ECLI:NL:OGEAM:2026:46

ECLI:NL:OGEAM:2026:46

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak 17-03-2026
Datum publicatie 30-03-2026
Zaaknummer SXM202500771
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Verzetzaak. Eisende partij door GEA Sint Maarten niet-ontvankelijk verklaard. In hoger beroep veroordeelt Hof gedaagden alsnog. Gedaagde stelt verzet in bij GEA: niet-ontvankelijk.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: SXM202500771

Vonnisdatum: 17 maart 2026

in de zaak van

1. DE GEZAMENLIJKE ERFGENAMEN VAN [ERFLAATSTER]:

2. [naam 4],

- [naam 1],

- [naam 2],

- [naam 3],

allen wonende in Trinidad en Tobago,

opposanten,

gemachtigde: mr. J.G. Bloem

tegen

de naamloze vennootschap ALEGRIA OPERATIONS N.V.,

gevestigd in Sint Maarten,

geopposeerde,

gemachtigde: mr. E.F. Keuning.

Partijen zullen hierna [opposant] en Alegria worden genoemd.

1. Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit:

het inleidend verzoekschrift met producties, op 8 juli 2025 ter griffie ingediend;

de conclusie van antwoord van 14 oktober 2025.

De mondelinge behandeling heeft op 19 februari 2026 plaatsgevonden in aanwezigheid van [naam 2] en [naam 1] en de twee gemachtigden. Allen namen on-line deel aan de mondelinge behandeling. Ter zitting is ook verschenen mr. L. Peterson, namens opposanten. Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben de gemachtigden van partijen hun wederzijdse standpunten (nader) uiteengezet, mr. Bloem en mr. Peterson aan de hand van door hen overgelegde pleitaantekeningen.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2. De feiten

Alegria heeft op 24 april 2018 verlof gevraagd en verkregen tot het leggen van conservatoir beslag op een appartementsrecht van [erflaatster]. Op 30 mei 2018 heeft Alegria de eis in de hoofdzaak ingesteld.

Tijdens de rolzitting van 16 oktober 2018 is gebleken dat [erflaatster] op 8 februari 2018 is overleden. Daarbij is een overlijdenscertificaat van Trinidad en Tobago overgelegd. In een e-mail van 16 oktober 2018 heeft de rolrechter op grond artikel 185 Rv het rechtsgeding geschorst en op grond van artikel 187 Rv aan mr. Keuning verzocht hem de namen op te geven op wier naam het geding kan worden hervat.

In haar akte van 11 december 2018 heeft Alegria te kennen gegeven niet te beschikken over de namen en adressen van de erfgenamen en daarom het geding te willen hervatten tegen 'de gezamenlijke erfgenamen van gedaagde'.

In zijn e-mail van 11 december 2018 heeft de rolrechter meegedeeld dat het aan Alegria - als belanghebbende in de zin van artikel 187 Rv - is om het Gerecht bekend te maken met (de NAW-gegevens van) de erfgenamen.

In de akte d.d. 10 december 2019 heeft Alegria laten weten in afwachting te zijn van informatie van de Probate Court in Trinidad omtrent de erfgenamen.

Het Gerecht heeft op 7 maart 2023 een rolbeslissing genomen, waarin het volgende is overwogen: “Alegria had voorafgaand aan het indienen van het initiële verzoek informatie kunnen inwinnen bij het bevolkingsregister van Trinidad en Tobago. Indien zij dat zou hebben gedaan, zou van het overlijden van [erflaatster] zijn gebleken en had Alegria reeds dan onderzoek kunnen doen naar de erfgenaam/erfgenamen van [erflaatster] om vervolgens die in rechte te betrekken. Door dit na te laten is een niet meer bestaande procespartij in rechte betrokken, hetgeen tot niet-ontvankelijkheid van Alegria heeft te leiden. De nagelaten betrekkingen van [erflaatster] hebben tot op de dag van vandaag geen verzoek tot schorsing ingediend. Mocht artikel 185 Rv toch van toepassing zijn, dan dient daarom het geding op naam van wijlen [erflaatster] te worden voortgezet (artikel 185, tweede lid, laatste volzin).”

Bij akte van 18 april 2023 heeft Alegria verzocht: primair: de procedure te hervatten en door te procederen op naam van wijlen [erflaatster]; subsidiair: haar zus [naam 2] aan te wijzen als belanghebbende met opdracht tot het verstrekken van de informatie als bedoeld in artikel 187 Rv.

Het Gerecht heeft bij vonnis van 16 mei 2023 een eindbeslissing genomen. Die beslissing luidde dat Alegria niet-ontvankelijk werd verklaard in haar vordering.

Alegria heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van dit Gerecht. [opposant] is in deze procedure bij het Gemeenschappelijk Hof niet verschenen. Bij vonnis van 19 maart 2025 heeft het Gemeenschappelijk Hof het vonnis van het Gerecht vernietigd en de erven [opposant] en [naam 4] veroordeeld tot betaling van verschillende bedragen.

Op enig moment heeft [opposant] verzet ingesteld tegen het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof.

3. Het geschil

opposant] vordert om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: 1. Opposanten als goede opposanten te verklaren; en

2. De bestreden uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van 19 maart 2025 met registratienummers SXM 201800743 en SXM 2023H00065, en het vonnis van het Gerecht in Eerste Aanleg van Sint Maarten van 16 mei 2023, te vernietigen en opnieuw rechtdoende de vorderingen van geopposeerde af te wijzen, met de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad van geopposeerde in de kosten van opposanten, inclusief de nakosten-advocaten.

opposant] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Zekerheidshalve, en wel voor het geval dat opposanten procedureel om ontvangen te worden in hun verzet tegen de uitspraak van het Hof, mede verzet dienen aan te tekenen tegen het vonnis van het Gerecht in Eerste Aanleg, wordt dit verzet hierbij aangetekend. Dit voorwaardelijk verzet beoogt ook de mogelijke situatie te dekken waarin het verzet zich behoort te richten tegen vonnissen in eerste aanleg als het Hof zich vervolgens ook in dezelfde zaak gebogen heeft en uitspraak deed.

Voor wat betreft de juridische beoordeling maakt het weinig verschil of het verzet zich richt tegen de uitspraak van het Hof dan wel het vonnis van het Gerecht in Eerste Aanleg. Het beoordelingskader van beide instanties is in deze zaak gelijk, nu opposanten in geen van beide instanties zijn verschenen.

Alegria heeft het volgende tot verweer gevoerd. [opposant] dient niet-ontvankelijk te worden verklaard. Allereerst, omdat de verzettermijn is overschreden en ook, omdat het niet mogelijk is om verzet bij het Gerecht in te stellen.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

De ontvankelijkheid van de vordering

De gemachtigde van [opposant] heeft tijdens zijn pleidooi bij gelegenheid van de mondelinge behandeling uitvoerig betoogd dat niet zozeer de eerste uitspraak van het Gerecht, maar met name het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof onjuist is. Hij heeft hiertoe onder meer verwezen naar rechtspraak van de Hoge Raad over het geval waarin de eerste rechter zich ten onrechte onbevoegd heeft verklaard en naar de onjuiste toepassing van het Procesreglement.

Wat hier verder ook van zij, de door [opposant] nu bij het Gerecht ingestelde vordering kan niet slagen. Toewijzing van de vordering zou immers betekenen dat de lagere rechter een beslissing van een hogere rechter vernietigt.

Daarnaast geldt dat uitsluitend verzet kan worden ingesteld tegen een verstekvonnis en [opposant] is door het Gerecht niet bij verstek veroordeeld. De enige mogelijkheid om het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof aan te tasten, was in dit geval het instellen van cassatie. Het beroep op het doorbreken van het rechtsmiddelenverbod had [opposant] bij de Hoge Raad moeten doen.

Het voorgaande betekent dat [opposant] niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Het overige dat partijen inhoudelijk naar voren hebben gebracht, kan daarom onbesproken blijven.

proceskosten

opposant] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van Alegria tot op heden begroot op Cg 2.500,- (2,0 punten x tarief 4: Cg 1.250,-).

5. De beslissing

Het Gerecht:

verklaart [opposant] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt [opposant] in de proceskosten, aan de zijde van Alegria tot op heden begroot op Cg 2.500,- te vermeerderen met de nakosten van Cg 250,- zonder betekening en Cg 400,- na betekening van dit vonnis, en bij niet betaling te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 april 2026 tot aan de dag van algehele voldoening;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos, rechter, bijgestaan door M.J. Schutjes, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L.J. Saarloos

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?