ECLI:NL:OGEAM:2025:146

ECLI:NL:OGEAM:2025:146, Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, 28-11-2025, SXM202501115- KG 112/2025

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak 28-11-2025
Datum publicatie 12-01-2026
Zaaknummer SXM202501115- KG 112/2025
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Verzetprocedure. Verstekvonnis vernietigd. Oorspronkelijk gedaagde veroordeeld lozing rioolwater te staken

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: SXM202501115- KG 112/2025 (verzet)

Vonnis in verzet kort geding d.d. 28 november 2025

inzake

[eiser],

wonende in Sint Maarten,

eiser in het verzet,

oorspronkelijk gedaagde,

gemachtigde: mr. J. Veen,

tegen

1. [gedaagde 1],

2. [gedaagde 2],

3. DE GEZAMENLIJKE ERFGENAMEN VAN WIJLEN [erflater],

wonende in Sint Maarten,

gedaagde sub 1 in het verzet,

wonende in Sint Maarten,

gedaagde sub 2 in het verzet,

wonende in Sint Maarten,

gedaagde sub 3 in het verzet,

gemachtigde: mr. J.G. Bloem.

Partijen zullen hierna “[X]” en “[Y]” worden genoemd.

1. Het verloop van de procedure

Zaaknummer SXM 2024 01258 (verstek)

Y] heeft op 29 oktober 2024 een verzoekschrift ingediend. Vervolgens heeft op 13 december 2024 de mondelinge behandeling plaatsgevonden. [Y] is verschenen, [X] niet. Tegen hem is verstek verleend.

Het Gerecht heeft vervolgens op 20 december 2024 een verstekvonnis tegen [X] gewezen, waarbij hij onder meer werd bevolen om binnen 24 uur na betekening van het vonnis de onrechtmatige lozing van rioolwater te staken en gestaakt te houden op straffe van verbeurte van een dwangsom van USD 1.000 per dag tot een maximum van USD 100.000 alsmede het op [adres] geplaatste werkvoertuig te verwijderen ook op straffe van een dwangsom van USD 500,- per dag tot een maximum van USD 50.000,--.

Het vonnis is op 22 januari 2025 aan de Officier van Justitie betekend omdat [X] op dat moment geen bekende woon- en/of verblijfplaats op Sint Maarten had.

Zaaknummer SXM2025 01115 (verzet)

X] heeft bij verzetschrift van 15 oktober 2024 verzet ingesteld tegen het tegen hem gewezen verstekvonnis.

Op 13 november 2025 heeft de gemachtigde van [X] een aanvullende productie ingediend. Op 13 november 2025 heeft de gemachtigde van [Y] aanvullende stukken in het geding gebracht.

Op 14 november 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. [X] en zijn gemachtigde zijn verschenen alsook [Y] en zijn gemachtigde. Beide gemachtigden hebben aan de hand van pleitnota’s hun standpunten toegelicht.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2. De feiten

X] is eigenaar van het perceel SXM CB […/….], maar woont er niet zelf. Het huis op het perceel wordt sinds maart 2019 verhuurd.

Y] zijn eigenaren van diverse percelen grond aan [adres]. [Y] is eigenaar van het perceel met meetbriefnummer SXM CB […/….]. Gedaagde sub 2 is erfgename van de onverdeelde nalatenschap van haar vader wijlen [erflater] en beheert de appartementen op het perceel grond met meetbriefnummer SXM CB […/….]. Gedaagde sub 3 zijn de gezamenlijke erfgenamen van de onverdeelde nalatenschap van wijlen [erflater], die eigenaar was van de weg en het perceel grond waarop drie gebouwen zijn gesitueerd.

Het perceel van [X] grenst aan het perceel van gedaagde sub 2 en gedaagde sub 3.

Uit een uittreksel van de basisadministratie staat dat [X] zowel woonachtig is aan [adres1] op Sint Maarten als op het adres [adres2].

X] is in maart 2020 uit Europa teruggekeerd en woonde aanvankelijk bij zijn zus. Sinds 2022 woont hij in [S..], maar kon zich nog niet inschrijven in de basisadministratie.

3. Het geschil

X] vordert:

Het verzet gegrond te verklaren;

Het verstekvonnis van 20 december 2024 te vernietigen;

Opnieuw uitspraak te doen en

De vorderingen van [Y] af te wijzen en hen – hoofdelijk- te veroordelen in de kosten van het verzet.

X] legt aan zijn vordering ten grondslag dat het verstekvonnis op feitelijke aannames berust die onjuist blijken. Een rapport van ICE bevestigt dat er geen lozing van afval- of rioolwater vanaf het perceel van [X] plaatsvindt. Vervolgens is de loader niet van [X] en heeft hij het er nooit geplaatst.

Y] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [X], met veroordeling van [X] in de proceskosten.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Ontvankelijkheid

X] stelt dat hij via zijn zus op de hoogte raakte van het verstekvonnis. Bij het Gerecht heeft zij op 7 oktober 2025 een kopie van het vonnis verkregen. Het vonnis is niet in persoon aan [X] betekend en van een eerdere daad van bekendheid met het vonnis is niet gebleken.

[X] is daarom ontvankelijk in het verzet.

Oproeping in eerste instantie

In het dossier met zaaknummer SXM 2024 01258 (de verstekzaak) bevindt zich het oproepingsexploot van de deurwaarder. De deurwaarder is kennelijk uitgegaan van het uittreksel uit de basisadministratie van 9 oktober 2024 en niet van het adres dat verzoekers in het verzoekschrift hebben opgegeven. Het uittreksel vermeldt dat [X] zich op 29 mei 2000 in Sint Maarten heeft gevestigd, maar op 8 juli 2013 naar Nederland is vertrokken. Ten tijde van het betekenen van het oproepingsexploot had [X] dus geen bekende woon- of verblijfplaats in Sint Maarten. De deurwaarder heeft de oproeping ‘openbaar’ betekend, onder meer door publicatie in de hier ten lande verschijnende dagbladen. Dat is dus juist

Inhoudelijke overwegingen

Het gaat in deze zaak om de vraag of uit de woning of vanaf het perceel van [X] rioolwater of septictankwater wordt geloosd.

[X] voert aan dat hij niet op de openbare weg loost. In het verleden is wel sprake geweest van een natuurlijke, ondergrondse waterput. Daaruit borrelde soms schoon grondwater op, dat over de weg stroomde. Deze put is in oktober 2024 afgesloten. Tijdens de werkzaamheden om die afsluiting tot stand te brengen, is water over de weg gestroomd. Dat verklaart de foto’s, die in de eerste procedure in het geding zijn gebracht. Een rapport van het betrouwbare en deskundige technisch adviesbureau ICE van 29 oktober 2025 bevestigt de stelling van [X].

[Y] heeft daartegenover een mutatie van de politie uit 2024 overgelegd en recente verklaringen van zes buurtbewoners. Deze laatsten beschrijven afzonderlijk van elkaar de situatie van de bewoning van de woning van [X]. Zij verklaren ook dat er rioolwater van zijn perceel komt. De naaste buurman beschrijft verder dat hij wel riooltrucks ziet bij het hoger perceel […/….] om de septic tank te legen, maar dat dergelijke wagens niet op het perceel van [X] heeft gezien.

In het kader van een kort geding is geen (verdere) bewijslevering aan de orde. Het Gerecht moet het dus doen met de gegevens die beide partijen hebben gepresenteerd. Aan de juistheid van de rapportage van ICE twijfelt het Gerecht niet, maar zoals het rapport zelf beschrijft, is het een op 23 oktober 2025 gedane moment-opname. Tijdens dat moment werd door ICE geen bewijs gevonden dat rioolwater naar de openbare weg stroomt. Het verweer van [X] dat hij vier tot vijf keer per jaar zijn septic tanks laat legen, passeert het Gerecht, omdat [X] dat verweer niet kon onderbouwen.De daartegenover staande verklaringen bestrijken een ruimere periode van buurtbewoners. Naar voorlopig oordeel heeft [Y] door de overgelegde verklaringen zijn stelling voldoende aannemelijk gemaakt.

Inmiddels is duidelijk dat het op de weg geplaatste werkvoertuig niet van [X] is of een van de bewoners van zijn woning, zodat die oorspronkelijke vordering niet kan worden toegewezen. Proceskosten in verstek en verzet

[X] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van [Y] tot op heden begroot op:

explootkosten Cg 503,00griffierecht Cg 450,00

salaris gemachtigde Cg 2.500,00 +

totaal: Cg 3.453,00.

5. De beslissing

Het Gerecht:

Rechtdoende in kort geding:

vernietigt het verstekvonnis van 20 december 2024 (SXM202401258);

en, opnieuw rechtdoende:

veroordeelt [X] om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis onrechtmatige lozing van rioolwater te staken en gestaakt te worden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van USD 1.000,-- per dag tot een maximum van USD 50.000,--;

veroordeelt [X] in de kosten van de verstek- en verzetprocedure, aan de zijde van [Y] tot op heden begroot op Cg 3.453,-;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af wat meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos, rechter, bijgestaan door J.F.M. Becker, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2025.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L.J. Saarloos

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?