Burgerlijke zaken over 2024
Uitspraak: 30 juli 2024
Zaaknr.: AUA202103512-AUA2023H00171
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Beschikking in de zaak van:
[de moeder],
wonende in [woonplaats],
in eerste aanleg verweerster, thans appellante,
hierna te noemen: de moeder,
gemachtigde: mr. N.S. Gravenstijn,
-tegen-
[d vader],
wonende in [woonplaats],
in eerste aanleg verzoeker, thans geïntimeerde,
hierna te noemen: de vader,
gemachtigde: mr. V.A.V. Carlo.
Belanghebbende: [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats], hierna te noemen: de minderjarige.
1. Het verloop van de procedure
Verwezen wordt naar de op 18 januari 2022 uitgesproken tussenbeschikking en de op 5 september 2023 uitgesproken eindbeschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht). De inhoud van die beschikkingen geldt als hier ingevoegd.
De moeder is in hoger beroep gekomen van voormelde eindbeschikking door indiening op 16 oktober 2023 van een beroepschrift met producties.
De mondelinge behandeling van het hoger beroep heeft plaatsgehad op 3 juni 2024 in het Gerechtsgebouw te Aruba. Verschenen zijn de moeder, bijgestaan door haar gemachtigde, en de vader, bijgestaan door zijn gemachtigde. Namens de Voogdijraad is verschenen mevrouw [medewerker Voogdijraad]. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht. Door de gemachtigde van de vrouw zijn daarbij pleitaantekeningen overgelegd, met producties, die op 29 mei 2024 naar het Hof en de wederpartij zijn gestuurd. Ook zijn vragen van het Hof beantwoord.
De minderjarige is voorafgaand aan de zitting gehoord door mr. E.A. Saleh, lid van het Hof, in tegenwoordigheid van de griffier.
Uitspraak is bepaald op vandaag.
2. De beoordeling
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Uit die relatie is de minderjarige geboren. De moeder oefende tot daags nadat de bestreden beschikking is verstrekt of verzonden als bedoeld in art 1:253p lid 1 BW alleen het ouderlijk gezag uit over de minderjarige. De vader heeft de minderjarige erkend.
In eerste aanleg heeft de vader verzocht dat hij gezamenlijk met de moeder met het gezag over de minderjarige wordt belast. Ook heeft hij verzocht een omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige te bepalen in die zin -samengevat- dat de minderjarige de ene week bij de moeder verblijft en de andere week bij de vader en waarbij de vakanties tussen partijen worden verdeeld.
Het Gerecht heeft de verzoeken van de vader toegewezen en hierbij verwezen naar het rapport van de Voogdijraad, dat gezamenlijk gezag en co-ouderschap adviseert.
Bij de mondelinge behandeling van het hoger beroep is het volgende gebleken. Na de bestreden beschikking hebben partijen de omgangsregeling uitgevoerd, maar dat verliep stroef. Het is in ieder geval één keer voorgekomen dat de minderjarige gedurende de week dat ze bij de vader verbleef door hem terug naar de moeder is gebracht omdat ze huilbuien kreeg. De vader heeft nu al sinds augustus 2023 geen omgang meer met de minderjarige. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vader aangegeven dat hij gelet op deze omstandigheden en op advies van zijn psycholoog de minderjarige het beste met rust kan laten totdat zij zelf aangeeft hem weer te willen zien. Het heeft geen zin om gezag en omgang te hebben als de minderjarige niet naar hem toe wil komen, aldus de vader.
De moeder heeft aangegeven geen problemen te hebben met omgang tussen de vader en de minderjarige. De minderjarige heeft tijdens het kinderverhoor gezegd op dit moment niet naar haar vader te willen gaan.
Het Hof is op grond van het verhandelde ter zitting met de vader van oordeel dat gezamenlijk gezag -in ieder geval op dit moment- niet in het belang van de minderjarige wenselijk is en zal bij eindbeschikking dienovereenkomstig beslissen.
Het Hof acht het in het belang van de minderjarige aangewezen dat alle betrokkenen werken aan herstel van de omgang tussen de vader en de minderjarige. Het Hof verzoekt de Voogdijraad om te adviseren hoe dit het beste vorm kan krijgen, waarbij ook de mogelijkheid wordt onderzocht of de psychologen van de ouders en het kind hierin (eventueel gezamenlijk) een rol kunnen spelen en zo ja, op welke wijze.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden tot nadat de Voogdijraad een rapport heeft uitgebracht.
BESLISSING:
Het Hof:
vernietigt de bestreden beschikking, voor zover de vader en de moeder daarbij gezamenlijk met het gezag over de minderjarige zijn belast;
en in zoverre opnieuw rechtdoende:
wijst het verzoek om gezamenlijk gezag af;
gelast een onderzoek door de Voogdijraad over de omgang tussen de vader en de minderjarige als voormeld onder 2.6;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Aldus gegeven door mrs. E.A. Saleh, E.M. van der Bunt en G.C.C. Lewin, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba op 30 juli 2024 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.