HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
Zaaknummer: SXM202400536
Datum uitspraak: 21 juli 2025
Beschikking op het verzoek op grond van artikel 3:200a Burgerlijk Wetboek (BW) met betrekking tot het perceel gelegen te
RAVINE ROUGE ESTATE (16.188 m2) te Sint Maarten
omschreven in meetbrief 161 van 2010, met als omschrijving:
This parcel of land is situated on the Island of Sint Maarten, in the district of Upper Prince’s Quarter in the area locally known as “Ravine Rouge Estate” and forms a part of the parcel of land described in Certificate of Admeasurement no. 32 of 2006.
It is bounded on the south-west, north-west, north-east and south-east side by the remaining of the parcel of land described in Cert. of Adm. no. 32 of 2006, where on the south-east side is an proposed projected access road (…).
Nature of the land and cultivation: High sloping land for building site.
van:
1. [verzoeker 1], wonende te Curaçao, hierna ook: [X], 2. [verzoeker 2], wonende te Curaçao, gevolmachtigde: verzoeker sub 1, verzoekers,
met als in het geding verschenen belanghebbenden:
3. [belanghebbende 3], wonende te Sint Maarten,
hierna: [belanghebbende 3],
gemachtigden: mr. R.F. Gibson Jr. en mr. I.Z. Guardiola.
4. [belanghebbende 4], wonende te Nederland, 5. [belanghebbende 5], wonende te Nederland, 6. [belanghebbende 6], wonende te Nederland, 7. [belanghebbende 7], wonende te Nederland.
Verder worden als belanghebbenden aangemerkt:
8. HET LAND SINT MAARTEN, zetelend te Sint Maarten, hierna: het Land,
9. DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ONTWIKKELING, MILIEU EN INFRASTRUCTUUR, zetelend te Sint Maarten, hierna: de Minister van VROMI.
1. Het verdere procesverloop
Voor het verloop van de rechtszaak tot dan toe verwijst het Gerecht naar de beschikking van 30 januari 2025. Nadien zijn de volgende stukken ingediend: - een brief van het Ministerie van VROMI gedateerd 24 februari 2025, ingediend ter rolle van 3 maart 2025;
- de antwoordakte van [belanghebbende 3], ingediend ter rolle van 28 april 2025.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2. De verdere beoordeling
In de beschikking van 30 januari 2025 is overwogen dat de belanghebbenden 3-7 geen aanspraak maken op een specifiek deel van het perceel 161/2010, maar dat zij een niet nader omschreven deel toegewezen wensen te krijgen. Dit kan, gelet op wat in de vorige beschikking is overwogen, slechts gaan om stukjes grond van rond de 77m2, waardoor bebouwing alleen al door de omvang niet mogelijk lijkt te zijn op grond van de Hillside Policy. Wel heeft [belanghebbende 3] (belanghebbende 3) andere opties genoemd om de grond te benutten, zoals een observatieplatform, wandelpaden, picknickplekken, een klimwand of sculpturen. Het Land en de Minister van VROMI zijn in de gelegenheid gesteld zich daarover uit te laten.
Het Land heeft van de geboden gelegenheid om zich uit te laten, geen gebruik gemaakt.
De Minister van VROMI heeft bij akte ter rolle van 24 februari 2025 gereageerd. De toegang tot het perceel 161/2010 is zeer slecht, zodat veel ontgraving zal moeten plaatsvinden om het gebied te bereiken. Daarvoor is een civil works permit nodig. Bij de beoordeling of een civil works permit wordt afgegeven speelt de aanwezigheid van natural gutters een rol. Tevens vreest de Minister voor ontsiering van het gebied als kleine stukjes grond waarop niet gebouwd mag worden en die slecht toegankelijk zijn, aan verschillende individuele personen worden toegekend. Tot slot zijn grote delen van het perceel geheel niet of niet eenvoudig te bebouwen vanwege de hellingen, aldus nog steeds de Minister.
De belanghebbenden 4-7 hebben zich vooralsnog terug getrokken uit de procedure, onder voorbehoud van rechten.
Door [belanghebbende 3] is aangevoerd dat hij nog steeds aanspraak maakt op een deel van het perceel. Als hij daar niet op mag bouwen en er ook geen recreatieve activiteiten mag ontplooien, dan wil hij de grond gebruiken als landbouwgrond. [belanghebbende 3] wil een stukje toegewezen krijgen dat vlak naast het perceel van [X] ligt, zodat ontsluiting eenvoudig is.
Het Gerecht overweegt dat het toekennen aan individuele deelgenoten van kleine stukjes onontgonnen terrein, waarop hoegenaamd geen ontwikkeling mogelijk is en waarvan de waarde vermoedelijk gering is, niet strookt met de bedoeling van de regeling van de langdurig onverdeeld gebleven gemeenschappen. Daartoe zal het Gerecht dan ook niet overgaan. Wel is voorstelbaar dat [belanghebbende 3] en andere deelgenoten, zoals (de nazaten van) zijn broers en zussen, hun aanspraken samen voegen, zodat één of meer percelen van meer substantiële omvang ontwikkeld kunnen worden. Zo’n perceel zou aan één deelgenoot toegewezen kunnen worden, die de anderen uitkoopt of het perceel verkoopt en de opbrengst verdeelt onder de betrokken deelgenoten. Daarbij zal dan wel zekerheid gesteld moeten worden voor de kosten verband houdende met de toekenning. Het Gerecht zal [belanghebbende 3] in de gelegenheid stellen zich hierover uit te laten.
In de beschikking van 30 januari 2025 is overwogen dat [X] aanspraak kan maken op 539 m2. Het Gerecht constateert evenwel dat het perceel 122/2011 een oppervlakte van 1619m2 betreft. Het lijkt erop dat hierin tevens de aanspraken van de deelgenoten [Y] ([Y]) en [Z] ([Z]) zijn begrepen, gelet op de door [X] overgelegde ‘Power of Attorney’. Het Gerecht wenst van deze deelgenoten, of hun erfgenamen, een verklaring te ontvangen dat zij instemmen met toekenning van het volledige perceel 122/2011 aan [X]. Mocht [Y] en/of [Z] al zijn overleden, dan dienen de overlijdensakte en verklaring van erfrecht eveneens ingediend te worden.
Tot slot maakt het Gerecht het voornemen kenbaar om het overblijvende van het perceel 161/2010, dat wil zeggen dat wat overblijft na aftrek van perceel 122/2011 en eventueel nog uit te meten percelen van [belanghebbende 3] en andere deelgenoten, toe te wijzen aan het Land zodat de onverdeeldheid wordt opgeheven. Er hebben zich immers geen andere deelgenoten gemeld met aanspraken op het terrein. Ook daarover mogen partijen zich uitlaten.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3. De beslissing
Het Gerecht:
stelt [belanghebbende 3] en eventuele andere belanghebbenden in de gelegenheid zich bij akte uit te laten over het bepaalde in rechtsoverweging 2.6;
stelt [X] in de gelegenheid zich bij akte uit te laten over het bepaalde in rechtsoverweging 2.7;
stelt alle belanghebbenden in de gelegenheid zich bij akte uit te laten over het bepaalde in rechtsoverweging 2.8;
verwijst de zaak naar de EJ-rol van maandag 8 september 2025 om 9.00 uur voor het indienen van de hiervoor genoemde aktes;
wijst partijen erop dat het Gerecht vervolgens zal beslissen over de voortgang;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. G. Drenth, rechter bij dit Gerecht, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2025.