ECLI:NL:OGEAM:2026:134

ECLI:NL:OGEAM:2026:134

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak 29-09-2026
Datum publicatie 05-10-2026
Zaaknummer SXM202500873
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Eigenaar wel ontvankelijk, beheerder niet. Toepassing Landsverordening uitgifte in erfpacht Sint Maarten; eigenaar moet kabels en transformatorhuis dulden.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: SXM202500873

Vonnis van: 29 september 2026

in de zaak van

1. de rechtspersoon naar het recht van de Marshall Islands DBMP LLC,

gevestigd in Majuro,

eiseres,

gemachtigde: voorheen dhr. R.E. Duncan, nu zonder gemachtigde

en

2. 2. de rechtspersoon naar het recht van Nevis ELECTRUM GROUP LLC,

gevestigd in Nevis,

eiseres,

gemachtigde: voorheen dhr. R.E. Duncan, nu zonder gemachtigde,

tegen

de naamloze vennootschap GEMEENSCHAPPELIJK

ELEKTRICITEITSBEDRIJF BOVENWINDSE EILANDEN GEBE N.V.,

gevestigd in Sint Maarten,

gedaagde,

gemachtigde: mr. Z.J.A. Bary.

Partijen zullen hierna DBMP en GEBE worden genoemd.

De zaak in het kort

Aan het pand van DBMP is een transformatorhuis van GEBE gebouwd en er lopen leidingen door de grond van het perceel van DBMP. Het Gerecht wijst de vordering tot verwijdering daarvan af. DBMP moet een en ander dulden, maar GEBE moet de huidige situatie wel op korte termijn aanpassen.

The case in brief

At the building of DBMP a GEBE transformer station has been built, and utility lines run through the ground on DBMP’s lot. The Court dismisses the claim for their removal. DBMP must tolerate this situation, but GEBE must remedy the current situation in the near future.

1. De procedure

Het proceshandelingen in het dossier bestaan uit:

het verzoekschrift met producties, dat op 15 augustus 2025 is ingediend;

de conclusie van antwoord met producties van 18 november 2025, tevens eis in reconventie;

de mondelinge behandeling op 26 maart 2026;

de descente op 23 april 2026;

de rolbeslissing van 12 mei 2026, waarbij DBMP in de gelegenheid is gesteld om haar stellingen nader te onderbouwen;

de akte van 9 juni 2026 van DBMP, met bijbehorende producties en toelichting;

de antwoord-akte van 18 augustus 2026 van GEBE.

De datum van het vonnis is bepaald op vandaag.

2. De feiten

[eerste erfpachter] heeft bij notariële akte van 23 januari 1990 het recht van erfpacht verkregen op een perceel grond te Simpson Bay, meetbrief SXM 388/1989.

[eerste erfpachter] heeft op 31 december 1991 aan GEBE toestemming gegeven om een transformatorhuis op het perceel te bouwen. Dit transformatorhuis is in 2006 verplaatst van vooraan de weg (Welfare Road), naar achter het gebouw op perceel SXM 388/1989.

De National Bank of Anguilla heeft op een openbare veiling ten overstaan van notaris H. Parisius op 18 april 2012 de rechten van erfpacht op twee percelen grond, gelegen te Simpson Bay, beschreven in meetbrieven SXM 388/1989 (land) en SXM 281/2005 (water in de Simpson Bay Lagoon) (hierna tezamen: het perceel), gekocht. De bank heeft de rechten bij akte van 11 juni 2012 geleverd gekregen.

Het Land Sint Maarten heeft bij beschikking van 20 februari 2017 toestemming verleend voor de overdracht van de rechten van erfpacht aan DBMP.

DBMP heeft de rechten van erfpacht gekocht voor USD 1.100.000,-. Bij notariële akte van 4 mei 2017 zijn de rechten van erfpacht overgedragen aan DBMP.

3. Het geschil

DBMP eist, uitvoerbaar bij voorraad:

GEBE te bevelen om, binnen twee (2) weken na de uitspraak alle installaties, kabels, equipement, bestanddelen en bijbehoren van de onroerende zaak van eisers te verwijderen, op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom ad Cg 10.000,= per dag of gedeelte van een dag dat GEBE in gebreke blijft aan dat bevel te voldoen;

GEBE te veroordelen om aan eisers te betalen de door hen, afzonderlijk en gezamenlijk, geleden en te lijden schade op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

GEBE verder te veroordelen om aan eisers te betalen de buitengerechtelijke (incasso) kosten vast te stelten ex aequo et bono, althans conform het vigerende procesreglement;

Kosten en rente rechtens.

DBMP baseert de eis op het volgende. Korte tijd na inbezitneming van de percelen is het DBMP gebleken dat GEBE in een ruimte in de benedenverdieping van het gebouw van DBMP elektrische equipment en kabels had geïnstalleerd en gebruikte. De kabels lopen vanaf die installatie via het terrein van DBMP naar verschillende gebouwen en locaties in de buurt om deze van elektriciteit te voorzien. Aan DBMP zelf wordt geen elektriciteit geleverd. DBMP wordt in haar eigendomsrechten gestoord en gehinderd door deze inbreuken van GEBE. GEBE

handelt daarom onrechtmatig en is aansprakelijk voor de door DBMP geleden en te

lijden schade.

GEBE verrijkt zich daarbij ongerechtvaardigd door het winstgevend commercieel gebruik van een zaak van DBMP, terwijl zij weigert daarvoor een vergoeding te betalen. GEBE is ook deze grond schadeplichtig.

De door DBMP geleden en te lijden schade kan thans niet eenvoudig worden geschat of geheel worden vastgesteld.

GEBE is het niet eens met de eis en heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Daarnaast heeft GEBE een tegenvordering ingesteld.

GEBE vordert in reconventie:

1. Voor recht te verklaren dat GEBE sedert 1991 een rechtmatig gebruiksrecht c.q. toegangsrecht en/of beheersrecht heeft op het op meetbrief #388/1989 staande transformatorhuis en de daaraan verbonden nutsinstallaties;

2. Voor recht te verklaren dat DBMP verplicht is dit gebruiksrecht c.q. toegangsrecht en/of beheersrecht van GEBE te gedogen en haar toegang te verschaffen tot het perceel voor installatie-, onderhouds- en herstel- werkzaamheden voor haarzelf of anderen die opdracht van GEBE werkzaam zijn;

3. DBMP en Electrum te veroordelen om GEBE, haar werknemers, technici en door GEBE ingeschakelde derden onmiddellijk en onbelemmerd toegang te verlenen tot het transformatorhuis en alle bijbehorende installaties op het perceel, op werkdagen, weekenden, feestdagen en/of alle tijden die noodzakelijk zijn voor onderhoud, inspectie of herstel op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom ad Cg 10.000 per dag of gedeelte van een dag dat DBMP en Electrum (tezamen of afzonderlijk) in gebreke blijven aan dit bevel te voldoen;

4. DBMP en Electrum, gezamenlijk en/of afzonderlijk, zelf of via opdracht aan een derde(n), te verbieden het transformatorhuis te verwijderen, te beschadigen of te doen verwijderen, toegang van GEBE of haar aannemers te belemmeren, enige fysieke blokkade, afsluiting, hekwerk, obstakel of handeling te plaatsen c.q. verrichten die de toegang voor/van GEBE belemmert op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van Cg 10.000 per dag of gedeelte van een dag dat DBMP en Electrum (tezamen of afzonderlijk) in strijd met het verbod handelt;

5. DBMP te veroordelen tot het aan GEBE betalen van de schade van GEBE naar redelijkheid en billijkheid en nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

6. DBMP in de kosten van dit geding te veroordelen.

GEBE voert daartoe het volgende aan. Gebe levert stroom aan omwonenden in de buurt. Een verstoring van de toegang van GEBE door DBMP, of verwijdering van het transformatorhuis c.q. de kabels van het transformatorhuis door DBMP of mensen die op haar instructies handelen moet vermeden worden.

Art 12 Landsverordening op de uitgifte in erfpacht van gronden toebehorende aan Sint Maarten verplicht de erfpachter tot gedogen van nutsvoorzieningen. Gelet op de (proces)houding van DBMP is een rechterlijk bevel niet alleen mogelijk, maar nodig.

GEBE heeft ook schade die nog niet volledig is of kan worden beraamd door het

blootstellen van de kabels van GEBE. DBMP is voor de geleden schade en nog te

lijden schade aansprakelijk en zij dient daarvoor veroordeeld te worden. DBMP is

aansprakelijk op grond van onrechtmatige daad, hinder en/of overlast.

Bij de beoordeling zal het Gerecht op de stellingen van partijen nader ingaan, voor zover van belang.

4. De beoordeling in conventie en in reconventie

De positie van eisende partij Electrum

GEBE heeft als verweer aangevoerd dat Electrum ter plaatse optreedt als beheerder voor DBMP en dat daarom de vraag is op welke grondslag Electrum haar vorderingen tegen GEBE heeft ingesteld. Hierop heeft DBMP in haar latere proceshandelingen niet meer gereageerd. Ook voor het Gerecht is op deze wijze niet duidelijk geworden met welk recht Electrum haar vorderingen heeft ingesteld. Als beheerder kan zij immers geen vorderingen instellen, die aan de eigenaar (DBMP) zijn voorbehouden. De conclusie moet zijn dat Electrum niet-ontvankelijk is in de ingestelde vorderingen.De positie van GEBE

DBMP heeft ter zitting aangevoerd dat GEBE een private partij is. Dat is juist, maar de gemachtigde van GEBE heeft evenzeer met juistheid aangevoerd dat GEBE geen gewone partij is, maar één die een publieke taak uitoefent. Dat maakt haar positie anders. De taak van GEBE is om te zorgen voor elektra en water voor de burgers en bedrijven in Sint Maarten. Daartoe dient GEBE installaties aan te leggen en te onderhouden. De vorderingen over en weer zullen daarom tegen die achtergrond worden beoordeeld.De situatie ter plaatse op dit moment

Het Gerecht heeft ter plaatse op 23 april 2026 een dramatische situatie aangetroffen, waar kennelijk in de tussenliggende tijd tot vandaag weinig verandering in is gekomen. DBMP eist van GEBE verwijdering van de blootliggende kabels, maar GEBE weigert dat te doen, omdat zij DBMP verwijt de kabels te hebben verlegd en DBMP het dan ook zelf moet herstellen. Nog daargelaten dat DBMP stelt dat er ook een hoogspanningskabel bloot ligt, is de situatie daar op dit moment ronduit gevaarlijk. Naar het oordeel van het Gerecht moet daar zo snel mogelijk een oplossing voor komenDe bepalingen uit de leveringsakte en de wettelijke bepalingen

In de notariële akte van levering van 4 mei 2017 van het perceel aan DBMP wordt onder meer het volgende vermeld:

“4. The Property shall be accepted in its present state. Buyer acknowledges that Seller can not guarantee that the Property -is vacant and/or free from lease agreements or other rights of use by third parties. (…) 9. Buyer is aware that the septic tank has been constructed on an adjacent land currently registered in the name of Country Sint Maarten. (…) 10. The right of long lease sold and transferred herewith is subject to the following leasehold conditions, to which reference was made in said notarial record of auction (C-281-2): (…) This granting of long lease is further effected under the general conditions for granting on long lease of land belonging to the Island Territory of the Windward Islands, stipulated in the "Eilandsverordening op de uitgifte in erfpacht van gronden toebehorende aan het Eilandgebied de Bovenwindse Eilanden" (…) Permission to transfer The appearers, acting as aforementioned, declared that permission for the present transfer of the long lease right has been granted by "the Minister of VROMI" of Sint Maarten (…) in which decree has been stated that the permission was granted under certain conditions, amongst which the following conditions, which read in the Dutch language as follows: (…) e. De nieuwe erfpachter dient zich in de akte van overdracht uitdrukkelijk akkoord te verklaren met de voorwaarden en bepalingen gesteld in de voorafgegane notariele akten van uitgifte en overdracht, (…) de "Landsverordening op de uitgifte in erfpacht van gronden toebehorende aan Sint Maarten" (AB 2014, GT no 17).”

De hiervoor bedoelde Landsverordening luidt, voor zover in deze procedure relevant, als volgt:

Artikel 12 1. De erfpachter moet gedogen, dat op, in, aan, of boven de in erfpacht uitgegeven grond en de daarop gestelde opstallen zoveel en zodanige palen, buizen, kabels, draden, isolatoren, rozetten en pijpstellingen in verband met geleidingen voor water, elektriciteit of andere openbare bedrijven aangebracht en onderhouden worden, als de minister nodig acht. De plaats waar en de wijze waarop die voorwerpen aangebracht worden, wordt door of vanwege de minister in overleg met de erfpachter bepaald. 2 . Ten behoeve van het aanbrengen en het onderhoud van de in het eerste lid bedoelde voorwerpen zal de erfpachter te allen tijde toegang tot de in erfpacht uitgegeven grond moeten verlenen aan de hiertoe door de minister aangewezen personen.

Het transformatorhuis, de elektrische installaties en de kabels

De hiervoor onder 4.4 en 4.5 geciteerde bepalingen zijn van belang in verband met het geschil tussen partijen over de aanwezigheid van het transformatorhuis, de installaties daarin en de aanwezige kabels in de grond.

Het Gerecht is allereerst van oordeel dat GEBE voldoende heeft aangetoond dat [eerste erfpachter] als erfpachter en voorganger van de Anguilla Bank (en later DBMP) in 1991 aan GEBE toestemming heeft verleend om op het perceel een transformatorhuis te bouwen. Het feit dat op de toestemmingsverklaring van 31 december 1991 het adres “[adres]” wordt vermeld, kan daaraan niet afdoen, omdat in dezelfde verklaring wordt verwezen naar “meetbriefnummer 388/ … “ en het destijds tussen partijen duidelijk was, dat daarmee het huidige perceel 388/1989 werd bedoeld. Ook heeft GEBE voldoende aangetoond dat dat transformatorhuis eerst vooraan de weg was geplaatst, maar in overleg met de erfpachter [eerste erfpachter] in 2006 is verplaatst naar de achterzijde van het nu bestaande gebouw. Dat betekent dat door de Anguilla Bank aan DBMP het perceel en gebouw is geleverd, inclusief het transformatorhuis, waarvoor GEBE toestemming had om het te gebruiken. En dat betekent ook dat DBMP het gebruik door GEBE moet respecteren.

Hetzelfde geldt voor de installaties en kabels van GEBE, die in 2017 aanwezig waren, toen DBMP het perceel kocht.

Bij rolbeslissing van 12 mei 2026 is aan DBMP de gelegenheid gegeven om een aantal van haar stellingen nader te onderbouwen. Terecht merkt GEBE op dat op DBMP de bewijslast rust van haar stellingen. In dat kader heeft GEBE in haar laatste akte er vooral op gewezen dat dat bewijs niet is geleverd, onder meer, omdat niet met zekerheid is vast te stellen wanneer overgelegde foto’s zijn genomen. GEBE miskent hiermee echter, dat er geen bewijs aan DBMP is opgedragen, maar haar ‘slechts’ de gelegenheid is gegeven om haar stellingen te onderbouwen. Dat heeft DBMP uitvoerig gedaan door het in geding brengen van haar producties SV-01 tot en met SV-28, voorzien van foto’s en begeleidende toelichting. GEBE kon als reactie daarop niet volstaan met haar standpunt dat het bewijs niet is geleverd; GEBE had de stellingen gemotiveerd moeten betwisten. Dat heeft zij niet gedaan.

Op grond van de inhoud van de akte van 9 juni 2026 van DBMP en met name de daaraan gehechte producties staat voor het Gerecht vast:- dat er in 2022 nog beton lag op het terrein van DBMP (perceel 388/1989) en over het “Drainage terrain” van het Land- dat de aanwezige septictanks zich onder dat beton bevinden- dat DBMP bezig is geweest om toestemming van het Land te krijgen het beton te verwijderen, maar die uitdrukkelijke toestemming niet is verkregen. DBMP heeft in januari 2023 aangezegd met de werkzaamheden te zullen beginnen- dat de “demolition”-werkzaamheden op 18 april 2023 zijn begonnen, waarbij eerst het betonnen muurtje op het terrein van het Land is verwijderd- dat bij verdere werkzaamheden op 18 december 2023 kabels van GEBE in de grond werden aangetroffen, aan de gebouwzijde, aan de oostzijde langs de septictanks en vlak onder de betonnen laag (foto SV-20 nummer 1):DBMP heeft algemene informatie overgelegd over het risico van drijvende septictanks en foto’s van nieuwe plastic septictanks, die op het perceel op 14 november 2024 zijn gaan drijven. DBMP heeft onvoldoende onderbouwd wanneer de zwarte septic tank aan de achterzijde is gaan drijven. Dat kan echter verder in het midden blijven, gelet op de overige vaststellingen.

Het Gerecht verwerpt de stelling van GEBE dat haar kabels voorafgaande aan de sloopwerkzaamheden aan de oostzijde van de septictanks waren gelegen. Uit de foto’s blijkt het tegendeel. Ook blijkt niet dat DBMP de kabels heeft verlegd in verband met de plaatsing van septictanks. Alleen al uit de hiervoor in dit vonnis opgenomen foto volgt dat de kabels langs het gebouw aan de westzijde van de septictanks waren gelegen, in ieder geval aan de achterzijde van het gebouw, binnen de kadastrale grens van perceel 388/1989.Waar leidt dit alles toe?

De vordering van DBMP tot verwijdering van de installaties is niet toewijsbaar. Zoals hiervoor overwogen, zal DBMP deze installaties moeten dulden in het kader van de elektriciteitslevering. Het Gerecht zal echter wel een minder vergaande veroordeling uitspreken. GEBE zal worden verplicht tot aanpassing van de loop van de huidige kabels op een zorgvuldige en verantwoorde wijze volgens de daarvoor geldende normen. Aan GEBE wordt overgelaten of zij dit wil doen binnen de huidige ligging, dus in de grond van DBMP, wat DBMP zal moeten toestaan. Een andere mogelijkheid is dat GEBE de kabels zal omleggen, vanaf het transformatorhuis oostwaarts en dan met een hoek van 90 graden in de richting van de Welfare Road, indien het Land daarmee akkoord gaat. Overigens begrijpt het Gerecht dat DBMP aan het Land heeft verzocht dat terrein te mogen kopen. Misschien dat een en ander in een driepartijenoverleg aan de orde zou kunnen komen.

Op grond van artikel 12 van de hiervoor in dit vonnis aangehaalde Landsverordening zal DBMP hebben te dulden dat GEBE onderhoud pleegt aan de installaties. In zoverre zijn de vorderingen in reconventie toewijsbaar. De veroordeling op dit punt zal enigszins worden aangepast, omdat door GEBE ook de rechten van DBMP als eigenaar zullen moeten worden gerespecteerd. Regulier onderhoud zal daarom alleen plaatsvinden op een redelijke termijn na voorafgaande aankondiging daarvan aan DBMP.

Voor toewijzing van onderdeel 4. van de vordering in reconventie naast onderdeel 3 ziet het Gerecht geen aanleiding.

De vorderingen van DBMP en GEBE tot verwijzing naar de schadestaatprocedure zullen worden afgewezen, omdat bij de stand van zaken op dit moment niet duidelijk is of er enige schade is geleden door een van beide partijen die op de ander verhaald zou kunnen worden.

Voor de toewijzing van de gevorderde dwangsommen over en weer bestaat wel aanleiding, gelet op de opstelling van beide partijen tegenover elkaar. Het Gerecht spreekt echter de hoop uit dat de veroordelingen over en weer ertoe zullen leiden dat partijen op zeer korte termijn met elkaar om tafel gaan om te bespreken op welke wijze van beide kanten uitvoering gegeven kan en zal worden aan deze veroordelingen. Extra overweging van het Gerecht

Tijdens de comparitie van partijen op 26 maart 2026 en de descente op 23 april 2026 heeft DBMP aan de orde gesteld dat GEBE haar had afgesloten van het elektriciteitsnet. GEBE heeft dat erkend. DBMP heeft verder aangetoond dat zij een positief saldo heeft, dus dat de afsluiting niet te maken kan hebben met een achterstand in de betalingen. GEBE heeft het getoonde positieve saldo niet betwist. GEBE heeft gelijk dat door DBMP in deze procedure geen vordering is ingesteld tot heraansluiting. Het Gerecht kan daarover dan ook geen beslissing nemen. De reden van de afsluiting lijkt het instellen van de vorderingen door DBMP in deze procedure te zijn, maar daarover is het debat nog niet verder gevoerd. Om een mogelijk kort geding op dit onderdeel te voorkomen (en om de gemoederen tussen partijen niet verder te laten oplopen) doet het Gerecht GEBE uitdrukkelijk de suggestie om in ieder geval voorlopig DBMP weer aan te sluiten.Proceskosten

Partijen zijn over en weer in het ongelijk gesteld. Daarin ziet het Gerecht aanleiding op de proceskosten in conventie en reconventie te compenseren. Er is ook geen grond voor toewijzing van gevorderde buitengerechtelijke kosten.Vonnis uitvoerbaar bij voorraad

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan het Hof in hoger beroep vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

5. De beslissing

Het Gerecht:

in conventie

verklaart Electrum niet-ontvankelijk in haar vorderingen;

beveelt GEBE om binnen vier weken na vandaag een begin te maken met de aanpassing van de loop van de huidige kabels op een zorgvuldige en verantwoorde wijze volgens de daarvoor geldende normen, op verbeurte van een dwangsom van USD 1.000 per dag of gedeelte van een dag dat GEBE in gebreke blijft aan dat bevel te voldoen;

verklaart onderdeel 5.2. van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af wat meer of anders is gevorderd;

in reconventie

verklaart voor recht dat GEBE sinds 1991 een rechtmatig gebruiksrecht, toegangsrecht en beheersrecht heeft op het op meetbrief #388/1989 staande transformatorhuis en de daaraan verbonden nutsinstallaties;

beveelt DBMP en Electrum om GEBE, haar werknemers, technici en door GEBE ingeschakelde derden na voorafgaande aankondiging op redelijke termijn toegang te verlenen tot het transformatorhuis en alle bijbehorende installaties op het perceel, noodzakelijk voor onderhoud, inspectie of herstel, op verbeurte van een dwangsom van USD 1.000 per dag of gedeelte van een dag dat DBMP en Electrum (tezamen of afzonderlijk) in gebreke blijven aan dit bevel te voldoen;

verklaart onderdeel 5.6. van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af wat meer of anders is gevorderd;

in conventie en in reconventie

compenseert de proceskosten; iedere partij draagt de eigen kosten.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 september 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L.J. Saarloos

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand