ECLI:NL:OGHACMB:2024:329

ECLI:NL:OGHACMB:2024:329

Instantie Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 01-10-2024
Datum publicatie 02-02-2026
Zaaknummer AUA2022H00270
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Aruba.verzekeringspolis. uitlsuitingsclausule. verzoek OM overlegging pv. Bewijsopdracht

Uitspraak

8. Verplichting na een schadegeval

Zodra een verzekerde kennis draagt van een gebeurtenis die voor de maatschappij tot een verplichting tot een uitkering of tot het verrichten van een dienst kan leiden, is hij verplicht:

c Zo spoedig mogelijk, maar binnen 3x24 uur, die gebeurtenis te melden aan de maatschappij.

(…)

a De verzekering geeft geen dekking indien de verzekerde een van deze verplichtingen niet is nagekomen en daardoor de belangen van de maatschappij heeft geschaad.

Artikel 4 van de Bijzondere Verzekeringsvoorwaarden Motorrijtuigenverzekering Aruba (BVM) van NA&A bepaalt onder meer als volgt:

4. Uitsluitingen

In aansluiting op het terzake bepaalde in de Algemene Voorwaarden is tevens van de verzekering uitgesloten:

(…)

schade veroorzaakt door opzet, grove schuld of met goedvinden van een verzekerde.

(…)

S chade waarvan aannemelijk is dat verzekerde en/of bestuurder en tijde van de schade in zodanige mate ongeschikt was tot het besturen van motorrijtuigen, dat hem zulks door wet of overheid is verboden.

(…)

Schade waarbij de bestuurder van het motorrijtuig ten tijde van de schadegebeurtenis onder zodanige invloed van alcoholhoudende drank en/of enig ander bedwelmend of opwekkend middel verkeerde,

dat hij niet in staat moest worden geacht het motorrijtuig naar behoren te besturen.

(…)

NA&A heeft op grond van de Landsverordening Aansprakelijkheid Motorvoertuigen (LAM) in totaal een bedrag van Afl. 37.772,77 aan schadevergoeding uitgekeerd, waarvan Afl. 21.500,- en Afl. 3.026,70 ter zake van schade aan de motorfiets en het horloge van [betrokkene 1], Afl. 2.092,07 aan Speed Car Rental ter zake van schade aan de huurauto en Afl. 11.154,- aan AZV ter zake medische kosten. Naast de schade-uitkeringen heeft NA&A Afl. 150,- aan expertisekosten betaald.

Bij brieven van 22 september 2016, 6 oktober 2016 en 20 december 2016 heeft Boogaard [geïntimeerde] verzocht om op kantoor langs te komen voor het treffen van een betalingsregeling ten aanzien van de in verband met het ongeval uitgekeerde schadevergoeding.

Bij brief van 31 juli 2017 heeft de gemachtigde van Boogaard [geïntimeerde] gesommeerd tot betaling van het bedrag van Afl. 39.797,77, haar recht op nakoming voorbehouden en een eventuele verjaringstermijn gestuit. [Geïntimeerde] heeft op de brieven niet gereageerd.

De gemachtigde van Boogaard heeft het Openbaar Ministerie onder meer bij brief van 2 maart 2020 verzocht hem in het bezit te stellen van het door KPA opgemaakte mutatierapport met betrekking tot het verkeersongeval en de bij [zoon van geïntimeerde] afgenomen blaastest.

De gemachtigde van [geïntimeerde] heeft bij brief van 27 november 2020 het Openbaar Ministerie verzocht hem te doen toekomen het proces-verbaal ademanalyse van het verkeersongeval.

Het Openbaar Ministerie heeft op deze brieven niet gereageerd.

3. De beoordeling

Vorderingen

In deze rechtszaak heeft Boogaard in eerste aanleg, verkort weergegeven, gevorderd:

betaling van een bedrag van Afl. 37.922,77;

betaling van een bedrag van Afl. 1.875,- aan buitengerechtelijke incassokosten;

de wettelijke rente vanaf 22 september 2016;

veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten.

Beslissingen van het Gerecht

Het Gerecht heeft de vorderingen van Boogaard afgewezen en Boogaard veroordeeld in de proceskosten.

Hiertoe heeft het Gerecht, verkort weergegeven, onder meer als volgt overwogen. Ter bepaling of een bestuurder niet in staat moet worden geacht een motorrijtuig te besturen moet aansluiting worden gezocht bij art. 5 lid 2 van de Landsverordening wegverkeer (rov. 4.3.1). De vermelding in het mutatierapport van KPA dat [zoon van geïntimeerde] alcohol had gebruikt rechtvaardigt niet de conclusie dat hij onder zodanige invloed van alcohol verkeerde dat hij niet in staat was de auto te besturen (rov. 4.3.2). Hierbij speelt mee dat bij [zoon van geïntimeerde] drie maal een ademtest is afgenomen die telkens negatief was (rov. 4.3.2). Het Gerecht ziet geen aanleiding het Openbaar Ministerie te verzoeken om schriftelijke inlichtingen te verstrekken (rov. 4.3.2). Evenmin is komen vast te staan dat [zoon van geïntimeerde] anderszins in zodanige mate ongeschikt was tot het besturen van een auto dat hem dit door de wet of overheid verboden was. Aan Boogaard komt geen beroep toe op de uitsluitingsclausule (rov. 4.3.2). Boogaard heeft niet toegelicht waarom zij in haar belangen is geschaad doordat Tromp niet heeft voldaan aan art. 8 van de AVM (rov. 4.4).

Beoordeling in hoger beroep

De vordering van Boogaard tegen [geïntimeerde] is gegrond op art. 10 lid 2 LAM. Op grond van dat artikel heeft de verzekeraar die ingevolge de LAM de schade van een benadeelde geheel of ten dele vergoedt, ofschoon de aansprakelijkheid voor die schade niet door een met hem gesloten overeenkomst was gedekt, voor het bedrag van de schadevergoeding verhaal op de aansprakelijke persoon. Tussen partijen is niet in geschil dat het ongeval is te wijten aan een verkeersfout van [zoon van geïntimeerde] en dat hij als aansprakelijke persoon moet worden aangemerkt. Op grond van art. 19 lid 2 van de Landsverordening wegverkeer is [geïntimeerde] als eigenaar van de auto aansprakelijk voor de gedragingen van [zoon van geïntimeerde], nu niet in geschil is dat zij [zoon van geïntimeerde] met de auto heeft laten rijden.

Of Boogaard verhaal heeft op [geïntimeerde] hangt er dus vanaf of de aansprakelijkheid door de verzekering is gedekt als bedoeld in art. 10 lid 2 LAM. Boogaard stelt in hoger beroep primair onder verwijzing naar art. 4.9 en 4.12 van de BVM dat de aansprakelijkheid niet is gedekt omdat [zoon van geïntimeerde] tijdens het ongeval onder invloed van alcohol verkeerde. Subsidiair stelt Boogaard dat het ongeval het gevolg is van een opzettelijke gedraging dan wel grove schuld als bedoeld in art. 4.3 van de BVM. Daarnaast stelt Boogaard dat [geïntimeerde] niet heeft voldaan aan de meldingsplicht van art. 8 van de AVM zodat de verzekering ook om die reden geen dekking biedt.

Geïntimeerde] heeft in eerste aanleg als meest verstrekkend verweer aangevoerd dat de artt. 4.9, 4.12 en 4.8 BVM vernietigbaar zijn en dat over die bepalingen geen wilsovereenstemming is bereikt. Het Gerecht heeft deze verweren verworpen. Het Hof verenigt zich met de desbetreffende overwegingen van het Gerecht en maakt die tot de zijne. [Geïntimeerde] heeft een dergelijk verweer niet gevoerd ten aanzien van art. 4.3 BVM. Het Hof gaat er dus vanuit dat de uitsluitingsclausules tussen partijen gelden.

Het Hof zal eerst ingaan op de gestelde schending van de in art. 8.1 sub a AVM opgenomen meldingsplicht van de verzekerde. Boogaard stelt dat [geïntimeerde] heeft verzuimd om binnen 3 x 24 uur het ongeval bij haar te melden. Daardoor zijn de belangen van Boogaard geschaad. Tegen de verwerping door het Gerecht van deze stelling komt Boogaard op. Zij voert ter toelichting aan dat zij door het achterwege laten van de melding niet de gelegenheid heeft gehad om een eigen onderzoek naar het ongeval te verrichten en in dat verband [zoon van geïntimeerde] te horen.

Niet in geschil is dat [geïntimeerde] heeft verzuimd bij Boogaard melding te doen van het ongeval. Boogaard heeft echter ook in hoger beroep nagelaten voldoende te onderbouwen op welke wijze het achterwege laten van die meldingsplicht tot gevolg heeft gehad dat zij in haar belangen is geschaad. Het had op de weg van Boogaard gelegen om precies aan te geven wanneer zij dan wel op de hoogte is geraakt van het ongeval, of zij vervolgens heeft getracht een eigen onderzoek te verrichten en/of [zoon van geïntimeerde] te horen, wat zij daartoe heeft ondernomen en hoe het achterwege laten van de melding haar heeft geschaad. Nu Boogaard dat heeft nagelaten is ook in hoger beroep de conclusie dat Boogaard niet voldoende heeft onderbouwd dat zij in haar belangen is geschaad als bedoeld in art. 8 lid 1 sub a AVM.

Het Hof zal vervolgens ingaan op de uitleg van art. 4.12 BVM. Die uitleg gebeurt aan de hand van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten toekennen, hebben afgeleid en van hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Ten behoeve van de leesbaarheid wordt het artikel hieronder opnieuw weergegeven.

4 Uitsluitingen

In aansluiting op het terzake bepaalde in de Algemene Voorwaarden is tevens van de verzekering uitgesloten:

(…)

Schade waarvan aannemelijk is dat verzekerde en/of bestuurder en tijde van de schade in zodanige mate ongeschikt was tot het besturen van motorrijtuigen, dat hem zulks door wet of overheid is verboden.

(…)

Schade waarbij de bestuurder van het motorrijtuig ten tijde van de schadegebeurtenis onder zodanige invloed van alcoholhoudende drank en/of enig ander bedwelmend of opwekkend middel verkeerde,

dat hij niet in staat moest worden geacht het motorrijtuig naar behoren te besturen.

(…)

Partijen verschillen van mening over de uitleg van de woorden onder zodanige invloed van alcoholhoudende drank en/of enig ander bedwelmend of opwekkend middel verkeerde, dat hij niet in staat moest worden geacht het motorrijtuig naar behoren te besturen.

Het Gerecht heeft aansluiting gezocht bij de wettelijke norm van art. 5 lid 2 onder a van de Landsverordening wegverkeer. Daarin wordt het de bestuurder verboden om een voertuig te besturen indien zijn adem meer dan 220 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bevat, of het alcoholgehalte in zijn bloed hoger is dan een halve milligram alcohol per milliliter bloed. Boogaard pleit voor een uitleg waarbij niet alleen bij deze wettelijke norm aansluiting wordt gezocht maar ook bij het te objectiveren rijgedrag. Hieruit kan aldus Boogaard op zijn minst een bewijsvermoeden worden afgeleid. [Geïntimeerde] is van mening dat de wettelijke norm bepalend is.

Bij gebrek aan een aanwijzing voor een andere maatstaf zoekt ook het Hof voor de uitleg van voormelde zinssnede in beginsel aansluiting bij de wettelijke norm van art. 5 lid 2 sub a Landsverordening wegverkeer. Aannemelijk wordt geacht dat bedoeld is dat sprake is van [dat de bestuurder] onder zodanige invloed van alcoholhoudende drank en/of enig ander bedwelmend of opwekkend middel verkeerde, dat hij niet in staat moest worden geacht het motorrijtuig naar behoren te besturen, indien sprake is van de in dat artikel bedoelde hoeveelheid alcohol in adem en/of bloed. Hierbij speelt mee dat art. 4.9 BVM onder meer verwijst naar wat de wet heeft verboden. Mocht er geen blaas- of bloedtest voorhanden zijn waaruit een overschrijding van de wettelijke hoeveelheden kan worden afgeleid, dan verzet niets zich ertegen, en ook [geïntimeerde] heeft dat niet betwist, om in dat geval na te gaan of er andere objectief waarneembare kenmerken zijn, zoals waarnemingen door de politie en/of rijgedrag op grond waarvan geconcludeerd kan worden dat sprake is van zodanige invloed van alcoholhoudende drank en/of enig ander bedwelmend of opwekkend middel als hiervoor bedoeld.

Vervolgens is aan de orde de vraag of tegen de achtergrond van deze uitleg, bij [zoon van geïntimeerde] ten tijde van het ongeval sprake was van alcoholgebruik als bedoeld in art. 4.12 BVM. Nu Boogaard haar vordering baseert op het standpunt dat zij verhaal kan nemen op [geïntimeerde] omdat de schade niet door de polis is gedekt, rust de stelplicht- en bewijslast hiervan hiervan ingevolge de hoofdregel van art. 129 Rv op Boogaard. Feiten en/of omstandigheden op grond waarvan moet worden geconcludeerd dat uit de eisen van redelijkheid en billijkheid een andere verdeling van de bewijslast voortvloeit zijn gesteld noch gebleken.

Anders dan Boogaard meent volgt uit het door Boogaard overgelegde mutatierapport en het rapport van Forensys niet het voorshands bewijs dat [zoon van geïntimeerde] ten tijde van het ongeval onder zodanige invloed van alcoholhoudende drank verkeerde dat hij niet in staat moest worden geacht de auto naar behoren te besturen. Het mutatierapport van KPA vermeldt niet meer dan dat er sprake was van alcoholgebruik. Het rapport van Forensys vermeldt dat [geïntimeerde] is aangehouden omdat hij ervan werd verdacht onder invloed te zijn van alcohol. Geen van beide rapporten noemen uiterlijke kenmerken die door de politie of getuigen zijn waargenomen, zoals bij voorbeeld een alcoholgeur, bloeddoorlopen ogen of een onstabiele houding. Het tijdstip waarop het ongeval plaatsvond is, anders dan Boogaard meent, niet zonder meer doorslaggevend. Hetzelfde geldt voor de bewoordingen in het mutatie rapport: “Hierna week de veroorzaker hinderlijk weer naar rechts naar zijn bestemde rijstrook en botste vervolgens tegen de betrokkene”.

Geïntimeerde] heeft gemotiveerd betwist dat [geïntimeerde] ten tijde van de aanrijding onder invloed was van alcohol en dat hij daarom niet in staat moest worden geacht de auto te besturen. Gelet op deze gemotiveerde betwisting rust op Boogaard het bewijs van haar stelling. Conform haar bewijsaanbod zal Boogaard worden toegelaten tot bewijslevering als na te melden. De zaak zal naar de rol worden verwezen zodat Boogaard zich kan uitlaten over hoe zij bewijs wenst te leveren.

Geïntimeerde] heeft zich niet verzet tegen het verzoek van Boogaard om het Openbaar Ministerie op grond van art. 40 Rv te verzoeken het proces-verbaal van het ongeval, inclusief het resultaat van een eventueel afgenomen blaastest, in het geding te brengen. Nu het voor de waarheidsvinding van belang is te beschikken over dat proces-verbaal zal het Hof het Openbaar Ministerie conform genoemd artikel verzoeken dat in de procedure in te brengen. Voor zover het verzoek van Boogaard is gebaseerd op art. 142 lid 1 Rv wordt het verworpen, nu dat artikel een bevel inhoudt aan een ander dan partijen en een dergelijk bevel zich niet verhoudt met art. 40 Rv.

Het Hof zal, gelet op het voorgaande het Openbaar Ministerie verzoeken om het proces-verbaal van het ongeval d.d. 5 juli 2015 omstreeks 4.00 uur a.m. te Aruba op de weg van Kibaima naar Tanki Flip ter hoogte van Café Capri (mutatierapport 350424) in het geding te brengen, inclusief een eventueel aanhoudingsproces-verbaal en de resultaten van de eventueel na het ongeval bij [zoon van geïntimeerde] afgenomen blaastest.

De zaak zal hiertoe worden verwezen naar de rol voor akte zijdens het Openbaar Ministerie. Partijen mogen zich over de akte van het Openbaar Ministerie uitlaten.

De beslissing omtrent de vraag of sprake is van schade veroorzaakt door opzet, grove schuld of met goedvinden van een verzekerde zal worden aangehouden tot na bewijslevering.

Geïntimeerde] heeft in eerste aanleg verlof gekregen om kosteloos te mogen procederen. Nu zij in eerste aanleg in het gelijk is gesteld behoeft zij op grond van art. 880 lid 2 Rv geen nadere toelating om in hoger beroep kosteloos te kunnen procederen.

BE S L I S S I N G

Het Hof:

verzoekt het Openbaar Ministerie de stukken als bedoeld in rechtsoverweging 3.16 bij akte in het geding te brengen;

laat Boogaard toe tot het bewijs van feiten en/of omstandigheden waaruit blijkt dat Angelo Tromp ten tijde van het ongeval van 5 juli 2015 ten tijde van het ongeval onder zodanige invloed van alcoholhoudende drank verkeerde dat hij niet in staat moest worden geacht de auto naar behoren te besturen;

verwijst de zaak naar de rol van 19 november 2024 voor:

akte overlegging stukken door het Openbaar Ministerie en voor

akte uitlating bewijslevering zijdens Boogaard;

verzoekt de griffier om dit vonnis te sturen naar het Openbaar Ministerie te Aruba;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mrs. E.A. Saleh, C.J.H.G. Bronzwaer en E.W.A. Vonk, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 1 oktober 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?