AUA2022H00081
Datum uitspraak: 21 juni 2023
gemeenschappelijk hof van jusTitie
van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in Aruba,
appellant,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) van 7 maart 2022 in zaak nr. AUA202102441, in het geding tussen:
appellant,
en
de minister van Justitie en Sociale Zaken (hierna: de minister)
Procesverloop
Op 7 januari 2020 is namens [appellant] verzocht om openbaarmaking van documenten op grond van de Landsverordening openbaarheid van bestuur (hierna: Lob).
Op 10 maart 2020 is namens [appellant] bezwaar gemaakt tegen het met een fictieve afwijzing gelijkgestelde uitblijven van een beslissing op zijn Lob-verzoek (hierna: fictieve afwijzing).
Bij beschikking van 24 februari 2021 heeft de minister op het Lob-verzoek van [appellant] beslist.
Op 6 april 2021 is namens [appellant] daartegen bezwaar gemaakt.
Op 24 augustus 2021 is namens [appellant] beroep ingesteld tegen het met een afwijzende beschikking gelijkgestelde uitblijven van een beschikking op zijn bezwaarschrift.
Bij uitspraak van 7 maart 2022 heeft het Gerecht het beroep nietontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak is namens [appellant] hoger beroep ingesteld.
Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 oktober 2022. [appellant], vertegenwoordigd door M.L. Hassell, rechtsbijstandverlener, en de minister, vertegenwoordigd door mr. C.L. Geerman, werkzaam bij de Directie Wetgeving en Juridische Zaken, zijn verschenen.
Overwegingen
Beslissing
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. W.H. Bel, voorzitter, en mr. T.G.M. Simons en mr. E.J. Daalder, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.M.C.S. van der Heide, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 21 juni 2023.