ECLI:NL:OGEAM:2026:126

ECLI:NL:OGEAM:2026:126

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak 09-06-2026
Datum publicatie 01-09-2026
Zaaknummer SXM202500850
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Tussen partijen bestond een overeenkomst met betrekking tot de verbouwing van het pand van GBMC. Na het einde van de overeenkomst heeft GBMC abusievelijk een bedrag van USD 5.000,- overgemaakt aan DAM. DAM weigert dit terug te betalen en verzoekt het betaalde bedrag te verrekenen met het door haar gestelde meerwerk ten bedrage van USD 5.575,90, dat zij bij GBMC in rekening brengt. Eis in conventie afgewezen. Eis in reconventie toegewezen.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: SXM202500850

Vonnis d.d. 9 juni 2026

inzake

de vereniging van eigenaars

[X],

gevestigd in Sint Maarten,

eiseres in conventie,

gedaagde in reconventie,

gemachtigde: mr. K. Huisman,

tegen

de vennootschap naar het recht van Anguilla

[Y],

gevestigd in Anguilla,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

gemachtigde: mr. E.E.S. MoenirAlam,

Partijen zullen hierna de VvE en [Y] worden genoemd.

1. Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit:

het inleidend verzoekschrift, op 24 juli 2025 ter griffie ingediend;

de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie;

de conclusie van antwoord in reconventie.

Op 29 april 2026 is de comparitie van partijen gehouden waarbij de VvE vertegenwoordigd is verschenen door [naam], daartoe gemachtigd door haar bestuurder [naam bestuurder], en werd bijgestaan door mr. K. Huisman. [Y] is verschenen bij haar directeur [naam directeur], bijgestaan door

mr. E.E.S. MoenirAlam. Partijen hebben hun standpunten toegelicht, mr. Huisman mede aan de hand van door haar overgelegde pleitaantekeningen.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

2. De feiten

Het gerecht gaat, in conventie en in reconventie, uit van de volgende feiten.

De VvE is de vereniging van eigenaars van het appartementencomplex

[naam appartementencomplex], gelegen in Maho, Sint Maarten.

Y] is als eigenaar van twee appartementen binnen het appartementencomplex, van rechtswege lid van de VvE.

Y] heeft een aantal facturen voor de door haar te betalen periodieke onderhoudsbijdrage onbetaald gelaten.

3. De vorderingen

In conventie

De VvE vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

I. [Y] te veroordelen tot betaling van USD 8.212,86, vermeerderd met de overeengekomen rente, tot juli 2025, van USD 917,84, althans de wettelijke rente, te vermeerderen met de nog verschuldigde overeengekomen, althans wettelijke, rente te berekenen vanaf 25 juli 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;

II. [Y] te veroordelen tot betaling van USD 1.231,93 aan buitengerechtelijke incassokosten, althans een door het Gerecht te bepalen bedrag;

III. [Y] te veroordelen in de proceskosten inclusief nakosten.

De VvE legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. [Y] heeft in de periode van juli 2022 tot en met juli 2025 de bij haar in rekening gebrachte periodieke bijdragen niet volledig voldaan. De door haar gevorderde hoofdsom betreft de achterstand per de datum van het verzoekschrift. [Y] is daarover rente verschuldigd waarvoor, volgens het van toepassing zijnde huishoudelijk reglement van de VvE, van een percentage van 2% boven de wettelijke rente wordt uitgegaan. De verschuldigde rente tot de datum van het verzoekschrift bedraagt USD 917,84.

In reconventie

Y] vordert, voor zover mogelijk, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

I. inzage in alle stukken terzake onderhoud en landscaping van de gemeenschappelijke ruimtes van de afgelopen vijf jaar en de berekening van het, aan de appartementseigenaren, uit te betalen surplus;

II. het gedogen van het gebruik van de gemeenschappelijke ruimtes door het mogen plaatsen van tafels, stoelen, foto’s en bloembakken;

III. het gedogen dat [Y] een aparte verzekering heeft en het vrijstellen van de verzekeringsverplichting vanuit de VvE;

IV. de VvE te gebieden onderhoud en landscaping van de gemeenschappelijke ruimtes uit te voeren;

V. de VvE te gebieden de constructies van derden, onder andere restaurants Roma en Mr Chow, in de gemeenschappelijke ruimtes te verwijderen;

VI. voor recht te verklaren dat de ontruiming bepaald in het kort geding vonnis van 12 september 2025 onterecht is en dat de in het vonnis bepaalde dwangsommen gemitigeerd dienen te worden tot nul;

Y] legt aan haar vordering ten grondslag dat de VvE tekortschiet in haar onderhoudsverplichting. Verder stelt [Y] dat zij, als appartementseigenaar, gebruik mag maken van de gemeenschappelijke ruimtes door het plaatsen van tafels, stoelen en bloembakken. [Y] heeft zelf een verzekering afgesloten voor haar appartementen waardoor zij niet nog verzekeringspremies aan de VvE hoeft te voldoen. Bovendien zijn de door de VvE in rekening gebrachte verzekeringspremies onredelijk hoog.

Partijen hebben tegen elkaars vorderingen gemotiveerd verweer gevoerd.

Op de stellingen en verweren van partijen zal hierna bij de beoordeling (nader) worden ingegaan.

4. De beoordeling

Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en reconventie zal het Gerecht deze hierna gezamenlijk beoordelen.

De vordering van de VvE betreft de betaling van de periodieke onderhoudsbijdrage. [Y] heeft op zichzelf niet bestreden de door de VvE gestelde achterstand in de jaarlijkse bijdrage van USD 8.212,86 per de datum van het verzoekschrift, maar zij meent dat zij dit bedrag om verschillende redenen niet is verschuldigd. Daarnaast stelt zij dat zij na de datum van het verzoekschrift nog een of meerdere betalingen heeft gedaan, waarmee van de vordering nog hooguit een bedrag van USD 4.705,72 resteert. Dat laatste is door de VvE erkend.

Y] meent echter dat zij ook het hiervoor genoemde restant van

USD 4.705,72 niet hoeft te voldoen. De door haar opgegeven redenen hiervoor zijn dat de VvE onvoldoende onderhoud uitvoert en geen rekening en verantwoording aflegt voor de door haar gemaakte kosten. Daarnaast is [Y] het er niet mee eens dat zij de in dit bedrag besloten verzekeringspremie is verschuldigd. Volgens haar zijn deze te hoog. Daarnaast wordt door haar aangevoerd dat zij voor zichzelf al een verzekering heeft afgesloten.

Met het bovenstaande verweer miskent [Y] dat een vereniging van eigenaars een bijzondere vorm van gemeenschap is waarbinnen besluitvorming plaatsvindt zoals geregeld in de wet. Als een lid het niet eens is met een besluit, waaronder, zoals hier aan de orde, een besluit tot vaststelling van de periodieke bijdrage, dan kan hij daarvan ex artikel 5:130 BW SM binnen vier weken vernietiging vorderen en/of ex artikel 5:121 BW SM vervangende machtiging verzoeken. Een vereniging van eigenaars kan niet op een andere wijze dan op de hiervoor beschreven wijze door een lid van de vereniging worden gedwongen om een bepaalde actie te ondernemen of iets te gedogen. Ook een besluit tot het vaststellen van de onderhoudsbijdrage kan alleen op de hiervoor beschreven wijze worden aangetast.

Uit het voorgaande volgt dat de onder 4.3 genoemde stellingen van [Y] geen hout kunnen snijden. Dat betekent dat zij zal worden veroordeeld tot betaling van het onder 4.2 genoemde restantbedrag van USD 4.705,72, te vermeerderen met de gevorderde rente die, zoals de VvE onbestreden heeft gesteld, over het op de datum van het verzoekschrift verschuldigde bedrag, USD 917,84 bedraagt.

Uit de voorgaande overwegingen volgt tevens de afwijzing van de in reconventie op dezelfde verplichtingen gerichte nakomingsvorderingen van [Y], alsmede de andere vorderingen van [Y] tot het afbreken van constructies en tot het gedogen van het een en ander.

Ook niet toewijsbaar is de vordering van [Y] om voor recht te verklaren dat een eerder tussen partijen gewezen kortgedingvonnis onterecht is gewezen. Naast het instellen van een gewoon rechtsmiddel, zijn er geen andere wegen om een gerechtelijke beslissing aan te tasten. Een vordering in deze procedure om een in een andere procedure gewezen vonnis ongeldig te verklaren is naar zijn aard dus niet toewijsbaar.

Tot slot heeft [Y] gevorderd de op grond van het hiervoor bedoelde kortgedingvonnis verbeurde dwangsommen te matigen tot nihil. Ook die vordering wordt afgewezen. De rechter kan ingevolge artikel 611d lid 2 Rv SM de verplichting tot betaling van verbeurde dwangsommen matigen als het verbeuren daarvan in de gegeven omstandigheden tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen leidt. Gesteld nog gebleken is dat sprake is van dergelijke omstandigheden.

De VvE heeft voldoende onderbouwd dat zij buitengerechtelijke incassowerkzaamheden heeft verricht zodat [Y] daarvoor een vergoeding is verschuldigd. De buitengerechtelijke incassokosten worden conform het Procesreglement toegewezen tot een bedrag van Cg 1.500,00 (1,5 x tarief 4).

Y] zal in conventie als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van de VvE begroot op Cg 750,00 voor het griffierecht, Cg 242,50 voor het deurwaardersexploot en Cg 2.000,00 aan salaris gemachtigde (2 punten x tarief 4). Voor het tarief voor het salaris van de gemachtigde wordt van de oorspronkelijke vordering uitgegaan en niet van het daarvan toewijsbare lagere bedrag omdat de latere betaling van [Y] die tot toewijzing van dat lagere bedrag aanleiding geeft, pas na het instellen van deze procedure door [Y] is gedaan.

Ook in reconventie zal [Y], als de in het ongelijk te stellen partij, in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van de VvE begroot op Cg 1.250,00 (2 punten x tarief 5 x correctiefactor 0,5) voor salaris van de gemachtigde.

5. De beslissing

Het Gerecht:

In conventie

veroordeelt [Y] tot betaling aan de VvE van USD 4.705,72, te vermeerderen met de wettelijke rente vermeerderd met 2% tot aan de dag van algehele voldoening, tot 25 juli 2025 berekend op USD 917,84;

veroordeelt [Y] tot betaling aan de VvE van Cg 1.500,00 aan buitengerechtelijke kosten;

veroordeelt [Y] in de proceskosten, aan de zijde van de VvE tot heden begroot op Cg 2.992,50;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde

In reconventie

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [Y] in de proceskosten, aan de zijde van de VvE begroot op Cg 1.250,00;

verklaart het onder 5.7 bepaalde uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Veerman, rechter, bijgestaan door mr. A.S. Veldhuizen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.R. Veerman

Griffier

  • mr. A.S. Veldhuizen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand