ECLI:NL:OGHACMB:2024:353

ECLI:NL:OGHACMB:2024:353

Instantie Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 17-12-2024
Datum publicatie 08-06-2026
Zaaknummer CUR2023H00202
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Curaçao. Verdeling.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2024

Registratienummer: CUR201901026 – CUR2023H00202

Uitspraak: 17 december 2024

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

VONNIS

In de zaak van:

[appellant],

wonende in [woonplaats],

oorspronkelijk gedaagde,

thans appellant,

gemachtigde: mr. A.S.M. Blonk,

tegen

[geïntimeerde],

wonende in [woonplaats],

oorspronkelijk eiseres,

thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. A.V.G. Rooijer.

De partijen worden hierna [appellant] en [geïntimeerde] genoemd.

1. Het verloop van de procedure

Bij akte van appel, ingekomen ter griffie op 7 juli 2023 is [appellant] in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van 29 mei 2023 van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, hierna: het Gerecht.

Bij memorie van grieven met producties, ingekomen ter griffie op 18 augustus 2023, heeft [appellant] drie grieven tegen het bestreden vonnis aangevoerd en geconcludeerd dat het Hof het bestreden vonnis zal vernietigen, met dien verstande dat de beslissingen onder 2.6 onder b, c, d, f, g en h van het bestreden vonnis in stand blijven, en opnieuw rechtdoende zijn vorderingen met inachtneming van de grieven zal toewijzen, met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten in beide instanties.

geïntimeerde] heeft op 2 november 2023 een memorie van antwoord ingediend waarbij zij de grieven heeft bestreden en heeft geconcludeerd tot bevestiging van het bestreden vonnis, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten in beide instanties.

Op 19 maart 2024 hebben de gemachtigden van partijen pleitnotities ingediend.

Vonnis is gevraagd en nader bepaald op vandaag.

2. De feiten

Partijen zijn op 27 december 1995 in algehele gemeenschap van goederen gehuwd.

Bij beschikking van 28 februari 2017 is de bestreden beschikking van 28 januari 2014, waarin de echtscheiding was uitgesproken, door het Hof bevestigd. Bij die beschikking is ook de verdeling van de gemeenschap van goederen waarin partijen zijn gehuwd bevolen.

De ontbonden huwelijksgoederengemeenschap is nog niet verdeeld.

3. De beoordeling

De procedure in eerste aanleg

In deze rechtszaak heeft [geïntimeerde] in eerste aanleg gevorderd, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, samengevat, de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap (waaronder de verkoop van de voormalige echtelijke woning), met veroordeling van [appellant] in de proceskosten.

Het Gerecht heeft, na een comparitie van partijen op 9 februari 2021, bij tussenvonnis van 29 november 2021 beslissingen genomen ten aanzien van verschillende activa en passiva en de zaak verwezen naar de rol voor akte zoals bepaald in rechtsoverweging 4.32 en 4.33 van dat tussenvonnis. Bij tussenvonnis van 5 september 2022 heeft het Gerecht de zaak verwezen naar de rol voor akte uitlating zijdens [geïntimeerde]. Bij tussenvonnis van 13 maart 2023 heeft het Gerecht een comparitie van partijen bepaald. Bij het bestreden eindvonnis heeft het Gerecht de huwelijksgoederengemeenschap als volgt verdeeld:

het recht van erfpacht op de woning te [adres 1], dat is getaxeerd door Joubert op NAf 230.000,- wordt toegedeeld aan [geïntimeerde] onder voorwaarde dat zij de hypothecaire lening overneemt vanaf de datum waarop de akte van verdeling en levering wordt gepasseerd met vrijwaring van [appellant] voor aanspraken van derden, terwijl [appellant] op die datum moet zorgen dat hij de woning en het perceel met al wat van hem is en wie bij hem horen heeft verlaten. [geïntimeerde] is hierdoor overbedeeld met NAf 25.873,50 (de helft van de overwaarde op de peildatum);

de auto van het merk Toyota RAV, die op de peildatum een waarde had van NAf 39.000,-, wordt toegedeeld aan [geïntimeerde], waarbij [appellant] wordt gelast mee te werken aan overschrijving op naam van [geïntimeerde], die daardoor overbedeeld is met NAf 19.500,-;

de lening in verband met de auto die op de peildatum NAf 21.884,14 bedroeg wordt aan Tong toegedeeld onder de verplichting deze te voldoen met vrijwaring van [appellant] voor aanspraken van derden hiervoor; [geïntimeerde] is hierdoor onderbedeeld met NAf 10.942,07;

e taxatiekosten voor het bepalen van de waarde van de onroerende zaak ad NAf 530,- zijn door [appellant] voldaan, die daardoor is onderbedeeld met NAf 265,-;

het op de peildatum openstaande saldo van de master creditcard ad US$ 5.188,22 (NAf 9.338,80) wordt toebedeeld aan [appellant], waardoor deze is onderbedeeld met NAf 4.669,40;

de openstaande belastingen zoals onroerend zaak belasting en de openstaande erfpacht zullen worden toebedeeld aan [appellant], met vrijwaring van [geïntimeerde] van aanspraken hiervoor, waardoor [appellant] is onderbedeeld met NAf 5.470,80;

een perceel huurgrond te [adres 1], grenzend aan de onder a. vermelde erfpachtgrond, wordt toebedeeld aan [appellant] zonder verrekening van over- of onderbedeling, maar met de verplichting de huurpenningen daarvan voor zijn rekening te nemen onder vrijwaring van [geïntimeerde] voor aanspraken van derden daarvoor;

de te verrekenen brandverzekering t.b.v. de opstal is NAf 6.700,-, die al is betaald door [geïntimeerde] die daardoor is onderbedeeld met NAf 3.350,-.

Het Gerecht heeft verder onder meer [appellant] respectievelijk [geïntimeerde] gelast om de pensioenverzekeraar APC respectievelijk Guardian Group te machtigen ingaande de pensioengerechtigde leeftijd het aan de [appellant] respectievelijk [geïntimeerde] toekomende deel van zijn/haar pensioen maandelijks rechtstreeks aan haar/hem te laten uitkeren dan wel dit deel door de pensioenverzekeraar te laten berekenen en zelf maandelijks aan [appellant]/ [geïntimeerde] te voldoen.

Beoordeling in hoger beroep

De grieven van [appellant] richten zich tegen de toebedeling van het recht van erfpacht te [adres 1] aan [geïntimeerde] (hiervoor onder a), de bepaling van het saldo van de master card op US$ 5.188,22 (hiervoor onder e) en tegen rechtsoverweging 2.7 van het bestreden vonnis waar het Gerecht heeft overwogen dat over en weer geen verrekening van de contante waarde van het deel van het pensioen dat aan de ander toekomt zal plaatsvinden.

Het recht van erfpacht op de woning te [adres 1]

appellant] voert ter toelichting op zijn eerste grief aan dat hij in eerste aanleg niet de mogelijkheid heeft gehad om aan te tonen dat hij [geïntimeerde] kan uitkopen. Hoewel [appellant] hiervoor gelegenheid heeft gehad heeft hij ook in hoger beroep nagelaten financiële stukken over te leggen waaruit blijkt dat hij [geïntimeerde] zou kunnen uitkopen. Bij pleidooi is [appellant] zelfs helemaal niet meer op dit punt ingegaan.

appellant] heeft verder aangevoerd dat de door het Gerecht gehanteerde berekening voor vaststelling van de overbedeling niet klopt, omdat er onvoldoende rekening is gehouden met de verhoging van de hypotheek door [geïntimeerde] zonder zijn toestemming.

geïntimeerde] heeft bij memorie van antwoord gesteld dat de verhoging van de hypotheek heeft plaatsgevonden in juni 2015, terwijl de peildatum voor het Gerecht in het tussenvonnis van 13 maart 2023 is bepaald op oktober 2013. Het Gerecht heeft met dit feit al rekening gehouden. [appellant] heeft bij pleidooi niet meer hierop gereageerd en zijn grief niet nader onderbouwd.

Grief 1 wordt dus verworpen.

Het saldo van de master card

Grief 2 is gericht tegen het door het Gerecht vastgestelde (negatieve) saldo van de Mastercard. [appellant] stelt dat hij veel meer dan dat bedrag heeft afbetaald aan rente. [appellant] verwijst ter onderbouwing naar productie 4 bij memorie van grieven.

Nadat [geïntimeerde] bij memorie van antwoord terecht heeft gesteld dat het saldo op de peildatum voor verdeling in aanmerking komt, is [appellant] hierop bij pleidooi niet meer terug gekomen. De door hem overgelegde productie 4 heeft overigens betrekking op het pensioen en is in dit verband niet van belang. De grief faalt.

Verrekening van opgebouwde pensioenrechten

Met de derde grief komt [appellant] op tegen rechtsoverweging 2.7 van het bestreden vonnis waarin het Gerecht onder meer als volgt heeft overwogen:

Het moet in het belang van beide partijen worden geacht dat over en weer geen verrekening van de contante waarde van het deel van het pensioen dat aan de ander toekomt zal plaatsvinden. Nog afgezien van de omstandigheid dat de juiste contante waarde van het pensioen van de man dat aan de vrouw toekomt onbekend is, zal dit naar verwachting leiden tot een flink bedrag ineens dat de man dan aan de vrouw verschuldigd is, zonder dat duidelijk is hoe hij dat kan financieren. Daarom zal worden bepaald dat de man resp. de vrouw APC resp. Guardian moet machtigen om dat deel van zijn/haar maandelijkse pensioen dat de vrouw resp. de man toekomt door de pensioenverzekeraar te berekenen en aan hen uit te betalen elke keer dat een termijn opeisbaar wordt.

appellant] heeft ook in hoger beroep niet onderbouwd of hij een verrekening over en weer van de contante waarde van het pensioen dat aan de ander toekomt kan financieren. In zijn memorie van grieven verwijst hij naar een productie 5 waaruit zou moeten blijken dat [appellant] niet 70% van zijn laatstverdiende loon ontvangt maar 40%, terwijl dat voor [geïntimeerde] veel hoger zal zijn. [appellant] heeft echter nagelaten productie 5 in het geding te brengen. Voor zover [appellant] bij pleidooi in hoger beroep betoogt dat verrekening van zijn pensioen in het geheel achterwege dient te blijven, wordt dat als tardief gepasseerd,

Slotsom

Het hoger beroep faalt en het bestreden vonnis zal worden bevestigd. De proceskosten zullen worden gecompenseerd.

BE S L I S S I N G

Het Hof:

bevestigt het bestreden vonnis;

compenseert te proceskosten in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mrs. E.A. Saleh, E.M. van der Bunt en E.W.A. Vonk, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 17 december 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand