ECLI:NL:OGEAM:2026:133

ECLI:NL:OGEAM:2026:133

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak 01-09-2026
Datum publicatie 29-09-2026
Zaaknummer SXM202500276
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Alegria (Morgan Resort) stelt dat zij met het Land Sint Maarten een overeenkomst heeft gesloten, waarbij het Land zich heeft verplicht om een perceel water in erfpacht aan Alegria uit te geven en dat het Land die overeenkomst moet nakomen. Het Gerecht komt tot het oordeel dat er geen vaststellingsovereenkomst tussen het Land en Alegria tot stand is gekomen, dat de landsadvocaat geen toereikende volmacht van het Land had en dat Alegria niet op de schijn van volmachtverlening door het Land mocht afgaan. De vorderingen tegen het Land worden afgewezen. Ook de vordering tegen de toenmalig minister wordt afgewezen, omdat hem geen persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt dat hij het verzoek van Alegria destijds heeft afgewezen.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: SXM202500276

Vonnisdatum: 1 september 2026

in de zaak van

de naamloze vennootschap ALEGRIA REAL ESTATE N.V.,

gevestigd in Sint Maarten,

eiseres, “Alegria”,

gemachtigden: mr. S.N.J. Putter en mr. C.R. Rutte,

tegen

1. de openbare rechtspersoonHET LAND SINT MAARTEN,

zetelend in Sint Maarten,

gedaagde, “het Land”,

gemachtigde: mr. G.B. Simmons-de Jong, en

2. [gedaagde],

wonende in Sint Maarten,

“gedaagde”,

gemachtigde: mr. Z.J.A. Bary, en

3. [destijds landsadvocaat]

wonende in Sint Maarten,

4. de maatschap[naam] & ASSOCIATES,

gevestigd in Sint Maarten,

5. de naamloze vennootschap [naam]N.V.,

gevestigd in Sint Maarten,

6. de naamloze vennootschap KRAVO LEGAL & CONSULTANCY B.V.,

gevestigd in Sint Maarten,

7. de naamloze vennootschap AURORA ADVOKATEN PRAKTIJK N.V.,

gevestigd in Sint Maarten,

gedaagden 3 tot en met 7 tezamen “landsadvocaat”,

gemachtigde: mr. W.J. Noordhuizen.

De zaak in het kort

Alegria stelt dat zij met het Land een overeenkomst heeft gesloten, waarbij het Land zich heeft verplicht om een perceel water in erfpacht aan Alegria uit te geven en dat het Land die overeenkomst moet nakomen. Het Gerecht komt tot het oordeel dat er geen vaststellingsovereenkomst tussen het Land en Alegria tot stand is gekomen, dat de landsadvocaat geen toereikende volmacht van het Land had en dat Alegria niet op de schijn van volmachtverlening door het Land mocht afgaan. De vorderingen tegen het Land worden afgewezen.

Ook de vordering tegen toenmalig minister Gedaagde wordt afgewezen, omdat hem geen persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt dat hij het verzoek van Alegria destijds heeft afgewezen.

The Case in Brief

Alegria asserts that it entered into an agreement with the country Sint Maarten, under which the country undertook to grant Alegria a leasehold interest in a parcel of water, and that the country must perform that agreement.

The Court finds that no settlement agreement was concluded between the country and Alegria, that the country’s attorney did not have sufficient authority from the country, and that Alegria should not have relied on the apparent grant of authority by the country. The claims against the country are dismissed.

The claim against then-Minister Gedaagde is also dismissed, because he cannot be held personally responsible for rejecting Alegria’s request at the time.

1. Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit:

het inleidend verzoekschrift, op 12 maart 2025 ter griffie ingediend;

het vonnis van 16 september 2025 in de incidenten;

de conclusie van antwoord van 14 oktober 2025 van [landsadvocaat];

de conclusie van antwoord van 14 oktober 2025 van het Land;

akte uitlating van 14 oktober 2025 van landsadvocaat na vonnis in het incident;

de op 15 december 2025 toegezonden aanvullende producties G tot en met M van de zijde van Gedaagde;

de op 10 april 2026 toegezonden aanvullende producties G tot en met K van de zijde van Gedaagde.

Na het vonnis van 16 september 2025 zijn met partijen procesafspraken gemaakt, die erop neerkomen, dat het Gerecht in de hoofdzaak eerst zal beslissen op de primaire vordering van Alegria, ingesteld tegen de gedaagden het Land en Gedaagde.

De mondelinge behandeling was aanvankelijk vastgesteld op 20 januari 2026, maar is op verzoek van Alegria verplaatst naar 14 april 2026. De zitting heeft plaatsgevonden in aanwezigheid van de drie partijen en hun gemachtigden. Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben partijen hun standpunten (nader) uiteengezet, mede aan de hand van door hen overgelegde pleitaantekeningen.

De datum van het vonnis was bepaald op 7 juli 2026. Op 6 juli 2026 heeft de gemachtigde van Alegria, mede namens het Land verzocht om aanhouding van het vonnis tot de laatste roldatum in augustus 2026. Dat verzoek is toegewezen.

De gemachtigde van Gedaagde heeft zich verzet tegen aanhouding van het vonnis. Met Gedaagde was ook geen overleg gepleegd over die aanhouding. Gedaagde heeft vervolgens vonnis gevraagd in zijn zaak.

Vonnis is daarna bepaald op 1 september 2026.

2. 2. De feiten

Alegria ontwikkelt en exploiteert het ‘Morgan Resort’ aan de Burgeaux Bay (Beacon Hill) in Sint Maarten. In februari 2016 heeft Alegria een verzoek om uitgifte ingediend van onder andere gronden op de bodem van de zee in de nabijheid van haar resort (“het waterperceel”). De oorspronkelijke plannen zagen op een seaquarium en een golfbreker. Zij heeft na overleg met het ministerie van Vromi van het Land in februari 2018 een gewijzigd verzoek ingediend. De gewijzigde plannen bestonden uit de aanleg op het waterperceel van onder meer een golfbreker en een pier.

Uit de in het geding gebrachte stukken blijkt over de aanvraag het volgende.Een e-mail van 22 juni 2016 van de beleidsafdeling van Vromi aan onder meer Alegria:

As promised this email is intended to outline the way forward as a result of our meeting on Wednesday June 15th, 2016. I have informed the Secretary General of VROMI, [SG] accordingly about our meeting. Your official request for government water parcels in Long Lease (…) does not correspond with the requests mentioned during our meeting on Wednesday June 15th, 2016. This initial request mentions the development of a 155 meter pier and Long Lease of 930 square meters of government water parcels. We have attached this original request to this email for your review. Through our meeting, we gathered some new information from you about the development plans for the Caravanserai area. In particular, a different marina development than what we have on file which intended to serve the Sunset Bar and Restaurant. We also highlighted serious concerns such as the proximity to the PJIA safety zone, boats not being permitted in the waters around the runway, sand erosion of Maho Beach as the result of a break water and the effects of the development on flora and fauna (coral and underwater life). Therefore more insight is being requested from you regarding the aforementioned aspects. We also advise you to take alternative locations into account as well give insight in the visual impact of the proposed location(s) on the landscape (surrounding) . Please make your request as complete as possible, supplying us with research results documents as well technical drawings.

Een brief van 31 mei 2018 van de (toenmalige) Minister [naam] van Vromi aan Alegria:

“(...) It has come to my understanding that the request has changed, and that you are now requesting an area of approximately 13.525 m2 of water rights in long lease. This is for the development of the hotel, thus to provide additional service to tourist and resident clients. The department of Domain Affairs is currently in the process of drafting an advice for the issuance of the long lease water rights.I would hereby like to inform you that I in principle have no objection against the aforementioned issuance in long lease. The only construction to be allowed in the area in question is a breakwater and a Sea Aquarium. (...)”

Een interne memo van 17 juli 2018 van de beleidsafdeling van Vromi aan de secretaris-generaal (SG) van Vromi:

“In conclusion The report of Nature Foundation is attached to the advice. Based on the observed indicators the Sint Maarten Nature Foundation suggests that an Environmental Impact Assessment, including an updated report on the oceanography and hydrology of the area and the impacts on biota and substrate be conducted to get a clear picture on what the impacts of the construction of a jetty and breakwater will have. Based on the advice it is clear that no positive advice can be given related to the building of a pier, a breakwater and the use of sea aquarium as requested. It needs to be made sure that the engineering report from RHDHV regarding the effects on watercurrents/movements on the beach is supported by VROMI Infrastructure Management.”

Een memo van 13 maart 2019 van de beleidsafdeling van Vromi aan “those involved in advising related to breakwater and pier Alegria”:

“In addition to our two previous advises (…) we like to ask attention more in detail about the legal matters regarding the protection of flora and fauna. This, to make clear that all aspects involved will be taken into consideration carefully.(…)At the location of the breakwater at least one location was recorded with a colony of coral. At the location of the pier at least three locations were registered with coral.The law is not giving possibility to grant deviation approval.(…)Final recommendationsWe recommend requiring an update on the survey done last year by Nature Foundation so that decisions can be based on the most actual data. An extra reason can be that the plans may differ from those from last year, or if not, may be changed a little (deviate location breakwater slightly) to enable the coral species to survive.”

In december 2019 heeft de (toenmalig) Secretaris-Generaal van Vromi, destijds tevens plaatsvervangend hoofd Dienst Domeinbeheer (“SG”), aan de beleidsadviseur van de Dienst Domeinbeheer advies gevraagd over de uitgifte in erfpacht van het waterperceel. In februari en maart 2020 heeft de beleidsadviseur negatief geadviseerd, onder meer met verwijzing naar een schrijven van Nature Foundation Sint Maarten.

Bij e-mail van 4 maart 2020 bericht de SG aan Alegria onder meer:

“As you may be aware, the Minister of VROMI has decided in principle to issue the water parcel in long lease to Alegria. (…) However, first of all there are still some language in the draft decree to be resolved concerning the types of further study that would be required for Alegria to have conducted, that require approvals before any construction activities in the water parcel can be permitted. There are also some other minor technical details in the draft decree to resolve. The studies that are to be conducted may require changes in the intended construction plans and possible relocation of certain planned construction works, and in theory could also make construction in the water parcel very difficult. The (environmental) studies to be carried will answer the questions about the location and design of the construction works (breakwater, pier/jetty, etc). I should be able to provide you a draft decree this week with the amendments to resolve the points that are still outstanding (I believe you received a copy of the draft decree with these points). I will forward you a draft of that decree as soon as it is complete for your review (and comments if any).”

In een e-mailbericht van 6 maart 2020 schrijft de (toenmalige) minister van Vromi, [naam 2], aan de SG, met een kopie aan Alegria, het volgende:

"(…) I have read your email and would like to state the following.Being that Algeria has submitted a few documents already to the ministry concerning the breakwater, I have no issues with the breakwater and pier once they can ensure no corals are damaged. Also the issuing of the water rights should be a separate meet brief and not attached to any other meet brief of the property.The decree should reflect the corrected decree which was sent to the department. I have cc'd [naam vertegenwoordiger van Alegria] as I am not sure if he has anything else wording to add or if any other information needs to be clarified based on your previous email. (...)”

Op 16 maart 2020 is Alegria een kort geding begonnen tegen het Land, waarin zij vorderde het Land te veroordelen tot uitgifte in erfpacht van het waterperceel.

Op 23 maart 2020 heeft de SG het Kadaster opdracht gegeven een meetbrief op te maken voor het waterperceel.

Op 28 maart 2020 is Gedaagde in zijn functie van Minister van Vromi getreden.

De advocaten van partijen in het kort geding hebben overleg gevoerd met elkaar. De advocaat van Alegria schrijft bij e-mailbericht van 4 mei 2020 aan de landsadvocaat:

“Dear colleague, I confirm that this matter has been settled as follows: 1. Country Sint Maarten ("Country") agrees to have the decree in attached form (only C/A number to be included) signed and issued to Alegria Real Estate N.V. ("Alegria") within four weeks from issuance of the C/A of the subject water parcel.2. Alegria will pay the fees for the C/A immediately to the Cadaster's office.3. Alegria will immediately withdraw the injunction case, each party carrying its own costs.4. This is a Settlement Agreement, which includes the attachment.Please confirm agreement on behalf of the Country.(…)”

Aan deze e-mail is gehecht een ongetekend en ongedateerd concept-besluit van de Minister van Vromi tot uitgifte van het waterperceel (groot circa 13.525 m²).

Een e-mailbericht van 5 mei 2020 van de landsadvocaat mr. Landsadvocaat aan de SG luidt als volgt:

“(…) Zoals zojuist aangegeven via whatsapp weigert Alegria akkoord te gaan met ons voorstel, en heeft een eigen voorstel gedaan. Ze zeggen dat alles hetzelfde is maar ik snap niet waarom ze dan niet gewoon ons voorstel accepteren. Ik zal de andere mails ook doorsturen. Ik ben alle versies die Alegria heeft gehecht aan hun laatste voorstel aan het vergelijken met de eerdere versies.Is het Land akkoord met het onderstaande voorstel? (…)”

In een e-mailbericht van 5 mei 2020 (17.27 uur) antwoordt de SG aan de landsadvocaat het volgende:

"Ik heb de documenten bekeken en die komen met elkaar overeen. Wij zijn ermee akkoord. (…)”

Bij een aan de advocaat van Alegria verzonden e-mailbericht van 5 mei 2020 (17.51 uur) reageert de landsadvocaat als volgt:

“Country Sint Maarten accepts your proposal.”

Na deze e-mailwisseling heeft de gemachtigde van Alegria het kort geding ingetrokken.

Bij e-mailbericht van 11 juni 2020 heeft de advocaat van Alegria de van het waterperceel opgemaakte meetbrief naar de landsadvocaat gestuurd. De landsadvocaat heeft deze meetbrief op 16 juni 2020 doorgestuurd naar de SG.In juli 2020 heeft Gedaagde de SG opheldering gevraagd over de gang van zaken. Bij brief van 5 augustus 2020 heeft Gedaagde de SG een waarschuwing gegeven wegens diens ‘unilateral actions’.

Bij besluit van 6 oktober 2020 heeft de Minister het verzoek van Alegria om uitgifte van het waterperceel gemotiveerd afgewezen. Bij uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten van 19 april 2021 is het door Alegria daartegen ingestelde beroep op inhoudelijke gronden ongegrond verklaard. Bij beslissing van het Hof van 11 mei 2022 heeft het Hof die uitspraak vernietigd en de Lar-rechter onbevoegd verklaard kennis te nemen van het door Alegria aanhangig gemaakte beroep.

3. Het geschil in de hoofdzaak

Primair en subsidiair:

Alegria vordert om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

Primair:

Subsidiair:

te verklaren voor recht dat het Land, Gedaagde, Landsadvocaat en [naam] & Associates, alsmede haar vennoten: [naam] N.V., Aurora Advocatenpraktijk N.V. en Kravo Legal & Consultancy B.V., hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die Alegria heeft geleden, lijdt en zal lijden, welke schadevergoeding nader zal worden opgemaakt bij staat en vereffend volgens de wet;

het Land, Gedaagde, Landsadvocaat en [naam] & Associates, alsmede haar vennoten: [naam] N.V., Aurora Advocatenpraktijk N.V. en Kravo Legal & Consultancy B.V., hoofdelijk te veroordelen in de kosten van deze procedure, waarbij deze kosten uiterlijk binnen 5 dagen na het in deze te wijzen vonnis dienen te zijn voldaan aan verzoekster, waarbij zal hebben te gelden dat wettelijke rente wordt opgelegd vanaf de eerste dag na het verstrijken van voornoemde voldoeningstermijn tot de dag van algehele voldoening;

4. De beoordeling van het geschil De vorderingen tegen het LandWaar gaat het in deze zaak om?

Alegria stelt dat zij met het Land in een kort geding procedure een vaststellingsovereenkomst heeft gesloten, waarbij het Land zich heeft verplicht om een perceel water in erfpacht aan Alegria uit te geven en dat het Land die overeenkomst moet nakomen. Het Land betwist de overeenkomst.

Er is geen door Gedaagde getekende beschikking, waarbij het perceel in erfpacht wordt overgedragen. De vraag is daarom of er in de e-mailwisseling tussen de landsadvocaat en de advocaat van Alegria in mei 2020 een vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen tussen het Land en Alegria. Die e-mailwisseling eindigt met een door de landsadvocaat aan de advocaat van Alegria verzonden e-mailbericht van 5 mei 2020 (12.34 uur):“Country Sint Maarten accepts your proposal.”Gedaagde heeft hierover zelf geen contact gehad met de landsadvocaat. Het Gerecht moet dus beoordelen of er desondanks een geldige overeenkomst tot stand is gekomen.

Het Gerecht stelt hierbij voorop dat een advocaat in de regel niet bevoegd is om namens zijn cliënt overeenkomsten met derden te sluiten. In dit geval is er ook geen bijzondere volmacht van het Land om dat wel te doen.

Alegria wijst erop dat voorgaande ministers van Vromi “in principe” geen bezwaar hadden tegen de erfpachtverlening. Na de oorspronkelijke aanvraag daartoe in 2016 hebben de ministers [naam] (2018-2019) en [naam 2] (2019- 28 maart 2020) als getuigen over de afhandeling ervan het volgende verklaard:Getuige [naam]:Op de vraag van mr. Putter of er sprake was van een overdracht naar [naam 2] van de aanvraag van Alegria met betrokkenheid van uitgifte van erfpacht van het waterperceel, antwoord ik: dat het niet is overgedragen, ik heb het verder gelaten bij mijn opvolger [naam 2]. Op de vraag van mr. Putter of ik een verklaring heb waarom het tijdens mijn ambtsperiode niet tot uitgifte van het waterperceel is gekomen terwijl ik in principe wel akkoord was, antwoord ik als volgt: ik was in principe akkoord met het seaquarium en de golfbreker, maar de ontwikkelaars waren daar niet blij mee omdat de golfbreker bij het koraal vandaan moest blijven en het viel niet binnen hun plannen. Dit is dat ik mij ervan kan herinneren. In die tijd was het drama binnen de regering. Dat was politiek. Het waren onze laatste maanden in the office. Ik was niet helemaal honderd procent meer gefocust op Alegria.Getuige [naam 2]:Toen de gesprekken tussen Alegria en Vromi rond waren heb ik een e-mail naar de SG gestuurd dat ik in beginsel geen bezwaar had zolang het koraalrif niet zou worden beschadigd. Beide partijen waren tevreden met het concept, dat ging in de vorm van een advies, dat advies is getekend, het betreft een intern document. Na dit advies volgt de next step, te weten de voorbereiding van het besluit. In beginsel had ik geen bezwaar tot uitgifte en daarom kon worden begonnen met de voorbereidingen treffen voor het besluit. Na het advies en de e-mail was mijn termijn voorbij. Ik heb wel een gesprek met Gedaagde gehad, Gedaagde was mijn opvolger. Ik heb het dossier Alegria aan hem uitgelegd en gezegd dat hij met meer vragen terecht kon bij de SG.

Uit de overgelegde stukken en uit de afgelegde getuigenverklaringen blijkt dat de beleidsambtenaar op dit gebied aan de eerste minister een negatief advies wilde geven. Het Advies/Beslisblad eindigt als volgt:“Geadviseerd wordt om het verzoek tot uitgifte van erfpacht van het beoogd waterrecht met een oppervlakte van 13.525 m2 af te wijzen.”Na ingrijpen door de SG is dat negatieve advies weliswaar bijgesteld, maar ook het tweede advies van 21 februari 2020 was negatief:“Geadviseerd wordt om het verzoek tot uitgifte van erfpacht van het beoogd waterrecht met een oppervlakte van 13.525 m2 vooralsnog af te wijzen.” De SG heeft vervolgens de beleidsambtenaar een “harde instructie” gegeven om er toch een positief advies van te maken. Daaraan wilde de beleidsambtenaar niet meewerken. De SG heeft vervolgens de Word-versie van het advies ontvangen, dat zelfstandig aangepast en als een positief advies aan de Minister Wever van Vromi gepresenteerd. Het advies luidde nu als volgt:

“De dienst Domainebeheer adviseert om akkoord te gaan met de uitgifte in erfpacht van het waterperceel aangrenzend aan het perceel grond omschreven in meetbrief 040/1963 aan de rechtspersoon Alegria Real Estate N.V., als uitbreiding van het erfpacht van betrokkene op de percelen grond omschreven in de meetbrieven 040/1963, 099/1967 en 346/1969. Het erfpacht recht kan worden uitgegeven onder de voorwaarden dat, voorafgaande aan de uitvoering van bouw- of aanlegwerkzaamheden in het waterperceel, de erfpachter goedkeuring dient te verkrijgen voor bouw- en aanlegvergunningen, die gegrond zijn op gedegen nader onderzoek als volgt: • De uitkomst van het nieuwe (meer uitgebreide) onderzoek en eventueel environmental impact assessment, overtuigend is dat geen negatieve gevolgen te verwachten zijn ten gevolge van de door Alegria voorgestelde plannen, ofwel bepaalde maatregelen kunnen worden genomen om de negatieve effecten uit to sluiten. • De Dienst Luchtvaart- en Maritiembeheer een positief advies heeft afgegeven aangaande de uitgifte van het beoogde waterperceel en de bijbehorende bouwplannen”

Bij brief van 23 maart 2020 heeft de SG aan het Kadaster opdracht gegeven om een meetbrief op te stellen in verband met de uitgifte in erfpacht aan Alegria.In maart 2020 heeft een regeringswissel plaatsgevonden. De nieuwe minister, Gedaagde, wenste echter nog niet mee te werken aan de overdracht. Alegria heeft vervolgens een kort geding gestart en gevorderd dat het Land zou meewerken aan de verzochte uitgifte in erfpacht.Tot een mondelinge behandeling is het in die zaak niet gekomen, omdat de advocaten van Alegria en het Land in overleg zijn gegaan om tot een minnelijke regeling te komen.Uit de overgelegde stukken, de getuigenverklaringen en de verklaring van Gedaagde tijdens de mondelinge behandeling in deze zaak volgt dat hij zelf niet bij het kort geding betrokken is geweest.

In zijn getuigenverklaring van 17 april 2024 verklaart de SG het volgende:

“Er is vervolgens een conceptovereenkomst opgesteld waarbij de milieuvoorwaarden waren geherformuleerd, dus niet meer aan de hand van het bestuursrecht maar aan de hand van het civiele recht. Dit speelde rond 1 mei 2020. Ik heb een e-mail naar de minister en zijn staff gestuurd en gezegd dat het urgent was en of hij er naar wilde kijken. Daarna heb ik aan de minister een WhatsApp bericht gestuurd dat ik hem een e-mail had gestuurd met betrekking tot een urgente zaak. De minister berichte mij dat hij er naar zou kijken. Op 4 mei 2020 heb ik de minister opnieuw benaderd met de vraag of hij er naar wilde kijken. Hij was ermee bezig en hij had nog wat vragen en hij zou erop terugkomen. Diezelfde dag hebben wij elkaar telefonisch gesproken. Hij heeft toen zijn mondelinge akkoord gegeven. Dat heb ik vervolgens aan mr. Landsadvocaat laten weten.”

Een en ander is van belang, omdat indien komt vast te staan dat de Minister het eens was met de inhoud van de vaststellingsovereenkomst, de discussie tussen partijen over de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de landsadvocaat niet meer relevant is. Minister Gedaagde is niet als getuige gehoord, maar betwistte in deze procedure ter zitting nadrukkelijk dat hij zijn goedkeuring aan de vaststellingsovereenkomst heeft gegeven. Dat had hij ook al gedaan in zijn bericht aan de SG van 23 juli 2020, als reactie op de antwoorden van de SG op de eerdere vragen die Gedaagde aan de SG had gesteld. De verklaring van de SG tegenover de betwisting door Minister Gedaagde

De in de getuigenverklaring van de SG vermelde toestemming wordt niet door enig ander feit ondersteund. In zijn email van 1 mei 2020 deelt de SG aan de landsadvocaat mee dat hij het voorstel alsnog moet voorleggen aan de minister. Na Whats-app-berichten tussen de SG en de minister, hebben zij op 4 mei 2020 een telefoongesprek gevoerd. Verwacht zou mogen worden dat de SG de minister een van de volgende dagen zou hebben verzocht om zijn telefonische mededeling op een of andere wijze schriftelijk te bevestigen. Dat is niet gebeurd. En zelfs de mededeling van de SG over de instemming van de minister is alleen maar telefonisch aan de landsadvocaat gedaan.

Daartegenover staat dat Gedaagde tegen de uitgifte van het perceel was en dat Alegria ervan op de hoogte was dat er aanvankelijk een negatief advies was uitgebracht door de beleidsafdeling van Vromi. Tijdens de comparitie van partijen heeft Alegria aangevoerd dat Gedaagde door de SG consequent betrokken is geweest bij het totstandkomingsproces van de vaststellingsovereenkomst. Dat blijkt echter nergens uit en Alegria heeft dat standpunt ook niet onderbouwd.Na 4 mei 2020 heeft de minister geen gedragingen of handelingen verricht waaruit Alegria dat zou kunnen afleiden. Daar komt bij dat Gedaagde op 22 juni 2020 een soort ‘aanmaning’ van Alegria ontvangt. Hierin verzoekt Alegria om het besluit af te geven, overeenkomstig de settlement die partijen hebben getroffen. Hierop reageert Gedaagde naar de SG met de vraag over welke settlement dat gaat.

Alegria heeft daarom naar het oordeel van het Gerecht niet bewezen dat Gedaagde op 4 mei 2020 zijn goedkeuring aan de inhoud van de vaststellingsovereenkomst heeft gegeven.Waaraan zou goedkeuring zijn verleend?

Daar komt nog het volgende bij. Het Land heeft naar het oordeel van het Gerecht terecht aangevoerd dat onduidelijk is waaraan Gedaagde zijn goedkeuring precies zou hebben verleend. Zoals de landsadvocaat en de advocaat van Alegria in de email van 4 mei 2020 hebben verklaard, bestond de vaststellingsovereenkomst uit de inhoud van de email, die weer verwees naar het aangehechte concept-besluit. Ging het om een goedkeuring van de e-mail, de termijn, of betrof het de gehele inhoud van het concept-besluit? Om dit te verduidelijken zou een schriftelijke bekrachtiging van een mondeling akkoord ook op zijn plaats zijn geweest.Beschikte de landsadvocaat over een toereikende volmacht?

Alegria heeft eerder in kort geding nakoming van de vaststellingsovereenkomst gevorderd. Bij vonnis van dit Gerecht van 4 september 2020 is die vordering toegewezen. Nadat het Hof op 30 oktober 2020 een beslissing had genomen in een (tussentijds) verzoek tot schorsing van de beslissing van het Gerecht, heeft het Hof in kort geding in hoger beroep bij vonnis van 25 november 2022 een eindbeslissing genomen. Hierbij werd het vonnis van het Gerecht vernietigd en werden de vorderingen van Alegria afgewezen.

In het eindvonnis heeft het Hof over de al dan niet toereikende volmacht het volgende overwogen:

“Voorts acht het Hof met het Gerecht aannemelijk dat mr. Landsadvocaat niet over een toereikende volmacht beschikte om het voorstel van Alegria te aanvaarden en het Land te verbinden tot de uitgifte. De onder 3 o) vermelde brief van de Minister aan de SG en het besluit van de Minister vermeld onder 3 p) wijzen er op dat een volmacht ontbrak. Gesteld noch gebleken is bovendien dat mr. Landsadvocaat zelf contact heeft opgenomen met de Minister van Vromi (of, voor zover de Rijkswet Financieel Toezicht hier van toepassing is, de ministerraad) ter verkrijging van een volmacht.”

Alegria heeft in dit geschil aangevoerd dat het voorshandse oordeel van het Hof onjuist is, omdat inmiddels zou zijn gebleken dat er wel een vaststellingsovereenkomst is gesloten. Zoals hiervoor onder 4.11 is overwogen, is het Gerecht echter van oordeel dat Alegria niet heeft bewezen dat die overeenkomst is gesloten. Het Gerecht neemt het oordeel van het Hof dan ook over. Is het Land op andere wijze gebonden?

Alegria stelt verder dat het Land ook zonder toereikende volmacht van de landsadvocaat aan de vaststellingsovereenkomst is gebonden. Alegria neemt daartoe het standpunt in dat zij op de schijn van volmachtverlening door het Land mocht afgaan.Juridische maatstaf

Indien een rechtshandeling in naam van een ander is verricht, kan tegen de wederpartij op de onjuistheid van deze veronderstelling geen beroep worden gedaan, indien zij op grond van een verklaring of gedraging van die ander heeft aangenomen en onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht aannemen dat een toereikende volmacht was verleend.

Het Gerecht merkt hierbij allereerst op dat Alegria een professionele partij is, die vaker zaken had gedaan met het Land en ook bij diverse eerdere erfpachtsuitgiften was betrokken. Van Alegria mag dan ook worden verwacht dat zij ervan op de hoogte is dat slechts de Minister de bevoegde instantie is om het desbetreffende besluit te nemen.

In het vonnis van 2022 heeft het Hof hierover het volgende overwogen:.

“Het Hof stelt voorop dat het feit dat mr. Landsadvocaat advocaat is, niet impliceert dat hij geacht moest worden over een volmacht van zijn cliënt te beschikken om een overeenkomst aan te gaan. Het uitgangspunt dat een advocaat op zijn woord wordt geloofd als deze verklaart gemachtigd te zijn, geldt voor diens optreden in rechte en om proceshandelingen te verrichten (‘tenzij een schriftelijke of mondelinge door de vertegenwoordigde ter terechtzitting verleende machtiging gevorderd wordt’, artikel 22 lid 2 Rv). Uit het enkele feit dat een partij zich laat vertegenwoordigen door een advocaat, mag nog niet worden afgeleid dat de wederpartij erop mag vertrouwen dat de advocaat gevolmachtigd is om namens zijn cliënt een (vaststellings)overeenkomst aan te gaan. In de eerste plaats is van belang dat het hier onbevoegde vertegenwoordiging van een overheid(sorgaan) betreft. Ingevolge artikel 1 Landsverordening op de uitgifte in erfpacht van gronden is de Minister van Vromi bevoegd tot uitgifte. Volgens vaste rechtspraak van het Hof, zie onder andere de uitspraak van 30 januari 2001, NJ 2001/579, [S] vs Eilandgebied Curaçao c.s., is het voor het goed functioneren van de democratische rechtsstaat in een kleinschalige samenleving met een kwetsbare overheid als Sint Maarten, waar persoonlijke verhoudingen een grote rol spelen, een expliciete weigering niet gemakkelijk wordt gegeven en ook het gevaar bestaat dat een overheidsfunctionaris - uit onervarenheid of door een andere oorzaak - voor zijn beurt praat of zijn competentie te buiten gaat, van verhoogd belang dat regels inzake de bevoegdheid en formele besluitvorming strikt in acht worden genomen. Dit belang is juist ten aanzien van de (ook Sint Maartense) overheid nog betrekkelijk recent onderstreept door de Rijkswet Financieel Toezicht en de daarin opgenomen bepalingen over bevoegdheden, machtigingenregisters en nietigheid bij volmachtoverschrijding.

Hier staat tegenover dat het evenzeer van groot belang is dat een ondernemer op de overheid kan rekenen en dat gerechtvaardigd vertrouwen wordt beschermd. In dat verband spelen de hoedanigheid van de wederpartij en diens kennis van en ervaring met de lokale omstandigheden een rol. In dit geval is dat Alegria, een professionele partij die, naar het Land onbetwist heeft gesteld, al vaker erfpachtaanvragen heeft gedaan, die wist, of in elk geval behoorde te weten, dat de minister uiteindelijk degene was die het jawoord moest geven en aan wie uit het voortraject van circa vier jaar al duidelijk was geworden dat de door haar verlangde erfpachtuitgifte van het waterperceel bij de overheid op weerstand stuitte. Dat laatste was nota bene ook de reden om het eerste kort geding te beginnen. Die weerstand blijkt (thans) ook uit het feit dat de onderliggende adviezen van de dienst Domeinbeheer niet in overeenstemming zijn met hetgeen de SG kennelijk voor ogen stond, en uit de positie die de Minister van Vromi inneemt zoals neergelegd in zijn waarschuwingsbrief aan de SG van 5 augustus 2020 en zijn afwijzing van het verzoek van Alegria van 6 oktober 2020. Dat eerdere ministers niet op voorhand afwijzend – of zelfs welwillend – stonden tegenover de plannen van Alegria, impliceert geen toezegging of gebondenheid. In de brief van 6 maart 2020 genoemd onder 3 e) wordt bovendien een uitdrukkelijk voorbehoud gemaakt wat betreft het koraal, dat volgens het Land een onderwerp van zorg is gebleven. Ook gelet op de aard en omvang van de van het Land verlangde rechtshandeling – de uitgifte in erfpacht voor een periode van zestig jaar van een relatief groot (13.525 m²) perceel openbaar water – en de daarmee samenhangende milieuaspecten, had Alegria er in redelijkheid niet op mogen vertrouwen dat de e-mail van mr. Landsadvocaat van 5 mei 2020 in de plaats kwam van, of het Land verplichtte tot, een door de Minister getekend besluit tot uitgifte op grond van de Landsverordening op de uitgifte in erfpacht van gronden. Er is onvoldoende gebleken van feiten en omstandigheden die voor risico van het Land komen en waaruit naar verkeersopvattingen de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid van mr. Landsadvocaat kan worden afgeleid. In het bijzonder de 3 c) en 3 f) aangehaalde brieven van de Minister, de bemoeienissen van de SG en de omstandigheid dat het Land (het kantoor van) mr. Landsadvocaat heeft ingeschakeld voor (ook) het eerste kort geding, zijn, in het licht van de overige omstandigheden en de wettelijk vastgelegde bevoegdheden, onvoldoende om een zodanige schijn aan te nemen.”

Alegria heeft na de beslissing in hoger beroep op dit punt niets aangevoerd dat tot een ander oordeel moet leiden. Het Gerecht neemt het oordeel van het Hof dan ook over.

Slotsom

Het voorgaande leidt tot het oordeel dat Alegria niet heeft bewezen dat er een vaststellingsovereenkomst tussen het Land en Alegria tot stand is gekomen, dat de landsadvocaat geen toereikende volmacht van het Land had en dat Alegria niet op de schijn van volmachtverlening door het Land mocht afgaan. De primaire vorderingen tegen het Land moeten daarom worden afgewezen.Proceskosten

Alegria zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten. Deze proceskosten bedragen aan de zijde van het Land Cg 12.000 (2 punten x tarief 11) aan salaris voor de gemachtigde van het Land.De vordering tegen Gedaagde

Alegria stelt dat Gedaagde een op hem rustende gedragsnorm heeft geschonden, doordat hij willens en wetens de uitvoering door het Land van de vastellingsovereenkomst heeft gefrustreerd en tegen beter weten in het besluit tot afwijzing van het verzoek van Alegria als Lar-appellabele beschikking heeft ingekleed. Gedaagde heeft daardoor bovendien gehandeld in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het vertrouwensbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. Deze bewuste handelingen zijn dusdanig ernstig dat Gedaagde daardoor persoonlijk aansprakelijk is voor de alle door Algeria geleden schade uit hoofde van onrechtmatige daad, aldus Alegria.

Het enkele feit dat Gedaagde in 2020 het verzoek van Alegria heeft afgewezen, is onvoldoende om te kunnen spreken van een ernstig persoonlijk verwijt. Een minister heeft een eigen verantwoordelijkheid om namens het Land alle betrokken belangen af te wegen en aan de hand daarvan besluiten te nemen. Alegria stelt dat de minister het algemeen belang moet dienen. Dat is juist. In dat kader heeft de minister het maatschappelijke belang van mogelijke schade aan de natuur afgewogen tegen het commerciële belang van Alegria. Dat die afweging in dit geval in het nadeel van Alegria is uitgevallen, maakt nog niet dat Gedaagde door zijn weigering mee te werken aan de erfpacht-uitgifte daarvan een ernstig persoonlijk verwijt valt te maken. Gedaagde heeft destijds gebruikgemaakt van zijn beleidsvrijheid als minister. Mede gelet op het hiervoor in dit vonnis onder 2.2 t/m 2.8 geschetste verloop van de aanvraag en de verschillende reacties daarop en adviezen daarover, heeft Gedaagde met de afwijzing de grenzen van zijn beleidsvrijheid allerminst overschreden. Een minister moet de vrijheid hebben om aan de hand van nieuwe inzichten beleid te wijzigen, ook als dat betekent dat daarmee bestaande afspraken met derden worden geschonden. Dat maakt het Land mogelijk aansprakelijk, maar leidt niet tot een persoonlijke aansprakelijkheid van de minister.Alegria zal teleurgesteld zijn in haar verwachtingen, omdat eerdere ministers onder voorwaarden positief stonden tegenover de uitgifte van het perceel, maar dat betekent niet dat Gedaagde “tegen beter weten in” zijn goedkeuring heeft geweigerd.De vordering tegen Gedaagde zal daarom ook worden afgewezen.Proceskosten

Alegria zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten. Deze proceskosten bedragen aan de zijde van Gedaagde Cg 12.000 (2 punten x tarief 11) aan salaris voor de gemachtigde van Gedaagde.

5. De beslissing

Het Gerecht:

in de zaak Alegria/het Land:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt Alegria tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van het Land tot op heden begroot op Cg 12.000,-, te vermeerderen met de nakosten van Cg 250,- zonder betekening en Cg 400,- na betekening van dit vonnis, en bij niet betaling te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 september 2026 tot aan de dag van algehele voldoening;

verklaart onderdeel 5.2. van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

in de zaak Alegria/Gedaagde:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt Alegria tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Gedaagde, tot op heden begroot op Cg 12.000;

verklaart onderdeel 5.5. van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

in de zaken Alegria tegen de gedaagden 3 tot en met 7:

verwijst deze zaken naar de rolzitting van 13 oktober 2026 voor conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 september 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L.J. Saarloos

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand