Zaaknummer: H-156/22
Parketnummer: 500.00300/21
Uitspraak: 22 februari 2024
Vonnis gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) van 28 september 2022 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren [1984] te [Land],
zonder bekende woon- of verblijfplaats.
Onderzoek van de zaak
Het vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van
22 februari 2024.
Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal.
Geldigheid van de dagvaarding
De dagvaarding om ter terechtzitting van heden (22 februari 2024) te verschijnen is niet conform de wettelijke voorschriften aan de verdachte betekend. Getracht is om deze dagvaarding aan de verdachte te betekenen op [adres] in Vlaardingen, zijnde het woonadres van de zus van de verdachte. Echter, niet is gebleken dat de verdachte op voornoemd adres stond ingeschreven, dan wel daar feitelijk woonde of verbleef. Datzelfde geldt ten aanzien van de poging die is gedaan op het woonadres van de moeder van de verdachte, [adres] in Rotterdam. Nu de verdachte niet terechtzitting is verschenen dient de onderhavige dagvaarding dan ook nietig te worden verklaard.
BESLISSING
Het Hof:
verklaart de dagvaarding van de verdachte voor de terechtzitting in hoger beroep van 22 februari 2024 nietig.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. S.M. van Lieshout, voorzitter, mr. F.V.L.M. Wannyn en mr. J. van der Groen, leden van het Hof, bijgestaan door mr. J. Mulder, zittingsgriffier, en is uitgesproken op 22 februari 2024 op de openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao.
De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen