Burgerlijke zaken over 2024
Registratienummer: AUA202003207 – AUA2023H00033
Uitspraak: 30 juli 2024
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
VONNIS
In de zaak van:
[appellant],
wonende in [woonplaats],
oorspronkelijk eiser,
thans appellant,
gemachtigde: mr. D.W. Ormel,
tegen
[geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2],
wonende in [woonplaats],
oorspronkelijk gedaagden,
thans geïntimeerden,
gemachtigde: mr. J.J.C. Odor.
De partijen worden hierna [appellant] respectievelijk [geïntimeerden] genoemd.
1. Het verloop van de procedure
Bij akte van hoger beroep, ingediend ter griffie op 24 maart 2023 is [appellant] in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 8 februari 2023 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (verder: het Gerecht).
Bij memorie van grieven met producties, ingekomen ter griffie op 5 mei 2023, heeft [appellant] drie grieven gericht tegen het bestreden vonnis en geconcludeerd dat het Hof het bestreden vonnis zal vernietigen en opnieuw rechtdoende de vordering van [appellant] zal toewijzen met veroordeling van [geïntimeerden] in de proceskosten in beide instanties, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 14 dagen na de uitspraak.
Geïntimeerden] hebben op 3 juli 2023 een memorie van antwoord ingediend waarbij zij de grieven hebben bestreden en hebben geconcludeerd tot bevestiging van het bestreden vonnis, met veroordeling van [appellant] in de kosten van het hoger beroep.
Op de voor pleidooi bepaalde dag, 31 oktober 2023, hebben de gemachtigden pleitnota’s ingediend.
Vonnis is gevraagd en nader bepaald op vandaag.
2. De beoordeling
Het bestreden vonnis is op de digitale rol van het Gerecht dd. 8 februari 2023 uitgesproken. Partijen waren daar niet bij aanwezig. Het vonnis is door de griffie van het Gerecht bij e-mail van 8 februari 2023 naar de gemachtigde van [appellant] en [geïntimeerden] gestuurd. Indien ervan wordt uitgegaan dat de appeltermijn van zes weken is aangevangen op de dag van de verzending van het vonnis per e-mail, dan liep deze af op 22 maart 2023. De akte van appel bevat de aantekening dat deze op 24 maart 2023 is ingediend. De appeltermijn lijkt dus te zijn overschreden.
Het Hof stelt partijen in de gelegenheid zich over het voorgaande uit te laten. De zaak wordt hiertoe verwezen naar de rol. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
BE S L I S S I N G
Het Hof:
verwijst de zaak naar de rol van 1 oktober 2024 voor akte uitlating zijdens [appellant] als bedoeld onder 2.2;
bepaalt dat [geïntimeerden] vervolgens de gelegenheid krijgen voor het nemen van een antwoordakte;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. E.A. Saleh, E.M. van der Bunt en C. J.H.G. Bronzwaer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 30 juli 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.