GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
Zaaknummer: SXM202600237
Vonnisdatum: 10 april 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende in Sint Maarten,
in zijn hoedanigheid van executeur-testamentair in de nalatenschap van
[erflater],
eiser,
gemachtigde: mr. J.J. Rogers,
tegen
1. de naamloze vennootschap ENER-TECH N.V.,
gevestigd op Saba,
gedaagde,
verschenen bij haar directeur, gedaagde 2 en
2. 2. [gedaagde persoon],
wonend op Saba,
gedaagde,
verschenen in persoon.
Partijen zullen hierna [eiser] en huurder worden genoemd.
1. Verloop van de procedure
Verhuurder heeft op 3 maart 2026 een verzoekschrift ingediend. Vervolgens heeft op 27 maart 2026 de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij partijen en de gemachtigden zijn verschenen en het woord hebben gevoerd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat ter zitting is verklaard.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2. De feiten
[eiser] is de zoon van [erflater]. Deze heeft [eiser] als executeur testamentair aangewezen in zijn testament. [erflater] is op [datum] overleden.
Ener Tech en [eiser] hebben op 1 mei 2025 een bestaande huurovereenkomst verlengd voor de duur van zes maanden, vanaf 1 juni 2025 tot en met 1 november 2025. Het betreft de huur van een stuk land (zonder opstal) voor een maandelijkse huurprijs van USD 300,-. Het gehuurde is eigendom van wijlen [eiser] en onderdeel van zijn onverdeelde nalatenschap. [eiser], als executeur testamentair is bevoegd om huurovereenkomsten aan te gaan.
Bij brief van 23 oktober 2025 heeft [eiser] Ener Tech meegedeeld dat de Overeenkomst niet verder zal worden verlengd. Ener Tech heeft ook niet om verlenging van de Overeenkomst gevraagd. Ener Tech is bij deze brief een termijn tot 15 december 2025 gegeven om het gehuurde te verlaten.
3. Het geschil
eiser] vordert om, uitvoerbaar bij voorraad, bij vonnis in kort geding:
I. Ener Tech te bevelen om binnen twee (2) dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis het gehuurde, gelegen aan [adres], te ontruimen en te verlaten, met medeneming van al het zijne en de zijnen, alsmede alle personen en goederen die zich daar tijdens de executie bevinden, en het gehuurde ter vrije en algehele beschikking van [eiser] te stellen;
II. [gedaagde persoon] te bevelen om binnen twee (2) dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis het Gehuurde, gelegen aan [adres], te ontruimen en te verlaten, met medeneming van al het zijne en de zijnen, alsmede alle personen en goederen die zich daar tijdens de executie bevinden, en het gehuurde ter vrije en algehele beschikking van (het Gerecht leest:) [eiser] te stellen;
III. Ener Tech te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser], eventueel als voorschot, te betalen USD 1250,- ter zake huurpenningen van mei 2025, september 2025 tot en met 15 december 2025, alsook de late fees ter hoogte van USD 200,- en USD 300,- ter zake de gebruiksvergoeding gelijk aan de huurprijs, voor iedere maand of gedeelte daarvan dat Ener Tech, na 15 december 2025 niet heeft ontruimd/zal hebben ontruimd, zulks vermeerderd met de maandelijkse late fee van USD 50,- voor elke maand of gedeelte daarvan dat Ener Tech nalaat om de vergoeding tijdig te voldoen, alles vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het in deze te wijzen vonnis tot aan de algehele voldoening;
IV. Ener Tech te veroordelen in de kosten van deze procedure te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien (14) dagen na de datum van het te dezen te wijzen vonnis.
eiser] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat Ener Tech na 15 december 2025 in het gehuurde is gebleven. Ener Tech verblijft derhalve zonder enig recht of titel in het gehuurde en betaalt verder ook geen gebruiksvergoeding. Op grond van de huurovereenkomst is Ener Tech bovendien een late fee verschuldigd van USD 50,- per maand.
gedaagde persoon] heeft van het gehuurde zijn woonplaats gemaakt. Dat was nimmer de bedoeling; het gaat hier om een commerciële overeenkomst. Het gehuurde was enkel bedoeld voor opslag/het plaatsen van containers.
Ener Tech voert tot zijn verweer dat het moeilijk is om een andere plaats te vinden voor zijn container. Al zijn gereedschap en ander materiaal zit daar in. Ener Tech onderzoekt op dit moment mogelijkheden om te vertrekken.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Spoedeisend belang
Het spoedeisend belang volgt uit de aard van de vordering, ontruiming van het gehuurde in verband met einde huurcontract en een aanzienlijke huurachterstand.
De huurachterstand 4.2. Ener Tech heeft de huurachterstand niet betwist. Hij stelde ter zitting dat hij nog een betaling zou hebben gedaan in oktober 2025, maar kon daarvan geen kwitantie overleggen. Overigens stelde [eiser] dat bij het verschuldigde bedrag nog rekening was gehouden met betalingen door Ener Tech.
Naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad moet de rechter bij de vraag of een geldvordering in kort geding toewijsbaar is, onderzoeken of de vordering van de eiser voldoende aannemelijk is. Ter zitting is vastgesteld dat de huurachterstand tot en met december 2025 USD 1.250,- bedroeg. In die zin is de vordering toewijsbaar.
De late fee over de achterstand gedurende de huurovereenkomst is ook toewijsbaar, maar niet over de termijnen van gebruiksvergoeding, omdat die niet zijn overeengekomen.
Ontruiming
Een vordering tot ontruiming is alleen toewijsbaar, indien met grote mate van waarschijnlijkheid valt te verwachten dat de tussen partijen gesloten huurovereenkomst in een (eventuele) bodemprocedure zal worden ontbonden. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgeding procedure geen plaats is voor een onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is.
Niet in geschil is dat sprake is van een tekortkoming van Ener Tech. Hij erkent immers de door [eiser] gestelde huurachterstand. De huurachterstand is ook dermate hoog dat aannemelijk is dat de vorderingen in de bodemprocedure op die onderdelen worden toegewezen, gelet op het algemene uitgangspunt dat een huurachterstand van 3 maanden of meer een tekortkoming is die ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt. Er is ook niet gebleken dat Ener Tech in staat is de huurachterstand op korte termijn in te lopen. Bovendien staat vast dat de huurovereenkomst op 1 november 2025 is geëindigd.
Vervolgens moet in het kader van dit kort geding een belangenafweging worden gemaakt tussen enerzijds het belang van [eiser] bij ontruiming en anderzijds het belang van Ener Tech bij het voortzetten van zijn verblijf. Het Gerecht is van oordeel dat het belang van [eiser] in dit geval zwaarder moet wegen. In de gegeven omstandigheden kan van [eiser] niet langer gevergd worden aan Ener Tech nog langer gelegenheid te bieden op het gehuurde te blijven.
Gelet op het voorgaande is ook de gevorderde ontruiming toewijsbaar.
Proceskosten
Ener Tech zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op:
explootkosten Cg 249,50zegelkosten Cg 10,00griffierecht Cg 450,00
salaris gemachtigde Cg 1.000,00 +
totaal: Cg 1.709,50.
5. De beslissing
Het Gerecht:
Rechtdoende in kort geding:
veroordeelt Ener Tech en [gedaagde persoon] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde, gelegen aan [adres], te ontruimen en te verlaten, met medeneming van al het zijne en de zijnen, alsmede alle personen en goederen die zich daar tijdens de executie bevinden, en het gehuurde ter vrije en algehele beschikking van [eiser] te stellen;
Veroordeelt Ener Tech om aan [eiser] te betalen een bedrag van USD 1.250,- ter zake huurpenningen van mei 2025, september 2025 tot en met 15 december 2025, alsook de late fees van USD 200,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 maart 2026 tot de dag van algehele voldoening;
veroordeelt Ener Tech om maandelijks als gebruiksvergoeding een bedrag te betalen van USD 300,- vanaf 1 januari 2026, voor iedere maand of gedeelte daarvan dat Ener Tech het gehuurde nog niet heeft ontruimd;
veroordeelt Ener Tech in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op Cg 1.709,50;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos, rechter, bijgestaan door J.J. Evers-Maria, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026.