERZOEKER],
wonend in Curaçao,
hierna te noemen: verzoeker,
gemachtigde: mr. S.I. Da Costa Gomez.
1. 1. Het verloop van de procedure
Verzoeker heeft op 23 januari 2026 een verzoekschrift ingediend.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op
26 maart 2026. Daarbij zijn verschenen verzoeker, bijgestaan door zijn gemachtigde, en mevrouw […], de vriendin van verzoeker. Via videoverbinding waren aanwezig de heer [..], de vader van verzoeker, en mevrouw […], de moeder van verzoeker.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2. De feiten
Verzoeker is geboren in Sri Lanka en is op zeer jonge leeftijd geadopteerd door zijn vader en moeder.
De adoptie is uitgesproken bij beschikking van 18 november 1982 van Rechtbank Leeuwarden, Nederland. Daarbij is tevens de voornaam van verzoeker gewijzigd van […] in […].
Verzoeker woont in Curaçao en is alhier ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Verzoeker is voornemens om in mei 2026 te trouwen. Hij beschikt niet over een voor de burgerlijke stand van Curaçao aanvaardbare geboorteakte.
3. Het verzoek
Het verzoek strekt tot afgifte van een akte van bekendheid als bedoeld in artikel 1:45 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Verzoeker legt hieraan ten grondslag dat hij als aanstaande echtgenoot niet in staat is de in artikel 1:44 BW vereiste geboorteakte over te leggen, nu de burgerlijke stand zijn uit Sri Lanka afkomstige geboorteakte niet aanvaardt. Ter onderbouwing van zijn verzoek heeft verzoeker vier meerderjarige getuigen opgegeven, die een verklaring kunnen afleggen omtrent zijn geboorte.
4. De beoordeling
Op grond van artikel 1:45 lid 1 BW kan een aanstaande echtgenoot die niet in staat is de in artikel 1:44 BW vereiste geboorteakte over te leggen, dit verhelpen door een akte van bekendheid, afgegeven door de rechter van zijn geboorteplaats of woonplaats, op verklaring van vier meerderjarige getuigen. In het tweede lid van artikel 1:45 BW is bepaald dat deze verklaring de vermelding inhoudt “van de plaats en, zo na mogelijk, van het tijdstip der geboorte, benevens de oorzaken, die beletten een akte daarvan over te leggen”.
Vaststaat dat verzoeker niet beschikt over een voor de burgerlijke stand van Curaçao aanvaardbare geboorteakte. Verzoeker heeft gesteld dat de kopieën waarover hij beschikt voor Kranshi niet volstaan en dat hij is doorverwezen naar het gerecht voor een akte van bekendheid. Ook aannemelijk is geworden dat het voor verzoeker niet mogelijk is in Sri Lanka een document te verkrijgen dat in Curaçao wel als geboorteakte zal worden aanvaard. Daarmee is komen vast te staan dat hij niet in staat is de in artikel 1:44 BW vereiste geboorteakte over te leggen.
Verzoeker heeft schriftelijke verklaringen van vier getuigen overgelegd: zijn ouders, broer en zus. Zijn ouders hebben hun verklaringen ter zitting bevestigd. Gelet op hetgeen ter zitting is besproken, in onderlinge samenhang bezien met de overgelegde stukken, acht het gerecht aannemelijk dat de door verzoeker gestelde gegevens omtrent zijn geboorte juist zijn. Het gerecht zal het verzoek daarom toewijzen.
5. De beslissing
Het gerecht:
geeft door deze beschikking af een akte van bekendheid als bedoeld in artikel 1:45 BW ten aanzien van [verzoeker], wonend in Curaçao, geboren op […] 1981 te Colombo, Sri Lanka;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.E. de Kort, rechter, bijgestaan door
mr. S.B.M. Caciano, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026.