ECLI:NL:OGEAC:2026:76

ECLI:NL:OGEAC:2026:76

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak 24-05-2026
Datum publicatie 08-06-2026
Zaaknummer CUR202401578
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Verbod voor moeder met ouderlijk gezag met kind af te reizen naar het buitenland in afwachting behandeling verzoek gezamenlijk ouder gezag.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202401578

Vonnis in kort geding van 24 mei 2024

in de zaak van

[Eiser], wonende in [woonplaats], eiser, verschenen in persoon,

tegen

[Gedaagde],

wonend in [woonplaats], gedaagde, verschenen in persoon.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde]worden genoemd.

1. Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit:- het verzoekschrift van 13 mei 2024,

- de mondelinge behandeling op 22 mei 2024,

Vonnis is bepaald op 27 mei 2024 maar zal vandaag bij vervroeging worden uitgesproken.

2. De feiten

gedaagde]heeft de Venezolaanse nationaliteit.

gedaagde]is moeder van twee minderjarige kinderen. Het oudste kind is [minderjarige 1], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2018 (hierna: [minderjarige 1]).

eiser] is de biologische vader van [minderjarige 1] en heeft [minderjarige 1] erkend. Behoudens een periode dat [minderjarige 1] bij [gedaagde]heeft gewoond, woont [minderjarige 1] sinds haar geboorte bij de ouders van [eiser], [eiser] en diens broer die allen in dezelfde woning wonen. Bij de opvoeding en verzorging van [minderjarige 1] speelt de moeder van [eiser] een belangrijke rol.

gedaagde]verblijft sinds 6 mei 2024 in de barakken van [plaats 1]. Haar is aangezegd dat zij zal worden uitgezet naar [land 1]. Zij heeft juridische bijstand.

gedaagde]is zwanger van een andere man dan [eiser].

3. De vordering en de standpunten van partijen

eiser] vordert:

“in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad:

1. gedaagde te verbieden om met het oudste kind naar het buitenland af te reizen zolang geen onherroepelijke beslissing is genomen op aangehecht verzoek van eiser en eiser te machtigen om de sterke arm in te roepen voor het geval voornoemd verbod niet door gedaagde wordt nagekomen.

2. gedaagde te veroordelen in de gedingkosten.”

In het licht van de feiten legt [eiser] aan zijn vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde]bezit geen verblijfsvergunning. Zij zal dan ook binnenkort het land worden uitgezet en zal dan waarschijnlijk in [land 1] belanden. De omstandigheden in [land 1] zijn zeer slecht.

[eiser] heeft bij dit gerecht een verzoek ingediend dat inhoudt dat het gerecht zal bepalen dat partijen gezamenlijk het gezag over [minderjarige 1] zullen uitoefenen (daaraan wordt in het petitum gerefereerd als “aangehecht verzoek”). Daarom heeft [eiser] een spoedeisend belang bij zijn vordering.

gedaagde]voert verweer.

Op de standpunten van partijen zal hieronder onder de beoordeling worden ingegaan.

4. De beoordeling

De spoedeisendheid van de vordering volgt uit de aard daarvan.

Uitsluitend [gedaagde]heeft thans het ouderlijk gezag over [minderjarige 1].

eiser] beoogt te voorkomen dat [gedaagde]met [minderjarige 1] naar het buitenland, in het bijzonder [land 1], zal afreizen voordat het gerecht heeft beslist op het verzoek van [eiser] betreffende het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1].

Vooropgesteld wordt dat bij de wijze waarop het ouderlijk gezag wordt uitgeoefend, het belang van de minderjarige leidend dient te zijn. Het ouderlijk gezag omvat het recht en de plicht tot de verzorging en opvoeding van de minderjarige en het ouderlijk gezag verschaft ook de bevoegdheid de verblijfplaats van de minderjarige te bepalen.

Het door [eiser] ingediende verzoek strekkende tot het vestigen van het gezamenlijk gezag van partijen over [minderjarige 1] is nog niet door het gerecht behandeld.

In geval van toewijzing van dat verzoek zullen beide partijen samen het ouderlijk gezag hebben en samen de verblijfplaats van [minderjarige 1] bepalen en zal [gedaagde]in beginsel niet met [minderjarige 1] naar het buitenland mogen afreizen zonder de instemming van [eiser].

gedaagde]voert verweer tegen het verzoek, waartoe zij het volgende aanvoert. [eiser] en zijn vader zijn drugsverslaafd en zijn broer heeft een alcoholverslaving. [eiser] zelf heeft haar gemanipuleerd, mishandeld (geslagen en geprobeerd te wurgen) en bedreigd. Toen [eiser] haar sloeg, stond de vader van [eiser] te lachen. [minderjarige 1] heeft gezegd dat [eiser] met zijn tong over haar geslachtsdeel is gegaan. De moeder van [eiser] was toen aanwezig. [gedaagde]voert aan tweemaal aangifte te hebben gedaan.

De vertegenwoordigster van de Voogdijraad heeft tijdens de behandeling onder meer het volgende verklaard. Deze zaak is sinds de tweede week van mei van dit jaar bij de Voogdijraad bekend. Er is een onderzoek gestart omdat het jongste kind van [gedaagde], haar tweejarige zoontje, alleen op straat liep. Hij zit nu in een internaat. [gedaagde]heeft een cocaïne- en alcoholverslaving. De Voogdijraad heeft geen enkele aanwijzing dat de ernstige beschuldigingen van [gedaagde]aan het adres van [eiser] op waarheid berusten. In de relatie van [gedaagde]met de vader van haar andere kind is een vergelijkbaar patroon zichtbaar als in de relatie van [gedaagde]en [eiser]. [gedaagde]bezoekt [minderjarige 1] niet en neemt geen contact op met [minderjarige 1]. Als er sporadisch contact is tussen [gedaagde]en [minderjarige 1], is dit op initiatief van [minderjarige 1]. De Voogdijraad heeft contact gehad met de schooljuffrouw van [minderjarige 1] en zij bleek [gedaagde]niet te kennen. [minderjarige 1] doet het heel goed op school. De moeder van [eiser] is daar het aanspreekpunt. [minderjarige 1] heeft het naar haar zin in het gezin-[eiser]. Zij ziet de moeder van [eiser] als haar eigen moeder. Door een vertrek naar [land 1] zou [minderjarige 1] uit haar vertrouwde omgeving worden weeggenomen en in een Spaanstalig land terechtkomen, terwijl zij geen Spaans spreekt. Het is niet in het belang van [minderjarige 1] dat zij met [gedaagde]naar het buitenland vertrekt.

Voorshands geoordeeld moet, op grond van al het bovenstaande, het niet in het belang van [minderjarige 1] worden geacht dat zij met [gedaagde]naar het buitenland vertrekt. Het belang van [eiser] bij een verbod voor [gedaagde]om met [minderjarige 1] naar het buitenland af te reizen weegt naar het oordeel van het gerecht aanzienlijk zwaarder dan de vrijheid van [gedaagde]om dat wel te kunnen doen. Het gevorderde verbod zal daarom worden toegewezen.

Bij dit oordeel leggen de zware beschuldigingen van [gedaagde]aan het adres van [eiser] en diens vader geen gewicht in de schaal. Die beschuldigingen worden door [eiser] immers pertinent ontkend en daartegenover ontbreekt van de zijde van [gedaagde]elke onderbouwing. En de Voogdijraad heeft geen enkele aanwijzing dat die beschuldigingen juist zijn. Daarmee zijn die beschuldigingen in elk geval vooralsnog niet meer dan gratuite beweringen die geen gewicht in de schaal leggen.

Bovendien heeft de toewijzing van de vordering uitsluitend tot gevolg dat de situatie waarin [minderjarige 1] al enige tijd verkeert, tijdelijk wordt bestendigd.

Tijdens de behandeling heeft [gedaagde]een aantal malen gezegd dat zij wenst dat [minderjarige 1] wordt onderzocht om vast te kunnen stellen of [eiser] “aan haar heeft gezeten”. Een dergelijk onderzoek acht het gerecht niet noodzakelijk voor de beoordeling in dit kort geding - waarin het gerecht uitsluitend dient te beslissen op het gevorderde verbod voor [gedaagde]om met [minderjarige 1] naar het buitenland af te reizen - en zal het gerecht daarom niet bevelen. Voor een dergelijk onderzoek zal [gedaagde]de geëigende juridische weg moeten bewandelen.

Wat betreft de reikwijdte van dit verbod wordt uitdrukkelijk overwogen dat dit uitsluitend betrekking heeft op een vrijwillig afreizen door [gedaagde]met [minderjarige 1] en dus niet op een gedwongen uitzetting van [gedaagde]met [minderjarige 1] van Curaçao naar het buitenland. Een dergelijke uitzetting van [gedaagde]en [minderjarige 1] zal immers geschieden door het land Curaçao (de overheid), maar dat is geen partij in dit geding, zodat dit verbod op het handelen van het land Curaçao en dus op een dergelijke uitzetting geen betrekking kan hebben.

Het gerecht vertrouwt er echter op, mede omdat [minderjarige 1] woont bij het gezin-[eiser] en over een Nederlands paspoort beschikt, dat het land Curaçao in geval van een eventuele uitzetting van [gedaagde]naar het buitenland, [minderjarige 1] ongemoeid zal laten.

De proceskosten zullen worden gecompenseerd als hierna te melden.

5. De beslissing in kort geding

Het gerecht:

verbiedt [gedaagde]om met [minderjarige 1] naar het buitenland af te reizen zolang geen onherroepelijke beslissing is genomen op het door [eiser] ingediende verzoek inhoudende dat het gerecht zal bepalen dat partijen gezamenlijk het gezag over [minderjarige 1] zullen uitoefenen en machtigt [eiser] om de sterke arm in te roepen voor het geval voornoemd verbod niet door gedaagde wordt nagekomen;

compenseert de kosten van dit geding in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis, rechter, bijgestaan door mr. M.M.M. van Leest, griffier, en in het openbaar uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. O. Nijhuis

Griffier

  • mr. M.M.M. van Leest

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand