GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
Registratienummer: SXM202301193Beschikking van 25 maart 2024
op het verzoek van:
[verzoekster],
wonende te Sint Maarten,
verzoekster, hierna ook: [verzoekster],
tegen
[verweerder],
wonende te Sint Maarten,
verweerder, hierna ook: [verweerder],
gemachtigde: mr. M.N.A. Hoeve.
1. Het verloop van de rechtszaak
Verzoekster heeft op 14 november 2023 een verzoekschrift met producties bij de griffie ingediend. Het verzoek is behandeld op de zitting van 8 januari 2024, zonder publiek. Op de zitting heeft de rechter gesproken met:
- verzoekster;
- verweerder, bijgestaan door de gemachtigde;
- [ X] van de Voogdijraad.
De zaak is vervolgens aangehouden tot de zitting van 26 februari 2024, teneinde verweerder in de gelegenheid te stellen zich deugdelijk voor te bereiden. Tevens is de Voogdijraad opgedragen te rapporteren over de omgangsregeling en de kinderalimentatie.
Het Gerecht heeft de volgende stukken ontvangen:
- het rapport van de Voogdijraad, ingediend ter griffie op 19 februari 2024;
- de aanvullende producties zijdens verzoekster, ingediend ter griffie op 20 februari 2024;
- het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek, met producties, ingediend ter griffie op 21 februari 2024;
- de aanvullende producties zijdens verzoekster, ingediend ter griffie op 22 februari 2024.
De behandeling van de verzoeken is voortgezet op 26 februari 2024, zonder publiek. Beide partijen hebben het woord gevoerd, verzoekster aan de hand van door haar overgelegde spreekaantekeningen.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2. De feiten
verzoekster] en [verweerder] hebben een affectieve relatie gehad, die in 2019 is verbroken.
Uit de relatie van partijen zijn twee minderjarige kinderen geboren:
- [ kind1], geboren op [geboortedatum] te Sint Maarten;
- [ kind2], geboren op [geboortedatum] te Sint Maarten.
verzoekster] heeft eenhoofdig gezag over de minderjarigen, die ook bij haar wonen. [verweerder] heeft de minderjarigen erkend.
Medio 2020 zijn partijen, met tussenkomst van de Voogdijraad, overeengekomen dat [verweerder] maandelijks een bedrag van NAf 972,- aan [verzoekster] zal voldoen als bijdrage in de kosten van de opvoeding en verzorging van de minderjarigen. [verweerder] betaalt thans NAF 500,- per maand aan kinderalimentatie en NAf 183,80 voor de naschoolse opvang van [kind2].
De minderjarigen kampen beiden met bijnierschorsinsufficiëntie en vroegtijdige puberteit.
3. Het verzoek, het verweer, het tegenverzoek en het advies van de Voogdijraad
Verzoekster vraagt het Gerecht om verweerder te veroordelen tot het betalen van kinderalimentatie van NAf 972,- per maand en een vergoeding voor oppaskosten van NAf 360,- per maand, vermeerderd met wettelijke rente in geval van niet tijdig betalen.
Verweerder voert aan dat hij op grond van zijn draagkracht en de behoefte van de kinderen, een bedrag van NAf 454,16 per maand kan bijdragen, vermeerderd met het bedrag van Naf 183,80 voor de naschoolse opvang van [kind2].
Verweerder verzoekt, bij wege van zelfstandig verzoek, om partijen gezamenlijk te belasten met het ouderlijk gezag over de minderjarigen, met bepaling van het hoofdverblijf bij de moeder en vastlegging van een omgangsregeling, subsidiair informatie- en consultatieregeling. Verweerder verzoekt de volgende omgangsregeling:
- dinsdag en donderdag na school van 15:00 uur tot 20:00 uur;
- de even weken op zaterdag van 13:00 uur tot 20:00 uur;
- de oneven weken op zaterdag van 13:00 uur tot zondag 20:00 uur;
- de helft van de vakanties, waarbij naar het buitenland gereisd mag worden;
- de even jaren brengen de minderjarigen Kerst met [verweerder] door en Nieuwjaar met [verzoekster] en de oneven jaren andersom;
- Vaderdag met [verweerder];
- Moederdag met [verzoekster].
Verzoekster wenst het ouderlijk gezag alleen te blijven uitoefenen. Zij voert aan dat de vader niet of amper geïnteresseerd is in de kinderen en vrijwel geen tijd met hen spendeert. Daarnaast neemt de vader financieel onvoldoende verantwoordelijkheid en is de communicatie tussen de ouders slecht en is sprake van voortdurende conflicten. Tot slot is het vanwege de medische aandoening van de kinderen van belangrijk dat verzoekster het eenhoofdig gezag houdt. Voor wat betreft de omgangsregeling sluit zij aan bij het advies van de Voogdijraad.
De Voogdijraad adviseert een omgangsregeling vast te stelling die eruit bestaat dat er omgang tussen de vader en de minderjarigen zal zijn:
- om de week het weekend van vrijdag uit school tot maandagochtend naar school;
- de vakanties in onderling overleg te verdelen;
- de even jaren brengen de minderjarigen Kerst met [verweerder] door en Nieuwjaar met [verzoekster] en de oneven jaren andersom;
- Vaderdag met [verweerder];
- Moederdag met [verzoekster].
Ten aanzien van de kinderalimentatie adviseert de Voogdijraad (na verduidelijking ter zitting), dat de man ten behoeve van [kind1] een bedrag van NAf 336,16 dient bij te dragen en ten behoeve van [kind2] een bedrag van NAf 329,18.
Ten aanzien van het gezag adviseert de Voogdijraad (ter zitting) dat de moeder het eenhoofdig gezag behoudt. Het verzoek tot gezamenlijk gezag is prematuur, gelet op de verstandhouding tussen partijen.
4. De redenen voor de beslissing
Het gezag
De vader wil het gezag voortaan graag samen met de moeder uitoefenen. De moeder verzet zich daartegen. Het Gerecht overweegt als volgt. Het ouderlijk gezag omvat de plicht en het recht van de ouder zijn kind te verzorgen en op te voeden en heeft betrekking op de persoon van de minderjarige, het bewind over zijn vermogen en zijn vertegenwoordiging in burgerlijke handelingen, zowel in als buiten rechte. Het gaat bijvoorbeeld om beslissingen over de schoolinschrijving, het aanvragen van een paspoort en medische aangelegenheden.
Op grond van artikel 1:253c, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW), wordt een verzoek van de tot gezag bevoegde vader om de ouders gezamenlijk met het gezag te belasten en waarmee de moeder niet instemt, slechts afgewezen indien de rechter dit in het belang van het kind wenselijk oordeelt. Ouders moeten minst genomen in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en beslissingen van enig belang over hun kinderen in gezamenlijk overleg kunnen nemen.
Het Gerecht is in dit geval van oordeel dat het in het belang van de minderjarigen wenselijk is dat de moeder eenhoofdig belast blijft met het gezag. Daarvoor is redengevend dat de moeder tot op heden het leeuwendeel van de opvoeding en verzorging op zich heeft genomen, dat de ouders een slechte verstandhouding hebben waar soms zelfs de politie aan te pas moet komen en dat de minderjarigen een medische aandoening hebben waarvoor zo nodig snel moet kunnen worden ingegrepen. Te verwachten valt dat gezamenlijk gezag tot meer conflicten zal leiden, waar de minderjarigen tussen komen te zitten. Dat is niet in hun belang.
De omgangsregeling
De Voogdijraad heeft een advies gegeven ten aanzien van de omgang, welk advies neerkomt op een weekendregeling. De vader is niet tevreden met het voorstel van de Voogdijraad en wil vaker, maar dan korter, omgang met de minderjarigen. De moeder schaart zich achter de Voogdijraad.
Het Gerecht overweegt als volgt. Een kind heeft recht op omgang met zijn ouders. De niet met het gezag belaste ouder heeft het recht op en de verplichting tot omgang met zijn kind (artikel 1:377a BW en artikel 9 lid 3 van het IVRK). Uit het rapport van de Voogdijraad komen geen zorgen naar voren over de opvoedsituatie bij de vader. De kinderen hebben het goed bij hem en gaan met plezier naar hem toe. Ze willen graag meer tijd met hem doorbrengen. Het Gerecht ziet geen reden daar geen gehoor aan te geven en zal een ruimere omgangsregeling vaststellen dan is voorgesteld door de Voogdijraad. Dat geeft de moeder ook de kans enigszins op adem te komen. De vader wil liever wat kortere omgangsmomenten en benoemt praktische belemmeringen bij een volledig weekend omgang en bij overnachtingen op dagen dat hij moet werken, omdat hij eerder op zijn werk moet zijn dan dat de school van de kinderen begint. Dat kan zo zijn, maar daar zal de vader een oplossing voor moeten verzinnen, zoals elke werkende ouder creatief moet zijn om werk en de zorg voor kinderen te combineren. Dat hoort nu eenmaal bij de verantwoordelijkheid van het ouderschap.
Het Gerecht zal een omgangsregeling vaststellen die eruit bestaat dat de minderjarigen om de week het hele weekend bij de vader doorbrengen van vrijdag uit school tot maandag naar school. Vervolgens zullen de minderjarigen van donderdag uit school tot vrijdagochtend bij de man doorbrengen en de week erna van dinsdag uit school tot woensdagochtend naar school, waarbij de man dus haalt en brengt.
De vakanties zullen partijen bij helfte verdelen, waarbij de kinderen in de zomervakantie in elk geval vier weken aaneengesloten bij de moeder zullen verblijven om hen in de gelegenheid te stellen tijd door te brengen met de familie in Nederland. Voor het overige wordt het advies van de Voogdijraad gevolgd.Partijen kunnen altijd in gezamenlijk overleg een andere regeling treffen.
De informatie- en consultatieregeling
De vader verzoekt, subsidiair, een informatie- en consultatieregeling vast te stellen, die eruit bestaat dat de moeder de vader maandelijks informeert over de belangrijke aangelegenheden in de levens van kinderen en dat de moeder de vader consulteert voorafgaand aan belangrijke beslissingen over de minderjarigen.
Het Gerecht overweegt als volgt. Artikel 1:377b BW bepaalt dat de ouder die alleen met het gezag is belast, gehouden is de andere ouder op de hoogte te stellen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind en deze te raadplegen over daaromtrent te nemen beslissingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om schoolprestaties en medische aangelegenheden. Juist omdat de minderjarigen een medische aandoening hebben en zij op grond van de vast te stellen omgangsregeling met regelmaat bij de vader gaan verblijven, is het van belang dat de vader goed op de hoogte is van de situatie van de minderjarigen. Het verzoek tot het vaststellen van een informatieregeling zal dan ook worden toegewezen. Evenzo zal de consultatieverplichting worden vastgelegd in deze beschikking. De moeder zal de vader dus moeten consulteren bij belangrijke beslissingen aangaande de minderjarigen. Maar, omdat zij het eenhoofdig gezag heeft, is de moeder degene die de beslissingen neemt.
De kinderalimentatie
Volgens artikel 1:404 van het BW zijn ouders verplicht naar draagkracht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Artikel 1:397 lid 1 van het BW bepaalt dat bij de bepaling van het volgens de wet door bloed- en aanverwanten verschuldigde bedrag voor levensonderhoud enerzijds rekening wordt gehouden met de behoeften van de tot onderhoud gerechtigde en anderzijds met de draagkracht van de tot uitkering verplichte persoon. De draagkracht van een onderhoudsplichtige is ‘zijn vermogen om uit de middelen waarover hij vermag te beschikken iets af te staan ten behoeve van den tot onderhoud gerechtigde’ (HR 25 mei 1962, NJ 1962/266). Daarbij komt het niet alleen aan op het inkomen dat hij verwerft, maar ook op het inkomen dat hij geacht kan worden zich redelijkerwijs in de naaste toekomst te kunnen verwerven (zie bijvoorbeeld HR 9 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM5703).
Ten aanzien van de behoefte van de kinderen, overweegt het Gerecht het volgende. De behoefte van kinderen wordt doorgaans forfaitair vastgesteld op 15% van het gezinsinkomen van partijen, te vermeerderen met eventuele buitengewone kosten. Omdat partijen al geruime tijd uiteen zijn, wordt uitgegaan van het huidige inkomen van partijen. De forfaitaire behoefte van de kinderen zal worden verhoogd met de als buitengewone kosten aan te merken uitgaven voor (school)kleding en naschoole opvang (zie hierna). Het netto-inkomen van de vrouw wordt op basis van haar opgave bij de Voogdijraad bepaald op NAf 5.120,81. Het netto-inkomen van de man wordt op basis van zijn opgave bepaald op, in elk geval, NAf 2.744,27. Daarmee komt het netto gezinsinkomen op NAf 7.865,05. De behoefte van het eerste kind bedraagt daarmee NAf 1.179,76 (15%). Omdat partijen twee kinderen hebben en de kosten van kinderen niet 1 op 1 toenemen, past het Gerecht een factor 1.67 toe (naar analogie van de behoeftetabel in Nederland). Hiermee komt de totale forfaitaire behoefte van de kinderen op NAf 1.970,20.
Het Gerecht ziet aanleiding de behoefte van de kinderen te verhogen met de als buitengewone kosten aan te merken uitgaven voor (school)kleding en de naschoolse opvang. De kosten voor schooluniformen en schoolschoenen bedragen jaarlijks NAf 1.612,- volgens opgave van de vrouw. Verder zijn de kosten voor reguliere kleding hoger dan normaal, omdat de kinderen als gevolg van hun medische aandoening veel sneller groeien. Een jaarlijks bedrag van NAf 1.000,- voor kleding wordt als buitengewone kosten aangemerkt. Dit betekent dat een bedrag van (NAf 1.612 + 1.000) / 12 = NAf 217,50 per maand aan de behoefte wordt toegevoegd. Tot slot zijn er de kosten van de naschoolse opvang van NAf 324,- per maand. De behoefte van de kinderen wordt aldus vastgesteld op Naf 1.970,20 + 217,50 + 324,- = NAf 2.511,70 (NAf 1.255,85 per kind).
Ten aanzien van de draagkracht van partijen overweegt het Gerecht het volgende. Gelet op de hoge behoefte van de kinderen en de schuldenlast van beide ouders, is aanstonds duidelijk dat beide ouders onvoldoende draagkrachtruimte hebben om volledig in de behoefte van de minderjarigen te voorzien. Als het netto-inkomen van de man wordt verminderd met zijn gestelde woonlasten, aflossingsverplichtingen en overige uitgaven, dan blijft er zelfs veel minder over dan de NAf 683,- die hij momenteel zonder morren aan kinderalimentatie betaalt. Kennelijk verdient de man genoeg met sidejobs om daarin te voorzien en daarnaast nog dure cadeaus (zoals een VR-headset en in het verleden een Xbox) aan de kinderen te geven. Zijn mededeling ter zitting dat hij misschien US$ 60,- aan extra inkomsten geniet, komt het Gerecht gelet daarop ongeloofwaardig voor. Bij gebreke van betrouwbare gegevens over de omvang van zijn extra inkomsten, zal het Gerecht de man houden aan de oorspronkelijke afspraak om maandelijks NAf 972,- te betalen. Gelet op de in deze beschikking vast te stellen omgangsregeling, waarbij de man enkele dagen per week de zorg voor de kinderen heeft, wordt daarop een zorgkorting van 25% toegepast. De kinderalimentatie wordt aldus vastgesteld op Naf 729,- per maand (inclusief de naschoolse opvang). Daarnaast dient de man voor de helft bij te dragen in de schoolkosten en de kosten voor schooluniformen en dient hij jaarlijks een bedrag van Naf 500,- (in totaal voor beide kinderen) ten behoeve van (extra) kleding bij te dragen, in verband met de versnelde groei van de kinderen. Kosten voor oppas worden geacht te zijn begrepen in het maandelijkse bedrag aan kinderalimentatie. Dit onderdeel van het verzoek wordt afgewezen.
De proceskosten worden tussen partijen verdeeld.
5. De beslissing
Het Gerecht:
wijs het verzoek tot gezamenlijk gezag af;
stelt de volgende informatie- en consultatieregeling vast;
- de moeder informeert de vader maandelijks over de belangrijke aangelegenheden betreffende de minderjarigen, in het bijzonder de medische aangelegenheden en de moeder consulteert de vader bij belangrijke beslissingen;
stelt met ingang van 1 april 2024 de volgende omgangsregeling vast:
- de minderjarigen brengen in de oneven weken het weekend bij de vader door, van vrijdag uit school tot maandag naar school;
- de minderjarigen brengen in de even weken van donderdag uit school tot vrijdag naar school bij de vader door;
- de minderjarigen brengen in de oneven weken van dinsdag uit school tot woensdag naar school bij de vader door;
- de vakanties worden in onderling overleg verdeeld, waarbij de moeder in de zomervakantie vier weken aaneengesloten met de minderjarigen kan doorbrengen;
- de even jaren brengen de minderjarigen Kerst met de vader door en Nieuwjaar met de moeder en de oneven jaren andersom;
- Vaderdag wordt bij de vader doorgebracht;
- Moederdag wordt bij de moeder doorgebracht;
bepaalt dat de vader aan de moeder als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen moet voldoen een bedrag van Naf 729,- per maand, met ingang van 1 april 2024, telkens bij vooruitbetaling op de eerste van de maand te voldoen aan de moeder;
bepaalt dat de vader aan de moeder moet voldoen de helft van de schoolkosten en de kosten voor schooluniformen en een jaarlijks bedrag van Naf 500,- voor kleding;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de proceskosten zo dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijs het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. G. Drenth, rechter bij dit Gerecht, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoeker en de in de procedure verschenen belanghebbenden, binnen zes weken, te rekenen van de dag van de uitspraak;- door andere belanghebbenden binnen zes weken na de betekening daarvan of nadat de beschikking hen op andere wijze bekend is geworden.
Summary of the Judgment
This summary is intended only as a service from the Court to inform the parties and is not intended to replace the judgment. No rights can be derived from it. In case of differences between the judgment and this summary, the judgment in Dutch is always decisive. The Court shall not be liable for any damage arising from any use of this summary.
The Court
- denies joint custody and decides that sole parental custody of the mother is maintained;
- establishes the following information and consultation arrangements;
- the mother shall inform the father monthly on the important matters concerning the minors, in particular medical matters and the mother shall consult the father on important decisions;
- establishes the following visitation arrangement with effect from April 1, 2024:
*the minors spend weekends with the father in the odd weeks, from Friday out of school to Monday to school;*the minors spend with the father in the even weeks from Thursday from school to Friday to school;
*the minors spend in the odd weeks from Tuesday out of school to Wednesday to school with the father;
*the vacations are divided by mutual agreement, with the mother being able to spend four consecutive weeks with the minors during the summer vacations;
*the even years the minors spend Christmas with the father and New Year with the mother and the odd years vice versa;
*Father's Day is spent with the father;
* Mother's Day is spent with the mother;
-determines that the father shall pay to the mother as a contribution to the costs of care and upbringing of the minors an amount of Naf 729 per month, with effect from April 1, 2024, to be paid to the mother in advance on the first of the month in each case;
- decides that the father shall pay to the mother half of the school fees and expenses for school uniforms and an annual amount of Naf 500 for clothing;
- declares this decision becomes immediately enforceable;
- stipulates that parties bear their own costs of this proceeding;
- denies the more or otherwise requested.
Appeal against this judgment can be initiated within six weeks of the date of the judgment or after notification thereof or after the decision has become known to the interested party.