GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
Zaaknummer: SXM202500952
Vonnis d.d. 28 april 2026
in de zaak van
de naamloze vennootschap DREAM MANAGEMENT COMPANY N.V.,
aanvankelijk aangeduid als Dream Car Rental N.V.,
gevestigd te Sint Maarten,
eiseres,
gemachtigde: mr. S.D.M. Roseburg,
tegen
[gedaagde],
wonende in Sint Maarten,
gedaagde,
gemachtigde: mr. T.T.P. Heymans.
Partijen zullen hierna zo mogelijk Dream Management en [gedaagde] worden genoemd.
1. Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift met producties, op 2 september 2025 ter griffie ingediend;
de conclusie van antwoord;
de akte houdende rectificatie partijaanduiding van de kant van Dream Management;
de comparitie van partijen waarbij partijen zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigden voornoemd. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben partijen hun standpunten (nader) uiteengezet, mede aan de hand van door hen overgelegde pleitaantekeningen, en vragen van de rechter beantwoord.
Ten slotte is uitspraak bepaald op vandaag.
2. De feiten
Op 13 april 2024 heeft [gedaagde] een auto, merk Hyundai, model i10, met kenteken [kenteken], van Dream Management gehuurd.
Op 9 juni 2024 is de gehuurde auto gestolen terwijl deze voor het huis van [gedaagde] geparkeerd stond aan de openbare weg. Het huis van [gedaagde] heeft een afsluitbare oprit.
Op 10 juni 2024 heeft [gedaagde] aangifte bij de politie gedaan van de diefstal. De auto is niet teruggevonden.
3. De vordering
Dream Management vordert dat [gedaagde] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt veroordeeld om aan Dream Management te betalen:
I. USD 10.000,00 als vergoeding van de waarde van de auto;
II. USD 9.600,00 vanwege gederfde huurinkomsten;
III. buitengerechtelijke incassokosten, conform artikel 6:96 lid 2 BW, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 mei 2025;
IV. een en ander met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
Dream Management legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de huurovereenkomst door de auto niet aan haar terug te geven tegen het einde van de huurtermijn, althans dat zij daarmee onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld. [gedaagde] moet de daardoor door haar geleden schade vergoeden. Daarbij gaat het om de dagwaarde van de auto en om inkomstenderving als gevolg van het enige tijd niet kunnen verhuren van een (vergelijkbare) auto. Het duurde namelijk een tijdje voordat zij een vervangende huurauto heeft kunnen aanschaffen.
gedaagde] voert verweer.
Op de stellingen en verweren van partijen zal hierna bij de beoordeling (verder) worden ingegaan.
4. De beoordeling
Rectificatie partijnaam
Het eerste verweer van [gedaagde] is dat zij niet met de als eiser in het verzoekschrift genoemde partij Dream Car Rental een huurovereenkomst heeft gesloten, maar met Dream Management. Daarom is het Dream Management die mogelijk een vordering op haar heeft, en niet Dream Car Rental. Als reactie op dit verweer heeft [gedaagde] een akte genomen waarin zij verzoekt om rectificatie van de naam van eiseres in die zin dat voor Dream Car Rental, Dream Management zal worden gelezen. [gedaagde] verzet zich tegen de rectificatie. Volgens haar gaat het om een elementair onderdeel van het verzoekschrift. Er is geen sprake van slechts een kennelijke verschrijving of een kleine administratieve fout. Volgens haar komt de voorgestelde rectificatie feitelijk neer op een wijziging van een procespartij. Zoals reeds ter zitting door de rechter aangegeven, wordt [gedaagde] niet in dit verweer gevolgd. Bij [gedaagde] kan redelijkerwijs geen verwarring zijn ontstaan over wie als eiser in deze procedure heeft te gelden. Dat zou anders zijn geweest als er een rechtspersoon met de naam Dream Car Rental op Sint Maarten zou bestaan. Gesteld noch gebleken is dat daarvan sprake is. Door de onjuiste partijnaam in het verzoekschrift is [gedaagde] dan ook niet in haar (processuele) belangen geschaad. Voor de naam van eiseres in deze procedure zal daarom van de partijnaam worden uitgegaan als in de aanhef van dit vonnis vermeld. Met andere woorden, wordt daarvoor uitgegaan van Dream Management.
[gedaagde] aansprakelijk door de “CDW decline”
gedaagde] stelt dat de door Dream Management geleden schade voor rekening van Dream Management behoort te blijven. Zij had er niet bedacht op hoeven zijn dat de auto niet tegen diefstal zou zijn verzekerd. Volgens haar had
Dream Management haar moeten uitleggen dat zij door het ondertekenen van de “CDW decline” niet tegen diefstal zou zijn verzekerd.
Dit verweer wordt niet gevolgd. Bij de ”CDW decline” staat de volgende uitleg over de gevolgen van het afwijzen van de CDW:
“I, the undersigned hereby accept full, responsibility for any loss / theft or damages regardless of fault to the vehicle during the rental period and authorize the full amount of said loss / theft or damages as estimated to be charged to my credit card account.”
Deze bewoordingen zijn zeer duidelijk over de mogelijke gevolgen van het niet afsluiten van een verzekering. Door de ondertekening van deze ‘decline’ wist [gedaagde], althans had zij kunnen en ook moeten weten dat zij in geval van diefstal mogelijk voor de schade als gevolg daarvan aansprakelijk zou worden gehouden.
Volgens [gedaagde] moet de “CDW decline” als een algemene voorwaarde worden aangemerkt die voor haar, als consument, onredelijk bezwarend is. In dat verband doet beroept zij zich op een vernietiging. Dat verweer wordt niet gevolgd. De “CDW decline” in de huurovereenkomst is geen algemene voorwaarde, maar een door een huurder te maken keuze die met een ondertekening wordt bevestigd. Daarmee geldt het tussen partijen als een expliciet overeengekomen contractvoorwaarde.
aansprakelijkheid voor schade
De conclusie uit het voorgaande is dat [gedaagde] in beginsel aansprakelijk is voor de door Dream Management als gevolg van de diefstal geleden schade. Daarbij gaat het uitsluitend om de door [gedaagde] gevoerde dagwaarde van de auto. Voor de door Dream Management als schadevergoeding gevorderde inkomstenderving geldt dat deze niet aan [gedaagde] kan worden toegerekend. Het gaat hier om een gevolgschade die in een te ver verwijderd verband staat van het tekortschieten door het niet terug kunnen geven van de auto. Voor het niet toerekenen van deze schade aan [gedaagde] is van belang dat zij geen schuld heeft aan de diefstal. Zij heeft niets nagelaten dat de diefstal had kunnen voorkomen, althans niets dat redelijkerwijs van haar verwacht had kunnen worden. Weliswaar stond de auto geparkeerd aan de openbare weg terwijl zij de auto op eigen terrein achter een hek had kunnen parkeren, maar in zijn algemeenheid wordt van een huurder van een auto op
Sint Maarten niet verwacht dat hij deze achter een afgesloten hek parkeert, ook niet in de nacht. Het parkeren achter een hek is ook niet als een verplichting opgenomen in de huurovereenkomst. Voorts is voor het niet toerekenen van deze schade aan [gedaagde] van belang dat zij zich niet tegen deze schade heeft kunnen verzekeren. Een CDW-verzekering, waarvoor zij had kunnen kiezen, geeft geen dekking voor dit soort schade.
hoogte van de schade
Voor de dagwaarde van de auto gaat [gedaagde] uit van een door haar overgelegde taxatie van garagebedrijf Motorworld van USD 10.000,00. Naar het oordeel van het Gerecht is deze taxatie in die zin onvolledig dat daarin de kilometerstand, de onderhoudsgeschiedenis en een algemene beschrijving van de staat waarin de auto zich bevindt, ontbreken. Op de zitting kon ook de vertegenwoordiger van Dream Management daarover geen details verschaffen. Het is daarom aan Dream Management om aan te geven op welke wijze, bij gebreke van deze gegevens, de dagwaarde van de auto nu nog kan worden vastgesteld. De zaak zal daarvoor voor een akte naar de rol worden verwezen. Daarna zal [gedaagde] met een antwoordakte op een daarvoor nader te bepalen roldatum kunnen reageren.
Gelet op de thans bestaande onzekerheid over de hoogte van de schade en de proceshandelingen die nog nodig zijn alvorens tot een begroting daarvan te komen, wordt partijen ernstig in overweging gegeven de zaak te regelen. Uiteindelijk zal de schade worden begroot op een bedrag tussen de nul en tienduizend US dollar. Partijen kunnen onderzoeken of zij elkaar in het midden kunnen vinden, zoals tijdens de zitting reeds door de rechter voorgesteld. Het gaat dan om een door [gedaagde] te betalen bedrag van USD 5.000,00.
5. De beslissing
Het Gerecht:
verwijst de zaak naar de rol van 26 mei 2026 voor een akte van Dream Management voor het onder 4.6. vermelde doel,
bepaalt dat [gedaagde] na het nemen van die akte op een daarvoor nader te bepalen datum een antwoordakte kan nemen,
houdt elke verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Veerman, rechter, bijgestaan door
mr. A.S. Veldhuizen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026.