ECLI:NL:OGEAC:2026:72

ECLI:NL:OGEAC:2026:72

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak 29-05-2026
Datum publicatie 01-06-2026
Zaaknummer CUR202501456
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Het Gerecht is van oordeel dat het beroep van belanghebbende op het vertrouwensbeginsel niet slaagt. Belanghebbende heeft aan het aangiftebiljet/portaal niet het in rechte te honoreren vertrouwen mogen ontlenen dat dient te worden overgegaan tot een hoger (onjuist) bedrag aan teruggaaf.

Uitspraak

Uitspraak van 29 mei 2026

BBZ nr. CUR202501456

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:

[Belanghebbende] , gevestigd te Curaçao,

belanghebbende,

gericht tegen:

DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,

de Inspecteur.

1. PROCESVERLOOP

Op 22 februari 2023 heeft belanghebbende voor het jaar 2022 voorlopige aangifte winstbelasting gedaan naar een bedrag aan verschuldigde winstbelasting van NAf 292.200. Voornoemd bedrag heeft belanghebbende op diezelfde dag betaald.

Op 18 december 2023 heeft belanghebbende voor het jaar 2022 definitieve aangifte winstbelasting gedaan naar een bedrag aan verschuldigde winstbelasting van NAf 240.073.

Belanghebbende heeft op 1 augustus 2024 aan de Inspecteur een e-mail verstuurd met als onderwerp ‘[Belanghebbende], CRIB-nr. (…), bezwaarschrift tegen het uitblijven van de teruggave beschikking 2022 van de winstbelasting’.

Belanghebbende heeft op 7 mei 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de Inspecteur op het in 1.3 genoemde ‘bezwaarschrift’. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 150.

De Inspecteur heeft op 29 oktober 2025 gereageerd op het beroepschrift en verwezen naar een e-mail van 22 oktober 2025 aan de gemachtigde van belanghebbende. In deze e-mail wordt vermeld dat zal worden overgegaan tot teruggaaf. Op basis van de bijgevoegde schermprint bedraagt de teruggaaf NAf 52.127. De Inspecteur vermeldt hierin verder dat de formele beschikking binnen ongeveer twee maanden zal worden bezorgd.

Aan belanghebbende is verzocht om aan te geven of voornoemd bericht aanleiding vormt om het beroep in te trekken. Belanghebbende heeft aangegeven het beroep niet in te trekken.

Belanghebbende heeft (voorafgaand aan de zitting) op 30 oktober 2025 een pleitnota ingediend.

De zitting heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2025 te Willemstad. Namens belanghebbende is verschenen drs. [A], verbonden aan [X]. Namens de Inspecteur is mr. [B] verschenen. Aan het einde van de behandeling van het beroep is het onderzoek ter zitting gesloten.

Belanghebbende heeft op 31 oktober 2025 na het sluiten van het onderzoek een nader stuk ingediend. De Inspecteur heeft hier op 4 november 2025 op gereageerd en verzocht om het onderzoek te heropenen.

Het Gerecht heeft aanleiding gezien het onderzoek te heropenen en belanghebbende in de gelegenheid gesteld op het laatste stuk van de Inspecteur te reageren. Belanghebbende heeft op 7 november 2025 gereageerd.

Het Gerecht heeft op 16 januari 2025 met instemming van partijen het onderzoek (wederom) gesloten en een uitspraak aangekondigd.

2. FEITEN

Op 22 februari 2023 heeft belanghebbende voor het jaar 2022 voorlopige aangifte winstbelasting gedaan naar een bedrag aan verschuldigde winstbelasting van NAf 292.200. Voornoemd bedrag heeft belanghebbende op diezelfde dag betaald.

Op 18 december 2023 heeft belanghebbende voor het jaar 2022 definitieve aangifte winstbelasting gedaan naar een bedrag aan verschuldigde winstbelasting van NAf 240.073. De definitieve aangifte resulteert - gelet op het aangegeven bedrag van de voorlopige aangifte - in een door belanghebbende terug te ontvangen bedrag van NAf 52.127.

Tot de stukken van het geding behoort een afschrift van de ingediende definitieve online aangifte winstbelasting 2022. Hierin is het volgende opgenomen:

Bovenaan pagina 1

Pagina 10 en 11:

3. GESCHIL

Tussen partijen is het belastbaar bedrag (NAf 1.091.242) en de wettelijk daarover verschuldigde belasting (NAf 240.073) niet in geschil en evenmin dat op basis daarvan een teruggaaf zou dienen te worden verleend van NAf 52.127.

Tussen partijen is inhoudelijk uitsluitend nog in geschil of op grond van het vertrouwensbeginsel recht bestaat op het in het aangiftebiljet/portaal genoemde bedrag aan teruggaaf van NAf 55.194 in plaats van NAf 52.127.

Belanghebbende beantwoordt die vraag bevestigend en de Inspecteur ontkennend.

4. OVERWEGINGEN

Beroep niet tijdig beslissen

Ingevolge artikel 15, lid 8 van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (ALL) legt de Inspecteur, indien bij de definitieve aangifte de berekening van de verschuldigde belasting resulteert in een door de belastingplichtige terug te ontvangen bedrag, binnen zes maanden na indiening van de definitieve aangifte een aanslag op. Indien de Inspecteur de aanslag niet binnen die termijn oplegt wordt hiervan aan de belastingplichtige schriftelijk en gemotiveerd mededeling gedaan (artikel 15, lid 9, ALL).

Ingevolge artikel 29, lid 1, ALL kan, voor zover hier van belang, de belastingplichtige bezwaar indienen tegen een door de Inspecteur genomen voor bezwaar vatbare beschikking. In artikel 29, lid 5, ALL is bepaald dat met een voor bezwaar vatbare beschikking wordt gelijkgesteld het weigeren een besluit te nemen en het niet tijdig nemen van een besluit. De bezwaartermijn vangt dan aan zodra de wettelijke termijn voor het nemen van een besluit is verstreken. Ook bij het opleggen van een belastingaanslag is sprake van het nemen van een besluit.

Belanghebbende heeft de definitieve aangifte ingediend op 18 december 2023. Omdat de aangifte resulteerde in een terug te ontvangen bedrag was de Inspecteur gehouden om uiterlijk 18 juni 2024 een belastingaanslag op te leggen. De Inspecteur heeft, zonder daarvan schriftelijk en gemotiveerd mededeling te doen, geen belastingaanslag opgelegd.

Belanghebbende heeft op 1 augustus 2024 bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig opleggen van de aanslag.

Ingevolge artikel 30, lid 2, ALL is een uitspraak op een bezwaarschrift niet tijdig gedaan, als de Inspecteur niet binnen negen maanden na ontvangst van het bezwaarschrift, in dit geval dus uiterlijk op 1 mei 2025, een uitspraak heeft gedaan.

Ingevolge artikel 31, lid 1, ALL kan binnen twaalf maanden, in dit geval dus uiterlijk op 1 mei 2026, beroep worden ingesteld tegen het niet tijdig doen van een uitspraak op een bezwaarschrift.

Belanghebbende heeft op 7 mei 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar. Dit beroep is tijdig ingesteld.

De Inspecteur heeft nog immer geen beslissing op het bezwaar genomen. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen dient derhalve gegrond te worden verklaard. Het Gerecht ziet er evenwel om proces-economische redenen van af om de Inspecteur op te dragen alsnog een beslissing te nemen op het bezwaar. Partijen hebben immers over en weer hun inhoudelijke standpunten uitgewisseld en daarbij bevestigd dat het Gerecht zonder nadere mondelinge behandeling uitspraak kan doen. Het Gerecht merkt die bevestiging aan als een verzoek van partijen om de zaak niet terug te wijzen naar de bezwaarfase, maar inhoudelijk over de zaak te beslissen.

Hoorplicht

Belanghebbende heeft in de bezwaarfase verzocht om gehoord te worden. Ingevolge artikel 30, lid 4, ALL dient zij in dat geval vóór de uitspraak op bezwaar door de Inspecteur te worden gehoord. Omdat de Inspecteur geen uitspraak op bezwaar heeft gedaan is de hoorplicht niet geschonden. Dat neemt niet weg dat het Gerecht een dergelijke werkwijze van de Inspecteur onzorgvuldig acht (vgl. GEA Curaçao 8 oktober 2021, ECLI:NL:OGEAC:2021:190).

Vertrouwensbeginsel

Tussen partijen is uitsluitend nog in geschil of belanghebbende aan het aangiftebiljet/portaal het in rechte te honoreren vertrouwen heeft mogen ontlenen dat dient te worden overgegaan tot een teruggaaf van NAf 55.194 in plaats van het juiste bedrag aan teruggaaf van NAf 52.127.

Belanghebbende stelt dat het online aangifteprogramma voor de winstbelasting een fout bevat en verwijst naar het door hem overlegde afschrift van het online aangiftebiljet (zie 2.3). Hierop wordt een bedrag aan teruggaaf vermeld van NAf 55.194, terwijl het aan winstbelasting aangegeven verschuldigde bedrag van NAf 240.073 minus de aftrek van het bedrag van de voorlopige aangifte van NAf 292.200 een teruggaaf resulteert in een bedrag aan teruggaaf NAf 52.127. Belanghebbende stelt zich echter op het standpunt dat hij er op mocht vertrouwen dat het bedrag aan teruggaaf zoals dit op het aangifteformulier wordt getoond juist is. Zij wist niet en hoefde ook redelijkerwijs niet te weten dat het op het aangiftebiljet genoemde bedrag van aan teruggaaf van NAf 55.194 onjuist was.

De Inspecteur heeft aangegeven dat er geen sprake is van opgewekt vertrouwen, omdat belanghebbende om meerdere redenen had moeten begrijpen dat de informatie die op het aangifteformulier is gegeven onjuist was.

Tot de stukken van het geding behoren twee online aangiften winstbelasting voor het tijdvak 2022, te weten een versie ‘In bewerking’ en een versie ‘Ingediend’. De versie ‘In bewerking’ is aangemaakt op 2 oktober 2023, de versie ‘Ingediend’ heeft als ‘Datum ingediend’ 18 december 2023. De in bewerking zijnde aangifte en de ingediende aangifte verschillen op onderdelen van elkaar. Hierna worden de totaalrubrieken van de verschillende aangiften (‘In bewerking’ en ‘Ingediend’) naast elkaar gezet (‘Verzamelstaat’ en ‘Definitieve aangifteformulier’):

Verzamelstaat In bewerking Ingediend

A Fiscale winst

1.093.916

1.093.916

B Kostencorrecties

72.655

70.096

C Winstcorrecties

0

0

D Betaalde giften

0

0

E Totaal (A plus B plus C plus D)

1.166.571

1.164.012

F Investeringsaftrek/bijtelling

-89.270

-72.770

G Wijziging toelaatbare reserves

0

0

H Totaal (E plus F plus G)

1.077.301

1.091.242

I Verliescompensatie

0

0

J Belastbare winst H minus I

1.077.301

1.091.242

K 1% van de belastbare winst, maar mininaal

NAf 500

L 3% van belastbare winst

M Aftrekbare gift

0

0

N Belastbaar bedrag J minus M

1.077.301

1.091.242

O Verschuldigde winstbelasting

237.006

240.073

P Aftrek ter voorkoming dubbele belasting

0

0

Q Te betalen winstbelasting O minus Q

237.006

240.073

R Wisselkoers Functionele Valuta

S Bedrag te betalen winstbelasting in NAf

237.006

240.073

Definitief aangifteformulier

Aantal personeelsleden (FTE)/werknemers in genoemd tijdvak

12

12

Belastbaar bedrag (verzamelstaat N)

1.077.301

1.077.301

Te betalen winstbelasting (Verzamelstaat S)

237.006

237.006

Reeds aangegeven op (nadere) voorlopige aangifte

292.000

292.000

Thans aan te geven

-55.194

-55.194

Uit de beide overzichten volgt dat uit de Verzamelstaat een verschil blijkt in ‘N belastbaar bedrag’: ‘In bewerking’ NAf 1.077.301 en ‘Ingediend’ NAf 1.091.242, ofwel: NAf 13.941 en dat dit verschil kan worden verklaard door de verschillen in ‘B Kostencorrecties’: ‘In bewerking’ NAf 72.655 en ‘Ingediend NAf 70.096, ofwel NAf 2.559 en ‘F Investeringsaftrek/bijtelling’: ‘In bewerking’ NAf -89.270 en Ingediend’ NAf -72.770, ofwel: NAf -16.500.

De afzonderlijke verschillen tellen op tot NAf 2.559 + NAf -16.500 = NAf -13.941 (minder aftrek, meer winst).

In de Verzamelstaat volgt uit ’S Bedrag te betalen winstbelasting’ een verschil van ‘In bewerking’ NAf 237.006 en ‘Ingediend’ NAf 240.073. ofwel: NAf 3.067, hetgeen gelijk is aan de winstbelasting over de onderlinge verschillen: NAf 13.941 x 22%.

Het bedrag van NAf 3.067 is voorts gelijk aan het verschil tussen het bedrag van de teruggaaf dat belanghebbende bepleit (NAf 55.194) en dat de Inspecteur bepleit (NAf 52.127).

Naar het oordeel van het Gerecht kan de op de ingediende aangifte vermelde teruggaaf (‘Te betalen NAf -55.194) niet worden aangemerkt als een in rechte bij belanghebbende te honoreren vertrouwen. Het Gerecht zal hierna (4.15.1 tot en met 4.15.3) motiveren hoe het tot dit oordeel komt.

Het Gerecht kwalificeert de extra service die de Belastingdienst verleent in de vorm van de berekening van de verschuldigde belasting, nadat de definitieve aangifte winstbelasting is gedaan, als een vorm van voorlichting of informatieverstrekking. In een dergelijk geval pleegt het beroep op het vertrouwensbeginsel zelden te slagen. Zie in dit verband HR 26 september 1979, ECLI:NL:HR:1979:AM4918 en HR 9 maart 1988, ECLI:NL:HR:ZC3780, alwaar de Hoge Raad heeft geoordeeld dat de Belastingdienst zijn voorlichtende taak onbelemmerd moet kunnen vervullen en dat dit ertoe noopt te aanvaarden dat het risico van een onjuiste inlichting of voorlichting in de regel voor de betrokken belastingplichtige blijft. Alleen bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven om van de hiervoor gegeven regel af te wijken, maar daarvoor is ten minste vereist dat die inlichting of voorlichting niet zo duidelijk in strijd is met een juiste wetstoepassing dat de betrokken belastingplichtige redelijkerwijs de onjuistheid daarvan had moeten en kunnen beseffen. Daarvan is in deze geen sprake.

Daarnaast is het zo dat zowel op de aangifte ‘In bewerking’ als op de aangifte ‘Ingediend’ op pagina 1 de volgende boodschap is vermeld (zie ook 2.3):

Dit document is slechts voor uw eigen referentie en kan niet als bewijsstuk worden gebruikt. Er kunnen aan dit document geen rechten worden ontleend.

Ook een dergelijk voorbehoud of ‘disclaimer’ staat blijkens jurisprudentie in de weg aan een in rechte te honoreren vertrouwen. In Hoge Raad 7 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD6782 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat belastingplichtige in het geval van een voorbehoud met betrekking tot de berekening van (toen) te betalen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen niet een in rechte te honoreren vertrouwen kan ontlenen aan een door de Belastingdienst gemaakte berekening.

Deze lijn doortrekkend, heeft hetzelfde te gelden voor de in de onderhavige casus berekende (teruggaaf) winstbelasting, alwaar immers ook een nadrukkelijk voorbehoud is gemaakt.

Tot de stukken van het geding behoort voorts de door de gemachtigde van belanghebbende opgemaakte ‘Berekening van de verschuldigde winstbelasting 2022’.

Uit deze berekening resulteert een verschuldigde winstbelasting van NAf 240.073. In de wetenschap dat reeds een bedrag aan (voorlopige) winstbelasting was betaald van NAf 292.200, zou de teruggaaf NAf 52.127 dienen te bedragen. Zo belanghebbende zelf al niet tot deze conclusie had kunnen komen, dan mag dit toch zeker van de gemachtigde, die belanghebbende bijstaat, worden verwacht. Een hogere teruggaaf, zoals in casu NAf 55.194, zou derhalve niet moeten leiden tot een verondersteld opgewekt vertrouwen, maar veeleer tot vraagtekens en een gang naar de Inspecteur om opheldering te verkrijgen.

De Inspecteur heeft er nog op gewezen dat ook indien het ‘portaal’ van de Belastingdienst wordt geraadpleegd, belanghebbende direct had moeten opmerken dat er ‘iets’ niet klopte, omdat ook daar gegevens zijn vermeld die niet stroken met de gegevens zoals deze door belanghebbende in het ‘systeem’ zijn ingevoerd.

Het Gerecht gaat aan deze observatie van de Inspecteur voorbij, omdat het niet heeft kunnen vaststellen of hetgeen de Inspecteur thans in het ‘portaal’ waarneemt, gelijk is aan hetgeen belanghebbende destijds in het ‘portaal’ heeft waargenomen, gesteld dat belanghebbende destijds het ‘portaal’ al heeft geraadpleegd.

Gelet op het voorgaande slaagt het beroep van belanghebbende op het vertrouwensbeginsel niet.

Slotsom

Doende wat de Inspecteur behoorde te doen, zal het Gerecht het bezwaar gegrond verklaren en bepalen dat overeenkomstig het nader standpunt van de Inspecteur de belastingaanslag winstbelasting 2022, waarvan het Gerecht ervan uitgaat dat deze inmiddels is opgelegd, dient te resulteren in een terug te geven bedrag van NAf 52.127.

5. PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT

Bezwaarfase

Ingevolge artikel 32a, lid 1 van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (ALL) worden, op verzoek van de belastingplichtige, de kosten die de belastingplichtige in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, vergoed voor zover de aanslag door ernstige onzorgvuldigheid in strijd met het recht is opgelegd. Het verzoek moet worden gedaan voordat de Inspecteur op het bezwaar heeft beslist. De regels over de (hoogte van de) vergoeding zijn neergelegd in artikel 6.4 van de Ministeriële regeling formeel belastingrecht.

Belanghebbende heeft in haar bezwaarschrift verzocht om een kostenvergoeding. Het Gerecht is van oordeel dat belanghebbende recht heeft op een kostenvergoeding voor de bezwaarfase. Op grond van artikel 15, lid 8 en lid 9, ALL was de Inspecteur gehouden om binnen een half jaar na indiening van de definitieve aangifte een negatieve aanslag op te leggen dan wel binnen die periode gemotiveerd en schriftelijk mee te delen dat en waarom de aanslag niet binnen die termijn wordt opgelegd. Door deze duidelijke wettelijke regels niet na te leven heeft de Inspecteur ernstig onzorgvuldig gehandeld.

Het Gerecht stelt de proceskosten op de voet van artikel 6.4 van de Ministeriële regeling formeel belastingrecht, vast op Cg 100 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, met een waarde per punt van Cg 100, en een wegingsfactor van 1).

Kosten beroepsfase

Ingevolge artikel 15, lid 1, LBB worden de kosten vergoed die de belastingplichtige in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

In artikel 15, lid 2, LBB is bepaald dat de regels over de (hoogte van de) proceskostenvergoeding bij of krachtens landsbesluit worden vastgesteld. Dat is nog niet gebeurd. Het Gerecht zal daarom aansluiten bij het Besluit proceskosten bestuursrecht, PB 2001, no. 127 (vgl. GHvJ 21 juni 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:54).

In artikel 1 van dit Besluit zijn de kosten vermeld die voor vergoeding in aanmerking komen, waaronder de kosten van door een derde verleende beroepsmatige bijstand. Deze kosten kunnen worden berekend op Cg 700 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, waarde per punt Cg 700, wegingsfactor 0,5 (beroep niet tijdig beslissen)).

Griffierecht

5.7Verder dient de Inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van Cg 150 te vergoeden.

6. DE BESLISSING

Het Gerecht:

Deze uitspraak is gegeven door mr. drs. P.A.M. Pijnenburg, rechter, en uitgesproken op 29 mei 2026, in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.M. de Leeuw van Weenen.

De griffier, De rechter,

Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.

HOGER BEROEP

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)

Emancipatie Boulevard Dominico “Don” Martina 18

Willemstad

Curaçao

U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener,

b. de dagtekening,

c. waartegen u in beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:

belastinggriffie@caribjustitia.org.

Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:

- natuurlijke personen: Cg 200

- personenvennootschappen en rechtspersonen: Cg 500

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. drs. P.A.M. Pijnenburg

Griffier

  • mr. L.M. de Leeuw van Weenen. De

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand