ECLI:NL:OGHACMB:2022:297

ECLI:NL:OGHACMB:2022:297

Instantie Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 22-02-2022
Datum publicatie 02-02-2026
Zaaknummer CUR2020H00415
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Curaçao. Wegenverkeersverordening Curaçao artt. 43, 44 lid 1 en 73. Bij verlaten rotonde geen voorrang gegeven aan degene die op rotonde bleef rijden. Aansprakelijkheid schade aanrijding.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2022

Registratienummer: CUR201902117 – CUR2020H00415

Uitspraak: 22 februari 2022

VONNIS

[APPELLANT],

wonende in Curaçao,

oorspronkelijk eiser,

thans appellant,

gemachtigde: oorspronkelijk mr. A.V.G. Rooijer, thans mr. B.L. Lie Atjam,

tegen

de naamloze vennootschap SEGUROS BROUWER N.V.,

gevestigd in Curaçao,

oorspronkelijk gedaagde,

thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. R.M.L. Conquet.

De partijen worden hierna [Appellant] en Seguros Brouwer genoemd.

1. Het verloop van de procedure

Voor het procesverloop in eerste aanleg wordt verwezen naar het tussen partijen gewezen en op 16 november 2020 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (verder: het Gerecht). Bij akte van hoger beroep, ingediend ter griffie op 22 december 2020 is [Appellant] in hoger beroep gekomen van voormeld vonnis.

Op 2 februari 2021 heeft [Appellant] via e-mail en op 3 februari 2021 ter griffie een memorie van grieven met producties ingediend waarbij een grief is voorgedragen en toegelicht. [Appellant] heeft in de memorie toestemming verzocht om kosteloos te procederen en geconcludeerd dat het Hof bij vonnis voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad Seguros Brouwer zal veroordelen tot betaling van NAf 4.826,22 aan schadevergoeding voor de reparatie van de auto met kenteken T 71-76, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag van indiening van het inleidend verzoekschrift tot aan de algehele voldoening, op straffe van een dwangsom tot een maximum van NAf 20.000,-, met veroordeling van Seguros Brouwer in de proceskosten van beide instanties.

Bij op 5 april 2021 per e-mail en op 2 juni 2021 ter griffie ingediende memorie van antwoord heeft Seguros Brouwer de grief bestreden. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het bestreden vonnis zal bevestigen al dan niet onder verbetering en/of aanvulling van de gronden waarop het is gewezen, met veroordeling van [Appellant] in proceskosten van beide instanties waaronder tevens begrepen het salaris van de gemachtigde, uitvoerbaar bij voorraad.

Op de nader voor pleidooi bepaalde dag hebben partijen een pleitnota ingediend.

Vonnis is gevraagd en bepaald op heden.

2. De feiten

Het GEA heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.6 vaststaande feiten vermeld. Tegen de juistheid van deze feiten is niet gegriefd. Het Hof zal dan ook van dezelfde feiten uitgaan.

Op 14 oktober 2016 heeft op de Plasa Hariri (hierna: de rotonde) een aanrijding plaatsgevonden tussen het motorvoertuig van [Appellant] (Mitsubishi Chariot met kenteken T 71-76, hierna de Mitsubishi) en het motorvoertuig van de heer [De andere bestuurder] (Nissan Pick-up met kenteken 58-14 X, hierna de Nissan). [De andere bestuurder] is verzekerd bij Seguros.

Ten tijde van de aanrijding reed de Nissan (komende vanuit de F.D. Rooseveltweg) in de binnenbaan van de rotonde met het doel om af te slaan richting de Schottegatweg Noord. [Appellant] kwam gereden vanuit de Nijlweg en is de buitenbaan van de rotonde op gereden. De aanrijding heeft plaatsgevonden bij de afslag naar de Schottegatweg Noord. Na de aanrijding had [Appellant] schade aan de linkervoorzijde van de Mitsubishi, [De andere bestuurder] aan de middenrechterzijde van de Nissan.

De verzekeraar van [Appellant], Guardian Group Fatum, heeft de schade van [De andere bestuurder] vergoed.

Appellant] heeft zijn schade geclaimd bij Seguros Brouwer. Laatstgenoemde heeft in een brief aan [Appellant] van 1 maart 2018 bericht dat zij uit de verkregen informatie van Forensys afleidt dat [Appellant] zich niet aan de verkeerstekens op de weg heeft gehouden met het gevolg dat hij geen voorrang heeft verleend aan [De andere bestuurder] waardoor de aanrijding heeft kunnen plaatsvinden. De aansprakelijkheid is daarom van de hand gewezen.

Door het Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke planning is op 15 mei 2017 een perscommuniqué uitgebracht over rotondes.

Seguros Brouwer heeft een rapport laten opstellen door de heer E.F.R. Ruiter, blijkens het rapport van 6 maart 2020 gediplomeerd technisch rechercheur en deskundige verkeersongevallenanalyse, werkzaam bij Caribbean Investigate Agency (hierna: het rapport). In het rapport wordt geconcludeerd dat het ongeval is veroorzaakt door het niet verlenen van voorrang door de bestuurder van de Mitsubishi.

3. De beoordeling

Uit het door [Appellant] overgelegde bewijs van onvermogen blijkt genoegzaam dat hij niet in staat is de proceskosten te dragen zodat hem toestemming zal worden verleend om kosteloos te procederen.

Appellant] vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Seguros Brouwer te veroordelen tot betaling van NAf 4.826,22 aan schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke rente. Aan zijn vordering legt hij ten grondslag dat de verzekerde van Seguros Brouwer hem ten onrechte geen voorrang heeft verleend waardoor een aanrijding heeft plaatsgevonden en [Appellant] schade heeft geleden.

Het Gerecht heeft de vordering van [Appellant] afgewezen en hiertoe onder meer het volgende overwogen:

“4.2 In deze zaak staat de vraag centraal welke bestuurder voorrang had moeten verlenen aan de andere bestuurder op de betreffende rotonde. Het staat vast dat [De andere bestuurder] al op de rotonde reed toen [Appellant] de rotonde op ging. [De andere bestuurder] reed daarbij terecht op de binnenbaan, aangezien hij van plan was om de derde afslag van de rotonde te (gaan) nemen. [Appellant] is daarna vanuit de Nijlweg de rotonde op gekomen op de buitenbaan van de rotonde. Vervolgens is het tot een aanrijding gekomen toen [De andere bestuurder] afsloeg richting richting de Schottegatweg Noord. Hij moest daarbij uiteraard over de buitenbaan van de rotonde , waarop de aanrijding heeft plaatsgevonden. In die situatie diende [Appellant] voorrang te verlenen aan [De andere bestuurder] om hem de mogelijkheid te bieden te rotonde te verlaten. Door die voorrang niet te verlenen, heeft [Appellant] zich niet gehouden aan de verplichting om [De andere bestuurder] ongehinderd zijn weg te laten vervolgen. Dit wordt ook bevestigd door het door Seguros Brouwer ingediende rapport.

De door [Appellant] ingebrachte stellingen maken het voorgaande niet anders. [Appellant] heeft onder meer gesteld dat zijn (buiten)baan vrij was en dat hij daarom de rotonde op kon rijden, maar dat [De andere bestuurder] ten onrechte bij het afslaan geen voorrang had verleend aan [Appellant]. In de situatie van rotonde Hariri (een zogenoemde turbo rotonde) met (steeds) twee rijbanen geldt dat een bestuurder van de binnenbaan over de (doorlopende) baan kan uitvoegen uit de rotonde. Dit wordt ook weergegeven op het baanvlak, waarin de rijbanen doorlopen. [Appellant] heeft verder verwezen naar het perscommuniqué van het ministerie. Nog afgezien van het feit dat dit stuk is gedateerd van na de datum van de aanrijding, staat, anders dan door [Appellant] gesteld, in dit communiqué niet dat iemand die op de binnenbaan rijdt om de derde afslag van de rotonde te nemen voorrang moet verlenen aan de bestuurder die zich op de buitenbaan bevindt

Het voorgaande betekent dat de stelling van [Appellant] dat aan hem ten onrechte geen voorrang is verleend, niet op gaat. Ook de door [Appellant] geleden schade komt daardoor niet voor vergoeding in aanmerking, los van de vraag of de schade voldoende is onderbouwd.”

De grief van [Appellant] richt zich tegen de hiervoor weergegeven rechtsoverwegingen van het bestreden vonnis. In de toelichting op de grief stelt [Appellant] dat zowel de Mitsubishi als de Nissan zich op het moment van de aanrijding reeds op de rotonde bevonden, vlak voor de uitgang richting Schottegatweg Noord, waarbij [Appellant] op de buitenbaan reed en de Nissan op de binnenbaan. De Nissan, die richting de Schottegatweg Noord ging, veranderde van baan, van de binnenbaan naar de buitenbaan, terwijl [Appellant] via de buitenbaan richting de F.D. Rooseveltweg reed. Omdat de Nissan daarbij geen voorrang verleende en roekeloos reed is de aanrijding ontstaan, aldus [Appellant].

Vast staat dat de aanrijding plaatsvond op de rotonde bij de afslag naar de Schottegatweg Noord. Ook het rapport gaat hier, blijkens fotoproductie 4 op pagina 7 vanuit. Eveneens staat vast dat de Nissan vanuit de F.D. Rooseveltweg de rotonde op was gereden en op de binnenbaan reed en dat de Mitsubishi op de buitenbaan reed en voornemens was om de rotonde te verlaten bij de F.D. Rooseveltweg.

Tussen partijen is verder niet in geschil dat de betreffende rotonde een turbo-rotonde is, met als principe dat de verkeersstromen voor de rotonde door middel van voorsorteerstroken, bewegwijzering en pijlmarkering gescheiden worden en op de rotonde gescheiden blijven. Op de door Seguros Brouwer bij memorie van antwoord als productie 1 overgelegde foto’s blijkt dat komende vanuit de Nijlweg de buitenbaan van de rotonde bestemd is voor verkeer dat de eerste afslag (Schottegatweg Noord) en de tweede afslag (F.D. Rooseveltweg) wil nemen en dat de binnenbaan bestemd is voor verkeer dat de tweede afslag (F.D. Rooseveltweg) en de derde afslag (verlengde Schottegatweg West) wil nemen. In zoverre bevond [Appellant] zich, gelet op het feit dat hij richting de F.D. Rooseveltweg reed, op de juiste rijbaan. Niet in geschil is dat de Nissan zich al op de rotonde bevond op het moment dat [Appellant] de rotonde opreed. Waar het rapport concludeert dat de aanrijding is veroorzaakt door het niet verlenen van voorrang door T 71-76 ([Appellant]) bij het naderen van de rotonde, kan het Hof dit echter niet volgen, omdat zoals [Appellant] terecht heeft gesteld en ook blijkt uit de locatie van de aanrijding (zie hiervoor onder 3.5), beide voertuigen al op de rotonde waren ten tijde van de aanrijding en de aanrijding plaatsvond bij de afslag naar de Schottegatweg Noord en niet bij de afslag Nijlweg, waar [Appellant] de rotonde opreed. Het verlenen van voorrang bij het oprijden van de rotonde speelde dus bij de aanrijding geen rol.

Waar het gelet op de locatie van de aanrijding, de afslag bij de Schottegatweg Noord, op aankomt is de vraag of de Nissan, die de rotonde aldaar wilde verlaten, daarbij aan [Appellant], die rechtdoor reed richting de F.D. Rooseveltweg, voorrang had moeten verlenen. Vooropgesteld zij dat de Wegenverkeersverordening Curaçao (WVV) geen bijzondere regels bevat ten aanzien van rotondes. Het komt dus aan op de bepalingen in de Wegenverkeersverordening met betrekking tot verkeerstekens en gedragsregels. Artikel 43 van de Wegenverkeersverordening Curaçao bepaalt dat bestuurders die willen afslaan moeten voorsorteren “a. indien zij naar rechts willen afslaan, door tijdig zoveel mogelijk aan de rechterzijde te gaan rijden. “Artikel 44 lid 1 WVV bepaalt dat bestuurders die willen afslaan het verkeer dat op dezelfde weg zich naast dan wel links of rechts dicht achter hen bevindt voor moeten laten gaan. Artikel 73 WVV bepaalt dat bestuurders die een bijzondere manoeuvre uitvoeren zoals van rijstrook wisselen of vanuit de doorgaande rijbaan de uitrijstrook oprijden het overige verkeer voor moeten laten gaan. Gelet op deze bepalingen had de Nissan tijdig voordat hij de rotonde ging verlaten zoveel mogelijk aan de rechterzijde moeten gaan rijden. Dat heeft hij nagelaten gelet op het feit dat hij zich ten tijde van de aanrijding bij de afslag naar de Schottegatweg Noord nog steeds op de binnenbaan bevond. Verder rustte, gelet op artikel 73 WVV voormeld, op de Nissan, die een bijzondere manoeuvre ging uitvoeren, te weten van rijstrook wisselen, de verplichting om de Mitsubishi van [Appellant], die rechtdoor ging richting de F.D. Rooseveltweg voor te laten gaan. Nu de Nissan zich niet aan voormelde verkeersregels heeft gehouden is het Hof van oordeel dat de aanrijding aan hem is te wijten. Dat [Appellant], die zich zoals onder 3.6 overwogen, op de juiste rijstrook bevond, een verkeersfout heeft gemaakt is niet komen vast te staan. De door Seguros Brouwer gestelde regel dat bestuurders op een rotonde de vrijheid moeten hebben om ongehinderd te rotonde te kunnen verlaten en dat het verkeer dat zich op de buitenbaan bevindt, het verkeer van de binnenbaan voorrang moet verlenen vindt geen steun in de Wegenverkeersverordening. Seguros Brouwer verwijst in dit verband naar nader onderzoek bij de heer Inesia, verkeersdeskundige van de verkeersafdeling , maar heeft hiervan geen rapport in het geding gebracht zodat het Hof hieraan voorbijgaat.

De slotsom is dat de aanrijding is veroorzaakt door de Nissan en dat Seguros Brouwer gehouden is de als gevolg van de aanrijding door [Appellant] geleden schade te vergoeden. [Appellant] vordert NAf 4.826,22 aan schadevergoeding. Tegen het door Seguros Brouwer gevoerde verweer dat de Mitsubishi total loss is en dat [Appellant] daarom recht heeft op maximaal NAf 2.900,- zijnde de door expertisebureau Antonia vastgestelde dagwaarde van NAf 3.900 minus de wrakwaarde van NAf 1.000,-, heeft [Appellant] geen gemotiveerd verweer gevoerd, zodat het Hof het bedrag van NAf 2.900,- zal toewijzen.

Het hoger beroep slaagt. Het bestreden vonnis zal worden vernietigd. Seguros Brouwer zal worden veroordeeld tot betaling van schadevergoeding als voormeld en zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

B E S L I S S I N G

Het Hof:

verleent [Appellant] toestemming om kosteloos te procederen;

vernietigt het bestreden vonnis en opnieuw rechtdoende;

veroordeelt Seguros Brouwer tot betaling aan [Appellant] van een bedrag van NAf 2.900,-, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de dag van indiening van het inleidend verzoekschrift tot aan de algehele voldoening;

veroordeelt Seguros Brouwer in de proceskosten aan de zijde van [Appellant] gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op:

in eerste aanleg NAf 450,- aan verschotten en NAf 750,- aan gemachtigdensalaris;

in hoger beroep NAf 1.415,69 aan verschotten en NAf 1.500,- aan gemachtigdensalaris.

Dit vonnis is gewezen door mrs. E.A. Saleh, E.M. van der Bunt en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curacao uitgesproken op 22 februari 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?