ECLI:NL:OGEAM:2024:121

ECLI:NL:OGEAM:2024:121

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak 17-10-2024
Datum publicatie 10-06-2026
Zaaknummer 100.00319/24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Zware mishandeling

Uitspraak

Parketnummer: 100.00319/24

Uitspraak : 17 oktober 2024 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres]

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 17 oktober 2024. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.K.A. Hart, advocaat in Sint Maarten.

De officier van justitie, mr. F. Bons, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf van 90 dagen waarvan 80 dagen voorwaardelijk met een proeftijd 3 jaar, met aftrek van voorarrest en een taakstraf voor de duur van 200 uren.

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 25 juli 2024 te Sint Maarten, aan zijn, verdachtes, echtgenoot en/of levensgezel, te weten [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten

heeft toegebracht, door die [slachtoffer] opzettelijk

(Artikel 2:275 jo 2:277 Wetboek van Strafrecht)

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er een bewezenverklaring van het tenlastegelegde dient te volgen. Hiertoe heeft hij – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat op basis van het proces-verbaal van aanhouding van de verdachte, met daarin de eerste verklaring van het slachtoffer [slachtoffer], het proces-verbaal van getuigenverhoor van de zoon, [zoon van slachtoffer], en de letselschadefoto’s vastgesteld kan worden dat de verdachte het slachtoffer [slachtoffer] heeft geslagen en geduwd ten gevolge waarvan het slachtoffer op de grond is gevallen, aldus nog steeds de officier van justitie.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte van het tenlastegelegde integraal dient te worden vrijgesproken. Hiertoe heeft hij – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat in het dossier duidelijk staat dat het slachtoffer de verdachte richting de badkamer heeft gevolgd en dat het slachtoffer vervolgens struikelde en daardoor verwondingen heeft opgelopen. Zij is vervolgens door de verdachte naar het ziekenhuis gebracht. In beide verklaringen verklaart het slachtoffer dat zij is gevallen, zij zegt niet dat de verdachte haar had geslagen. Verder kunnen de getuigenverklaringen van zowel de zoon als de dochter van het slachtoffer niet als bewijs worden gebruikt, aangezien zij beiden niet aanwezig waren op het moment van het incident en de dochter bovendien als partijdig kan worden beschouwd vanwege haar familierelatie met het slachtoffer. Kortom, er is weliswaar iets gebeurd, maar het dossier biedt geen ondersteunend bewijs voor de letselfoto’s, zodat het Gerecht niet tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde kan komen, aldus nog steeds de raadsman.

Het oordeel van het Gerecht

Het Gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting niet door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. Het Gerecht overweegt daartoe als volgt.

Volgens het proces-verbaal van aanhouding van de verdachte kwam [dochter van slachtoffer], de dochter van het slachtoffer, op 25 juli 2024 omstreeks 00:50 uur naar het politiebureau. Zij verklaarde dat toen zij aan het feesten was in [adres], zij door haar broer werd gebeld die zei dat haar moeder door de vriend ernstig werd mishandeld. Zij ging vervolgens naar haar moeder toe. Die wilde niet vertellen wat er was gebeurd, maar wel dat zij zonet van het ziekenhuis kwam en dat zij de volgende dag daar weer naar het ziekenhuis moest.

De politie is vervolgens op verzoek van de dochter naar het huis van de moeder gegaan. Ter plaatse aangekomen zagen de verbalisanten dat het gezicht van het slachtoffer volledig opgezwollen was, en dat zij boven haar rechteroog een gaatje had. Het slachtoffer verklaarde dat zij een ruzie had met de verdachte. De verdachte had haar om geld gevraagd. Echter, toen zij aangaf dat zij op dat moment geen geld had, begon de verdachte haar met zijn vuist te mishandelen. Hij duwde haar, waarna zij in de badkamer ten val kwam. Op de vraag van de hulpofficier of zij aangifte wenste te doen, begon het slachtoffer meteen te beven en te trillen, en met haar hoofd nee te schudden. De verdachte, die zich op dat moment in de woning bevond, werd vervolgens, op bevel van de hulpofficier van justitie, door de politie aangehouden.

De verdachte heeft ontkend dat hij het slachtoffer heeft geslagen of geduwd. Bij zijn aanhouding verklaart hij dat het slachtoffer in de badkamer is gevallen, en dat hij haar vervolgens naar het ziekenhuis had gebracht. Tijdens zijn eerste verhoor verklaarde de verdachte dat hij en het slachtoffer op 24 juli 2024 rond 17:00 uur ruzie hadden over een incident van de dag ervoor. Hij zag haar naar de badkamer lopen en hoorde vervolgens een geluid. Toen hij is gaan kijken, zag hij het slachtoffer bloedend op de badkamervloer liggen. Hij heeft haar vervolgens naar het ziekenhuis gebracht voor medische behandeling.

Het slachtoffer heeft in haar tweede verklaring bevestigd dat zij na een discussie in de badkamer was gevallen, doordat zij haar evenwicht had verloren.

Naar het oordeel van het Gerecht is weliswaar wettig bewijs voorhanden dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, maar het Gerecht heeft niet de benodigde overtuiging bekomen, nu de bewijsmiddelen twijfel laten over hetgeen zich op 24 juli 2024 in de badkamer heeft afgespeeld.

De verdachte zal daarom worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. R.M. van Vuure, bijgestaan door mr. O.H.M. Leito, zittingsgriffier, en op 17 oktober 2024 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Sint Maarten.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand