ECLI:NL:OGHACMB:2024:331

ECLI:NL:OGHACMB:2024:331

Instantie Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 30-07-2024
Datum publicatie 02-02-2026
Zaaknummer AUA2023H00141
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Aruba. Nawerking cao

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2024

Uitspraak: 30 juli 2024

Zaaknr: AUA202301028 – AUA2023H00141

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Beschikking in de zaak van:

de naamloze vennootschap

POST ARUBA N.V.,

gevestigd in Aruba,

in eerste aanleg verweerster, thans appellante,

hierna te noemen: Post,

gemachtigde: mr. D.G. Kock,

-tegen-

[geïntimeerde],

wonende in [woonplaats],

in eerste aanleg verzoeker, thans geïntimeerde,

hierna te noemen: de werknemer,

gemachtigde: mr. E.E. Rosenstand.

De zaak in het kort

Deze zaak hangt samen met negen andere zaken die gelijktijdig zijn behandeld en waarin gelijktijdig uitspraak wordt gedaan. De werknemer is lid van een vakbond. Tussen Post en de vakbond is een Cao tot stand gekomen. De Cao bevat een bepaling over een jaarlijkse salarisaanpassing. Het gaat in deze zaak om de vraag of deze bepaling, na het einde van de Cao nog door blijft gelden en door Post blijvend moet worden nagekomen. Het Gerecht heeft de hiertoe strekkende vorderingen van de werknemer toegewezen. Het Hof beoordeelt de zaak opnieuw en komt tot een andere uitkomst.

1. Het verloop van de procedure

Verwezen wordt naar de op 4 juli 2023 uitgesproken beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht). De inhoud van die beschikking geldt als hier ingevoegd.

Post is in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking door indiening op 15 augustus 2023 van een beroepschrift, met producties.

De mondelinge behandeling van het hoger beroep heeft plaatsgehad op 6 februari 2024 in het gerechtsgebouw te Aruba. Verschenen zijn namens Post mevrouw [medewerker Post], die de directeur vertegenwoordigde, en mevrouw [HR-manager], HR-manager, bijgestaan door de gemachtigde van Post, en de werknemer, bijgestaan door zijn gemachtigde. Bij die gelegenheid hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. Door de gemachtigden zijn daarbij pleitnotities overgelegd. Ook zijn vragen van het Hof beantwoord.

Uitspraak is nader bepaald op vandaag.

2. De feiten

De werknemer is in loondienst van Post.

Sindicato di Empleadonan Publico I Priva di Aruba (hierna: SEPPA) is een vakbond. Tot haar leden behoren werknemers van Post, waaronder de werknemer.

SEPPA en Post zijn een Cao overeengekomen. In deze Cao staan onder meer de volgende bepalingen:

“(…)

Artikel 3 Algemene bepalingen

Deze cao wordt aangegaan voor een tijdvak van 3 jaren, van 1 januari 2010 en te eindigen op 31 december 2012.

De cao wordt geacht telkenmale voor één jaar te worden verlengd, tenzij één der partijen, haar tenminste 4 maanden voor afloop per aangetekende brief opzegt. De partij die deze cao opzegt is gehouden ten minste drie maanden voor afloop haar aanpassingen c.q. wijzigingen voor een nieuwe cao schriftelijk aan de andere partij (-en) voor te leggen.

Indien na opzegging van deze cao, overeenkomstig lid 2 van dit artikel, onderhandelingen over een nieuwe cao niet binnen de opzeggingstermijn zijn voltooid, wordt deze met instandhouding van de opgezegde cao, in onderling overleg voortgezet.

(…)

Artikel 25 Jaarlijkse salarisaanpassing

Aan de werknemer wordt jaarlijks in de maand januari 105.00 bruto toegekend op zijn salaris.

(…)”

De Cao was op de arbeidsovereenkomst van de werknemer van toepassing.

Post heeft de Cao bij brief aan SEPPA van 28 augustus 2013 per 31 december 2013 opgezegd.

Over de periode van 2014-2020 heeft Post jaarlijks het bedrag van Afl. 105,- bruto (hierna: de loonsverhoging) aan haar werknemers, en dus ook aan de werknemer, betaald.

In 2021 is de loonsverhoging uitbetaald in de vorm van een eenmalige lumpsum van 12 x Afl. 105,-.

In januari 2022 en januari 2023 is geen loonsverhoging uitbetaald. Ondanks voorstellen over en weer hebben Post en SEPPA geen overeenstemming bereikt over de betaling van de loonsverhoging.

Bij brief van 2 september 2022 heeft Post het volgende aan SEPPA bericht:

“(…) In navolging van onze vergadering van 27 augustus jl. deelt Post (…) U mede dat wij de geldende cao tussen Post (…) en SEPPA opzeggen.

Conform artikel 3 lid 2 van de cao is de opzeggingstermijn 4 maanden hetgeen bij deze tijdig wordt meegedeeld.

Post (…) zal ernaar streven dat partijen nog voor het einde van het jaar tot een nieuwe cao overeenkomen, welke de huidige financiële situatie van Post (…) zal reflecteren.”

3. De verzoeken en beslissingen van het Gerecht

De werknemer heeft verzocht:

1. voor recht te verklaren dat de Cao, met name artikel 3, tot op heden rechtsgeldig is en van toepassing is op de rechtsverhouding tussen partijen;

2. voor recht te verklaren dat Post in gebreke is gebleven met de behoorlijke nakoming van de Cao;

3. Post op te dragen de Cao, tot de dag waarop deze op rechtmatige wijze is beëindigd, dan wel gewijzigd, naar behoren na te komen, onder verbeurte van een dwangsom;

4. Post te veroordelen in de proceskosten.

Het Gerecht heeft Post opgedragen artikel 25 van de Cao naar behoren na te komen vanaf 2022 tot de dag dat Post en de werknemer hierover nieuwe afspraken hebben gemaakt of een nieuwe Cao tot stand is gekomen en Post veroordeeld in de proceskosten.

Het Gerecht heeft onder meer het volgende overwogen. Vast staat dat de Cao bij brief van 28 augustus 2013 door Post is opgezegd per 31 december 2013. Niet in geschil is dat de onderhandelingen over een nieuwe Cao niet zijn voltooid en gesteld noch gebleken is dat een nieuwe Cao tot stand is gekomen of dat overigens andere of nadere afspraken zijn gemaakt. De voorwaarden van de opgezegde Cao blijven dus in stand, waaronder voormeld artikel 25. De omstandigheid dat de werknemers van Post in 2021, eenmalig vanwege de Covid-pandemie hebben ingestemd met een lumpsumbetaling in plaats van een loonsverhoging doet daar niet aan af. Nu Post de loonsverhoging tot en met 2020 steeds heeft doorgevoerd treft haar beroep op verjaring geen doel. Dat de vakbond de onderhandelingen heeft gestopt regardeert de werknemer niet. Niet kan worden geoordeeld dat sprake is van een zodanige financiële situatie en van zodanige omstandigheden dat de jaarlijkse loonsverhoging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

4. Relevante regelgeving

1. Een vereniging, welke een collectieve arbeidsovereenkomst heeft aangegaan, is gehouden te bevorderen, in de mate als de goede trouw medebrengt, dat haar leden de daarbij te hunnen aanzien gestelde bepalingen nakomen.
2. De vereniging staat voor haar leden slechts in, voor zover zulks in de overeenkomst is bepaald.
1. Allen, die tijdens de duur van de collectieve arbeidsovereenkomst, te rekenen van het tijdstip waarop zij is aangegaan, lid zijn of worden van een vereniging, welke de overeenkomst heeft aangegaan, en bij de overeenkomst zijn betrokken, zijn door die overeenkomst gebonden.
2. Zij zijn tegenover elk van de partijen bij de collectieve arbeidsovereenkomst gehouden, al datgene, wat te hunnen aanzien bij die overeenkomst is bepaald, te goeder trouw ten uitvoer te brengen, als hadden zij zelf zich daartoe verbonden.
1. Elk beding tussen een werkgever en een werknemer, strijdig met een collectieve arbeidsovereenkomst door welke zij beiden gebonden zijn, is nietig; in plaats van zodanig beding gelden de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst.
2. De nietigheid kan steeds worden ingeroepen door elk van de partijen bij de collectieve arbeidsovereenkomst.

De Landsverordening Collectieve Arbeidsovereenkomst bepaalt onder meer:

Artikel 1

Onder collectieve arbeidsovereenkomst wordt verstaan de overeenkomst, aangegaan door één of meer werkgevers, of één of meer werkgeversverenigingen met volledige rechtsbevoegdheid, en één of meer werknemersverenigingen met volledige rechtsbevoegdheid, waarbij voornamelijk of uitsluitend worden geregeld

arbeidsvoorwaarden, bij arbeidsovereenkomsten in acht te nemen.

(…)

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 12

Artikel 13

Bij gebreke van bepalingen in een arbeidsovereenkomst omtrent aangelegenheden, geregeld in een collectieve arbeidsovereenkomst door welke zowel de werkgever als de werknemer gebonden zijn, gelden de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst.

Artikel 14

Wanneer bij de collectieve arbeidsovereenkomst niet anders is bepaald, is de werkgever, die door die overeenkomst gebonden is, verplicht, tijdens de duur van die overeenkomst haar bepalingen omtrent arbeidsvoorwaarden ook na te komen bij de arbeidsovereenkomsten als in de collectieve arbeidsovereenkomst bedoeld, welke hij aangaat met werknemers, die door de collectieve arbeidsovereenkomst niet gebonden zijn.

Artikel 15

Een vereniging, welke een collectieve arbeidsovereenkomst heeft aangegaan, kan, indien één der andere partijen bij die overeenkomst of één der leden van deze handelt in strijd met één van haar of zijn verplichtingen, vergoeding vorderen niet alleen voor de schade, welke zij zelf dientengevolge lijdt, doch ook voor die, welke haar leden lijden.

5. De beoordeling

Het hoger beroep van Post richt zich tegen de overwegingen van het Gerecht dat de Cao na de opzegging door Post tussen partijen is blijven gelden (nawerking) en dat het beroep van Post op de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid wordt verworpen.

Nawerking

Ingevolge vaste rechtspraak zijn bepalingen omtrent arbeidsvoorwaarden uit een Cao waaraan de werknemer en de werkgever op grond van art. 9 lid 1 Landsverordening Cao gebonden zijn geraakt, behoudens andersluidende afspraken, deel gaan uitmaken van de tussen hen bestaande arbeidsovereenkomst. Uit het systeem van de Landsverordening Cao, in het bijzonder de artt. 1, 9, 12, 13 en 14, vloeit dan voort dat die bepalingen, na afloop van de desbetreffende Cao, tussen hen blijven gelden, behoudens andersluidende individuele of collectieve afspraken (vgl. over een en ander HR 19 juni 1987, ECLI:NL:HR:1987:AD3749, HR 10 januari 2003, NJ2006/516 en HR 5 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0850).

De werknemer en Post waren gebonden aan de Cao. De bepaling uit de Cao waar het in deze zaak om gaat, namelijk het jaarlijks verhogen van het salaris, betreft een arbeidsvoorwaarde. Gesteld noch gebleken is dat partijen andersluidende afspraken hebben gemaakt, in die zin dat zij nawerking van de betreffende Cao-bepaling hebben uitgesloten. Art. 3 van de Cao, waar Post naar verwijst, betreft geen arbeidsvoorwaarde maar een obligatoire bepaling met afspraken omtrent onderhandelingen over een nieuwe Cao en en ziet daarmee uitsluitend op de relatie tussen de contracterende partijen bij de Cao. Art. 3 van de Cao bevat geen andersluidende afspraken in die zin dat het beoogt doorwerking van de daarin opgenomen arbeidsvoorwaarden in de individuele arbeidsovereenkomst uit te sluiten. Ook overigens bevat de Cao geen bepaling van die strekking. Op grond van voormelde rechtspraak is art. 25 van de Cao dus ook na het einde van de Cao tussen partijen blijven gelden.

De verwijzing door Post naar een uitspraak van het Hof te kennen uit HR 15 maart 1985, NJ 1986, 36, maakt het voorgaande niet anders nu deze dateert van voor voormelde rechtspraak van de Hoge Raad.

Ook de verwijzing door Post naar een uitspraak van het Hof van 26 februari 2022, ECLI:NL:OGHACMB:2022:221, waarin het Hof heeft overwogen dat nawerking van de Cao wat betreft de indexering geen effect heeft omdat die is geclausuleerd, kan haar niet baten. De Cao waar het in die zaak om ging bevatte namelijk anders dan in onderhavige zaak, wel een bepaling die beoogde onbeperkte nawerking uit te sluiten. De desbetreffende bepaling luidde immers: “De salarissen van de werknemers zullen gedurende de jaren welke de Cao van kracht is worden aangepast aan het indexcijfer voor gezinsconsumptie van het land Curaçao (…)” (onderstreping Hof).

Redelijkheid en billijkheid

Art. 6:248 lid 2 BW bepaalt dat een tussen partijen als gevolg van de overeenkomst geldende regel niet van toepassing is voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Daarbij zal de rechter rekening moeten houden met alle omstandigheden waarop door de partij die het beding buiten toepassing gelaten wil zien, zich heeft beroepen (vgl HR 18 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO6913). Bij de toepassing van art. 6:248 lid 2 BW dient de rechter de nodige terughoudendheid te betrachten. Dit geldt temeer indien het gaat om het buiten toepassing laten van regelingen die voortvloeien uit een collectieve arbeidsovereenkomst, omdat dan tevens het uit verscheidene verdragsbepalingen voortvloeiende zwaarwegende beginsel van de vrijheid van onderhandelen over arbeidsvoorwaarden in het geding is (vgl. HR 30 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2312, r.o. 3.3).

Aan haar beroep op artikel 6:248 lid 2 BW heeft Post onder verwijzing naar de door haar overgelegde jaarrekeningen het volgende ten grondslag gelegd. De financiële situatie van Post staat een jaarlijkse en oneindige indexering niet toe. Post is de facto failliet en wordt door het Land Aruba (hierna: het Land) kunstmatig in leven gehouden. Het is een feit van algemene bekendheid dat ook het Land drastisch de kosten moet verlagen. De jaarcijfers van Post zijn publiekelijk bekend.

De overheid klaagt ieder jaar bij de behandeling van de begroting hoeveel miljoenen in Post moeten worden gepompt terwijl het College Financieel Toezicht Aruba in elke rapportage zich de vraag stelt wat het Land verder met Post zal doen. De slechte financiële toestand van Post is voor een belangrijk deel het gevolg van de jaarlijkse aanpassing van de salarissen. Uit de overgelegde jaarcijfers vanaf 2013 blijkt dat Post vanaf 2013 miljoenen aan verliezen heeft geleden. Met de verhoging van de salarissen is jaarlijks een bedrag van Afl. 350.000,- gemoeid, cumulatief. In 2021 en 2022 bedroeg het verlies Afl. 4 miljoen, aldus Post.

Uit de door Post overgelegde jaarrekeningen blijkt genoegzaam dat Post vanaf 2013 verliezen heeft geleden variërend van vier tot zes miljoen gulden en dus de facto al jarenlang in een failliete toestand verkeert. De werknemer heeft hetgeen Post ter onderbouwing hiervan heeft aangevoerd, zoals weergegeven onder 5.7, niet voldoende gemotiveerd betwist. Dat uit de jaarstukken juist blijkt dat Post het beter doet, zoals de werknemer stelt, valt zonder nadere toelichting niet te rijmen met de overgelegde jaarrekeningen.

In het licht van de door Post aangevoerde omstandigheden omtrent haar slechte financiële situatie doet hetgeen de werknemer heeft gesteld naar het oordeel van het Hof daaraan onvoldoende af. De kostenstijging als gevolg van inflatie waar de werknemer een beroep op heeft gedaan staat, indien al moet worden uitgegaan van een structurele kostenstijging, niet in verhouding met een jaarlijkse cumulatieve loonstijging met een open einde zoals door de werknemer verzocht.

Gezien alle omstandigheden acht het Hof het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar nog langer van Post te verwachten dat zij artikel 25 van de Cao naleeft en de daarin bepaalde salarisverhoging doorbetaalt. De stelling van de werknemer dat als Post failliet gaat het Land het personeel zal moeten overnemen of een nieuwe vennootschap zal moeten oprichten maakt, indien al juist, het voorgaande niet anders.

Het voorgaande betekent dat de bestreden beschikking zal worden vernietigd. De gevorderde verklaring voor recht zal worden afgewezen bij gebrek aan belang. De overige verzoeken van de werknemer worden alsnog afgewezen. Nu beide partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld ziet het Hof aanleiding de proceskosten te compenseren.

BESLISSING:

Het Hof:

vernietigt de bestreden beschikking en doet opnieuw recht;

wijst het verzochte af;

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Aldus gegeven door mrs. E.A. Saleh, E.M. van der Bunt en C.J.H.G. Bronzwaer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao op 30 juli 2024 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?