ECLI:NL:OGEAM:2025:151

ECLI:NL:OGEAM:2025:151

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak 20-10-2025
Datum publicatie 12-02-2026
Zaaknummer EJ97/2025/SXM2025001086
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Voorlopige voorziening bij echtscheiding; uitsluitend gebruik echtelijke woning, huiselijk geweld, tracken van de vrouw, voorlopige toevertrouwing, kinderalimentatie

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: EJ97/2025/SXM2025001086

Beschikking van 20 oktober 2025

op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ex art. 821 en 822 Rv van:

[verzoekster],

wonende in Sint Maarten,

verzoekster, hierna te noemen: de vrouw,

gemachtigde: mr. B.B. Brooks,

tegen

[verweerder],

wonende in Sint Maarten,

verweerder, hierna te noemen: de man,

gemachtigde: mr. Z.J. Bary.

1. Het verloop van de rechtszaak

Verzoekster heeft op 29 september 2025 een verzoekschrift bij de griffie ingediend. Het verzoek is behandeld op de besloten zitting van 14 oktober 2025, zonder publiek. Ter zitting heeft verweerder een ter plekke op schrift gesteld zelfstandig tegenverzoek ingediend. Op de zitting heeft de rechter gesproken met: - verzoekster, bijgestaan door de gemachtigde;

- verweerder, bijgestaan door de gemachtigde;- [X] en [Y] van de Voogdijraad.

De rechter heeft afzonderlijk gesproken met de minderjarige [kind1].

De uitspraak is bepaald op vandaag.

2. De feiten

Partijen zijn gehuwd op [dag/maand] 2017 te Sint Maarten, in gemeenschap van goederen.

Partijen zijn de ouders van de minderjarige kinderen:

- [ kind1], geboren [geboortedatum] te Sint Maarten,

- [ kind2], geboren [geboortedatum] te Sint Maarten,

- [ kind3], geboren [geboortedatum] te Sint Maarten.

Op 29 september 2025 is door verzoekster een verzoek tot echtscheiding ingediend bij het Gerecht. Dat verzoek wordt behandeld op de zitting van 19 januari 2026.

3. Het verzoek en het verweer

De vrouw verzoekt het Gerecht om bij wege van voorlopige voorziening bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad:- de minderjarigen aan haar toe te vertrouwen;

- verweerder te veroordelen tot betaling van kinderalimentatie van een bedrag van Cg 2.700,- (Cg 900,- per kind);

- partijen te ontslaan van de verplichting tot samenwoning;

- haar het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toe te kennen en verweerder te gelasten deze binnen twee dagen te verlaten en het verweerder te verbieden de woning en parkeerplaats te betreden op straffe van een dwangsom van USD 500,- per dag of gedeelte van een dag dat hij weigert daaraan uitvoering te geven;

sterke arm.

Verzoekster legt aan haar verzoeken het volgende ten grondslag. Het huwelijk tussen partijn is duurzaam ontwricht. Verweerder heeft verzoekster mentaal en fysiek mishandeld. Verzoekster heeft aangifte gedaan. Het blijven samenwonen leidt tot een onveilige en onhoudbare thuissituatie voor het welzijn van de vrouw en de kinderen. Het belang van de kinderen staat voorop. Verder kan verzoekster de kosten niet alleen dragen. De man dient daarin bij te dragen.

De man brengt hier, samengevat, het volgende tegenin. Er zijn in het verleden incidenten geweest tussen de man en de vrouw, maar dat is niet recent. De man wil liever niet scheiden en zou graag aan het huwelijk werken. De man zorgt goed voor de kinderen en de zorgtaken zijn gelijkelijk verdeeld tussen de man en de vrouw. Partijen verblijven sinds de laatste interventie door de politie nog steeds onder één dak en dat gaat goed. De verplichting tot samenwoning hoeft dus niet opgeheven te worden. Als de vrouw dat anders ziet, dan staat het haar vrij om weg te gaan. De man blijft dan met de kinderen in de woning en de kinderen kunnen dan aan hem worden toevertrouwd. De man heeft ook geen plek om naartoe te gaan, als hij de woning zou moeten verlaten. Een dwangsom verbinden aan de toegangsontzegging zal de boel alleen maar verder laten escaleren, dat is niet passend in een familiezaak. Bovendien is dat moeilijk te verenigen met omgang tussen de man en de kinderen, waartegen de vrouw geen bezwaar zegt te hebben. Voor voorlopige kinderalimentatie bestaat geen aanleiding, partijen verdienen ongeveer hetzelfde en als de man elders moet wonen, dan heeft hij daar ook kosten voor.

De man verzoekt bij tegenverzoek toevertrouwing van de minderjarigen aan hem, afwijzing van het verzoek de woning te moeten verlaten en afwijzing van de verzochte dwangsom. Verder verzoekt de man de vaststelling van een omgangsregeling voor de ouder die eventueel de woning moet verlaten. Indien het verzoek van de vrouw wordt toegewezen, dan verzoekt de man een redelijke termijn om de woning te verlaten en compensatie voor het gebruik van de echtelijke woning door de vrouw.

4. De beoordeling

Op grond van artikel 821 Rv kan elke echtgenoot in zaken van echtscheiding of scheiding van tafel en bed, voorlopige voorzieningen vragen voor de duur van het geding, totdat de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven. Dit kan onder andere het uitsluitende gebruik van de woning, toevertrouwing van de kinderen aan een van de echtgenoten en kinderalimentatie betreffen, blijkens artikel 822 lid 1 onder a en c Rv.

Op grond van artikel 1:82a BW zijn echtgenoten jegens elkaar tot samenwoning verplicht, tenzij gewichtige redenen zich daartegen verzetten. De verplichting vervalt eveneens, indien een verzoek tot echtscheiding is gedaan. De vrouw heeft op 29 september 2025 een verzoek tot echtscheiding ingediend. De verplichting tot samenwoning is daarmee komen te vervallen. De vrouw heeft dus geen belang bij haar verzoek op dit punt.

De rechter ziet aanleiding om de gevraagde voorzieningen ten aanzien van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, het verbod voor de man om de woning te betreden en de toevertrouwing van de minderjarigen aan de vrouw toe te wijzen.

De vrouw heeft in het kader van deze voorlopige voorzieningenprocedure voldoende onderbouwd, en door de man is erkend, dat sprake is geweest van huiselijk geweld van de man naar de vrouw toe, waarvan de kinderen deels oog- en oorgetuige zijn geweest. Verder is sprake geweest van het stiekem ‘tracken’ van de vrouw door de man, zoals ook door hem is erkend. Tot slot heeft de man bij het laatste incident van ruim twee weken geleden, de kleding van de vrouw op straat gegooid, waarvan in elk geval een van de kinderen getuige is geweest. De politie heeft moeten interveniëren en heeft daarbij gedreigd bij de volgende melding beide partijen op te pakken. Onder deze omstandigheden kan van de vrouw niet worden gevergd dat zij samen met de man de komende maanden onder hetzelfde dak blijft wonen, gedurende de echtscheidingsprocedure. Het is nu even rustig, maar er is een gerede kans op een nieuwe escalatie. Dat kan en wil de rechter niet afwachten, mede gelet op de verplichtingen om kwetsbaren te beschermen, voortvloeiend uit het EVRM en het IVRK. De rechter kiest er voor om degene van wie de agressie is uitgegaan de woning te laten verlaten en niet degene die de agressie heeft ondergaan. Verder is het in het belang van de minderjarigen om in de echtelijke woning te blijven wonen. De rechter zal de kinderen daarom toevertrouwen aan de vrouw en bepalen dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning, met bevel dat de man de woning dient te verlaten en deze niet mag betreden.

De rechter constateert op basis van het kindgesprek met de minderjarige [kind1] dat de man en de minderjarige een sterke relatie hebben met elkaar. Op zichzelf is dit natuurlijk positief, maar de rechter heeft ook gemerkt dat de minderjarige op vergoelijkende wijze praat over het gedrag van de man richting de vrouw. De minderjarige heeft verteld dat zijn vader hem een foto op social media heeft getoond van zijn moeder in aanwezigheid van een andere man en dat zijn vader hem vervolgens getuige heeft laten zijn van het ter verantwoording roepen van de moeder door de vader. De rechter maakt zich hier zorgen over en ziet een risico dat de man zichzelf in de slachtofferrol positioneert en de minderjarige daarin meetrekt, met potentiële afwijzing van de moeder door de minderjarige tot gevolg. De rechter wil daarom heel duidelijk zijn: huiselijk geweld is onacceptabel, onder welke omstandigheid dan ook. De huidige situatie heeft de man dus aan zichzelf te wijten.

De rechter zal de man een termijn van twee weken vergunnen om alternatieve woonruimte te vinden. De rechter ziet geen aanleiding een dwangsom te verbinden aan de bevelen, omdat niet is gebleken dat te verwachten valt dat de man niet aan de beschikking zal voldoen. Bovendien heeft de vrouw met deze beschikking van rechtswege het recht tot het aan haar doen afgeven van de minderjarigen, zo nodig met behulp van de sterke arm, en mag ook de beslissing dat de man de woning moet verlaten en deze niet meer mag betreden van rechtswege met behulp van de sterke arm ten uitvoer worden gelegd, indien nodig.

De man verzoekt een vergoeding van de vrouw voor het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. Artikel 822 Rv biedt daarvoor voldoende rechtsgrondslag. De rechter constateert dat partijen maandelijks een bedrag van Cg 3.710,- aan hypotheek betalen. De gebruiksvergoeding wordt daarom op de helft hiervan bepaald, Cg 1.855,-. De vrouw dient dus voorlopig de gehele hypotheeklast aan de bank te betalen.

De vrouw verzoekt voorlopige kinderalimentatie van de man. Volgens artikel 1:404 van het BW zijn ouders verplicht naar draagkracht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Artikel 1:397 lid 1 van het BW bepaalt dat bij de bepaling van het volgens de wet door bloed- en aanverwanten verschuldigde bedrag voor levensonderhoud enerzijds rekening wordt gehouden met de behoeften van de tot onderhoud gerechtigde en anderzijds met de draagkracht van de tot uitkering verplichte persoon. De draagkracht van een onderhoudsplichtige is ‘zijn vermogen om uit de middelen waarover hij vermag te beschikken iets af te staan ten behoeve van den tot onderhoud gerechtigde’ (HR 25 mei 1962, NJ 1962/266). Daarbij komt het niet alleen aan op het inkomen dat hij verwerft, maar ook op het inkomen dat hij geacht kan worden zich redelijkerwijs in de naaste toekomst te kunnen verwerven (zie bijvoorbeeld HR 9 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM5703).

Ten aanzien van de behoefte van de kinderen, overweegt de rechter het volgende. De behoefte van kinderen wordt doorgaans forfaitair vastgesteld op 15% van het gezinsinkomen van partijen, te vermeerderen met eventuele buitengewone kosten.

Het netto-inkomen van de vrouw bedraagt blijkens haar salarisstroken, rekening houdend met vakantiegeld, gemiddeld Cg. 7.543,- per maand.

Het netto-inkomen van de man bedraagt blijkens zijn salarisstroken, rekening houdend met vakantiegeld, gemiddeld Cg. 8.807,-,- per maand.

Daarmee komt het netto gezinsinkomen op Cg 16.350,--. De behoefte van het eerste kind bedraagt aldus Cg 2.452,- (15%). Omdat partijen drie kinderen hebben en de kosten van kinderen niet 1 op 1 toenemen, past de rechter een factor 1.8 toe (naar analogie van de behoeftetabel in Nederland). Hiermee komt de totale forfaitaire behoefte van de kinderen op Cg 4.414,15. Voorlopig worden als buitengewone kosten de kosten voor naschoolse opvang van Cg 1.134,- in aanmerking genomen. De totale behoefte van de kinderen komt daarmee op Cg 5.548,50, oftewel Cg 1.849,50 per kind.

Aan de zijde van de vrouw wordt rekening wordt gehouden met een bestaansminimum van Cg 1.154,- en niet vermijdbare lasten van Cg 1.702,- (Cg 744,- voor de levensverzekering, Cg 391,- voor de gezamenlijke lening en Cg 567,- voor de naschoolse opvang). Bij de forfaitaire woonlasten wordt de gebruiksvergoeding van Cg 1.855,- opgeteld.

De draagkrachtruimte van de vrouw wordt voorlopig aldus bepaald op Cg 398,37 (het netto besteedbaar inkomen na aftrek van het bestaansminimum, de woonlasten en de niet vermijdbare lasten, en vervolgens 70% van het overblijvende).

Aan de zijde van de man wordt rekening wordt gehouden met een bestaansminimum van Cg 1.154,- en niet vermijdbare lasten van Cg 958,- (Cg 391,- voor de gezamenlijke lening en Cg 567,- voor de naschoolse opvang).

De draagkrachtruimte van de man wordt voorlopig aldus bepaald op Cg 2.837,03 (het netto besteedbaar inkomen na aftrek van het bestaansminimum, de woonlasten en de niet vermijdbare lasten, en vervolgens 70% van het overblijvende).

Omdat de behoefte van de kinderen de gezamenlijke draagkrachtruimte van partijen overstijgt, zullen zij beiden hun draagkrachtruimte moeten benutten om te voorzien in de behoefte van de kinderen. Dit betekent dat de man voorlopig een bedrag van Cg 2.837,- aan de vrouw zal moeten voldoen als bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van de minderjarigen. Partijen dienen daarbij de aflossing van de persoonlijke lening en de kosten van de naschoolse opvang te (blijven) delen. De hypotheeklasten zijn voorlopig, zoals eerder overwogen, voor rekening van de vrouw omdat zij in de woning blijft. De ingangsdatum van de kinderalimentatie wordt bepaald op 3 november 2025, omdat de man vanaf dat moment niet meer in de woning woont.

De rechter zal voorlopig bepalen dat de man omgang met de minderjarigen kan hebben op de twee dagen dat hij vrij is in de zesdaagse werkcyclus. De man kan op die twee dagen de minderjarigen thuis ophalen en hen naar school brengen en ook weer van school ophalen. Indien de man geschikte woonruimte heeft kunnen de kinderen de nacht bij hem doorbrengen en brengt hij ze de volgende dag naar school. Indien de woonruimte van de man niet geschikt is om de kinderen op te vangen, dan zal de man hen uiterlijk na het avondeten op tijd thuis brengen. De man dient erop te letten dat hij daarbij de woning niet betreedt. Partijen dienen de details van de omgang voorlopig verder met elkaar af te stemmen en als zij er niet uitkomen, kunnen ze de hulp van de Voogdijraad of hun advocaten inroepen.

Partijen dienen allebei hun eigen proceskosten te betalen. Dit is gebruikelijk in procedures waarin partijen elkaars (ex-)partners zijn.

5. De beslissing

Het Gerecht:

bij wijze van voorlopige voorziening in de zin van artikel 821 en 822 Rv:

bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning en de daarbij behorende inboedel, staande en gelegen te [adres] te Sint Maarten, met bevel dat de man die woning uiterlijk per 3 november 2025 dient te verlaten, onder afgifte van de sleutels aan de vrouw, en deze verder niet meer mag betreden;

bepaalt dat de minderjarige kinderen van partijen aan de vrouw worden toevertrouwd en beveelt voor zover nodig de afgifte van de minderjarige kinderen aan de vrouw;

bepaalt dat de vrouw bij wijze van gebruiksvergoeding de hypotheeklast van de man ten bedrage van Cg 1.855,- op zich dient te nemen, met ingang van 3 november 2025;

bepaalt dat de man als bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen van partijen maandelijks bij vooruitbetaling een bedrag van Cg 2.837,- aan de vrouw dient te betalen, met ingang van 3 november 2025;

stelt de voorlopige omgangsregeling vast zoals weergegeven in r.o. 4.13;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin dat ieder de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. G. Drenth, rechter bij dit Gerecht, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2025.

Berekening Kinderalimentatie

Moeder

Cg

A. Netto besteedbaar inkomen NBI

7543,00

B. Bestaansminimum (BM)

1154,00

C. Niet vermijdbare/verwijtbare lasten

1702,00

D. 30% NBI woonlasten + B + C

6973,90

E. NBI - D

569,10

F. Draagkrachtruimte (70% van E)

398,37

Vader

Cg

A. Netto besteedbaar inkomen NBI

8807,00

B. Bestaansminimum (BM)

1154,00

C. Niet vermijdbare/verwijtbare lasten

958,00

D. 30% NBI woonlasten + B + C

4754,10

E. NBI - D

4052,90

F. Draagkrachtruimte (70% van E)

2837,03

Behoefte kinderen

4414,50

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?