Parketnummer: 500.00235/24
Uitspraak : 20 februari 2026 Tegenspraak
Vonnis van dit Gerecht
in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] op [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats], [adres],
thans gedetineerd in het huis van bewaring in Curaçao.
Onderzoek van de zaak
Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 24, 25, 26 en 27 november 2025. De verdachte is telkens verschenen, bijgestaan door zijn raadslieden, mrs. E.F. Sulvaran en A.N. Sulvaran, advocaten in Curaçao.
De officier van justitie, mr. R. Steen, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht de verdachte zal vrijspreken van het onder 8 ten laste gelegde feit, en dat het Gerecht de onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde feiten bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren, met aftrek van voorarrest.
De raadslieden hebben primair bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de strafvervolging van de verdachte, subsidiair dat de verdachte zal worden vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten en meer subsidiair een strafmaatverweer gevoerd.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging laatstelijk ter terechtzitting van 24 november 2025 conform de “VORDERING NADERE OMSCHRIJVING TENLASTELEGGING d.d. november 2025” – ten laste gelegd dat:
FEIT 1:
DEELNEMING AAN EEN CRIMINELE ORGANISATIE
hij in of omstreeks de periode van 24 november 2019 tot en met 9 maart 2021 te Curaçao, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten (onder meer):
(artikel 2:79 lid 1-3 Wetboek van Strafrecht)
FEIT 2:
MEDEPLEGEN UITVOER VERDOVENDE MIDDELEN OP 17/24 JANUARI 2020
[ONDERZOEK CAPITO]
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 januari 2020 tot en met 24 januari 2020 te Curaçao en/of Canada en/of elders ter wereld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft uitgevoerd in de zin van artikel 1 lid 3 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft ingevoerd in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval in zijn bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend,
- een hoeveelheid van ongeveer 3600 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, althans enige bereiding van cocaïne, zijnde cocaïne, (een) middel(en) als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening 1960 en/of in de Beschikking van de Minister van Volksgezondheid van 6 januari 2005 (P.B. 2005 no. 13);
(artikel 3 en 3a jo 11 van de Opiumlandsverordening 1960 jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)
subsidiair
hij op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 17 januari 2020 tot en met 24 januari 2020 te Curaçao en/of elders ter wereld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, telkens om een feit bedoeld in
artikel 3 eerste lid onderdeel A van de Opiumlandsverordening 1960, te weten:
van verdovende middelen zoals genoemd in artikel 3 eerste lid voor te bereiden en/of te bevorderen
een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of
zich en/of een of meer ander(en) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feiten(en) heeft getracht te verschaffen, en/of (een) voorwerp(en) voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat het/zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),
hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)
(artikel 3 juncto 11a van de Opiumlandsverordening 1960 jo artikel 1:120 van het Wetboek van Strafrecht)
FEIT 3:
MEDEPLEGEN INVOER VERDOVENDE MIDDELEN OP 15/16 FEBRUARI 2020
[ONDERZOEK NETFLIX]
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 februari 2020 tot en met 16 februari 2020 te Curaçao en/of elders ter wereld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft uitgevoerd in de zin van artikel 1 lid 3 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft ingevoerd in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval in zijn bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend,
- een hoeveelheid van ongeveer 67 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende hennep, althans enige bereiding van hennep, zijnde hennep (een) middel(en) als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening 1960 en/of in de Beschikking van de Minister van Volksgezondheid van 6 januari 2005 (P.B. 2005 no. 13);
(artikel 3a jo 11 van de Opiumlandsverordening 1960 jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)
subsidiair
hij op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 15 februari 2020 tot en met 16 februari 2020 te Curaçao en/of elders ter wereld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, telkens om een feit bedoeld in artikel 4 eerste lid onderdeel A van de Opiumlandsverordening 1960, te weten
- het opzettelijk in-, uit- of doorvoeren van verdovende middelen zoals genoemd in artikel 4 eerste lid voor te bereiden en/of te bevorderen,
een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of
zich en/of een of meer ander(en) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feiten(en) heeft getracht te verschaffen, en/of (een) voorwerp(en) voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat het/zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),
hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)
(artikel 4 juncto 11a van de Opiumlandsverordening 1960)
FEIT 4:
MEDEPLEGEN INVOER VUURWAPENS OP 15/16 FEBRUARI 2020
[ONDERZOEK NETFLIX]
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 februari 2020 tot en met 16 februari 2020 te Curaçao en/of elders ter wereld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
in elk geval (een) vuurwapen(s) in de zin van de Vuurwapenverordening 1930 en/of zeven (7) scherpe patronen (kaliber .38spl), in elk geval een of meerdere (scherpe) patronen, in elk geval munitie, in de zin van de Vuurwapenverordening 1930 heeft ingevoerd en/of voorhanden heeft gehad;
(artikel 3 jo 11 van de Vuurwapenverordening 1930)
FEIT 5:
MEDEPLEGEN INVOER VERDOVENDE MIDDELEN OP 19 /28 MAART 2020
[ONDERZOEK NASH]
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 19 maart 2020 tot en met 28 maart 2020 te Curaçao en/of elders ter wereld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft uitgevoerd in de zin van artikel 1 lid 3 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft ingevoerd in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval in zijn bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend,
- een hoeveelheid van ongeveer 271 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, althans enige bereiding van cocaïne zijnde cocaïne (een) middel(en) als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening 1960 en/of in de Beschikking van de Minister
van Volksgezondheid van 6 januari 2005 (P.B. 2005 no. 13);
(artikel 3 en 3a jo 11 van de Opiumlandsverordening 1960 jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)
subsidiair
een of meer anderen, in of omstreeks de periode 19 maart 2020 tot en met 28 maart 2020 te Curaçao en/of elders ter wereld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft uitgevoerd en/of heeft ingevoerd in de zin van artikel 1 lid 3 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval in zijn/hun bezit heeft/hebben gehad en/of aanwezig heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben aangewend,
- een hoeveelheid van ongeveer 271 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, althans enige bereiding van cocaïne zijnde cocaïne (een) middel(en) als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening 1960 en/of in de Beschikking van de Minister van Volksgezondheid van 6 januari 2005 (P.B. 2005 no. 13);
tot het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 19 maart 2020 tot en met 28 maart 2020 te Curacao opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft,
hebbende hij, verdachte, op een of meer tijdstip(pen) in voornoemde periode:
(artikel 3 j° 11a van de Opiumlandsverordening 1960 jo artikel 1:124 van het Wetboek van Strafrecht)
meer subsidiair
hij op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 19 maart 2020 tot en met 28 maart 2020 te Curaçao en/of elders ter wereld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, telkens om een feit bedoeld in artikel 3 eerste lid onderdeel A van de Opiumlandsverordening 1960, te weten:
van verdovende middelen zoals genoemd in artikel 3 eerste lid voor te bereiden en/of te bevorderen
een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of
zich en/of een of meer ander(en) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feiten(en) heeft getracht te verschaffen, en/of (een) voorwerp(en) voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat het/zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),
hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)
(artikel 3 j° 11a van de Opiumlandsverordening 1960 jo artikel 1:120 van het Wetboek van Strafrecht)
FEIT 6:
MEDEPLEGEN INVOER VERDOVENDE MIDDELEN OP 27 JULI 2020 /30 AUGUSTUS 2020
[ONDERZOEK NUNKI]
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 juli 2020 tot en met 6 augustus 2020 te Curaçao en/of elders ter wereld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft uitgevoerd in de zin van artikel 1 lid 3 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft ingevoerd in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval in zijn bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend,
- een hoeveelheid van ongeveer 186 kilogram waarop de Indianenstempel staat en/of en 214 kilogram waarop de stempel van [stempel] staat, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, althans enige bereiding van cocaïne, zijnde cocaïne (een) middel(en) als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening 1960 en/of in de Beschikking van de Minister van Volksgezondheid van 6 januari 2005 (P.B. 2005 no. 13);
(artikel 3 en 3a jo 11 van de Opiumlandsverordening 1960 jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)
subsidiair
een of meer anderen, in of omstreeks de periode 27 juli 2020 tot en met 6 augustus 2020 te Curaçao en/of elders ter wereld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft uitgevoerd en/of heeft ingevoerd in de zin van artikel 1 lid 3 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval in zijn/hun bezit heeft/hebben gehad en/of aanwezig heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben aangewend,
- een hoeveelheid van ongeveer 186 kilogram waarop de Indianenstempel staat en/of en 214 kilogram waarop de stempel van [stempel] staat, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, althans enige bereiding van cocaïne zijnde cocaïne (een) middel(en) als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening 1960 en/of in de Beschikking van de Minister van Volksgezondheid van 6 januari 2005 (P.B. 2005 no. 13);
tot het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 27 juli 2020 tot en met 6 augustus 2020 te Curacao opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft,
hebbende hij, verdachte, op een of meer tijdstip(pen) in voornoemde periode:
(artikel 3 en 4 juncto 11a van de Opiumlandsverordening 1960 jo artikel 1:124 van het Wetboek van Strafrecht)
meer subsidiair
hij op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 27 juli 2020 tot en met 6 augustus 2020 te Curaçao en/of elders ter wereld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, telkens om een feit bedoeld in artikel 3 eerste lid onderdeel A van de Opiumlandsverordening 1960, te weten:
een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of
zich en/of een of meer ander(en) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feiten(en) heeft getracht te verschaffen, en/of (een) voorwerp(en) voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat het/zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),
hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)
(artikel 3 en 4 juncto 11a van de Opiumlandsverordening 1960 jo artikel 1:120 van het Wetboek van Strafrecht)
FEIT 7:
MEDEPLEGEN INVOER VERDOVENDE MIDDELEN OP 15/20 OKTOBER 2020
[ONDERZOEK ASCELLA]
(artikel 3 en 3a jo 11 van de Opiumlandsverordening 1960 jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 oktober 2020 tot en met 20 oktober 2020 te Curaçao en/of elders ter wereld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft uitgevoerd in de zin van artikel 1 lid 3 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft ingevoerd in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval in zijn bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend,
- een hoeveelheid van ongeveer 300 kilogram waarop het Indianenlogo staat en/of 56 kilogram zonder logo en/of 23 kilogram met GTR logo en/of 17 kilogram met een goud logo, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, althans enige bereiding van cocaïne, zijnde cocaïne (een) middel(en) als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening 1960 en/of in de Beschikking van de Minister van Volksgezondheid van 6 januari 2005 (P.B. 2005 no. 13);
subsidiair
een of meer anderen, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 oktober 2020 tot en met 20 oktober 2020 te Curaçao en/of elders ter wereld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft uitgevoerd en/of heeft ingevoerd in de zin van artikel 1 lid 3 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval in zijn bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend,
- een hoeveelheid van ongeveer 300 kilogram waarop het Indianenlogo staat en/of 56 kilogram zonder logo en/of 23 kilogram met GTR logo en/of 17 kilogram met een goud logo, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, althans enige bereiding van cocaïne, zijnde cocaïne (een) middel(en) als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening 1960 en/of in de Beschikking van de Minister van Volksgezondheid van 6 januari 2005 (P.B. 2005 no. 13);
tot het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 oktober 2020 tot en met 20 oktober 2020 te Curaçao opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft,
hebbende hij, verdachte, op een of meer tijdstip(pen) in voornoemde periode:
(artikel 3 juncto 11a van de Opiumlandsverordening 1960 jo artikel 1:124 van het Wetboek van Strafrecht)
meer subsidiair
hij op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 15 oktober 2020 tot en met 20 oktober te Curaçao en/of elders ter wereld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, telkens om een feit bedoeld in artikel 3 eerste lid onderdeel A van de Opiumlandsverordening 1960, te weten:
een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of
zich en/of een of meer ander(en) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feiten(en) heeft getracht te verschaffen, en/of (een) voorwerp(en) voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat het/zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),
hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)
(artikel 3 juncto 11a van de Opiumlandsverordening 1960)
FEIT 8:
MEDEPLEGEN VOORBEREIDINGSHANDELINGEN
[ONDERZOEK NASHIRA]
dat hij op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 3 februari 2020 tot en met 28 juli 2020 te Curaçao en/of elders ter wereld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, telkens om een feit bedoeld in
artikel 3 eerste lid onderdeel A van de Opiumlandsverordening 1960, te weten:
van verdovende middelen zoals genoemd in artikel 3 eerste lid voor te bereiden en/of te bevorderen
en/of
artikel 4 eerste lid onderdeel A van de Opiumlandsverordening 1960, te weten
- het opzettelijk in-, uit- of doorvoeren van verdovende middelen zoals genoemd in artikel 4 eerste lid voor te bereiden en/of te bevorderen,
een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of
zich en/of een of meer ander(en) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feiten(en) heeft getracht te verschaffen, en/of (een) voorwerp(en) voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat het/zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),
hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)
(artikel 3 en 4 juncto 11a van de Opiumlandsverordening 1960)
1. Een proces-verbaal van identificatie van de SKY ECC-accounts [account 3], [account 4] en [account 5], in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
Geheim Priemdossier tussen het openbaar ministerie en het Gerecht
De raadslieden hebben bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de strafvervolging van de verdachte. Daartoe hebben zij – kort samengevat – aangevoerd dat het gebruik van het zogeheten Priemdossier leidt tot een onherstelbare inbreuk op het recht van de verdachte op een eerlijk proces, welke niet is of kan worden gecompenseerd op een wijze die voldoet aan de eisen van een behoorlijke en effectieve verdediging.
Nu de verdediging geen toegang heeft tot het digitale Priemdossier, terwijl die toegang wel bestaat voor het openbaar ministerie en het Gerecht, lijkt het allemaal op een heimelijk gebeuren tussen het openbaar ministerie en de rechter. Schoorvoetend krijgt de verdediging tegenwoordig alleen een overzicht in de vorm van zogenoemde screenshots, hetgeen geen inzicht biedt in de daadwerkelijke inhoud van het Priemdossier en effectieve controle daarop onmogelijk maakt. Dit roept volgens de raadslieden de vraag op of de rechter beschikt over méér informatie dan de verdediging. Deze gang van zaken levert een schending op van het beginsel van equality of arms en van het in artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces, zodat niet kan worden beoordeeld dat de procedure als geheel eerlijk is verlopen, aldus nog steeds de raadslieden.
De officier van justitie heeft bij repliek – in de kern – aangevoerd dat geen sprake is van een geheim dossier en dat aan de raadslieden de mogelijkheid is geboden tot inzage teneinde te controleren of zij over dezelfde stukken beschikken. Voorts staat het in deze zaak vast dat alle procespartijen over hetzelfde dossier beschikken. De officier van justitie komt aldus tot het oordeel dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging.
Het Gerecht overweegt als volgt.
Het Gerecht stelt voorop dat geen sprake is van een geheim Priemdossier, zoals door de raadslieden is geïnsinueerd. Priem betreft een digitaal systeem waarin het gescande papieren zaaksdossier van een verdachte wordt geüpload. Het Gerecht kan van dat dossier pas kennisnemen nadat het openbaar ministerie het Gerecht toegang tot die gegevens heeft verleend. In zoverre bestaat geen verschil tussen de aan het Gerecht en aan de verdediging ter beschikking gestelde processtukken.
Het Gerecht onderschrijft het uitgangspunt dat het openbaar ministerie, de verdediging en het Gerecht in beginsel gelijke toegang dienen te hebben tot het procesdossier. Het enkele feit dat daar (nog) geen sprake van is, leidt evenwel niet zonder meer tot het verbinden van rechtsgevolgen.
In het onderhavige geval heeft het Gerecht ter openbare terechtzitting onderzocht uit welke stukken het zaaksdossier bestond. Daarbij heeft het Gerecht alle zaaksdossiers in hardkopie ontvangen en uitsluitend van deze stukken kennisgenomen. De digitale omgeving Priem is slechts geraadpleegd voor gegevens betreffende de voorlopige hechtenis en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Zoals in het proces-verbaal van de zittingen van 12 en 27 juni 2025 is opgenomen is aan zowel de verdediging als aan de officier van justitie een uitdraai van screenshots van de inhoud van het Priemdossier in de strafzaak van de onderhavige verdachte verstrekt. Dit zodat de verdediging kon controleren of zij over dezelfde stukken in hardkopie beschikt. Vastgesteld is dat de verdediging (uiteindelijk) beschikt over dezelfde (Priem)stukken als het Gerecht. Nadien is gesteld noch gebleken dat het dossier van het Gerecht stukken bevat die in het aan de verdediging verstrekte dossier ontbraken. Het Gerecht concludeert dan ook dat de verdachte door het ontbreken van toegang tot het digitale Priemdossier niet is geschaad in enig rechtens te respecteren belang.
Gelet op het voorgaande is het Gerecht van oordeel dat er geen sprake is van een normschending als bedoeld in artikel 413 Sv dat het rechtsgevolg van niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie rechtvaardigt. Van een zodanig ernstige en onherstelbare inbreuk op het recht van de verdachte op een eerlijke behandeling van zijn zaak, dat niet langer kan worden gesproken van een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM, is geen sprake. Het verweer wordt derhalve verworpen.
Gissingen, meningen, veronderstellingen en conclusies van verbalisanten in processen-verbaal
Voorts hebben de raadslieden ter onderbouwing van hun verzoek tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar-ministerie betoogd dat grote delen van het proces-verbaal bestaan uit gissingen, meningen, veronderstellingen en conclusies van verbalisanten, waardoor volgens de verdediging onvoldoende onderscheid kan worden gemaakt tussen fictie en werkelijkheid waardoor geen sprake is van een eerlijk proces.
Het Gerecht overweegt als volgt.
Het Gerecht stelt vast dat sommige processen-verbaal mede zijn voorzien van vermoedens, aannames en conclusies van de verbalisanten. Een proces-verbaal dient, gelet op de daaraan toegekende bewijskracht, zo zakelijk en neutraal mogelijk te zijn en vrij te blijven van persoonlijke opvattingen van de verbalisant. In beginsel behoren aannames en conclusies daarin dan ook geen plaats te hebben.
Het is aan de rechter om uit de geverbaliseerde verklaringen, feiten en omstandigheden de gevolgtrekkingen te maken die hij geraden acht. Het Gerecht zal geen gebruik maken van (gedeelten van) processen-verbaal voor zover daarin conclusies, meningen of onjuistheden zijn opgenomen. Daarmee is voldoende gewaarborgd dat de bewijswaardering plaatsvindt op basis van objectieve en verifieerbare gegevens, zodat geen sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces. Ook dit verweer wordt derhalve in zoverre verworpen.
Valsheid in geschrift bij de identificatie van de gebruiker van het Sky ECC-account [account 1]
De raadslieden hebben verder ter onderbouwing van hun verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie betoogd dat sprake is van valsheid in geschrift bij de identificatie van de gebruiker van het SKY ECC-account [account 1]. Daartoe is aangevoerd dat in het proces-verbaal van bevindingen identificatie Sky-accounts waarin een gesprek van 6 februari 2020 tussen de Sky ECC-accounts [account 2] en [account 1] is geverbaliseerd, relevante delen van het gesprek zijn weggelaten, waardoor een onjuiste en misleidende context is gecreëerd. Zo heeft de gebruiker van het Sky ECC-account [account 2] om 19:29:43 uur gevraagd: “Hoe is het met [verdachte]” en om 19:29:55 uur “E loco” (de gekke). Vervolgens zijn de daaropvolgende berichten weggelaten en is direct daaronder een bericht van het account [account 1] van 19:39:29 uur weergegeven met de tekst “Lekker man”, alsof dit een reactie betrof op de vraag naar [verdachte]. In werkelijkheid volgden tussenliggende berichten waarin een afbeelding van een vrouw werd verzonden, met de mededeling dat zij kapster is en de uitnodiging om te laten weten als iemand geknipt wilde worden (“Laat me weten als geknipt wil worden”).
De reactie “Lekker man” ziet op de afbeelding van de vrouw en niet op de eerdere vraag naar [verdachte]. Door het weglaten van deze context is een onjuiste indruk gewekt, hetgeen moet worden aangemerkt als valsheid in geschrift. Dit zou moeten leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, aldus nog steeds de raadslieden.
De officier van justitie heeft bij repliek – in de kern – erkend dat de verbalisering van dit specifieke gesprek onvolledig is geweest. Daarbij is toegelicht dat de tussenliggende berichten ten tijde van het opstellen van het proces-verbaal nog niet waren ontsleuteld en gelezen, en pas later beschikbaar zijn gekomen. Indien die berichten destijds bekend waren geweest, zou het desbetreffende fragment niet zijn gebruikt in de constructie die is gekozen voor de identificatie van de verdachte als gebruiker van het desbetreffende Sky ECC-account. Dit gesprek dient buiten beschouwing te blijven bij de bewijsconstructie. Overigens is niet gebleken van onjuistheden of onvolledigheden in de verbalisering van de andere Sky ECC-accounts. De officier van justitie komt tot de conclusie dat geen sprake is van een zodanig vormverzuim dat dit de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie rechtvaardigt.
Het Gerecht overweegt als volgt.
Bij de beoordeling van dit verweer wordt vooropgesteld dat het in artikel 413 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) bedoelde rechtsgevolg van niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de strafvervolging slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking komt. Daarvoor is alleen plaats indien een normschending (vormverzuim) daarin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op de beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan.
Daar komt bij dat de toepassing van dat rechtsgevolg is beperkt tot onherstelbare normschendingen en dat telkens rekening dient te worden gehouden met het karakter, het gewicht en de strekking van de norm, de ernst van de normschending, het nadeel dat daardoor werd veroorzaakt en de mate van verwijtbaarheid van de degene die de norm schond.
Het Gerecht stelt vast dat het proces-verbaal waarin het gesprek tussen de Sky ECC-accounts [account 2] en [account 1] van 6 februari 2021 is weergegeven, onvolledig en daarmee onzorgvuldig is geverbaliseerd. Door het ontbreken van de tussenliggende berichten heeft het gesprek een onjuiste context gekregen, hetgeen onmiskenbaar heeft geleid tot een onjuiste interpretatie van de reactie “Lekker man”.
Deze gang van zaken is slordig en onwenselijk, temeer nu het hier gaat om een proces-verbaal dat is gebruikt ter identificatie van de gebruiker van een Sky ECC-account. Van doelbewuste misleiding of van handelen met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte is echter niet gebleken. Daarbij is van belang dat de ontbrekende berichten inmiddels door de raadslieden zijn overgelegd, waardoor voor alle procespartijen en de rechter inzichtelijk is geworden wat de volledige context van het gesprek was.
Het geconstateerde verzuim kan worden hersteld door het desbetreffende proces-verbaal – voor zover dit strekt tot de identificatie van de gebruiker van het Sky ECC-account [account 1] – uit te sluiten. Dit brengt met zich dat voormelde Sky ECC-account niet aan de verdachte zal worden toegeschreven.
Met deze bewijsuitsluiting is het door het verzuim veroorzaakte nadeel naar het oordeel van het Gerecht voldoende gecompenseerd en kan het strafproces als geheel nog steeds als eerlijk worden aangemerkt. Voor het uiterst zware rechtsgevolg van niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie bestaat dan ook geen grond.
Het verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie wordt aldus in alle onderdelen verworpen.
