GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
Zaaknummer: SXM202500103
Vonnisdatum: 16 december 2025
in de zaak van
[eiser],
wonende in de Verenigde Staten,
eiser,
gemachtigde: mr. P.A.M. Brandon,
tegen
1. [gedaagde 1],
2. [gedaagde 2],
3. [gedaagde 3],
allen wonende in Sint Maarten,
gedaagden,
gemachtigde: mr. C.R. Martinus,
Partijen zullen hierna [eiser], [gedaagde1], [gedaagde2] en [gedaagde3] worden genoemd.
1. Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit:
het inleidend verzoekschrift met producties, op 31 januari 2025 ter griffie ingediend;
de conclusie van antwoord, met producties.
De mondelinge behandeling heeft op 5 november 2025 plaatsgevonden in aanwezigheid van [eiser], [gedaagde2], [gedaagde3] en hun gemachtigde. Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben partijen vragen van de rechter beantwoord en hun wederzijdse standpunten (nader) uiteengezet.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2. De feiten
erflaatster] was gehuwd met [gedaagde1]. Uit hun huwelijk zijn vijf kinderen geboren:
- [ naam1], overleden op [dag/maand] 2020,
- [ naam2],
- [ eiser],
- [ naam3] en
- [ gedaagde2].
Dit geschil ziet kort gezegd op een onderdeel van de nalatenschap van [erflaatster] (overleden op [dag/maand] 2015), de vrouw van [gedaagde1] en de moeder van [eiser] en [gedaagde2]. Het gaat met name om de onroerende zaak kadastraal bekend SXM CDS […/….], 1.302 m2, met meetbrief […/….]. Deze onroerende zaak staat op dit moment nog op naam van de erflaatster [erflaatster].
eiser] heeft op 8 januari 2025 beslag laten leggen op de in 2.2. vermelde onroerende zaak.
3. Het geschil
eiser] vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, a. Voor recht te verklaren dat hij net als al zijn broers en zusters, recht heeft
op verkrijging van zijn aandeel toegekend door zijn moeder toen zij nog in leven was en dat hem het recht toekomt zijn aandeel op naam te stellen;
b. Voor recht te verklaren dat het land kadastraal omschreven in meetbrief nummer
[…/….] hem, uit die voorbestemming van zijn moeder, toekomt en daarnaast:
Primair:
c. Te bepalen dat het vonnis in de plaats treedt van ieder akte voor de inschrijving van de eigendomstitel in de openbare registers en eiser te machtigen de inschrijving van het vonnis door de Hypotheekbewaarder in de openbare registers te bewerkstelligen ter voltooiing van de te naam stelling van het land in meetbrief nummer […/….] op naam van [eiser];
Subsidiair:
d. Gedaagden, in ieder geval wie van hen wettelijk bevoegd is tot ondertekening van een notariële akte, te veroordelen binnen 14 dagen van u in deze te wijzen vonnis over te gaan tot de op naamstelling van het land met meetbrief nummer […/….], ten overstaande van Notaris Richards ten behoeve van [eiser];
e. Voor zover gedaagden daartoe weigerachtig zijn een onzijdige persoon te benoemen die rechtens in hun plaats tot ondertekening van de benodigde notariële akte kan over gaan;
f. Gedaagden te veroordelen te betalen de kosten gemoeid met het gebruik van een onzijdig persoon om gevolg te geven aan het vonnis;
Meer subsidiair:
g. Te bepalen dat zodra het aandeel van [eiser] geïdentificeerd is, dat gedaagden geboden zijn binnen 14 dagen gerekend vanaf die indicatie/vaststelling met [eiser] over te gaan tot op naamstelling ten overstaande van notaris Richards;
h. Te bepalen dat bij weigerachtigheid van gedaagden, een door het Gerecht te benoemen onzijdig persoon rechtens in hun plaats tot ondertekening van de benodigde notariële akte zal overgaan;
i. Gedaagden te veroordelen te betalen de kosten gemoeid met het gebruik van een onzijdig persoon om gevolg te geven aan uw vonnis;
primair, subsidiair en meer subsidiair:
j. Gedaagden hoofdelijk en gezamenlijk te veroordelen tot betaling, des de een betalend de ander bevrijdend, van het bedrag Naf 485,96;
k. Gedaagden hoofdelijk en gezamenlijk te veroordelen tot betaling, des de een betalend de ander bevrijdend, van de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiser] voor salaris gemachtigde naar vigerende richtlijnen, beslag kosten en (over)betekeningskosten ad Naf 3.198,15, zegels Naf 45,- Census registraties Naf 71,20, en griffie rechten ad Naf 900,-, te vermeerderen met nakosten ad Naf 250,- en Naf 450,- indien respectievelijk zonder of met tussenkomst van de deurwaarder tot betaling van de kosten wordt overgegaan, en de totale kosten te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf de dag der uitspraak indien niet binnen 14 dagen van het vonnis tot betaling wordt overgegaan.
eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Ten tijde van het leven van zijn moeder [erflaatster] is hem een stuk land aangewezen, liggend tegenover het land van [naam2] als te zijn, zijn aandeel. [gedaagde2] die kennelijk samen met [gedaagde3] al enige jaren met machtigingen uitgegeven door [erflaatster] en [gedaagde1] bevoegd zijn om transacties met betrekking tot de nalatenschap van [erflaatster] te executeren, hebben vooralsnog geen medewerking verleend om de tenaamstelling van het land van [eiser] te realiseren.
gedaagde2] is onwillend gebleken informatie omtrent de daadwerkelijke locatie van het land kenbaar te maken, alhoewel zij eerder ten processe in een aanverwante zaak heeft doen voorkomen dat zijn land gereed ligt voor hem. Enige bevestiging van coöperatie tot het verlijden van de benodigde akte bij de notaris is nimmer ontvangen.
Gedaagden hebben het volgende tot verweer gevoerd. De akte tot overdracht van het desbetreffende perceel ligt als sinds 2017 klaar om te ondertekenen. Niemand heeft geweigerd daaraan mee te werken.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
De primair, subsidiair en meer subsidiair ingestelde vorderingen zijn gebaseerd op de stelling dat [gedaagde1], [eiser] en [gedaagde3] niet meewerken aan overdracht van perceel […/….] aan [eiser]. In deze procedure hebben zij echter ruim voldoende onderbouwd dat zij helemaal niet weigeren om daaraan mee te werken. Zij hebben gewezen op de concept-akte van notaris Mingo tot overdracht, die sinds december 2017 voor [eiser] beschikbaar ligt.
[eiser] stelt dat hij de desbetreffende e-mail van de notaris nooit heeft ontvangen. Nog daargelaten dat [gedaagde2] ter zitting verklaarde [eiser] hierover verschillende malen telefonisch te hebben benaderd, is de concept-akte in ieder geval ook al in de eerdere procedure SXM202201433 overgelegd. In die procedure is [eiser] ook als eisende partij betrokken.
Daarnaast is er een verklaring van broer [naam3], die de stelling van [gedaagde2] onderschrijft dat het [eiser] destijds in 2017 niet goed uitkwam om de overdracht af te ronden, omdat [eiser] toen in een echtscheiding lag en dat hij niet wilde dat hij het perceel zou moeten delen.
Ook na het gevoerde verweer heeft [eiser] niet onderbouwd hoe of wanneer [gedaagde2] geweigerd zou hebben aan de overdracht mee te werken, of dat hij zich op enig moment bij de notaris zou hebben gemeld.
Ter zitting heeft [eiser] zich afgevraagd of de desbetreffende volmacht van [gedaagde2] tot levering van het perceel aan hem nog steeds geldig was. [gedaagde2] heeft daarop verklaard dat dat het geval was en als [eiser] naar de notaris zou gaan, zij zonder meer bereid is om desgewenst opnieuw een handtekening te zetten. Ook op dit punt heeft [eiser] niet onderbouwd dat hij dit eerder aan [gedaagde2] heeft gevraagd en dat zij toen heeft geweigerd mee te werken.
Gelet op het voorgaande is de conclusie dat [eiser] deze procedure onnodig is gestart en dat de vorderingen zullen worden afgewezen. [eiser] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Het Gerecht oordeelt hierover als volgt. In het algemeen worden proceskosten gecompenseerd, indien het gaat om een procedure tussen familieleden. Er kan echter sprake zijn van misbruik van procesrecht door een partij. Dat is het geval als het instellen van een vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had moeten blijven. Ook kan het zijn dat de eiser zijn vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende of behoorde te kennen. Naar het oordeel van het Gerecht is dat hier aan de orde, zoals hiervoor overwogen. Hierin ziet het Gerecht aanleiding over te gaan tot begroting van de daadwerkelijke proceskosten van [gedaagde1], [gedaagde2] en [gedaagde3] gezamenlijk. Deze zijn niet onderbouwd, maar worden door het Gerecht begroot op Cg 10.000,-.
Het voorgaande speelt geen rol bij de nog te nemen beslissingen in de al eerder genoemde procedure SXM202201433. Daarin zijn de grondslagen en betrokken partijen anders.Ter zitting heeft [eiser] overigens verklaard zich onmiddellijk na afloop van de mondelinge behandeling tot de notaris te wenden om de gewenste overdracht van perceel SXM CDS […/….] in werking te kunnen zetten.
gedaagde1], [gedaagde2] en [gedaagde3] hebben geen eis in reconventie ingesteld om het gelegde beslag op te heffen. Daartoe hadden zij ook geen aanleiding, want het beslag – wat de grondslag daarvan ook is geweest – rust op het perceel dat op naam staat van [erflaatster] en dat [eiser] nu juist geleverd wil krijgen. Het is dus in zijn eigen belang om dat beslag op te heffen.
5. De beslissing
Het Gerecht:
wijst de vorderingen af;
veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde1], [gedaagde2] en [gedaagde3] tot op heden begroot op Cg 10.000,- te vermeerderen met de nakosten van Cg 250,- zonder betekening en Cg 400,- na betekening van dit vonnis, en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 december 2025 tot aan de dag van algehele voldoening;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos, rechter, bijgestaan door M.J. Schutjes, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025.