Het Gerecht komt tot de conclusie dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
Identificatie van de Sky ECC-accounts [account 3], [account 4] en [account 5]
Ten behoeve van de leesbaarheid van dit vonnis zal het Gerecht eerst ingaan op het verweer van de verdediging betreffende de identificatie van de Sky ECC-accounts [account 3], [account 4] en [account 5], welke door het openbaar ministerie aan de verdachte worden toegeschreven.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de verdachte de gebruiker is geweest van de Sky ECC-accounts [account 3], [account 4] en [account 5]. Ter onderbouwing daarvan heeft de officier van justitie – zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd.
[account 3]
Ten aanzien van het Sky ECC-account [account 3] is gewezen op de inhoud van via dit account verzonden foto’s waarop grote hoeveelheden vuurwapens en kogelvrije vesten zijn afgebeeld, waarbij door de gebruiker wordt vermeld dat deze bestemd zijn voor de verkoop. Vaststaat dat de verdachte mede-eigenaar is van [verdachte], een onderneming die zich bezighoudt met de handel in vuurwapens. Voorts wordt de gebruiker van dit account meermalen aangesproken met ‘[verdachte]’, hetgeen duidt op de verdachte ‘[verdachte]’.
De gebruiker spreekt over [Persoon 1], [Persoon 2] en [Persoon 3]. Deze personen behoren tot de persoonlijke kring van de verdachte: [Persoon 1] is zijn inmiddels overleden vader, [Persoon 2] zijn toenmalige partner en [Persoon 3] een vriend van zijn overleden vader.
Daarnaast vertonen de op de via het account gedeelde foto’s zichtbare ruimtes en objecten sterke overeenkomsten met locaties en objecten die aan de verdachte kunnen worden gelieerd, waaronder de ruimte waar bij [verdachte] wapens worden opgeslagen, het logo van [verdachte], een muur binnen het kantoor van deze onderneming en een wasmachine die zich bij de verdachte thuis bevindt.
Verder zijn via het BMS-systeem reisbewegingen van de gebruiker van het Sky ECC-account [account 3] vergeleken met de reisgegevens van de verdachte. Deze gegevens blijken met elkaar overeen te stemmen. Tot slot is gewezen op stemvergelijking: zowel tijdens het politieverhoor als in het geluidsbestand van Forensys is de stem van de verdachte vergeleken met audioberichten afkomstig van de Sky ECC-accounts [account 3] en [account 4], waarbij is vastgesteld dat het – qua klank en toon – zeer aannemelijk is dat het om dezelfde stem gaat.
[account 4]
Dat de verdachte de gebruiker is van het Sky ECC-account [account 4] volgt uit de inhoud van de communicatie die via dit account is gevoerd. Op 17 juli 2020 heeft de gebruiker bericht dat ze hun dingen stil hebben gelegd en dat ze hun wapen kwijt hebben geraakt, vergezeld van een foto van de krant Vigilante waarin een artikel is opgenomen over een inbeslagname bij [verdachte]. Voorts heeft de gebruiker op 11 september 2020 bericht dat hij is verhoord in een witwaszaak. Uit het dossier blijkt dat de verdachte daadwerkelijk op 10 september 2020 is gehoord in het witwasonderzoek ‘Baron’. Daarnaast zijn via dit account foto’s verzonden van een vloer waarop verdovende middelen zijn afgebeeld. Deze vloer vertoont, wat betreft scheurvorming en buizenverloop, gelijkenissen met de vloer die is aangetroffen bij de huiszoeking in de woning van de verdachte.
[account 5]
Dat de verdachte de gebruiker is van het Sky ECC-account [account 5] volgt eveneens uit de inhoud van de via dit Sky-account gevoerde communicatie. Op 8 januari 2020 heeft de gebruiker anderen uitgenodigd om ter gelegenheid van zijn verjaardag twee biertjes te komen drinken. Vaststaat dat de verdachte op 8 januari 1990 is geboren. Voorts heeft de gebruiker in de periode van 8 en 10 januari 2020 berichten verzonden waarin hij aangeeft dat hij zijn oude telefoon terugwil. Daarbij stuurt hij twee foto’s waarop het Sky ECC-account [account 3] en de gebruikersnaam [gebruikersnaam] zichtbaar zijn, welke gebruikersnaam behoort bij dat Sky ECC-account. Daarnaast wordt de gebruiker in de communicatie aangesproken als [Persoon 4] en heeft hij drie keren berichten verzonden onder de gebruikersnaam ‘[Persoon 4]’. Deze gebruikersnaam komt overeen met de gebruikersnaam die is gekoppeld aan zowel het Sky ECC-account [account 3] als het Sky ECC-account [account 5]. Verder komen ook op dit account meerdere berichten die betrekking hebben op de handel in vuurwapens, hetgeen aansluit bij de ondernemingsactiviteiten van de verdachte.
Standpunt van de raadslieden
De raadslieden hebben – zakelijk weergegeven – betoogd dat de identificatie van de gebruiker van de Sky ECC-accounts [account 3], [account 4] en [account 5] berust op fragmenten die temporaal niet zijn verbonden met de momenten waarop de ten laste gelegde gedragingen zouden hebben plaatsgevonden. Daarmee ontbreekt een concrete, directe en tijds-samenhangende koppeling tussen de verdachte en het gebruik van deze Sky ECC-accounts op strafrechtelijk relevante momenten, zoals door de Hoge Raad vereist. Nu die koppeling ontbreekt kunnen de accounts niet aan de verdachte worden toegeschreven en kunnen de berichten niet tot bewijs dienen.
Voorts bevat het dossier positieve aanwijzingen dat (althans enkele van) de Sky ECC-accounts door meerdere gebruikers zijn gebruikt. Het feit dat de accounts regelmatig van gebruikersnaam wisselen, wijst op het delen, overdragen of rouleren van accounts. Een dergelijk gebruik staat in de weg aan toeschrijving van de accounts aan één en dezelfde persoon.
Ten aanzien van het Sky ECC-account [account 3] bevinden zich in de dataset meerdere stemberichten waarin stemmen van andere mannen zijn te horen dan de stem die door de verbalisanten aan de verdachte is toegeschreven. Een van deze stemmen is die van een Spaanssprekende man. Zo zijn er ook geschreven berichten in het Spaans. Een account dat aantoonbaar door meerdere personen is gebruikt, kan niet exclusief aan de verdachte worden gekoppeld. Twijfel aan de toeschrijving van een Sky ECC-account roept twijfel op over de toeschrijving van de overige accounts.
Ook het Sky ECC-account [account 5] kan niet aan de verdachte worden toegeschreven. Via dit account wordt gesproken over de verkoop van [vuurwapens], terwijl [verdachte] dergelijke vuurwapens niet verkoopt. Het bestaat dus niet dat iemand verbonden aan [verdachte] een [vuurwapen] verkoopt, terwijl het openbaar ministerie juist aanhaalt dat de gesprekken over een dergelijke vuurwapenverkoop een indicatie zou zijn van het gebruik door de verdachte van dat account. Daarnaast heeft de gebruiker van het account [account 5] op 10 januari 2020 bericht dat hij de telefoon heeft geleend en deze moet teruggeven. Dit is onverenigbaar met de stelling dat de verdachte de enige gebruiker van dit account zou zijn geweest.
Verder bestaan tussen de verschillende accounts als binnen de afzonderlijke accounts verschillen in taalgebruik, woordkeuze, zinsbouw en schrijfstijl. Dergelijke verschillen laten zich niet verenigen met de veronderstelling dat één en dezelfde persoon de enige gebruiker van de Sky ECC-accounts is geweest. De Sky-accounts kunnen aldus niet aan de verdachte worden toegeschreven, aldus nog steeds de raadslieden.
Beoordeling
Het Gerecht stelt voorop dat de vraag of Sky ECC-accounts aan een verdachte kunnen worden toegeschreven, dient te worden beantwoord aan de hand van een waardering van alle relevante feiten en omstandigheden in onderling samenhang bezien. Daarbij is niet vereist dat ieder afzonderlijk bewijsmiddel op zichzelf doorslaggevend is; beslissend is of op grond van het geheel van bewijsmiddelen buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de verdachte de gebruiker van de desbetreffende accounts is geweest gedurende de ten laste gelegde periode.
In dat verband acht het Gerecht het van belang dat uit de communicatie via de Sky ECC-accounts [account 3], [account 4] en [account 5] herhaaldelijk wordt verwezen naar persoonlijke omstandigheden, relaties, activiteiten en gebeurtenissen die in directe en verifieerbare relatie staan tot de verdachte. Daarbij gaat het onder meer om een verwijzing naar een eerder contact met justitie waarbij de verdachte als verdachte in een witwaszaak werd verhoord, specifieke reisbewegingen, bij de verdachte thuis herkenbare locaties en objecten, persoonlijke relaties en ondernemingsactiviteiten die aantoonbaar aan de verdachte kunnen worden gelieerd. Deze gegevens vinden bevestiging in objectieve bronnen binnen het dossier, waaronder politie- en BMS-systemen, bevindingen bij huiszoekingen en waarnemingen van verbalisanten.
Dat de verdediging heeft gewezen op aanwijzingen dat mogelijk ook anderen gebruik hebben gemaakt van (een van) de accounts, doet daar niet zonder meer aan af. Het enkele feit dat zich binnen een dataset berichten bevinden die qua taalgebruik of stemgeluid verschillen, sluit niet uit dat de verdachte de gebruiker was op de momenten die voor de bewezenverklaring van belang zijn. Beslissend is niet of de verdachte de enige gebruiker is geweest, maar of kan worden vastgesteld dat hij de gebruiker was gedurende de tenlastegelegde periode.
Voor zover de verdediging heeft aangevoerd dat verschillen in taalgebruik, schrijfstijl en gebruikersnamen wijzen op gedeeld accountgebruik, overweegt het Gerecht dat dergelijke variaties bij versleutelde communicatie niet ongebruikelijk zijn en op zichzelf onvoldoende zijn om de toeschrijving aan de verdachte te ontzenuwen, zeker waar deze variaties worden gecompenseerd door sterke identificerende elementen zoals afbeeldingen, stemherkenning en objectief verifieerbare omstandigheden. Dat de telefoon zou zijn geleend en moest worden teruggegeven, legt – bezien in samenhang met de overige omstandigheden – onvoldoende gewicht in de schaal om afbreuk te doen aan de vastgestelde koppeling tussen de verdachte en de betreffende accounts.
Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, concludeert het Gerecht dat er voldoende wettige en overtuigende bewijsmiddelen voorhanden zijn om de SKY ECC-accounts [account 3], [account 4] en [account 5] aan de verdachte toe te schrijven gedurende de tenlastegelegde periode.
Het verweer wordt verworpen.
Vrijspraak van feiten 3 primair en subsidiair, 4 en 8
Feiten 3 primair en subsidiair, en 4 - Onderzoek Netflix
Op 16 februari 2020 heeft in de Fuikbaai een aanlanding plaatsgevonden waarbij 67 kilo hennep en drie handvuurwapens zijn aangetroffen. In verband hiermee zijn negen personen aangehouden, te weten: drie opvarenden van de boot “Look Me” en zes personen die zich bevonden in de omgeving waar de balen met hennep en de emmers met de vuurwapens zijn aangetroffen.
In het voorbereidend onderzoek zijn Sky ECC-berichten onderschept en ontsleuteld afkomstig van de SKY ECC-accounts [account 6] en [account 3], welke betrekking hebben op deze aanlanding. Het Sky ECC-account [account 6] is door de politie toegeschreven aan de medeverdachte [medeverdachte 4]. Vaststaat dat het gaat om een gesprek tussen deze twee accounts, waarbij in het dossier uitsluitend de door het account [account 3] aan [account 6] verzonden berichten zijn opgenomen.
Uit deze berichten volgt dat de gebruiker van het Sky ECC-account [account 3] beschikte over gedetailleerde informatie omtrent het verloop van het transport en de daaropvolgende aanhouding. Zo wordt melding gemaakt van de weersomstandigheden op zee (de zee was ruw), het (tijdelijk) terugkeren van de boot, het uitvallen van satellietcommunicatie, de aankomst van de boot, politiebewegingen, het inzetten van een helikopter, de aanhouding van opvarenden en het aantreffen van onder meer de verdovende middelen. Ook wordt gesproken over camerabeelden die de verdachte heeft gezien, namen van de betrokkenen die hij heeft doorgekregen en de aard en hoeveelheid van de aangetroffen goederen.
Het Gerecht stelt vast dat uit deze eenzijdige berichten weliswaar blijkt dat de verdachte goed op de hoogte was van het transport en de gebeurtenissen daaromtrent, maar dat daaruit niet kan worden afgeleid dat hij betrokken is geweest bij de voorbereiding, uitvoering of afhandeling van het transport in die zin dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de smokkelaars. Het dossier bevat onvoldoende aanknopingspunten om vast te kunnen stellen in welke context of hoedanigheid de verdachte over de informatie beschikte of deze deelde. Het enkel beschikken over en doorgeven van informatie, hoe gedetailleerd dan ook, is onvoldoende om medeplegen te kunnen aannemen.
Met de raadslieden is het Gerecht dan ook van oordeel dat nu de gedragingen die uit het dossier naar voren komen, indien bewezen, hoogstens zouden kunnen duiden op medeplichtigheid. Nu deze deelnemingsvorm niet ten laste is gelegd en bovendien de vereiste nauwe en bewuste samenwerking niet kan worden vastgesteld, ontbreekt een toereikende grondslag voor een bewezenverklaring van het medeplegen.
Gelet op het voorgaande komt het Gerecht tot het oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 3 primair en 3 subsidiair, en feit 4 ten laste gelegde. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
Feit 8 - Onderzoek Nashira
In dit deelonderzoek wordt de verdachte verweten betrokken te zijn geweest bij vier momenten waarop voorbereidingshandelingen zouden zijn verricht met betrekking tot het in- en/of uitvoeren van verdovende middelen, te weten op 3 februari 2020, 13/14 maart 2020, 25 maart 2020 en 28 juli 2020.
Het Gerecht is, evenals de officier van justitie en de raadslieden, van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat om vast te kunnen stellen welke concrete voorbereidingshandelingen aan de verdachte kunnen worden toegerekend. Bij gebreke van een nadere feitelijke onderbouwing omtrent de rol en bijdrage van de verdachte op voormelde momenten, kan niet worden vastgesteld dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan strafbare voorbereidingshandelingen. De verdachte zal eveneens van het onder feit 8 ten laste gelegde feit worden vrijgesproken.
Bewezenverklaring
Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 primair, 3 subsidiair, 5 primair, 6 primair en 7 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Feit 1 Criminele organisatie
hij in of omstreeks de periode van 24 januari 2020 tot en met 20 oktober 2020 te Curaçao, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten (onder meer):
Feit 2 primair Onderzoek Capito
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 januari 2020 tot en met 24 januari 2020 te Curaçao en/of Canada en/of elders ter wereld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft uitgevoerd in de zin van artikel 1 lid 3 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft ingevoerd in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval in zijn bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend,
- een hoeveelheid van ongeveer 3600 gram, in elk geval een hoeveelheid van
een materiaal bevattende cocaïne, althans enige bereiding van cocaïne, zijnde cocaïne, (een) middel(en) als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening 1960 en/of in de Beschikking van de Minister van Volksgezondheid van 6 januari 2005 (P.B. 2005 no. 13);.
Feit 5 primair Onderzoek Nash
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 19 maart 2020 tot en met 28 maart 2020 te Curaçao en/of elders ter wereld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft uitgevoerd in de zin van artikel 1 lid 3 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft ingevoerd in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval in zijn bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend,
- een hoeveelheid van ongeveer 271 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, althans enige bereiding van cocaïne zijnde cocaïne (een) middel(en) als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening 1960 en/of in de Beschikking van de Minister van Volksgezondheid van 6 januari 2005 (P.B. 2005 no. 13);.
Feit 6 primair Onderzoek Nunki
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 juli 2020 tot en met 6 augustus 2020 te Curaçao en/of elders ter wereld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft uitgevoerd in de zin van artikel 1 lid 3 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft ingevoerd in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval in zijn bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend,
- een hoeveelheid van ongeveer 186 kilogram waarop de Indianenstempel staat en/of en 214 kilogram waarop de stempel van [stempel] staat, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, althans enige bereiding van cocaïne, zijnde cocaïne (een) middel(en) als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening 1960 en/of in de Beschikking van de Minister van Volksgezondheid van 6 januari 2005 (P.B. 2005 no. 13);.
Feit 7 primair Onderzoek Ascella
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 oktober 2020 tot en met 20 oktober 2020 te Curaçao en/of elders ter wereld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft uitgevoerd in de zin van artikel 1 lid 3 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft ingevoerd in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval in zijn bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend,
- een hoeveelheid van ongeveer 300 kilogram waarop het Indianenlogo staat en/of 56 kilogram zonder logo en/of 23 kilogram met GTR logo en/of 17 kilogram met een gouden logo, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, althans enige bereiding van cocaïne, zijnde cocaïne (een) middel(en) als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening 1960 en/of in de Beschikking van de Minister van Volksgezondheid van 6 januari 2005 (P.B. 2005 no. 13).
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsmiddelen
Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.
Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft en, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 387, eerste lid, aanhef, onder e Sv betreft, telkens slechts wordt gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.
Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Curaçao.
Identificatie van de Sky ECC-accounts [account 3], [account 4] en [account 5]
“(…)
Identificatie Sky-account [account 3]
(…)
Wapens
UTC+0
Verzender
Inhoud bericht
Vertaling
Chat
06-12-2019 16:46:20
[account 3]
Ma kaba di bin post arma bonaire
Ik ben net wapens naar Bonaire gaan posten
[account 7] , [account 3]
06-12-2019 21:58:49
Paso mane mi a entrega schiersport bonaire a pagaa
(het Gerecht begrijpt:) want op het moment dat ik heb geleverd, had de schietsport op Bonaire betaald
03-03-2020
19:33:03
Nu ben ik bezig met 800 wapens
Nu ben ik bezig met 800 wapens
[account 8] , [account 3]
06-03-2020 21:28:20
Moet vest, munitie, pepperspray daar verkopen
Moet vest, munitie, pepperspray daar verkopen
27-03-2020 01:26:39
Afbeelding: 13 vuurwapens in een rek. Met een notitie waarop 26 maart 2020 staat geschreven.
[account 7] , [account 3]
27-03-2020 01:26:56
Afbeelding: 8 lange vuurwapens
27-03-2020 01:31:36
35 di esei nan
35 van die
27-03-2020 01:31:44
Esei nan mi tin klaa pa bendee
Die heb ik klaar voor de verkoop (…)
(…)
Naam ‘[verdachte]’
De gebruiker van het account [account 3] stuurde voice-berichten door naar het account van [account 7] waarin [account 3] “[verdachte]” (fonetisch) werd genoemd. (…)
UTC+0
Verzender
Inhoud bericht
Vertaling
Chat
26-05-2020 04:29:34
[account 3]
Audiofile
NNM: Hey [verdachte](fon) goedendag, ik werk bij [locatie] kamperen. (…)
[account 7] , [account 3]
26-05-2020 04:30:12
Audiofile
NNM: Hey [verdachte] (fon) hoe gaat het. (…)
01-06-2020 15:26:34
Audiofile
NNM: Hey [verdachte] (fon) hoe gaat het. De meneer is hier (…)
Reisbewegingen [account 3]
(…)
UTC+0
Verzender
Inhoud bericht
Vertaling
Chat
25-11-2019 23:03:44
[account 3]
Nooo noh estoy yo vengo esta semana
Nee, ik ben er niet. Ik kom deze week.
[account 9] , [account 3]
Uit het Border Management Systeem (hierna: BMS) blijkt dat [verdachte] op 22 november 2019 naar Amsterdam is gevlogen en kwam op 30 november 2019 weer terug op Curaçao. (…)
UTC+0
Verzender
Inhoud bericht
Vertaling
Chat
28-02-2020 01:05:58
[account 3]
Paso weekend ami ta bai bin djarason
Want weekend moet ik vertrekken en ben ik er woensdag
[account 6], [account 3]
04-03-2020 18:55:53
Ik ben onderweg naar airport
Ik ben onderweg naar het vliegveld
[account 3], [account 10]
06-03-2020 21:24:08
Ben terug op het eiland
Ben terug op het eiland
[account 8] , [account 3]
06-03-2020 22:02:01
Ma bin bek foi SXM
Ik ben terug uit SXM
[account 7] , [account 3]
Uit de gegevens van BMS blijkt dat [verdachte] op zondag 1 maart 2020 naar Sint Maarten is afgereisd en op woensdag 4 maart 2020 teruggekeerd naar Curaçao. (…)
Familie
(…) Uit chatberichten is op te maken dat de gebruiker van het account [account 3] spreekt over de onderstaande personen:
[Persoon 1] ( [ vader verdachte])
[Persoon 2]
[Persoon 3]
Uit onderzoek in publiek toegankelijke bronnen is gebleken dat de inmiddels overleden vader van [persoon 1],[persoon 1], de bijnaam [bijnaam] heet. Hieronder is de overlijdensadvertentie weergegeven van de vader van [verdachte]:
(…) Het is gebruikelijk op Curaçao om de naam van de partner bij kinderen te vermelden in de overlijdensberichten. Onder het kopje ‘amigu/ruman’ (wat vriend/broer betekent in het Nederlands), staat de naam van [Persoon 3]. (…)
3.1.4.1 [persoon 1]
(…)
UTC+0
Verzender
Inhoud bericht
Vertaling
Chat
05-04-2020 00:06:13
[account 3]
Ku [persoon 1]
Met [persoon 1]
[account 7] , [account 3]
07-04-2020 23:45:13
Anto [persoon 1] tbt ke mi bai traha e noboo nan awokiiii
En [persoon 1] wilde dat ik nu de nieuwe ging maken
26-05-2020 04:39:10
Dimes [persoon 1] ta drumiendo pafoo
(het Gerecht begrijpt:) Sowieso [persoon 1] slaapt buiten
3.1.4.2 [persoon 2]
(…)
UTC+0
Verzender
Inhoud bericht
Vertaling
Chat
29-02-2020 17:37:24
[account 3]
Zodat je me ophaalt
Zodat je me ophaalt
[account 3], [account 10]
29-02-2020 17:37:27
Bij [persoon 2]
Bij [persoon 2]
(…)
26-05-2020 23:22:25
[account 3]
Awe J a hasi aña
Vandaag is J jarig
[account 7] , [account 3]
26-05-2020 23:22:34
Ma bai kune ku famia basila
Ik ben met haar/hem en de familie gaan chillen
3.1.4.3 [persoon 3]
(…)
UTC+0
Verzender
Inhoud bericht
Vertaling
Chat
26-02-2020 00:24:06
[account 3]
Ik kijk [persoon 3]
Ik kijk [persoon 3]
[account 3], [account 10]
07-04-2020 22:53:51
Pafo mi ta aki kumi tata ku tio [persoon 3]
Ik ben hier buiten met mijn vader en oom [persoon 3]
[account 7] , [account 3]
(…)
Kantoor
(…)
UTC+0
Verzender
Inhoud bericht
Vertaling
Chat
24-02-2020 08:56:43
[account 3]
Awooo
Hallo
[account 6], [account 3]
(…)
24-03-2020 08:56:48
Kantoore
Kantoor
[account 6], [account 3]
(…)
24-03-2020 08:56:58
Mi tbt den kluisss
Ik was in de kluis
[account 6], [account 3]
24-03-2020 08:57:09
E signal ta hodidu eiden
(Het Gerecht begrijpt:) Het signaal is slecht daarbinnen
24-03-2020 08:57:16
IMG-1585040234362
24-03-2020 05:57:18
Kantoor bloed
(…)
Op de foto die door [account 3] naar [account 6] verstuurd werd, was een stapel documenten zichtbaar. Aan de kop van één van de documenten was een logo zichtbaar. Na het inzoomen op dat betreffende logo bleek dat het logo gelijkenissen heeft met het logo van [verdachte]. Tevens komt de muur op de achtergrond overeen met een filmpje die vermoedelijk in het kantoor van [verdachte] is gemaakt. (…)
Identificatie Sky-account [account 4]
(…)
Wapens [verdachte] kwijt
(…)
UTC+0
Verzender
Inhoud bericht
Vertaling
Chat
17-07-2020 16:23:221
[account 4]
Nan tin nos kosnan wanta
Ze hebben onze dingen stilgelegd
[account 4], [account 7]
17-07-2020 16:23:24
Nos arma nan a perde
Ze zijn onze wapens kwijtgeraakt
17-07-2020 20:17:46
Gepost door [persoon 10]. Voorpagina van Vigilante d.d. 14 juli 2020: “Krachtig wapen dat in beslag was genomen, verdwijnt. [verdachte] Arms heeft een brief gestuurd om zijn wapens terug te krijgen. Na verklikking hebben ze het bedrijf dat eigenaar is van de wapens de wapens niet teruggegeven.
verdachte] verdachte witwassen
(…)
UTC+0
Verzender
Inhoud bericht
Vertaling
Chat
11-09-2020 20:10:32
[account 4]
Nan a kue ami tambe verdachte riba witwassen
Ze hebben mij ook gepakt als verdachte van witwassen
[account 4], [account 11]
11-09-2020 20:10:41
Ayera nan a interogami lagami bai kas bekk
Gisteren hebben ze mij ondervraagd en dan weer naar huis laten gaan
11-09-2020 20:11:05
Nan ta riba amii pa witwassen awoo
Ze zitten nu achter mij voor witwassen
Uit de politiesystemen van KPC bleek inderdaad dat [verdachte] op 10 september 2020 gehoord was als verdachte ter zake van witwassen in het strafrechtelijke onderzoek Baron.
Identificatie account [account 5]
(…)
Geboortedatum & verjaardag
Op 9 januari om 01:11 uur UTC+0 vond een gesprek plaats waaruit valt op te maken dat de gebruiker van het account [account 5] jarig is. De Curaçaose tijd betreft op dat moment 8 januari 2020 om 20:11 uur. Op 8 januari 1990 is [verdachte] geboren (…)
UTC+0
Verzender
Inhoud bericht
Vertaling
Chat
09-01-2020 01:11:55
[account 5]
Awe ma hasi aña bloddy
(het Gerecht begrijpt:) Vandaag ben ik jarig, blody
[account 12], [account 5]
(…)
09-01-2020 01:11:55
[account 5]
Loraa dal dos bitter
(het Gerecht begrijpt:) Kom twee drankjes drinken
[account 12], [account 5]
(…)”
Ten aanzien van feit 2 primair – Onderzoek Capito
2. Een proces-verbaal van relevante berichten tussen de Sky ECC-accounts [account 13], [account 14], [account 5] (dit laatste Sky ECC-account is de gebruiker is geïdentificeerd als de verdachte) en [account 15] (toegeschreven aan de medeverdachte [medeverdachte 3]), in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
“(…)
Groep chat tussen de deelnemers [account 13], [account 14], [account 5] en [account 15]
Datum
UTC tijd
Verzender
Bericht
Vertaling
24 januari 2020
18:48:57
[account 13]
24 januari 2020
18:49:42
[account 14]
Secured?
Beveiligd?
24 januari 2020
18:50:44
Make sure he throws away the slip that connects him with the bag
Zorg ervoor dat hij de slip/ het strookje weggooit die hem met de tas verbindt
24 januari 2020
18:51:00
[account 5]
Yess
Ja
24 januari 2020
18:51:19
He already knows
Hij weet het al
24 januari 2020
18:51:35
[account 13]
24 januari 2020
18:51:53
It’s in the back
Het is achterin
24 januari 2020
18:51:55
High
Hoog
24 januari 2020
18:53:28
[account 5]
Brother tell them to their work good, we did our part, we are on!
Broer vertel ze dat ze daar goed moeten werken, we hebben ons deel gedaan, we zijn klaar!
(…)
24 januari 2020
18:54:33
[account 5]
The baggage is the last, and on top
De bagage is de laatste, en bovenop
(…)
24 januari 2020
18:56:16
[account 14]
Confirm 3
Bevestig 3
24 januari 2020
18:56:20
3 right
3 toch
24 januari 2020
18:56:23
[account 5]
3 confirm
3 bevestig
(…)
24 januari 2020
18:56:29
[account 5]
Next one we do 20
De volgende doen we 20
(…)
24 januari 2020
18:57:06
[account 5]
When this one arrive, sell, send money back, let old man invest
Als deze aankomt, verkoop, stuur het geld terug, laat de oude man investeren
24 januari 2020
18:57:09
[account 13]
Yeah, next time more because then we are good on both side my brother
Ja, volgende keer meer, want dan zijn we aan beide kanten goed, mijn broer
24 januari 2020
18:57:10
[account 5]
We do big amount
We doen grote hoeveelheden
(…)
24 januari 2020
20:26:21
[account 13]
No they are just in a bag rolled up in a towel
Nee, ze zitten gewoon in een zak, opgerold in een handdoek
24 januari 2020
20:26:34
A bag inside the luggage
Een tas in de bagage
24 januari 2020
20:33:34
1 bag
1 tas
24 januari 2020
20:33:56
When you open the luggage there is a small bag with the 3 peoples rolled in towel
Als je de bagage opent is er een kleine tas met de 3 mensen/peoples in een handdoek opgerold
(…)
24 januari 2020
20:36:56
[account 14]
The 3 in black bag inside pink bag?
(het Gerecht begrijpt:) De drie in de zwarte tas binnenin de roze tas?
24 januari 2020
20:37:19
[account 5]
Yess
(het Gerecht begrijpt:) Ja
(…)
24 januari 2020
20:47:40
[account 13]
The bird has left his nest
De vogel heeft nest verlaten
24 januari 2020
20:48:08
[account 14]
Perfect
Perfect
24 januari 2020
21:23:29
[account 13]
IMG-1579901007809
24 januari 2020
21:23:46
The container is at the door
De container staat voor de deur
(…)
25 januari 2020
00:28:19
[account 15]
Sir you need to take the whole luggage
Meneer, u moet de hele bagage meenemen
25 januari 2020
00:28:30
With bag inside
Met de tas erin
25 januari 2020
00:28:38
Everything
Alles
(…)
25 januari 2020
00:32:30
[account 15]
We planned to whole thing
We hebben alles gepland
(…)
25 januari 2020
00:38:39
[account 15]
Blody we agreed to take the whole luggage out
Bloed, we hebben afgesproken om de hele bagagge eruit te halen
25 januari 2020
00:38:45
I put the small bag in there
Ik heb de kleine tas erin gedaan
25 januari 2020
00:38:57
To hold them together
Om ze bij elkaar te houden
(…)
25 januari 2020
04:32:42
[account 15]
Yes, we have the rider
Ja, we hebben de rijder
25 januari 2020
04:33:24
You go to him ok
Ga jij maar naar hem toe, oké
25 januari 2020
04:41:07
[account 14]
The rider confirmed
De rijder bevestigde
25 januari 2020
04:41:34
???
???
25 januari 2020
04:41:40
[account 13]
Yes sir
Ja, meneer
25 januari 2020
04:41:43
At hotel
Bij het hotel
25 januari 2020
04:41:51
[account 5]
Yess
Ja
25 januari 2020
04:41:57
We aree inn
We zijn binnen
25 januari 2020
04:41:59
Brotherrr
Broer
(…)
25 januari 2020
04:44:17
[account 13]
Now we do business
Nu doen we zaken
(…)
25 januari 2020
08:50:49
[account 15]
IMG-1579938647183
25 januari 2020
08:51:12
IMG-1579938671017
(…)
25 januari 2020
17:52:23
[account 13]
The guy had a room for one day and he had to leave this morning
De man had een kamer voor een dag en hij moest vanmorgen vertrekken
25 januari 2020
17:52:33
He is on the streets
Hij is op straat
25 januari 2020
18:04:19
Can you arrange for someone to just go over there and extend it with one more day for him while we wait for Chinese
Kun je ervoor zorgen dat iemand gewoon daarheen gaat om het met een dag te verlengen, terwijl we op de chinees wachten
25 januari 2020
18:25:28
[account 14]
I’m going to be to go there
Ik ga erheen
(…)
25 januari 2020
18:26:19
[account 14]
Send number and hotel again please
Stuur het nummer en het hotel opnieuw, alstublieft
25 januari 2020
18:26:26
Number
Nummer
25 januari 2020
18:26:28
[account 15]
Just the hotel for now
Voorlopig alleen het hotel
(…)
25 januari 2020
18:28:09
[account 15]
Lage handle pa tur e dianan
Laat hem alle dagen regelen
25 januari 2020
18:28:55
[account 5]
Here is his whats app: [telefoonnummer]
Hier is zijn whats app: [telefoonnummer]
25 januari 2020
18:29:09
IMG-1579976946465
(…)
25 januari 2020
18:30:57
[account 15]
He just need a place to crash the days and return
Hij heeft alleen een plek nodig om de dagen door te brengen en terug te komen
25 januari 2020
18:31:31
His money he has other purpose for
Zijn geld, hij heeft een ander doel voor
(…)
25 januari 2020
19:02:16
[account 14]
Dropping 1500 to him
Zal hem 1500 geven
25 januari 2020
19:02:37
[account 15]
Thank u sir
Dank je meneer
(…)
30 januari 2020
13:21:57
[account 14]
There is a snitch on team down by u guys…I saw the whole report last night…pictures of the bag with black bag inside with towels and 3…the old guy sat me down with the team that worked and another team that he paid to get this info…it was very very concrete no playing around I also had to apologize to him in anger and I will still invest
Er is een verklikker in het team daar bij jullie…Ik heb gisteravond het hele rapport gezien…Foto’s van de tas met de zwarte tas erin met de handdoeken en 3. De oude man zette me neer samen met het team dat gewerkt heeft en een ander team dat hij heeft betaald om deze informatie te krijgen. Het was heel erg concreet geen spelletjes, ik moest me ook verontschuldigen voor alles was ik tegen hem zei in woede en ik zal nog steeds investeren
30 januari 2020
13:23:05
When rider boarded flight someone from team down there red flagged over here…this is why the flight was delayed on your side 50 minutes They had already called in the rcmp on this side
Toen de rijder aan boord ging van de vlucht, heeft iemand van het team daar hier gesignaleerd…daarom was de vlucht aan jouw kant 50 minuten vertraagd, ze hadden al de oprit/platform aan deze kant gebeld
30 januari 2020
13:24:08
Team said when they landed the boys came to the exact bag took it as one of the first ones out and left with it
Het team zei dat toen ze landden, de jongens naar de tas kwamen, ze namen het als een van de eersten uit en vertrokken ermee
30 januari 2020
13:24:36
That’s why rider waited in airport so long…they wanted him to go get the bag off belt
Daarom wachtte rijder zo lang op het vliegveld…ze wilden dat hij de tas van de bagageband haalde
30 januari 2020
13:24:53
IMG-1580390690733
30 januari 2020
13:25:07
IMG-1580390704534
30 januari 2020
13:25:20
IMG-1580390717730
30 januari 2020
13:25:51
They took the bag took pictures and documents and then put the bag back on the belt to wait for the rider to pick it up
Ze namen de tas, namen foto’s en documenten en zetten de tas terug op de bagageband, om te wachten tot de rijder hem ophaalde
30 januari 2020
13:26:40
But he didn’t so there was nothing to charge him with…on top of this because he never got his bag, his return was cancelled and the team had to go back in the system and re-issue new ticket
Maar dat deed hij niet, dus er was niets om hem aan te klagen…daarbovenop omdat hij nooit zijn tas kreeg, zijn terugkeer werd geannuleerd en het team moest teruggaan in het systeem en een nieuwe ticket aanmaken
(…)”
3. Een proces-verbaal inhoudende een Canadees politierapport van 24 januari 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
“(…) Canadees politierapport
4. Een proces-verbaal van relevante Sky ECC-berichten, afkomstig uit de verschillende Sky ECC-datasets van [verdachte] (Sky ECC-account [account 3]) en [medeverdachte 4] (Sky ECC-account [account 6]), die betrekking hebben op de invoer van 271 kilo cocaïne, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
5. Een proces-verbaal van relevante Sky ECC-berichten, afkomstig uit de verschillende Sky ECC-datasets van [account 4] ([verdachte]) en [account 6] ([medeverdachte 4]), die betrekking hebben op de invoer van 400 kilo cocaïne, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
6. Een proces-verbaal van relevante Sky ECC-berichten, afkomstig uit de verschillende Sky ECC-datasets van [account 3] ([verdachte]) en [account 6] ([medeverdachte 4]), die betrekking hebben op de invoer van 396 kilo cocaïne, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Middels een bevraging bij het ICC werd aan de Canadese autoriteiten gevraagd of drugs in beslag werd genomen omstreeks 24 januari 2020 op de luchthaven van Toronto (Ontario, Canada). Aan het onderzoeksteam werd een zogenoemd YYZ Airport Intelligence rapport verstrekt. (…) In dit rapport staat samengevat dat op vrijdag 24 januari 2020 cocaïne in beslag werd genomen. Dit waren drie blokken cocaïne van totaal 3.6 kilogram. Deze blokken werden aangetroffen in een koffer en waren gewikkeld in verschillende handdoeken. (…) De onderstaande foto’s werden ook vermeld in dit rapport:
(…)”
Ten aanzien van feit 5 primair– onderzoek Nash (invoer cocaïne)
“(…)
De gebruiker van het account [account 16] stuurde in de groepschat ([account 7] :62) een foto die werd gemaakt van een andere telefoon. Op deze foto is een deel van die andere telefoon zichtbaar en waren 8 mensen, een boot en een truck te zien. (…)
(…)
Tussen 23:56 uur en 00:48 uur UTC+0 (19:56 uur en 21:48 uur Curaçaose tijd) werden verschillende foto’s verstuurd door [account 3] naar [account 7] . (…)
(…)
(…)”
Ten aanzien van feit 6 primair – onderzoek Nunki
“(…)
Vervolgens gaat het gesprek verder om 00:02 uur UTC+0 (maandag 27 juli 2020 20:02 uur Curaçaose tijd). (…)
Om 13:57 uur UTC+0 stuurde [account 6] de onderstaande coördinaten naar [account 7] . (…)
(…)
Om 06:20 uur UTC+0 (02:20 uur Curaçaose tijd) bevestigde [account 6] aan [account 16] en [account 7] dat de helft veilig is aangekomen en stuurde hij onderstaande foto’s (…). (…)
Vervolgens stuurde hij de onderstaande foto’s. (…)
(…)
(…)”
Ten aanzien van feit 7 primair – onderzoek Ascella
“(…)
Op donderdag 15 oktober 2020 om 22:31 uur UTC+0 stuurde de gebruiker van het account [account 19] onderstaande foto naar [account 6]. (…)
(…)
(…) [account 4] stuurde foto’s naar [account 7] waar verschillende pakketten op te zien waren met de afbeelding van een indiaan, een geelkleurig patroon (werd Gold genoemd), een opdruk GTR en een aantal zonder stempel. Ook verstuurde [account 4] een foto waarop een blok wit poeder te zien is. (…)
(…)
Op dinsdag 20 oktober 2020 verstuurde [account 4] berichten naar [account 7] waarin hij sprak over het aantal blokken, de verkoop van de blokken en de prijzen van de blokken. (…) Ook stuurde hij een lijst met wat hij in bezit had namelijk:
(…)”
Alle bewijsmiddelen gelden ook ten aanzien van feit 1 – Criminele organisatie.
Bewijsoverwegingen
De raadslieden hebben bepleit dat de verdachte van de onder 1, 2, 3, 5, 6 en 7 ten laste gelegde feiten zal worden vrijgesproken. Zij hebben daartoe – samengevat en zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd.
I. Uitsluiting van Sky ECC-berichten als bewijsmiddel (Algemeen verweer)
De raadslieden hebben betoogd dat de Sky ECC-berichten van het bewijs dienen te worden uitgesloten. Daartoe hebben zij het volgende aangevoerd:
Het dossier is nagenoeg uitsluitend gebaseerd op Sky ECC-berichten, die veelal eenzijdig en gebrekkig zijn en afkomstig uit één en dezelfde bron. Bij gebrek aan enig steunbewijs wordt niet voldaan aan het wettelijke bewijsminimum.
Het dossier is vertroebeld door eigen conclusies, meningen, gissingen en veronderstellingen van verbalisanten. Daarnaast zijn vele Sky ECC-berichten onjuist vertaald. Er ontbreken waarborgen, waaronder een wettelijke voorziening ter bescherming van grondrechten en een effectieve rechterlijke toetsing achteraf.
In het dossier bevindt zich geen machtiging van de rechter-commissaris voor de verwerking van de verkregen data, terwijl evenmin een wettelijke grondslag bestaat voor het uitvoeren van analyses en de verdere verwerking van de Sky ECC-berichten.
Er zijn geen verdovende middelen aangetroffen en er zijn ook geen andere bewijsmiddelen voorhanden waaruit kan volgen dat daadwerkelijk cocaïne is ingevoerd. Daarbij geldt dat de wijze van verpakken van verdovende middelen bij zowel cocaïne als hennep/hasj in vrijwel alle gevallen identiek is. Desondanks wordt stellig en ongevraagd aangegeven dat het om cocaïne gaat.
II. Deelneming aan een criminele organisatie (ten aanzien van feit 1)
De raadslieden hebben betoogd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van deelneming aan een criminele organisatie, wegens afwezigheid van een proces-verbaal in het dossier waarin feiten en omstandigheden zijn opgenomen waaruit die deelneming kan volgen. Louter meningen van de verbalisanten kunnen daartoe niet als bewijs dienen.
III. Onderzoek Capito (ten aanzien van feit 2)
De raadslieden hebben aangevoerd dat zij in het hardkopiedossier geen groepschats hebben aangetroffen die te herkennen is aan één Sky-ID gevolgd door een getal. De gesprekken die als groepschatsgesprekken worden aangeduid dienen dan ook in zoverre buiten beschouwing te worden gelaten.
Voorts heeft de verdachte ontkend de verdachte Isenia ooit eerder te hebben gezien.
IV. Onderzoek Nash (ten aanzien van feit 5)
Dit deelonderzoek berust volgens de raadslieden in overwegende mate op eenzijdige berichten afkomstig van het Sky ECC-account [account 3], alsmede op eigen veronderstellingen en – conclusies van de verbalisanten. Voorts is gewezen op onduidelijke afbeeldingen en onjuiste vertalingen. Door het handelen van de verbalisanten is werkelijkheid en fictie niet van elkaar te scheiden.
V. Onderzoek Nunki (ten aanzien van feit 6)
In dit deelonderzoek kan naar het oordeel van de raadslieden geen sprake zijn van cocaïne. Daarbij wordt gewezen op de in de Sky ECC-berichten genoemde waarde van circa USD 300 per blok, welke prijs niet in verhouding staat tot de in die tijd gangbare marktprijzen van cocaïne. Uit het document ‘DOC-003, DEA Caribbean Region Drug Pricing Report July – December 2021’ volgt dat de prijs van één kilo cocaïne in de desbetreffende periode in Curaçao tussen USD 4.000 en USD 8.500 lag, en in Colombia rond EUR 1.750 bedroeg.
Voorts wordt aangevoerd dat de Sky ECC-berichten van het account [account 4], op pagina’s 307 tot en met 311 van het dossier, eenzijdig zijn. Ook de pakketten die in dit onderzoek voorkomen, zijn op identieke wijze verpakt als de pakketten die in een ander onderzoek (Maia) voorkomen, waaruit duidelijk blijkt dat geen sprake was van cocaïne. Tegen die achtergrond kan ook in dit geval niet worden geconcludeerd dat het om cocaïne gaat.
VI. Onderzoek Ascella (ten aanzien van feit 7)
In dit deelonderzoek zijn de gesprekken van 18 tot en met 19 oktober 2020 tussen de Sky ECC-accounts [account 4] en [account 7] eenzijdig en onvolledig weergegeven. Het proces-verbaal van dit deelonderzoek bestaat uit onjuiste aannames, conclusies van de verbalisanten en slechte vertalingen die niet te vertrouwen zijn. Zo vult de verbalisant zelf in dat het cocaïnepakketten betroffen. Tijdens het requisitoir is dit standpunt herhaald onder verwijzing naar het uiterlijk van de pakketten en de wijze van vacuüm verpakken en persen, terwijl deze verpakkingswijze evenzeer gebruikelijk is bij hennep. Het bewijs steunt uitsluitend op één bron: Sky ECC-berichten. Daarbij komt dat sprake is van onjuiste vertalingen en het weglaten van belangrijke teksten, waardoor waarheid en fictie niet van elkaar te scheiden is.
Subsidiair wordt verzocht om strafvermindering toe te passen wegens structurele onrechtmatig handelen door de verbalisanten, ondanks waarschuwingen van de Hoge Raad alsook de lokale gerechten, aldus nog steeds de raadslieden.
Het Gerecht overweegt als volgt.
Ad I Uitsluiting van Sky ECC-berichten als bewijsmiddel
Ten aanzien van het onder Ad I gevoerde verweer, strekkende tot uitsluiting van Sky ECC-berichten van het bewijs, overweegt het Gerecht als volgt.
Het Gerecht stelt voorop dat een Sky ECC-bericht op zichzelf kan worden aangemerkt als een ‘ander geschrift’ in de zin van artikel 387, eerste lid, onder e, van het Wetboek van Strafvordering. Een dergelijk bewijsmiddel kan slechts voor het bewijs worden gebezigd in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen. Naar vaste jurisprudentie kan dat ook een ander ‘ander geschrift’ zijn. Indien en voor zover de inhoud van een als bewijs gebezigd Sky ECC- bericht steun vindt in andere Sky ECC-berichten, is voldaan aan het wettelijk bewijsminimum.
In de onderhavige zaak is bovendien niet slechts sprake van Sky ECC-berichten afkomstig van één account, maar van een groepsgesprek tussen verschillende deelnemers, verzonden afbeeldingen en processen-verbaal die de inhoud van de tekst- en geluidsberichten ondersteunen. Reeds hierom is geen sprake van een dossier dat berust op één enkele bron of slechts één wettig bewijsmiddel.
Dit neemt niet weg dat het Gerecht aanleiding ziet tot een behoedzame benadering bij het gebruik van Sky ECC-berichten voor het bewijs. In dergelijke berichten wordt veelal gebruikgemaakt van versluierde taal en zij vinden plaats binnen een context die voor de gesprekspartners duidelijk kan zijn, maar voor derden niet zonder meer kenbaar is. Daarbij komt dat het Gerecht in deze zaak niet beschikt over het volledige berichtenverkeer, maar uitsluitend kennis heeft kunnen nemen van een deel daarvan. Dit brengt mee dat interpretatie noodzakelijk is. Het Gerecht is zich daarvan bewust en acht om die reden voorzichtigheid geboden. Aan Sky ECC-berichten wordt slechts dán een belastende betekenis toegekend indien de inhoud daarvan, bezien in onderling verband en in samenhang met overige bewijsmiddelen, daarvoor voldoende steun biedt. In zoverre dient het verweer te worden verworpen.
Voor zover de verdediging heeft aangevoerd dat de processen-verbaal waarin de Sky ECC-berichten zijn opgenomen, zijn aangevuld met vermoedens, aannames en conclusies van de verbalisanten, geldt dat het Gerecht overeenkomstig hetgeen hiervoor reeds is overwogen onder het kopje ‘Gissingen, meningen, veronderstellingen en conclusies van verbalisanten in processen-verbaal’ (pagina 17 van dit vonnis) en blijkens de gebezigde bewijsmiddelen geen gebruik heeft gemaakt van (gedeelten van) processen-verbaal voor zover daarin gissingen, meningen, veronderstellingen en conclusies van verbalisanten zijn opgenomen. Ook in zoverre dient het verweer derhalve te worden verworpen.
Ten aanzien van het betoog dat bepaalde Sky ECC-berichten onjuist zijn vertaald, overweegt het Gerecht dat ook het Gerecht heeft vastgesteld dat niet alle vertalingen correct zijn. Het Gerecht is hier behoedzaam mee omgegaan en heeft er bij de bewijswaardering rekening mee gehouden.
Ten aanzien van het verweer dat een wettelijke grondslag ontbreekt voor het uitvoeren van analyses en het verwerken van Sky ECC-berichten, overweegt het Gerecht als volgt.
In mei 2021 respectievelijk oktober 2021 hebben de Curaçaose autoriteiten in het onderzoek Themis een rechtshulpverzoek en een aanvullend rechtshulpverzoek gericht aan de Franse autoriteiten, strekkende tot het verkrijgen van gegevens van de daarin genoemde Sky ECC-accounts. Op 5 augustus 2021 respectievelijk 24 januari 2022 hebben de Franse autoriteiten toestemming verleend tot uitvoering van deze rechtshulpverzoeken, waarbij gegevens uit het zogenoemde A- en B-kader zijn verstrekt.
De officier van justitie die de leiding had over het onderzoek Themis heeft op 7 februari 2022 toestemming verleend om de verkregen gegevens te gebruiken in andere opsporingsonderzoeken. Op 16 mei 2023 is het Sky ECC-account [account 3], [account 4] respectievelijk [account 5] verstrekt aan het Korps Politie van Curaçao.
Door de verdediging wordt de rechtmatigheid van de verkrijging van de Sky ECC-data door de Franse autoriteiten niet betwist. Het Gerecht stelt vast dat deze gegevens rechtmatig zijn verkregen. Van beperkende voorwaarden ten aanzien van het gebruik van de uit Frankrijk verkregen dataset is niet gebleken. De Curaçaose wet stelt niet als vereiste dat voor het gebruik in een Curaçaose strafzaak van resultaten van een opsporingsonderzoek dat op initiatief en onder verantwoordelijkheid van een buitenlandse autoriteit is verricht, een machtiging van de Curaçaose rechter-commissaris is afgegeven. Het Gerecht ziet dan ook niet in waarom voor het verwerken en analyseren van dergelijke rechtmatig verkregen gegevens een afzonderlijke wettelijke grondslag zou zijn vereist. Dit verweer wordt derhalve verworpen.
Voorts kan het Gerecht de raadslieden niet volgen in hun betoog dat niet kan worden vastgesteld dat cocaïne is ingevoerd, enkel omdat in de deelonderzoeken, geen verdovende middelen zijn aangetroffen.
Voor de beantwoording van de vraag of sprake is geweest van cocaïne is beslissend of dit, gelet op de inhoud en context van de bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld. Daarbij is niet vereist dat verdovende middelen daadwerkelijk zijn onderschept.
Uit de Sky ECC-berichten volgt dat door de verdachte en diens medeverdachten consequent wordt gesproken over ‘stenen’, ‘bulto nn’, ‘bultunan’ (het Gerecht begrijpt: balen), termen die, gelet op de context van hun communicatie en in het licht van feiten van algemene bekendheid omtrent het taalgebruik binnen het drugsmilieu, kunnen worden aangemerkt als versluierde aanduiding voor blokken/1 kilo cocaïne c.q. balen inhoudende drugs, i.c. cocaïne. Deze duiding vindt steun in andere objectieve omstandigheden waaronder de:
uiterlijke kenmerken van de op de foto’s zichtbaar witte stof en de wijze van verpakken;
in de Sky ECC-berichten genoemde verkoopprijzen, die passen bij cocaïne en niet bij hennep;
beschreven herkomstlanden en transportroutes ((vanuit Colombia,) via Venezuela met de boot naar Curaçao); en
gebruikte aanlandingslocaties, die naar hun aard en ligging kenmerkend zijn voor cocaïnetransporten naar Curaçao.
In onderling verband en samenhang bezien leveren deze omstandigheden voldoende wettig en overtuigend bewijs op dat de ingevoerde verdovende middelen cocaïne betroffen. Dat de verpakkingswijze op zichzelf ook bij andere verdovende middelen kan voorkomen, doet hieraan niet af, nu het Gerecht zijn oordeel niet baseert op één enkel kenmerk, maar op het geheel van bewijsmiddelen.
Ad II Deelneming aan een criminele organisatie (ten aanzien van feit 1)
Deelneming aan een criminele organisatie is strafbaar gesteld in artikel 2:79 van het Wetboek van Strafrecht. Deze strafbaarstelling dient ter bescherming van de samenleving tegen het gevaar dat uitgaat van criminele organisaties. Het gaat hier om een zelfstandig strafbaar feit. Voor deelneming is voldoende dat de verdachte tot deze organisatie behoort en een aandeel heeft in gedragingen die strekken tot, of rechtstreeks verband houden met, de verwezenlijking van het oogmerk van die organisatie. Niet is vereist dat een persoon, om als deelnemer aan die organisatie te
kunnen worden aangemerkt, moet hebben samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met, alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds hetzelfde is.
Ook niet van belang is of de misdrijven, waarop het oogmerk van de organisatie is gericht, zijn gepleegd, dan wel pogingen daartoe zijn ondernomen of zelfs maar strafbare voorbereidingen daartoe zijn getroffen. Evenmin is van belang of een deelnemer aan de organisatie heeft meegedaan aan misdrijven die door andere deelnemers daaraan zijn gepleegd (of zijn gepoogd te plegen of zijn voorbereid). Niet is vereist dat een deelnemer aan de organisatie enige vorm van opzet heeft gehad op de door de organisatie beoogde concrete misdrijven of van enig concreet misdrijf wetenschap heeft gehad. Voldoende is dat de betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van voorwaardelijk opzet) dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft.
Een persoon is strafbaar louter vanwege zijn (opzettelijke) deelneming aan die organisatie. Die organisatie kan zijn iedere feitelijke samenwerking van twee of meer personen met een zekere structuur en duurzaamheid. Daaraan worden geen hoge eisen gesteld. Aanwijzingen voor het bestaan van een dergelijk samenwerkingsverband kunnen bijvoorbeeld zijn gemeenschappelijke regels, het veelvuldig voeren van overleg, gezamenlijke besluitvorming, een taakverdeling en het bestaan van een bepaalde hiërarchie en/of geledingen.
Het Gerecht leidt uit de inhoud van het dossier af dat sprake is geweest van meerdere drugstransporten naar Curaçao. Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat daarbij telkens een min of meer vaste groep personen betrokken was, bestaande uit onder meer de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 4], en de gebruiker van het Sky ECC-account [account 16] (de medeverdachte [medeverdachte 2]). Dit samenwerkingsverband had als oogmerk de invoer van verdovende middelen, in casu cocaïne. De samenwerking kenmerkte zich door een zekere duurzaamheid en structuur, waarbij de betrokkenen ieder een eigen, terugkerende rol vervulden. De verdachte had binnen dit verband, met name in de deelonderzoeken Nash, Nunki en Ascella, een duidelijke en vaste functie: hij stond paraat om de ingevoerde verdovende middelen in ontvangst te nemen, zorgde voor de bewaring daarvan, telde de aangeleverde pakketten en bevestigde de ontvangst door middel van foto’s die hij deelde met de gebruiker van het Sky ECC-account [account 7] . Met deze handelingen leverde de verdachte een wezenlijke en onmisbare bijdrage aan het welslagen van het invoerproces.
Ten aanzien van de medeverdachte [medeverdachte 4] had hij binnen dit verband, met name in voormelde deelonderzoeken en coördinerende rol en had gedurende het transport het overzicht. Hij onderhield contact met verschillende sleutelpersonen met het oog op een succesvol transport. Zo had hij contact met degene die de verdovende middelen afleverde, met een contactpersoon bij de Kustwacht teneinde geschikte transportdagen af te stemmen waarop de overdracht op zee buiten het zicht van de Kustwachtpatrouilles kan plaatsvinden, en werd hij door alle bij het transport betrokken partijen voortdurend geïnformeerd over de voortgang van het transport. Tevens deelde hij het token waarmee voor de overdracht betaald moet worden en wordt hij door medeverdachten erkend als degene die het transport kon realiseren.
Ten aanzien van de gebruiker van het Sky ECC-account [account 16], vervulde hij binnen het samenwerkingsverband, met name in de deelonderzoeken Nash, Nunki, Ascella en Nashira, samen met de medeverdachte [medeverdachte 4] een co-coördinerende rol. Zo onderhield hij veelal contact met [medeverdachte 4], was op de hoogte van de voor de transporten noodzakelijke instructies, kende het aantal in te voeren ‘stenen’ en ‘balen’ en droeg zorg voor de aflevering daarvan bij de verdachte ten behoeve van de bewaring. Daarmee leverde hij een wezenlijke bijdrage aan de invoering van de verdovende middelen.
Gelet op de aard en intensiteit van deze gedragingen, alsmede de frequentie daarvan, stelt het Gerecht vast dat de verdachte niet slechts incidenteel betrokken was, maar bewust en duurzaam deelnaam aan een samenwerkingsverband dat was gericht op het plegen van misdrijven. Het verweer wordt aldus verworpen.
Ad III Onderzoek Capito (ten aanzien van feit 2)
Het openbaar ministerie baseert de verdenking dat de verdachte als medepleger betrokken is geweest bij het in het zaaksdossier Capito omschreven drugstransport, waarbij 3600 gram cocaïne vanuit Curaçao naar Canada is uitgevoerd, mede op berichten afkomstig van het Sky ECC-accounts [account 5], welk account door het openbaar ministerie aan de verdachte wordt toegeschreven, en het Sky ECC-account [account 15], welk account aan de verdachte [medeverdachte 3] is toegeschreven.
Uit de inhoud van de Sky ECC-chat blijkt dat de gesprekken door meerdere deelnemers gezamenlijk werden gevoerd en dat iedere deelnemer kennis kon nemen van de bijdragen van de anderen, zodat sprake was van communicatie in groepsverband. Dat de door de verdediging bedoelde groepsgesprekken in het dossier niet zijn aangeduid met een Sky-ID gevolgd door een numerieke aanduiding, doet hieraan niet af.
Voor het overige vinden de door de verdediging aangevoerde stellingen geen steun in het dossier en worden zij weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen. Het Gerecht gaat aan de ontkenning van de verdachte dan ook voorbij. Ook dit verweer wordt verworpen.
Ad IV Onderzoek Nash (ten aanzien van feit 5)
Het verweer van de raadslieden richt zich in de kern tegen het gebruik van processen-verbaal die volgens hen zijn voorzien van eigen conclusies en veronderstellingen van de verbalisanten, alsmede tegen onjuiste vertalingen en onduidelijke afbeeldingen.
Het Gerecht verwijst in dit verband naar hetgeen reeds is overwogen onder het kopje ‘Gissingen, meningen, veronderstellingen en conclusies van verbalisanten in processen-verbaal’, en stelt voorop dat het aan de rechter is om op basis van die geverbaliseerde verklaringen, feiten en omstandigheden de gevolgtrekkingen te maken die hij geraden acht. Het Gerecht heeft bij zijn bewijswaardering geen gebruik gemaakt van (gedeelten van) processen-verbaal voor zover daarin conclusies, meningen of onjuistheden zijn opgenomen, en heeft uitsluitend acht geslagen op objectieve en verifieerbare gegevens.
Daarmee is voldoende gewaarborgd dat de bewijswaardering heeft plaatsgevonden op een wijze die verenigbaar is met het recht op een eerlijk proces. Het verweer wordt verworpen.
Ad V Onderzoek Nunki (ten aanzien van feit 6)
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte voor de medeverdachte [medeverdachte], via de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4], 400 kilogram cocaïne in bewaring heeft genomen en dat niet is gebleken van een actieve rol van de verdachte voorafgaand aan de levering of na afloop, of bij de verkoop van de verdovende middelen, zodat diens handelingen dienen te worden gekwalificeerd als medeplichtigheid aan de invoer van voormelde verdovende middelen.
Anders dan de officier van justitie is het Gerecht van oordeel dat de handelingen van de verdachte kunnen worden aangemerkt als medeplegen van de invoer. Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat de verdachte binnen het invoerproces een wezenlijke en onmisbare rol heeft vervuld en daarbij in nauwe en bewuste samenwerking heeft gehandeld met de medeverdachten [medeverdachte 4], [medeverdachte 2] en [medeverdachte].
Het Gerecht stelt vast dat de verdachte voorafgaand aan de ontvangst van de verdovende middelen heeft bevestigd dat hij aanwezig was en dat de verdovende middelen bij hem konden worden afgeleverd en dat hij in afwachting daarvan zal blijven. Na ontvangst van de ingevoerde cocaïne, heeft hij de hoeveelheid gecontroleerd en hiervan foto’s naar de medeverdachte [medeverdachte] verstuurd. Voorts heeft de verdachte aan [medeverdachte] bericht dat hij, na ontvangst van het eerste deel verdovende middelen, in afwachting van het resterende deel zal blijven en dat [medeverdachte] zich geen zorgen hoefde te maken nu alles was opgeslagen.
De verdovende middelen zijn door de medeverdachte [medeverdachte 4] bij de verdachte afgeleverd, nadat [medeverdachte 4] in overleg met de medeverdachte [medeverdachte 2] had geverifieerd dat de verdachte zorg zou dragen voor het bewaren van de zojuist ingevoerde partij verdovende middelen. Het opslaan en veiligstellen van de ingevoerde cocaïne ten behoeve van de verdere afhandeling en verkoop c.q. distributie vormt naar het oordeel van het Gerecht een wezenlijk onderdeel van het invoerproces.
Gelet op de actieve en faciliterende rol van de verdachte binnen dit invoerproces, acht het Gerecht bewezen dat sprake is van medeplegen van de invoer van 400 kilogram cocaïne.
Voor de vaststelling dat het om cocaïne ging, verwijst het Gerecht naar zijn eerdere overweging op pagina’s 69 en 70 van dit vonnis, waarin de duiding van de termen ‘stenen’ en ‘balen’ zijn besproken. Dat in de Sky ECC-berichten wordt gesproken over een bepaalde prijs doet daaraan niet af, nu het in dit verband genoemde bedrag niet noodzakelijkerwijs betrekking heeft op de prijs van cocaïne, maar bijvoorbeeld betrekking kan hebben op de kosten van het transport daarvan. Het verweer wordt verworpen.
Ad VI Onderzoek Ascella (ten aanzien van feit 7)
Het Gerecht stelt voorop dat het enkele feit dat de gesprekken tussen 18 en 19 oktober 2020 tussen de Sky ECC-accounts van de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] eenzijdig zijn weergegeven, niet meebrengt dat daaraan geen bewijskracht kan worden ontleend. Doorslaggevend is of de inhoud van die berichten steun vindt in andere objectieve gegevens in het dossier en in onderlinge samenhang kan worden bezien.
Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat de verdachte zich actief heeft gepresenteerd als degene die de zaken zou “regelen”. De verdachte heeft voorafgaand aan de ontvangst van de verdovende middelen aangegeven dat hij aanwezig was en dat de goederen naar hem konden worden gebracht. Na de overdracht heeft hij foto’s gestuurd van de ontvangen pakketten. Hij heeft daarbij aangegeven dat hij deze nog niet had geopend en dat hij dat op een later moment zou doen. Daarmee heeft hij niet slechts kennis genomen van het transport, maar een concrete en uitvoerende rol vervuld in de ontvangst en verdere afhandeling daarvan.
Voorts blijkt uit de communicatie tussen de medeverdachten [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] dat wordt gesproken over 396 ‘stenen’ en ‘balen’ en over de prijs die daarvoor betaald moest worden. Kort daarna heeft de verdachte foto’s verzonden waarop verschillende pakketten te zien zijn, voorzien van onder meer een afbeelding van een indiaan, een geelkleurig patroon dat werd aangeduid als “Gold”, een opdruk “GTR”, alsmede enkele pakketten zonder stempel. Daarnaast heeft de verdachte een foto gestuurd waarop een blok wit poeder zichtbaar is. Deze berichten en afbeeldingen sluiten in tijd en inhoud naadloos op elkaar aan en vinden onderlinge bevestiging.
Gelet op de actieve en belangrijke rol van de verdachte bij het in ontvangst nemen, controleren, vastleggen en veiligstellen van de ingevoerde cocaïne, in nauwe afstemming met de medeverdachten, is het Gerecht van oordeel dat sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking. De bijdrage van de verdachte gaat daarmee verder dan het verlenen van hulp of ondersteuning achteraf.
Anders dan de officier van justitie heeft aangevoerd, acht het Gerecht derhalve niet medeplichtigheid, maar medeplegen van de invoer wettig en overtuigend bewezen.
Voorts verwijst het Gerecht naar hetgeen reeds is overwogen onder het kopje ‘Gissingen, meningen, veronderstellingen en conclusies van verbalisanten in processen-verbaal’, en herhaalt het Gerecht hier dat het aan de rechter is om op basis van die geverbaliseerde verklaringen, feiten en omstandigheden de gevolgtrekkingen te maken die hij geraden acht. Het Gerecht heeft bij zijn bewijswaardering geen gebruik gemaakt van (gedeelten van) processen-verbaal voor zover daarin conclusies, meningen of onjuistheden zijn opgenomen, en heeft uitsluitend acht geslagen op objectieve en verifieerbare gegevens.
Daarmee is voldoende gewaarborgd dat de bewijswaardering heeft plaatsgevonden op een wijze die verenigbaar is met het recht op een eerlijk proces. Het verweer wordt verworpen.
Nu het Gerecht bij zijn bewijswaardering geen gebruik heeft gemaakt van (gedeelten van) processen-verbaal voor zover daarin conclusies, meningen of onjuistheden van verbalisanten zijn opgenomen, en uitsluitend acht heeft geslagen op objectieve en verifieerbare gegevens, is geen sprake van een normschending dat tot strafvermindering noopt. Voor de subsidiair bepleite strafvermindering bestaat derhalve geen grond.
Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde
Het onder 1 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:79 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.
De onder 2, 5, 6 en 7 telkens primair bewezen verklaarde is telkens voorzien bij artikel 3, eerste lid, aanhef onder c en A van de Opiumlandsverordening 1960 en strafbaar gesteld in artikel 11, eerste lid, aanhef onder a, van die verordening juncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Telkens: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, van de Opiumlandsverordening 1960.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
Oplegging van straf
Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
In dat verband kan aansluiting worden gezocht bij de oriëntatiepunten straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid van het Hof en de Gerechten in eerste aanleg zijn neerslag heeft gevonden. Daarin wordt voor een “in- en uitvoer van 10 kg – 25 kg cocaïne”, waarbij er sprake is van een first offender, als indicatie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden jaren gegeven.
Het Gerecht neemt met betrekking tot de ernst van het bewezen verklaarde het volgende in beschouwing.
De verdachte is in nauwe samenwerking met anderen opzettelijk betrokken geweest bij het transport van – alles bij elkaar – ruim 1.070 kilo cocaïne. Van deze hoeveelheid is ongeveer 3 kilo uitgevoerd, terwijl het overige deel is ingevoerd. Gelet op de omvang van deze hoeveelheid cocaïne kan niet anders zijn dat deze bestemd was voor verdere verspreiding en handel in het kader van een georganiseerd drugscircuit. Als reeds overwogen had de verdachte daarbij een duidelijke en vaste functie: hij stond paraat om de ingevoerde verdovende middelen in ontvangst te nemen, zorgde voor de bewaring daarvan, telde de aangeleverde pakketten en bevestigde de ontvangst door middel van foto’s die hij deelde met de gebruiker van het Sky ECC-account [account 7] . De verdachte heeft ten aanzien van de bewezenverklaarde hiermee een belangrijke bijdrage geleverd aan de instandhouding van het internationale drugscircuit dat gepaard pleegt te gaan met ernstige vormen van geweld en criminaliteit en waarvan een ondermijnend en corrumperend effect uitgaat, waartegen krachtig moet worden opgetreden. Het gebruik van harddrugs is bovendien verslavend en zeer schadelijk voor de volksgezondheid en daar heeft de verdachte aan bijgedragen. Het Gerecht acht voorts aannemelijk geworden dat met de drugshandel grote geldbedragen gemoeid zijn geweest, hetgeen eveneens een ondermijnend effect heeft op de Curaçaose samenleving. Het Gerecht weegt al deze omstandigheden in strafverzwarende zin mee.
Het Gerecht rekent het de verdachte in het bijzonder aan dat hij, gelet op zijn positie en werkzaamheden binnen de vuurwapenhandel, zich bewust moet zijn geweest van de maatschappelijke risico’s die verbonden zijn aan de handel in verdovende middelen. Juist van iemand in die positie mocht worden verwacht dat hij zich van dergelijk strafbaar handelen zou onthouden. Door desalniettemin bij deze feiten betrokken te zijn geweest, heeft de verdachte het in hem gestelde vertrouwen ernstig beschaamd.
Het Gerecht heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 9 september 2024. Daaruit volgt dat de verdachte niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld.
Het Gerecht heeft voorts acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals deze blijken uit het vroeghulpbericht van 17 oktober 2024.
De raadslieden hebben gewezen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, in het bijzonder dat hij vader is van twee minderjarige kinderen. Het Gerecht onderkent dat de op te leggen straf ook indirect gevolgen kan hebben voor de kinderen van de verdachte. Die omstandigheid kan de verdachte echter niet baten, nu het zijn eigen handelen is geweest dat tot deze situatie heeft geleid. Voorts stelt het Gerecht vast dat de verdachte geen blijk heeft gegeven van inzicht in het laakbare karakter van zijn handelen of van verantwoordelijkheid voor de maatschappelijke gevolgen daarvan. Hoewel het de verdachte vrijstond zich op zijn zwijgrecht te beroepen, is daardoor geen enkele aanwijzing naar voren gekomen van reflectie.
Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren, passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op het artikel 1:136 van Wetboek van Strafrecht, zoals dit luidde ten tijde van het bewezen verklaarde.
BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 3, feit 4 en feit 8 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 primair, 5 primair, 6 primair en 7 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 8 (acht) jaren;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. S.A. Carmelia, bijgestaan door mr. O.H.M. Leito, (zittingsgriffier), en op 20 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.